- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.3726
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Voorstel van wet houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn 2004/108/EG, met memorie van toelichting.
- Beschrijving
- Voorstel van wet houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn 2004/108/EG, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 22 juni 2005, no.05.002292, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn 2004/108/EG, met memorie van toelichting. Op 15 december 2004 is door het Europees Parlement en de Raad een nieuwe richtlijn vastgesteld betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (hierna: de nieuwe EMC-richtlijn).(zie noot 1) Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van deze richtlijn in de Telecommunicatiewet. Naast implementatie van de nieuwe EMC-richtlijn wordt met het wetsvoorstel beoogd de structuur van hoofdstuk 10 van de Telecommunicatiewet beter te laten aansluiten bij de opbouw en systematiek van de Europese conformiteitsrichtlijnen. De Raad onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt twee opmerkingen over artikel 10.3 van het wetsvoorstel. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het wetsvoorstel wenselijk is. 1. Eisen aan delegatie bij implementatie van EG-richtlijnen Een groot aantal van de bepalingen uit de nieuwe EMC-richtlijn zal in het nationale recht geïmplementeerd worden via artikel 10.3 van het wetsvoorstel.(zie noot 2) Dit artikel luidt, voor zover van belang: "Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van conformiteitsrichtlijnen en bijlage II van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte regels worden gesteld onder meer inzake: eisen waar uitrusting aan moet voldoen […] de door een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk te verstrekken informatie over de technische specificaties van netwerkaansluitpunten". Hoewel de Raad onderkent dat implementatie van richtlijnbepalingen onder bepaalde voorwaarden kan plaatsvinden bij lagere regeling,(zie noot 3) is hij van mening dat de delegatiebepaling van artikel 10.3 te onbepaald en weinig specifiek is (zie ook de aanwijzingen 20-26 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).(zie noot 4) In het licht hiervan adviseert de Raad artikel 10.3 van het wetsvoorstel te voorzien van een zo concreet en nauwkeurig mogelijke delegatiegrondslag.(zie noot 5) In elk geval zouden de woorden "onder meer" moeten worden geschrapt. 2. Geen delegatie bij implementatie van de overgangsregeling Uit de transponeringstabel bij het wetsvoorstel volgt dat de overgangsregeling van de nieuwe EMC-richtlijn via artikel 10.3 geïmplementeerd zal worden in een nieuwe algemene maatregel van bestuur. De Raad acht dit niet wenselijk. De overgangsregeling vormt een essentieel aspect van de richtlijn, dat de werkingssfeer regelt. De Raad adviseert daarom de overgangsregeling van de richtlijn in de Telecommunicatiewet zelf op te nemen. 3. Redactionele kanttekeningen Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 3