Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende nadere regels betreffende de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen in strafzaken (Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen).

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende nadere regels betreffende de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen in strafzaken (Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen).Bij Kabinetsmissive van 26 september 2005, no. 05.003540, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels betreffende de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen in strafzaken (Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen). De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking over het uitsluiten van de verplichting tot het raadplegen van de Verwijs Index Personen voor kantonzaken. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. Artikel 2, eerste lid, van het ontwerpbesluit bepaalt dat het openbaar ministerie de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen in persoon dient te betekenen wanneer na raadpleging van de Verwijs Index Personen (VIP) blijkt dat de verdachte, anders dan in verband met de strafzaak waarop de mededeling betrekking heeft, in Nederland rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Dit vereiste geldt niet bij kantonzaken. In de nota van toelichting wordt gesteld dat deze uitzondering gerechtvaardigd is omdat het openbaar ministerie in de praktijk bij kantonzaken de VIP wel raadpleegt, maar de datum van behandeling van de zaak uitstelt indien blijkt dat verdachte is gedetineerd.(zie noot 1) De reden hiervoor is dat de kosten van het vervoer van de verdachte doorgaans niet opwegen tegen het belang van de zaak. Indien wordt verwacht dat de verdachte ten tijde van de beoogde datum van berechting weer in vrijheid is gesteld, zal de detentie worden gebruikt om de dagvaarding in persoon aan hem te betekenen. Naar het oordeel van de Raad staat de praktijk van wachten met de behandeling van de zaak totdat de verdachte in vrijheid is gesteld, niet in de weg aan het opnemen van de verplichting van artikel 2 ook voor kantonzaken; artikel 2 vormt geen beletsel voor het uitstellen van de behandeling van de zaak. Wanneer niet wordt besloten tot uitstel, waarborgt artikel 2 dat in persoon zal worden betekend. Evenals de Raad voor de Rechtspraak en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak wijst de Raad op de wenselijkheid van een mogelijkheid tot controle achteraf door de rechter.(zie noot 2) Zeker nu in de praktijk in deze gevallen ook reeds in persoon wordt betekend,(zie noot 3) ziet de Raad geen reden om een uitzondering te maken. Uit het advies van het College van procureurs-generaal blijkt dat het doen vervallen van de uitzondering voor kantonzaken voor de praktijk slechts meebrengt dat voortaan ook in deze zaken een uitdraai van VIP in het strafdossier dient te worden gevoegd.(zie noot 4) Gelet op het vorenstaande is deze marginale verhoging van de werklast van het openbaar ministerie naar de mening van de Raad gerechtvaardigd. De Raad adviseert de uitzondering voor kantonzaken in artikel 2, eerste lid, te doen vervallen. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)