- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.3429
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit werkingssfeer maximumtarieven WTG in verband met de invoering van individuele tarifering van apotheekhoudenden, met nota van toelichting.
- Beschrijving
- Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit werkingssfeer maximumtarieven WTG in verband met de invoering van individuele tarifering van apotheekhoudenden, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 29 januari 2004, no.04.000286, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit werkingssfeer maximumtarieven WTG in verband met de invoering van individuele tarifering van apotheekhoudenden, met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit houdt in dat artikel 1, eerste lid, onder c, sub 1, van het Besluit werkingssfeer maximumtarieven WTG (hierna: Besluit maximumtarieven) vervalt. Dit betekent dat de prestaties van personen en instellingen die farmaceutische hulp verlenen als bedoeld in artikel 9 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering niet meer onder de werkingssfeer van het Besluit maximumtarieven vallen, maar onder de (punt)tarieven-systematiek van de Wet Tarieven Gezondheidszorg (WTG) (de artikelen 3 tot en met 10). De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit opmerkingen over de aard van en alternatieven voor de maatregel. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1a. Uit de toelichting blijkt dat de voorgestelde maatregel mede tot doel heeft dat het College tarieven gezondheidszorg (CTG) voor apotheekhoudenden, voor wie het uniforme tarief niet toereikend is, een individueel tarief kan vaststellen of goedkeuren. De nota van toelichting maakt evenwel niet duidelijk of een individuele bekostigingsmaatregel zich verdraagt met doelstelling en systeem van de WTG. De WTG ziet wel op het bevorderen van een evenwichtig stelsel van tarieven voor prestaties op het gebied van de gezondheidszorg, mede met het oog op de beheersing van de kostenontwikkeling daarvan, maar niet op het voeren van een tariefstelling, afgestemd op de individuele financiële omstandigheden van de apotheekhoudende.(zie noot 1) De Raad acht, kortom, niet overtuigend aangetoond, dat het ontwerpbesluit een toereikende wettelijke grondslag heeft. b. Afgezien daarvan wijst de Raad op het volgende. Nu de prestaties van de apotheekhoudenden met dit ontwerpbesluit niet langer onder het maximumtarief vallen, ontstaat er een situatie zoals deze gold vóór de toepassing van de maximumtarieven. Uit de toelichting blijkt niet of de argumenten die er destijds toe hebben geleid om over te gaan tot het toepassen van maximumtarieven, in de beoordeling zijn meegenomen. In de toelichting dient te worden aangegeven waardoor en in welk opzicht de situatie zo is gewijzigd, dat de titels 1 tot en met 4 van hoofdstuk II, Tarieven, zonder problemen zouden kunnen worden toegepast, waarbij met name kan worden gedacht aan juridische procedures. 2. Het is de Raad opgevallen dat in de toelichting bij het ontwerpbesluit, waar een aantal mogelijke varianten wordt beschreven, voorbij wordt gegaan aan de mogelijkheid om binnen het kader van het Besluit maximumtarieven tot gedifferentieerde maxima in de tarieven te komen. In de toelichting wordt gesteld dat de tarieven in de zin van de WTG in beginsel kostendekkend zijn voor de bedrijfsvoering van de apotheekhoudende. Hieruit mag afgeleid worden dat de tarieven voor sommige prestaties kennelijk niet kostendekkend, maar verliesgevend zijn. Niet duidelijk wordt uit de toelichting bij het ontwerpbesluit waarom niet binnen het kader van het Besluit maximumtarieven en gelet op de wettelijke bepalingen van de WTG aan dit probleem tegemoet gekomen kan worden door te differentiëren bij onderscheiden prestaties naar de mate van kostendekkendheid voor de bedrijfsvoering. De Raad adviseert het ontwerpbesluit op genoemde punten opnieuw te bezien en in elk geval de nota van toelichting aan te vullen. 3. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 5