Raad van State
Ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten binnen de sector Defensie onder andere in verband met de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Wet verbetering poortwachter, met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten binnen de sector Defensie onder andere in verband met de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Wet verbetering poortwachter, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 26 november 2003, no. 03.004880, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten binnen de sector Defensie onder andere in verband met de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Wet verbetering poortwachter, met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit strekt ertoe een viertal besluiten aan te passen aan de Wet arbeid en zorg (WAZO), de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) en de Wet verbetering poortwachter. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de terugwerkende kracht, het ontbreken van verplichtingen en het achterwege laten van een toelichting. Hij is van oordeel dat enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Terugwerkende kracht Aanpassing van de onderscheidene besluiten vindt plaats geruime tijd na de inwerkingtreding van de WAZO (inwerkingtreding 1 december 2001), de Wet SUWI (1 januari 2002) en de Wet verbetering poortwachter (1 april 2002). Aan het ontwerpbesluit wordt ingevolge artikel V met betrekking tot een aantal bepalingen terugwerkende kracht verleend. Het grote tijdsverloop klemt bij de wijziging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector defensie (artikel IV) betreffende de aanspraak op een aanvullende bovenwettelijke WW-uitkering tot aan 100% van het ongemaximeerde dagloon. Gelet op het vereiste van een deugdelijke grondslag dient in de toelichting aandacht te worden besteed aan de manier waarop in de periode tussen de inwerkingtreding van de WAZO en de beoogde ingangsdatum van het ontwerpbesluit is omgegaan met de gevallen die onder de aan te passen bepalingen van dit besluit vallen. Uit de toelichting kan thans niet worden opgemaakt op grond van welke regeling of berekening de hier bedoelde uitkeringen in de praktijk hebben plaatsgevonden. Voorts is niet duidelijk of na inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit, gelet op het lange tijdsverloop, alsnog een beroep kan worden gedaan op dit artikel. Het tijdstip van inwerkingtreding van 1 januari 2004, dat voor een tweetal artikelonderdelen was voorzien, zal moeten worden aangepast. Indien het noodzakelijk wordt geacht hieraan terugwerkende kracht te verlenen, zal eveneens in een dragende motivering moeten worden voorzien. De Raad adviseert de toelichting op vorengenoemde punten aan te vullen. 2. Ontbrekende verplichtingen Aan artikel 61a, tweede lid, van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie (BARD) worden onder meer de nieuwe onderdelen g en h toegevoegd.(zie noot 1) Op grond hiervan vervalt de aanspraak op betaling van bezoldiging indien en gedurende de tijd dat de ambtenaar zonder deugdelijke grond weigert gevolg te geven aan voorschriften of weigert mee te werken aan maatregelen dan wel het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Sancties kunnen echter slechts opgelegd worden wanneer de verplichtingen op welker overtreding de sanctie staat zijn vastgelegd. In de Wet verbetering poortwachter zijn de hier bedoelde verplichtingen opgenomen door middel van het nieuwe artikel 660a, aanhef en onderdelen a tot en met c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Naast de verplichting tot het gevolg geven aan voorschriften en het meewerken aan een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, WAO, is ook sprake van de verplichting tot het verrichten van passende arbeid door de werknemer. Het BARD bevat op dit punt in artikel 58a(zie noot 2) wel een verplichting; deze is vergelijkbaar met artikel 7:660a, onderdeel c, BW. Nu nagelaten is de andere verplichtingen als zodanig te formuleren en voorts artikel 61a, zesde en zevende lid, BARD in deze lacune niet voorziet, geeft de Raad in overweging in het ontwerpbesluit vergelijkbare verplichtingen op te nemen als in artikel 660a, onderdelen a en b, BW. 3. Toelichting Wijziging van artikelen van de ontwerpbesluiten gaat in een aantal gevallen niet vergezeld van een toelichting. Dit geeft in de volgende gevallen aanleiding tot onduidelijkheden. - Artikel 121, vijfde en zesde lid, BARD Deze artikelleden komen in grote lijnen overeen met het geldende artikel 121, vijfde lid. Een uitzondering hierop vormt de in het vijfde lid opgenomen zinsnede “door de zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte”. Met artikel 121, vijfde en zesde lid, BARD is uitvoering gegeven aan het Brown-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.(zie noot 3) Kern van het Brown-arrest is overweging 27: “Uit bovenstaande overweging volgt tevens dat (…) wanneer een vrouwelijke werknemer afwezig is wegens een ziekte die haar oorsprong vindt in de zwangerschap of bevalling, in geval deze ziekte is opgetreden tijdens de zwangerschap en gedurende en na het zwangerschapsverlof heeft voortgeduurd, de afwezigheid niet alleen tijdens het zwangerschapsverlof, maar ook gedurende de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot het begin van het zwangerschapsverlof(zie noot 4), niet in aanmerking kan worden genomen voor de berekening van de periode die haar ontslag naar nationaal recht rechtvaardigt.” Nu de voorgestelde aanpassing gelet op het daarin neergelegde oorzakelijk verband tussen de ziekte en de zwangerschap afbreuk zou kunnen doen aan de overwegingen van het Brown-arrest, adviseert de Raad tevens de tekst van artikel 121, vijfde en zesde lid, nauwkeuriger hierop te doen aansluiten. - Artikel 123 BARD Dit artikel is gelijkluidend aan het voorheen geldende artikel 123, dat is komen te vervallen bij besluit van 7 mei 2001.(zie noot 5) - Artikel 90c van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) Het tweede lid komt overeen met het geldende artikel 90a, achtste lid, terwijl het eerste en derde lid nieuw zijn. - Artikel 94, derde lid, AMAR Dit artikellid, dat overeenkomt met artikel 123a BARD, is op deze plaats, nu er geen sprake is van ontslag van de militair, niet vanzelfsprekend. De Raad geeft in overweging vorengenoemde artikelen van een toelichting te voorzien. Voorts wijst de Raad nog op het volgende. In het algemeen deel van de toelichting wordt onder het opschrift “De Wet verbetering poortwachter” opgemerkt dat de wijzigingen in Boek 7, titel 10, BW zoveel mogelijk zijn overgenomen in het BARD, het AMAR en het Inkomstenbesluit militairen. Uit het vervolg van de toelichting wordt niet duidelijk op welke punten van het BW wordt afgeweken en om welke reden. De Raad adviseert de toelichting op deze punten aan te vullen. 4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst