Raad van State
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit omgevingsrecht, het Besluit milieueffectrapportage en Besluit algemene regels milieu mijnbouw (vergunning aanleg boorgat), met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit omgevingsrecht, het Besluit milieueffectrapportage en Besluit algemene regels milieu mijnbouw (vergunning aanleg boorgat), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 19 september 2016, no.2016001585, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit omgevingsrecht, het Besluit milieueffectrapportage en Besluit algemene regels milieu mijnbouw (vergunning aanleg boorgat), met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit regelt een vergunningplicht voor milieuaspecten van boringen in de opsporingsfase van mijnbouw (het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een boorgat). Aan deze nieuwe vergunningplicht wordt een mer-beoordelingsplicht gekoppeld. Het ontwerpbesluit voorziet daarnaast in een algemeen adviesrecht voor gedeputeerde staten bij omgevingsvergunningen voor mijnbouwwerken.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht met betrekking tot het voorgestelde algemeen adviesrecht voor gedeputeerde staten een dragende motivering aangewezen. Indien die dragende motivering niet kan worden gegeven, adviseert de Afdeling het voorgestelde adviesrecht te schrappen.1. Adviesrecht voor gedeputeerde statenHet ontwerpbesluit regelt dat het college van gedeputeerde staten van de betrokken provincie, net als het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente in de bestaande situatie, een algemeen adviesrecht krijgt met betrekking tot aanvragen voor een omgevingsvergunning ten aanzien van een mijnbouwwerk, indien het gaat om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een boorgat of het winnen van delfstoffen of aardwarmte, waarvoor de minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. (zie noot 1)In de toelichting is vermeld dat het voorgestelde algemene adviesrecht naast een aantal bestaande provinciale adviesrechten komt. Het college van gedeputeerde staten heeft reeds, zoals de toelichting ook opmerkt, beperkte en specifieke adviesrechten bij omgevingsvergunningverlening. (zie noot 2) De Afdeling merkt op dat het college van gedeputeerde staten daarnaast een adviesrecht heeft met betrekking tot aanvragen voor opsporings- en winningsvergunningen op grond van de Mijnbouwwet. (zie noot 3) In het wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet (versterking veiligheidsbelang mijnbouw en regie opsporings-, winnings- en opslagvergunningen) is bovendien voorzien in een adviesrecht voor (onder meer) gedeputeerde staten bij de instemming met winningsplannen. (zie noot 4)De toelichting motiveert het voorgestelde adviesrecht als volgt: "Het is voorstelbaar dat bij het aanleggen van boorgaten en het winnen van delfstoffen of aardwarmte nog andere belangen in het geding zijn, waaronder provinciale ruimtelijke belangen. Een advies met betrekking tot deze belangen kan in het vergunningverleningsproces bijdragen aan een zorgvuldige besluitvorming". (zie noot 5) Hieruit kan worden afgeleid dat de toegevoegde waarde van het voorgestelde adviesrecht voor gedeputeerde staten vooral moet worden gezocht in de behartiging van provinciale ruimtelijke belangen. De Afdeling merkt ten aanzien hiervan het volgende op.De behartiging van provinciale ruimtelijke belangen is thans reeds anderszins gewaarborgd, namelijk via bestemmingplannen. Veelal zal voor mijnbouwactiviteiten, zoals de toelichting ook opmerkt, wijziging van het bestemmingsplan nodig zijn. Gemeenten moeten bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met provinciaal beleid. Verder kunnen provincies (in een verordening) algemene regels stellen over de inhoud van bestemmingsplannen, alsmede daaromtrent onder omstandigheden proactieve en reactieve aanwijzingen geven. (zie noot 6) Provinciale ruimtelijke belangen kunnen met deze bevoegdheden bij de vaststelling van bestemmingsplan worden behartigd, ook als het gaat om het mogelijk maken van mijnbouwactiviteiten. Als echter het bestemmingsplan niet wordt gewijzigd, maar bij de minister een aanvraag wordt ingediend voor een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, vraagt de minister van Economische Zaken aan de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen. (zie noot 7) Volgens de toelichting bij het ontwerpbesluit houdt de gemeenteraad bij het afgeven van zo’n verklaring rekening met de provinciale ruimtelijke verordening. Als een verklaring van geen bedenkingen wordt geweigerd dan is de minister van Economische Zaken gehouden de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan te weigeren. Ook via deze weg zijn provinciale ruimtelijke belangen dus gewaarborgd.Gelet op het vorenstaande is onvoldoende duidelijk welke toegevoegde waarde het voorgestelde algemene adviesrecht van gedeputeerde staten heeft. Daar komt bij dat - zoals in de toelichting bij het ontwerpbesluit is vermeld - de Omgevingswet niet voorziet in algemene adviesrechten voor decentrale overheden (zie noot 8), zodat temeer de vraag rijst welk gewicht toekomt aan de argumenten die ten grondslag liggen aan de introductie in het ontwerpbesluit van een algemeen adviesrecht voor gedeputeerde staten.De Afdeling adviseert in de toelichting met inachtneming van het vorenstaande dragend te motiveren waarom het noodzakelijk is dat het college van gedeputeerde staten een algemeen adviesrecht krijgt voor omgevingsvergunningen voor mijnbouwwerken. Indien die dragende motivering niet kan worden gegeven, adviseert de Afdeling het voorgestelde adviesrecht te schrappen.2.WetstechnischHet aanleggen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat gebeurt met mobiele installaties. (zie noot 9) Mobiele installaties zijn in de systematiek van de Mijnbouwwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aangemerkt als mijnbouwwerken. Artikel 2.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en artikel 4 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm), zoals die thans luiden, regelen dat mobiele installaties en onderzeese installaties zijn uitgezonderd van onderscheidenlijk de omgevingsvergunningplicht voor het oprichten en in werking hebben van een mijnbouwwerk op grond van de Wabo en de mijnbouwmilieuvergunningplicht op grond van de Mijnbouwwet. (zie noot 10), (zie noot 11) Degene die het voornemen heeft om een boorgat aan te leggen moet dat thans voor de aanvang van de werkzaamheden melden aan de minister van Economische Zaken. (zie noot 12) Het Barmm geeft algemene regels voor mobiele installaties en onderzeese installaties. (zie noot 13)Het ontwerpbesluit regelt dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een boorgat met een mobiele installatie in de opsporingsfase een vergunningplicht zal gaan gelden, en dat dus niet meer met een melding zal kunnen worden volstaan. (zie noot 14) De algemene regels van het Barmm blijven wel van toepassing. De invoering van deze vergunningplicht wordt in het ontwerpbesluit geregeld door wijzigingen- van artikel 2.5 van het Bor en de artikelen 4 en 5 van het Barmm - die ertoe leiden dat uitzonderingen van uitzonderingen van de vergunningplichten worden geformuleerd. Dat maakt dat de regelingen lastig leesbaar zijn.De Afdeling adviseert te bezien of de desbetreffende artikelen zo kunnen worden geredigeerd dat daarin enkel nog de uitzonderingen op de vergunningplicht zijn genoemd - te weten mobiele installaties waarmee bij de opsporing een boorgat wordt getest, onderhouden, gerepareerd of buiten gebruik wordt gesteld en onderzeese installaties voor opsporing -, en zo mogelijk om het ontwerpbesluit aan te passen.3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De vice-president van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst