Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal (Besluit verhandeling teeltmateriaal), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal (Besluit verhandeling teeltmateriaal), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 7 september 2005, no.05.003233, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit, houdende regels met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal (Besluit verhandeling teeltmateriaal), met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit bevat een van de twee op de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 gebaseerde algemene maatregelen van bestuur. Het strekt tot uitvoering van een aantal Europese richtlijnen met betrekking tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van diverse soorten gewassen en plantenzaad, de zogenaamde handelsrichtlijnen genoemd in artikel 1 van het ontwerpbesluit. Het ontwerpbesluit bevat daartoe enkele bepalingen in hoofdlijnen inzake de verhandeling en de kwaliteit van dat teeltmateriaal. In die bepalingen is steeds voorzien in delegatie aan de minister van de bevoegdheid tot nadere uitwerking van die bepalingen in een ministeriële regeling.De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij een kanttekening over de gevolgde wijze van implementeren.1. Wijze van implementatie.In het voorgelegde ontwerpbesluit worden uit de hiervoor bedoelde handelsrichtlijnen bepalingen geïmplementeerd die betrekking hebben op de verhandeling en de kwaliteit van teeltmateriaal van diverse soorten gewassen en plantenzaad. Veel van die bepalingen luiden in de voor de verschillende gewassen en zaad geldende richtlijnen min of meer gelijk. Deze bepalingen bevatten veelal voorschriften die betrekking hebben op voorwaarden voor het in de handel brengen van teeltmateriaal en de kwaliteit van dat materiaal. Die voorwaarden zullen regelmatig aan wijzigingen onderhevig zijn. In verband hiermee wordt in de voorgestelde bepalingen voorzien in nadere uitwerking daarvan in een ministeriële regeling. De Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 voorziet hier ook in.Tegen deze vorm van implementatie en nadere uitwerking behoeft geen bezwaar te bestaan, mits in de nadere uitwerking volledige implementatie wordt gegeven van de richtlijnen. Het valt het de Raad op dat de in het ontwerpbesluit voorgestelde nader uit te werken bepalingen, in het bijzonder in de artikelen 3 tot en met 5, niet alleen in terminologie sterk afwijken van de in de transponeringstabel aangegeven overeenkomstige richtlijnbepalingen, doch ook dat deze vaak zo beperkt of juist ruim zijn geformuleerd, dat die richtlijnbepalingen er niet of nauwelijks in te herkennen zijn. Dikwijls gaat het in de voorgestelde bepalingen om een weerslag van de intentie van de richtlijnbepalingen of daarmee samenhangende andere richtlijnbepalingen.(zie noot 1)Hoewel het ontwerpbesluit op die wijze kort en transparant kan worden gehouden, kan de Raad door de gevolgde methode niet overzien of dit in relatie tot de richtlijn gevolgen voor de werkingssfeer van het voorgestelde algemene maatregel van besuur en de nadere ministeriële regeling zal hebben. Daardoor kan ook niet goed worden beoordeeld in hoeverre de gekozen vorm van implementeren toelaatbaar is.In verband met het vorenstaande adviseert de Raad in de bij het ontwerpbesluit behorende nota van toelichting, rekening houdend met wat hierover in het vorenstaande is opgemerkt, in te gaan op de hiervoor vermelde wijze van implementeren en uiteen te zetten hoe een volledige en juiste implementatie is verzekerd.2. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)