Naar inhoud
Raad van State

Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels betreffende de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 12 februari 2018, no.2018000286, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende tijdelijke regels betreffende de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid), met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit implementeert de richtlijn 2016/2102/EU inzake de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties (apps) van overheidsinstanties (hierna: de richtlijn). (zie noot 1) Overheidsinstanties worden hiermee verplicht om aan bepaalde toegankelijkheidseisen te voldoen, zodat personen met een functionele of cognitieve beperking beter toegang krijgen tot de digitale diensten en informatie van de overheid. Het ontwerpbesluit is een tijdelijke zelfstandige algemene maatregel van bestuur en berust op artikel 89 van de Grondwet. In de voorgenomen Wet Digitale Overheid zal worden voorzien in de wettelijke grondslag voor dit besluit.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht op onderdelen een dragende motivering of aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen. Zij adviseert om een aantal begrippen uit het ontwerpbesluit, waaronder het begrip overheidsinstantie, aan te passen, en daarnaast te verduidelijken in welke gevallen overheidsinstanties niet aan de toegankelijkheidseisen hoeven te voldoen. Ook maakt de Afdeling opmerkingen over de voorgeschreven toegankelijkheidsstandaard. 1.Definitie van overheidsinstantiesHet ontwerpbesluit bepaalt, in navolging van de richtlijn, dat overheidsinstanties moeten voldoen aan bepaalde toegankelijkheidseisen. Voor de definitie van het begrip ‘overheidsinstantie’ wordt een nationaal begrip gehanteerd. (zie noot 2) Het gaat om instanties die onder het bereik van de voorgenomen Wet digitale overheid zullen gaan vallen. Dit zou volgens de toelichting de rechtszekerheid en de uitvoerbaarheid door de betrokken overheidsinstanties ten goede komen. In de richtlijn wordt voor de definitie van het begrip overheidsinstantie evenwel aangesloten bij de Aanbestedingsrichtlijn, waarin bepalend is of sprake is van een ‘aanbestedende dienst’. (zie noot 3) Het niet volgen van deze Europeesrechtelijke definitie brengt het risico met zich mee dat van de richtlijnverplichtingen wordt afgeweken. Daar komt bij dat de Aanbestedingsrichtlijn geïmplementeerd is in de Aanbestedingswet, zodat het begrip ‘aanbestedende dienst’ al een plaats heeft in het Nederlandse rechtssysteem. (zie noot 4) Met het oog op de rechtszekerheid en de uitvoerbaarheid van de regeling is het daarom wenselijk om aan te sluiten bij dit begrip.De Afdeling adviseert om de definitie van het begrip overheidsinstantie zoals opgenomen in de richtlijn over te nemen in het ontwerpbesluit.2.Keuze voor een ruimer toepassingsgebiedIn de richtlijn is bepaald dat lidstaten websites en apps van scholen, kinderdagverblijven of crèches uit kunnen zonderen, voor zover het niet gaat om inhoud in verband met wezenlijke online administratieve functies. (zie noot 5) Van deze uitzonderingsmogelijkheid is evenwel geen gebruik gemaakt. In de toelichting wordt dat niet gemotiveerd. Explicitering van deze keuze is in het belang van de genoemde instanties waarop de uitzonderingsmogelijkheid ziet. Scholen, kinderdagverblijven en crèches zijn veelal kleinschalige organisaties die zichzelf niet zullen beschouwen als overheidsinstanties. Zij zullen mogelijk de nodige aanpassingen moeten maken om ervoor te zorgen dan hun websites en apps voldoen aan de gestelde toegankelijkheidseisen. Het is noodzakelijk dat voor de keuze om geen gebruik te maken van de uitzonderingsmogelijkheid een uitdrukkelijke afweging wordt gemaakt.De Afdeling adviseert om in de toelichting deze keuze toe te lichten en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.3.ToegankelijkheidsstandaardVolgens de richtlijn moeten de websites en apps van overheidsinstanties ‘waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust’ zijn. (zie noot 6) Deze toegankelijkheidseisen zijn in het ontwerpbesluit niet overgenomen maar vertaald in een verplichting voor overheidsinstanties om de Europese norm EN 301 549 te volgen. Volgens de richtlijn wordt vermoed dat met deze standaard wordt voldaan aan de gestelde toegankelijkheidseisen. Het hanteren van een dergelijke uniforme standaard kan in het belang zijn van burgers indien daarmee wordt bereikt dat zij steeds op gelijke wijze toegang kunnen krijgen tot de verschillende websites en apps van overheidsinstanties. Tegelijkertijd schrijft de richtlijn niet voor dat de EN 301 459 norm de enige mogelijkheid is om aan de toegankelijkheidseisen te voldoen. De richtlijn bepaalt dat technische standaarden die een gelijkwaardig niveau bieden als de EN 301 549 norm ook aan de gestelde toegankelijkheidseisen kunnen voldoen. (zie noot 7)De Afdeling onderschrijft de wens tot standaardisering maar constateert dat, nu het ontwerpbesluit één specifieke technische norm voorschrijft, een belemmering zou kunnen ontstaan voor ontwerpers en ontwikkelaars van websites en apps die afkomstig zijn uit andere EU-lidstaten om hun diensten in Nederland aan te bieden. Indien zij andere, gelijkwaardige technische standaarden hanteren waarmee evenzeer kan worden voldaan aan de gestelde eisen van de richtlijn, worden zij beperkt in hun mogelijkheden om in Nederland actief te zijn. De toelichting bij het ontwerpbesluit gaat niet in op de vraag of de richtlijn deze wijze van implementatie toestaat. De richtlijn beoogt ten behoeve van de burger de websites en apps van overheidsinstanties toegankelijker te maken, maar ook om ontwerpers en ontwikkelaars van websites en apps met minder obstakels te confronteren door middel van gemeenschappelijke toegankelijkheidseisen. (zie noot 8)De Afdeling adviseert om in de toelichting nader in te gaan op de vraag in hoeverre de richtlijn de keuze voor één toegankelijkheidsstandaard toestaat.4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De vice-president van de Raad van State
Documenten (1)