Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet personenvervoer 2000 (Besluit personenvervoer 2000).

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet personenvervoer 2000 (Besluit personenvervoer 2000).Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2000, no.00.004265 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet personenvervoer 2000 (Besluit personenvervoer 2000). Het ontwerpbesluit geeft een uitwerking van de Wet personenvervoer 2000 (hierna: de wet) ten behoeve van het openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer. Het besluit bevat een regeling over onder meer de werkingssfeer van de wet, reisinformatie, vergunningen, aanbestedingsprocedures, vervoerbewijzen, de rijksbijdrage voor openbaar vervoer, de chauffeurspas en internationaal vervoer per bus en auto. Een deel van de onderwerpen komt wat inhoud betreft sterk overeen met de regeling in het thans vigerende Besluit personenvervoer. De Raad van State kan zich vinden in de strekking van het ontwerpbesluit, maar formuleert enkele bezwaren. 1. Aan het verstrekken van het vergunningbewijs, het bewijs van kredietwaardigheid en de verklaring van vakbekwaamheid zijn volgens de vigerende regeling geen kosten verbonden. Op grond van de nieuwe regeling moet de aanvrager evenwel de bij ministeriële regeling vast te stellen kosten van behandeling van te voren voldoen (artikelen 17, 25 en 27). Deze verandering wordt niet toegelicht. De Raad adviseert het vergoedingenstelsel alsnog toe te lichten en daarbij althans enige indicatie te geven van de omvang van de in rekening te brengen vergoeding. 2. Artikel 23, eerste en tweede lid, regelt in welke gevallen de vervoerder niet of niet langer voldoet aan de eis van betrouwbaarheid. Kort gezegd is dat het geval indien sprake is van een strafrechtelijke veroordeling dan wel van een civiel vonnis wegens het in ernstige mate overtreden van bepaalde nader genoemde wetten en besluiten onderscheidenlijk het niet-nakomen van een arbeidsovereenkomst. De redactie van deze artikelonderdelen noopt tot de uitleg van rechterlijke vonnissen om te kunnen vaststellen of er sprake is van "het in ernstige mate overtreden". De Raad acht dit ongewenst. Uit de artikelsgewijze toelichting valt af te leiden dat een interpretatie van rechterlijke vonnissen ook niet de bedoeling is. Bedoeld is om naast een onherroepelijk vonnis (straf en/of civiel) nog een eigen bestuursrechtelijke beoordeling ten aanzien van het vervallen van de betrouwbaarheid mogelijk te maken. Op zichzelf acht de Raad dit begrijpelijk. Om ieder misverstand te voorkomen, dient het ontwerpbesluit op dit punt in overeenstemming met de toelichting te worden gebracht. Tevens adviseert de Raad in deze artikelonderdelen alsnog de criteria op te nemen aan de hand waarvan wordt vastgesteld dat sprake is van een ernstige overtreding. 3. Hoofdstuk 4 van het ontwerpbesluit bevat een aantal bepalingen voor de reiziger - bijvoorbeeld dat hij moet beschikken over een geldig vervoerbewijs. Deze bepalingen zijn grotendeels overgenomen uit het thans nog geldende Besluit personenvervoer. De Raad vraagt zich af of al deze bepalingen nog passen binnen de thans geldende geprivatiseerde verhoudingen. Niet valt in te zien op welke basis de wetgever rechtstreeks eisen en voorwaarden aan reizigers kan opleggen. De Raad geeft in overweging de bedoelde bepalingen nader te bezien en waar mogelijk te schrappen. 4. Artikel 75 stelt voor het besturen van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht een door de minister verstrekte chauffeurspas verplicht. Artikel 118 stelt overtreding van dit voorschrift strafbaar. Het Overlegorgaan Personenvervoer (hierna: OPV), waaraan het ontwerpbesluit is voorgelegd, heeft in zijn reactie de suggestie gedaan een voorlopige pas te introduceren, die geldig blijft tot de afgifte van een chauffeurspas. Dit in verband met de tijd die gemoeid is met het verlenen van een chauffeurspas. Blijkens de nota van toelichting (Algemeen deel, paragraaf 8.7) wordt het pleidooi van het OPV niet ondersteund, omdat de kwaliteit van de taxisector en van de daarin werkzame personen centraal staat. Deze klare taal wordt gelogenstraft door de mededeling in de toelichting dat de aanvrager na overlegging van de vereiste documenten en betaling van de kosten een ontvangstbevestiging van de aanvraag krijgt, die in afwachting van de pas voor taxivervoer kan worden gebruikt. Niet alleen is dit onderdeel van de nota van toelichting innerlijk tegenstrijdig. Ook verdraagt deze passage zich niet met artikel 75. De Raad wijst erop dat de toelichting niet kan worden gebruikt voor het stellen van nadere regels en adviseert hetzij de toelichting aan te passen hetzij artikel 75 te herzien. 5. In de nota van toelichting, Algemeen deel, wordt melding gemaakt van "beraad met de branche" over de inhoud van een aantal bepalingen. Het verdient aanbeveling van de uitslag van dat beraad, voorzover mogelijk, in de nota van toelichting melding te maken. 6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)