Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft ter implementatie van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) en richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) (Besluit implementatie kapitaalakkoord Bazel 2), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft ter implementatie van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) en richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) (Besluit implementatie kapitaalakkoord Bazel 2), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 28 september 2006, no.06.003543, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft ter implementatie van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) en richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) (Besluit implementatie kapitaalakkoord Bazel 2), met nota van toelichting. Het ontwerpbesluit strekt tot implementatie van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177) (hierna: Herziene richtlijn Banken) en richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177), mede in het licht van het wetsvoorstel implementatie kapitaalakkoord Bazel 2.(zie noot 1) Het ontwerpbesluit wijzigt daartoe het Besluit prudentiële regels Wft, dat in werking zal treden bij de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen over de wijze waarop de implementatie is uitgevoerd. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. In artikel I, onder A, onder 1, is een definitie van "wanbetaling" opgenomen ter implementatie van bijlage VII, deel 4, punten 44 en 45, van de Herziene richtlijn Banken. In de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt vermeld dat dit begrip een cruciale rol speelt in de berekening van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling volgens een interne modellenmethode. De definitie in genoemde bijlage is zeer gedetailleerd, dit in tegenstelling tot die in het ontwerpbesluit. De Raad adviseert in de toelichting uiteen te zetten op welke wijze is verzekerd, dat met de definitie in het ontwerpbesluit de definitie in de Herziene richtlijn Banken volledig en met inachtneming van de details wordt gedekt en zo nodig het ontwerpbesluit aan te vullen. 2. Het in artikel I, onder D, opgenomen nieuwe artikel 21a van het Besluit prudentiële regels Wft implementeert artikel 123 van de Herziene richtlijn Banken betreffende strategieën en procedures ten aanzien van het eigen vermogen. Anders dan het genoemde artikel 123 bevat het voorgestelde artikel 21a niet het voorschrift dat deze strategieën en procedures op gezette tijden tegen het licht dienen te worden gehouden en dat er daarbij voor wordt gezorgd, dat eventuele hiaten worden aangevuld en dat deze in verhouding blijven staan tot de aard, omvang en complexiteit van de werkzaamheden van de desbetreffende kredietinstelling. De Raad adviseert artikel 21a van het Besluit prudentiële regels Wft aan te vullen in overeenstemming met artikel 123 van de Herziene richtlijn Banken. 3. In de voorgestelde artikelen 69b en verder, alsmede artikel 75a10 en verder van het Besluit prudentiële regels Wft worden, ter implementatie van de artikelen 102 en verder van de Herziene richtlijn Banken, regels gesteld ter zake van het eigen vermogen ter dekking van het operationeel risico. Daarvoor gelden verschillende benaderingen: de basisindicatorbenadering, de standaardbenadering en de geavanceerde meetbenadering. In het ontwerpbesluit worden deze begrippen genoemd zonder dat deze worden gedefinieerd of uitgelegd. Verder zijn de regels die gelden voor deze benaderingen niet opgenomen in het ontwerpbesluit, maar wordt het stellen van die regels overgelaten aan de Nederlandsche Bank. De Raad is van oordeel dat in elk geval de hoofdkenmerken en de voornaamste elementen van de regeling ten aanzien van de verschillende benaderingen in het ontwerpbesluit dienen te worden opgenomen. De Raad adviseert het ontwerpbesluit aan te vullen. 4. In het voorgestelde artikel 75a8, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is bepaald, dat de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, toestemming kan verlenen om de standaardbenadering van artikel 68a te gebruiken voor activa en posten buiten de balanstelling, indien het bepaalde posities in aandelen betreft waarvoor in een andere lidstaat, volgens het recht van die lidstaat, toestemming is verleend. Hiermee wordt artikel 89, eerste lid, laatste alinea, van de Herziene richtlijn Banken geïmplementeerd. In de richtlijnbepaling is echter geregeld, dat door de lidstaten in bedoeld geval de toestemming niet geweigerd mag worden. De Raad adviseert artikel 75a8, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft in overeenstemming te brengen met artikel 89, eerste lid, laatste alinea, van de Herziene richtlijn Banken. 5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)