Raad van State
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Infectieziektenwet en de Quarantainewet ter bestrijding van de gevaren van pokken.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Infectieziektenwet en de Quarantainewet ter bestrijding van de gevaren van pokken.Bij Kabinetsmissive van 19 maart 2003, no.03.001289, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Infectieziektenwet en de Quarantainewet ter bestrijding van de gevaren van pokken. Het wetsvoorstel voorziet in maatregelen in de Infectieziektenwet en de Quarantainewet die de verspreiding van pokken moeten voorkomen. Dit is gezien het ontbreken van een wettelijke regeling en de spanningen in de wereld, waardoor het al of niet opzettelijk verspreiden van het pokkenvirus tot de mogelijkheden behoort, noodzakelijk. De reeds in de Infectieziektenwet genoemde maatregelen isolatie en onderzoek zijn door de wetswijziging ook van toepassing op (eventuele) pokkenpatiënten. Daarnaast zijn specifiek op bestrijding van pokken de maatregelen waarneming, afzondering en medisch toezicht van toepassing. De Raad van State onderschrijft het wetvoorstel, maar maakt een aantal opmerkingen waardoor aanpassing van het wetvoorstel wenselijk is. 1. Rechtsbescherming De rechtsbescherming is geregeld in hoofdstuk III van de Infectieziektenwet. Volgens de toelichting geldt dit systeem van rechtsbescherming ook voor de vrijheidsbenemende en -beperkende pokkenbestrijdingsmaatregelen, zoals voorgesteld in pararaaf 2a van de Infectieziektenwet. De artikelen van hoofdstuk III betreffen alleen de maatregelen isolatie en onderzoek, bedoeld in respectievelijk artikel 14 van de Infectieziektenwet en artikel 16, derde lid. De rechterlijke toetsing is derhalve niet onverkort van toepassing op de maatregelen van paragraaf 2a, die afzondering, medisch toezicht en waarneming betreffen. Aangezien afzondering en medisch toezicht vrijheidsbelemmerende maatregelen zijn, is toetsing, mede gelet op de procedurele eisen van artikel 5 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, door de onafhankelijke rechter, noodzakelijk. De Raad adviseert het voorstel dienovereenkomstig aan te vullen. 2. Strafbepalingen a. Artikel 31a van de Infectieziektenwet regelt de strafmaat voor overtreding van de bepalingen in de artikelen 18d en 18f van de Infectieziektenwet. Indien de arts de gevraagde gegevens op grond van artikel 18f niet verstrekt, veroorzaakt hij geen gevaar voor anderen op besmetting, hetgeen wel het geval is bij overtreding van de bepalingen in artikel 18d. Gezien de mogelijkheid om op grond van artikel 32 van de Infectieziektenwet een arts, die bepaalde gegevens niet overlegt, een boete op te leggen, past het beter in de systematiek van de Infectieziektenwet om overtreding van artikel 18f te bestraffen met een bestuurlijke boete. Het college adviseert het wetsvoorstel dienovereenkomstig aan te passen. Indien deze bepaling gehandhaafd blijft, dient de toelichting aan te geven waarom gekozen is voor de strafmaat van artikel 31a. b. Bij overtreding van de maatregelen gesteld in artikel 18d van de Infectieziektenwet kunnen straffen worden opgelegd, conform artikel 31a van de Infectieziektenwet. Artikel 18d, eerste lid, onder c, stelt dat een onder medisch toezicht geplaatst persoon contact met personen die niet recentelijk zijn gevaccineerd tegen pokken vermijdt. Gezien het feit dat overtreding kan leiden tot een straf, dient voldoende duidelijk te zijn wat wordt bedoeld met "recentelijk". Volgens de Raad verdient het aanbeveling de term recentelijk in artikel 18d, eerste lid, onder c, nader te omschrijven. 3. Artikelsgewijs, Artikel I a. Onderdeel A voegt in artikel 1, onder m, van de Infectieziektenwet de definitie van de groep van personen in de tweede ring toe. Dit zijn personen, niet zijnde een pokkenpatiënt of een persoon in de eerste ring, met een gezinscontact met een persoon in de eerste ring. Volgens de toelichting is deze begripsomschrijving afgestemd op het Draaiboek Pokkenbestrijding. Daarin is opgenomen dat alle gezins- of daarmee vergelijkbare contacten van de in de eerste ring genoemde personen behoren tot de personen uit de tweede ring.(zie noot 1) Deze omschrijving is ruimer en pas beter bij het bestaan van verschillende vormen van nauw contact. De Raad adviseert in artikel 1, onder m, gezinscontact te vervangen door: gezins- of daarmee vergelijkbare contacten. b. Op grond van artikel 18a, vierde lid, van de Infectieziektenwet geeft de burgemeester in zijn beschikking aan waarop bij de waarneming gelet wordt. Het is niet duidelijk waarom deze bepaling is opgenomen en voor wie deze nadere aanduiding bedoeld is. Het college beveelt aan dit in de toelichting op te nemen. c. In artikel 18d van de Infectieziektenwet staan enige basisregels voor onder medisch toezicht geplaatste personen. De termijn voor het toezicht bedraagt 18 dagen. Deze termijn is gerelateerd aan de duur die voor afzondering geldt (artikel 18b, eerste lid, van de Infectieziektenwet). Gezien het gebrek aan actuele kennis, is de mogelijkheid opgenomen om op aanwijzing van de hoofdinspecteur de termijn voor afzondering te verlengen. Deze mogelijkheid ontbreekt bij medisch toezicht. De Raad beveelt aan de mogelijkheid om de termijn voor medisch toezicht te verlengen op te nemen. d. Op grond van artikel 18h van de Infectieziektenwet is artikel 16, derde lid, van de Infectieziektenwet niet van toepassing bij de bestrijding van pokken. Volgens de toelichting is de aard van het onderzoek niet zeer ingrijpend, omdat om de diagnose te stellen slechts afname van een geringe hoeveelheid bloed nodig is. Het derde lid van artikel 16 heeft betrekking op onderzoeken in het lichaam, die over het algemeen als ingrijpend voor de patiënt worden aangemerkt, waaronder het afnemen van bloed.(zie noot 2) De Raad beveelt aan de toelichting op dit punt aan te passen. e. Een behandelend arts van een pokkenpatiënt of van een persoon in de eerste of tweede ring dient op verzoek van de burgemeester aan de directeur de gegevens die noodzakelijk zijn om de aard en de omvang van het gevaar van verspreiding van pokken vast te stellen, te verstrekken (artikel 18f van de Infectieziektenwet). In artikel 13 van de Infectieziektenwet is een vrijwel gelijkluidende bepaling opgenomen met dezelfde verplichting voor de behandelend arts van een persoon die naar het oordeel van de burgemeester gevaar oplevert voor de overbrenging van een infectieziekte uit groep A of B. De pokkenpatiënt en personen uit de eerste of tweede ring vormen, gezien de besmettelijkheid van pokken, een gevaar voor de overbrenging van pokken, behorend tot groep A. Artikel 18f voegt daarom niets toe aan de bepaling in artikel 13. De Raad adviseert artikel 18f van de Infectieziektenwet te laten vervallen, dan wel in de toelichting aan te geven hoe artikel 18f van de Infectieziektenwet zich verhoudt tot artikel 13 van de Infectieziektenwet. 4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl4 pagina's, pdf Tekst