- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.3955
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met de structurele regeling van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV), de waarborging van consumenteninvloed in het CVV en het Openbaar Vervoer over Water, de uitvoering van de op 30 juni 2001 tot stand gekomen Interbusovereenkomst alsmede enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.
- Beschrijving
- Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met de structurele regeling van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV), de waarborging van consumenteninvloed in het CVV en het Openbaar Vervoer over Water, de uitvoering van de op 30 juni 2001 tot stand gekomen Interbusovereenkomst alsmede enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 8 oktober 2003, no.03.004156 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met de structurele regeling van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV), de waarborging van consumenteninvloed in het CVV en het Openbaar Vervoer over Water, de uitvoering van de op 30 juni 2001 tot stand gekomen Interbusovereenkomst alsmede enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting. Met het ontwerpbesluit wordt beoogd het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) door omzetting van een tijdelijke regeling in een structurele regeling een plaats te geven in de regeling van het openbaar vervoer in het Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000). Verder wordt in het ontwerpbesluit de positie van de reiziger in het CVV en in de reeds bestaande regeling van het openbaar vervoer te water versterkt en worden daarin bepalingen betreffende de Interbus opgenomen. Ten slotte bevat het ontwerpbesluit enkele wijzigingen van redactionele aard. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij een kanttekening met betrekking tot de evaluatie van het CVV. 1. Aan de invoering van de structurele regeling voor het CVV is een evaluatie van die vorm van vervoer zoals dat de afgelopen zes jaar heeft gefunctioneerd, voorafgegaan.(zie noot 1) De Raad meent dat de invoering van de structurele regeling van het CVV in het Bp 2000 bij uitstek de gelegenheid is om die regeling zo op te zetten, dat daarmee tegelijk een oplossing wordt geboden voor de uit het evaluatieonderzoek naar voren gekomen knelpunten waarmee het CVV tot nu toe heeft gekampt. Uit de bij het ontwerpbesluit behorende toelichting valt niet op te maken of dat is gedaan. Hoewel de conclusies van het evaluatieonderzoek overwegend positief zijn, blijkt uit het opgemaakte evaluatierapport bijvoorbeeld dat de aansluiting op verder openbaar vervoer te wensen overlaat en dat een wijziging van de financieringsstructuur gewenst is.(zie noot 2) a. Op diverse plaatsen in het evaluatierapport komt naar voren dat tegenvallende betrouwbaarheid van het CVV, waartoe de aansluitgarantie op ander openbaar vervoer of CVV in een aanluitende regio moet worden gerekend, een probleem is. Hierbij moet bedacht worden dat het CVV vooral gebruikt wordt door ouderen en gehandicapten. Aansluitingen die gepaard gaan met lange wachttijden in de open lucht zonder zitplaatsen en zonder begeleiding kunnen voor hen ongewenst zijn. In beginsel moeten de Wet personenvervoer 2000 alsmede het Bp 2000 vol¬doende mogelijkheden bieden bij het verlenen van concessies aan vervoerders om een adequate oplossing voor de problemen betreffende de aansluitingen te kunnen garanderen. Desondanks is deze problematiek in het verleden niet opgelost en wordt in het evaluatierapport aanbevolen daarvoor alsnog een oplossing te bieden.(zie noot 3) Op grond van het vorenstaande adviseert de Raad in de toelichting uiteen te zetten op welke wijze verbetering van de aansluitingen wordt bevorderd. b. In het meergenoemde evaluatierapport wordt de stelling geponeerd dat het de brede overtuiging van overheden en vervoersbedrijven is dat het CVV de potentie heeft van een efficiëntere besteding van middelen in de totale vervoers¬markt.(zie noot 4) Daaraan wordt in het bijzonder door de vervoersbedrijven de voorwaarde ver¬bonden van een substantiële substitutie van het openbaar vervoer door het CVV. Volgens de vervoersbedrijven wordt daaraan in de meeste gevallen niet voldaan. Uit de brief van de Minister van Verkeer en Waterstaat aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 30 oktober 2002 blijkt dat de OV-subsidiëringssystematiek met ingang van 2004 zal worden gewijzigd.(zie noot 5) In de toelichting wordt hierop niet ingegaan, zodat niet duidelijk is in hoeverre aan de hiervoor bedoelde voorwaarde in de toekomst zal worden voldaan. De Raad adviseert hieraan in de toelichting aandacht te besteden. 2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 3