Raad van State
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen.Bij Kabinetsmissive van 28 juni 2005, no.05.002369, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen. Het ontwerpbesluit strekt ter implementatie van een aantal verordeningen(zie noot 1) die op het terrein van voedselveiligheid zijn vastgesteld. Hierbij moeten de bepalingen in de bestaande Warenwetbesluiten die vergelijkbare normen bevatten, worden ingetrokken. Daarin voorziet het ontwerpbesluit. Tevens wordt de strafbaarstelling van overtredingen van de voorschiften uit de verordening geregeld. De Raad van State maakt een aantal kanttekeningen met betrekking tot de bevoegde autoriteit, de delegatiebepaling en de hygiënecode en is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Bevoegde autoriteit In artikel 3 van het ontwerpbesluit worden verschillende diensten aangewezen als de bevoegde autoriteit in de zin van de verordeningen. Artikel 3, tweede lid, bepaalt dat de aangewezen diensten de betreffende verordeningen in acht moeten nemen. Omdat uit de verordening reeds blijkt dat de bevoegde autoriteit zich aan de bepalingen van de verordeningen moet houden, is het niet nodig om dit expliciet te bepalen. In dit verband wijst de Raad er tevens op dat het ter uitvoering van de verordeningen nodig is om de bevoegde autoriteit aan te wijzen, maar dat het niet nodig is om de daarin verwoorde bevoegdheden in het ontwerpbesluit op te nemen. Door de combinatie van artikel 3, derde en vierde lid, is niet alleen de bevoegde autoriteit aangewezen maar zijn ook de bevoegdheden opgenomen. Deze bevoegdheden volgen onder meer uit de artikelen 3 en 9 van verordening 854/2004. Gelet op de rechtstreekse werking van de verordening is dit niet nodig en kan worden volstaan met het aanwijzen van de minister als bevoegde autoriteit in de zin van de betreffende (onderdelen van de) artikelen van de verordeningen. Ook in het vijfde lid zijn naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk II, van verordening 854/2004, tevens in de onderdelen a en b de in dat hoofdstuk opgenomen bevoegdheden in het ontwerpbesluit opgenomen. Gelet op het voorgaande is dit niet nodig. De Raad adviseert artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van het ontwerpbesluit op deze punten aan te passen. 2. Delegatiebepaling Het ontwerpbesluit bevat in artikel 10 een ruime delegatiebepaling voor het opstellen van ministeriële regelingen omtrent de goede uitvoering van de bij of krachtens de verordeningen gestelde voorschriften. Het vaststellen van voorschriften bij ministeriële regeling is beperkt tot voorschriften van technische en administratieve aard (afgezien van zeer spoedeisende regelingen, die dan echter van tijdelijke aard plegen te zijn) en tot voorschiften die, behoudens op ondergeschikte punten, de implementatie geven van Europese regels waarbij geen ruimte is voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard.(zie noot 2) De Raad kan echter niet goed beoordelen of die situatie zich hier voordoet, omdat elke toelichting op artikel 10 ontbreekt. Deze delegatiebepaling is dusdanig ruim geformuleerd dat (vrijwel) alle uitvoering van de bij of krachtens de verordening gestelde voorschriften op ministerieel niveau geregeld kunnen worden. Gelet op het voorgaande is dit bezwaarlijk. De Raad adviseert de delegatie in artikel 10 van het ontwerpbesluit nauwkeuriger te omschrijven en deze toereikend toe te lichten. 3. Hygiënecode Artikel 7, tweede lid, van het ontwerpbesluit bepaalt dat ook voor het leveren van de aldaar bedoelde kleine hoeveelheden primaire producten een hygiënecode kan worden opgesteld. Een aantal bepalingen van de artikelen 4 en 5 is op deze hygiënecodes van toepassing. Artikel 4, vijfde lid, waarin de adviesfunctie van de Voedsel en Waren Autoriteit is vastgelegd, is niet van toepassing verklaard. Hiervoor geeft de toelichting geen reden. De Raad adviseert hierop in de toelichting in te gaan en artikel 7, tweede lid, van het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen. 4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl4 pagina's, pdf Tekst