Raad van State
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Tariefwet 2001).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Tariefwet 2001).Bij Kabinetsmissive van 1 september 2000, no. 00.004915, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Tariefwet 2001). Het wetsvoorstel strekt tot aanpassing van de belastingtarieven per 2001. De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar adviseert de toelichting op een aantal punten aan te vullen. 1. Staatssteun Reeds vanaf de invoering van de milieubelastingen speelt de kwestie van de staatssteun, aldus onder meer de Notitie vergroening van het fiscale stelsel: de derde tranche in 2001 (kamerstukken II 1999/2000, 27 177, nr. 1, blz. 14). De Europese Commissie heeft meermalen tegemoetkomingen in de regulerende energiebelasting, grondwaterbelasting en afvalstoffenbelasting als staatssteun aangemerkt. De Raad van State is van oordeel dat onder deze omstandigheden in de toelichting steeds moet worden aangegeven of een voorziene maatregel geheel of ten dele als staatssteun kan worden gezien. Door het voorstel worden de artikelen 27a en 28a in de Wet belastingen op milieugrondslag opgenomen. Deze artikelen voorzien in vrijstelling of teruggaaf van brandstoffenbelasting voor het verbruik van kolen, gas en petroleumcokes voor het opwekken van elektriciteit of als brandstof voor een installatie voor warmtekrachtkoppeling. In het verlengde hiervan vervalt tevens de uraniumbelasting. Dit samenstel van regelingen maakt naast de verhoging van het tarief van de regulerende energiebelasting deel uit van de omvorming van de brandstoffenheffing van een zogenoemde inputbelasting naar een outputbelasting. Deze omvorming is door het kabinet toegezegd indien een convenant met de eigenaren van kolencentrales tot stand zou komen over een verlaging van de CO2-emissies (Uitvoeringsnota klimaatbeleid, kamerstukken II 1998/99, 26 603, nr. 2, blz. 35). De omstandigheid dat de omvorming van een inputbelasting naar een outputbelasting budgettair neutraal verloopt, laat onverlet dat het gebruik van fossiele brandstof op deze wijze ongelijk wordt belast. De eigen milieudoelstelling van de brandstoffenheffing kan daardoor onder druk komen te staan. Daarnaast komt de verlaging van de CO2-emissie gefaseerd tot stand. Eerst op termijn (2008) kan onder bepaalde voorwaarden de reductie van 6 Mton bereikt worden. In de toelichting is geen aandacht gegeven aan de vraag of de met de omvorming samenhangende maatregelen en de fasering van de reductie niet tot staatssteun voor de kolencentrales leiden. De Raad adviseert in de toelichting uitdrukkelijk de motieven aan te geven op grond waarvan de vrijstelling of teruggaaf van de brandstofheffing niet als steunmaatregel voor de kolencentrales kan worden aangemerkt. 2. Terugsluis Uitgangspunt is dat de opbrengst van de regulerende energiebelasting wordt teruggesluisd. In paragraaf 4.1 van de toelichting wordt gesteld dat de sectoren overheid, onderwijs en non-profit door middel van prijsbijstelling worden gecompenseerd, alsmede dat daarnaast voor de non-profitsector (waaronder kerkgenootschappen) een teruggaafregeling geldt, die een tegemoetkoming biedt voor de regulerende energiebelasting-lastenverzwaring. De bedoelde compensatie wordt niet nader beschreven. De terugsluis is moeilijk te realiseren voor energieverbruikers die niet in de loonbelasting-, inkomstenbelasting- of vennootschapsbelastingheffing worden betrokken. Het probleem wordt groter bij de steeds verdergaande vergroeningsoperatie. Generieke terugsluismaatregelen van de verhogingen van de milieubelastingen kunnen steeds minder alle groepen energieverbruikers op een evenredige wijze bereiken indien bepaalde verbruikers buiten de directe belastingheffing vallen of onvoldoende gecompenseerd kunnen worden. De Raad adviseert uiteen te zetten op welke wijze de compenserende prijsbijstelling zal plaatsvinden, en tevens aan te geven of hiermee de grenzen van de terugsluismogelijkheden bereikt zijn. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl3 pagina's, pdf Tekst