Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende intrekking van het Sanctiebesluit Libië 1993, met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende intrekking van het Sanctiebesluit Libië 1993, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 31 maart 2005, no.05.001159, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende intrekking van het Sanctiebesluit Libië 1993, met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit beoogt intrekking van het Sanctiebesluit Libië 1993. Dit besluit is bij Ministeriële regeling van 1 februari 2005(zie noot 1) reeds buiten werking gesteld met terugwerkende kracht tot en met 14 oktober 2004. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarover de volgende opmerkingen. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Verordening (EG) 3275/93 Op 21 januari 1992 werd in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 731 aanvaard, waarin de Veiligheidsraad bij de Libische regering aandrong op het verlenen van medewerking bij het onderzoek naar de verantwoordelijkheid voor de terroristische aanslagen op PanAm-vlucht 103 en UTA-vlucht 772. Onder andere om naleving van deze resolutie te verzekeren aanvaardde de Veiligheidsraad op 31 maart 1992 Resolutie 748. Ter uitvoering van deze Resolutie en ingevolge de artikelen 2 en 3 van de Sanctiewet 1977 trad op 21 januari 1993 het Sanctiebesluit Libië 1992 in werking. Omdat Libië onvoldoende medewerking verleende onder Resolutie 748, werd op 11 november 1993 Resolutie 883 door de Veiligheidsraad aanvaard, waarin met ingang van 1 december 1993 een verscherpt embargo tegen Libië werd ingesteld. De Raad van de Europese Gemeenschap heeft hieraan uitvoering gegeven door middel van Verordening (EG) 3274/93 en Verordening (EG) 3275/93. Ter nadere uitvoering van deze verordeningen trad op 29 september 1994 het Sanctiebesluit Libië 1993 in werking. Op 12 september 2003 zijn bij Resolutie 1506 (2003) de hiervoor genoemde resoluties van de Veiligheidsraad ingetrokken, met uitzondering van artikel 8 van Resolutie 883 (1993). Op 14 oktober 2004 is ook één van de Europese verordeningen ter uitvoering van deze resoluties ingetrokken. Verordening (EG) 3275/93 is gehandhaafd. Wat rest van het verscherpt embargo tegen Libië is het verbod om claims in te willigen in verband met contracten en transacties waarvan de uitvoering is aangetast door Resolutie 883 (1993) en aanverwante resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde naties. Artikel 5 van Verordening (EG) 3275/93 stelt dat lidstaten sancties bepalen die moeten worden toegepast in geval van inbreuk op de bepalingen van de verordening. Met de intrekking van het Sanctiebesluit 1993 en daarmee feitelijk al met de inwerkingtreding van de ministeriële regeling van 1 februari 2005 gelden er geen uitvoeringsmaatregelen meer voor de Nederlandse rechtsorde. Daarmee ontstaat strijd met Verordening (EG) 3275/93. De Raad dringt er op aan deze ontstane strijdigheid zo spoedig mogelijk ongedaan te maken. 2. Overwegingen ten grondslag aan de intrekking Blijkens de nota van toelichting liggen aan het voorliggende ontwerpbesluit vergelijkbare overwegingen ten grondslag als die welke ten grondslag zijn gelegd aan de Ministeriële regeling tot buitenwerkingstelling van het Sanctiebesluit Libië 1993. Enerzijds wordt het embargo door de Veiligheidsraad grotendeels opgeheven omdat Libië sinds 2000 vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot de uitvoering van de resoluties en anderzijds werken de resterende onderdelen van het embargo door via de artikel 94 van Grondwet rechtstreeks in de Nederlandse rechtsorde. De Raad heeft hierover de volgende opmerkingen. a. De vooruitgang die Libië heeft geboekt De toelichting op het voorliggend ontwerpbesluit motiveert niet waaruit blijkt dat Libië vooruitgang heeft geboekt. De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen. b. Doorwerking via artikel 94 Grondwet De toelichting op het voorliggend ontwerpbesluit stelt dat maatregelen ter uitvoering van artikel 8 van Resolutie 883 (1993), zoals dat is geïmplementeerd in Verordening (EG) 3275/1993, niet noodzakelijk zijn omdat deze via artikel 94 van de Grondwet rechtstreeks gelden in het Nederlandse recht. Daargelaten dat Europese verordeningen rechtstreeks gelden krachtens Gemeenschapsrecht en niet krachtens artikel 94 van de Grondwet,(zie noot 2) merkt de Raad op dat het stellen van sancties niet in de verordening wordt geregeld, maar door artikel 5 aan de lidstaten is gelaten. De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te passen. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)