Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet van het lid Hillen, houdende wijziging van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001, inzake afbouw eigenwoningforfait bij aflossing hypotheekschuld, met memorie van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet van het lid Hillen, houdende wijziging van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001, inzake afbouw eigenwoningforfait bij aflossing hypotheekschuld, met memorie van toelichting.Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 30 oktober 2001, heeft de Tweede Kamer bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Hillen, houdende wijziging van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001, inzake afbouw eigenwoningforfait bij aflossing hypotheekschuld, met memorie van toelichting.Het wetsvoorstel beoogt het eigenwoningforfait niet groter te doen zijn dan het bedrag van de aftrekbare rente op schulden in verband met de eigen woning. Wanneer derhalve het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare rente, wordt dat forfait verminderd tot de renteaftrek. De bezitter van een eigen woning zonder hypotheek betaalt derhalve geen eigenwoningforfait.Blijkens de memorie van toelichting is het doel de aflossing van de hypotheekschuld te stimuleren.Het voorstel geeft de Raad van State aanleiding tot de volgende opmerkingen.1.Eigen woning bron van inkomsten?De Raad merkt allereerst op, dat het voorstel in strijd is met het systeem van de inkomstenbelasting, waarin de eigen woning als een bron van inkomen wordt aangemerkt. In dit stelsel dienen de voordelen ervan te worden belast, terwijl de kosten kunnen worden afgetrokken. Om het systeem hanteerbaar te maken, wordt deze regeling op een globale wijze, forfaitair, toegepast. In de praktijk betekent dit thans dat maximaal 0,8% van de waarde volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt belast. Naast de kosten die in dat forfait besloten liggen, zijn de financieringskosten van de woning, waarvan de hypotheekrente de belangrijkste is, aftrekbaar. Het op nihil stellen of verlagen van het forfait wanneer er geen of weinig renteaftrek is, past niet in deze systematiek. Deze problematiek is overigens uitvoerig behandeld in bijlage 13 van de Miljoenennota 2001. (zie noot 1)2.Bereikbaarheid doelstellingVervolgens acht de Raad het bereiken van de doelstelling: het doen dalen van de hypotheekschuld door de individuele belastingplichtigen te stimuleren hun hypotheek af te lossen, zeer twijfelachtig. De voorgestelde regeling heeft immers pas effect, wanneer de hypothecaire schuld ver of tot op nihil is gedaald. Gaat men uit van een WOZ-waarde van f.500.000,--, dan bedraagt het eigenwoningforfait f.4.000,--; bij een rente van 6% komt dat overeen met een schuld van nog geen f.70.000,--. Schuldaflossing tot dat bedrag heeft derhalve geen effect. Daarnaast zijn er uiteraard vele andere, in de ogen van de belastingplichtige ongetwijfeld goede, redenen om de hypotheek te behouden. Zou men het houden van hypothecaire schulden willen ontmoedigen, dan ligt een beperking van de renteaftrek eerder voor de hand.3.RechtvaardigingUit de genoemde bijlage bij de Miljoenennota blijkt dat het aantal belastingplichtigen, dat van deze regeling zou profiteren, ongeveer 0,5 miljoen bedraagt, in hoofdzaak ouderen, die hun hypotheek geheel of goeddeels hebben afgelost. Volgens de toelichting zou dit redelijk zijn, omdat deze groep wegens de waardestijging van de huizen een sterk gestegen forfait over in feite dood vermogen moet betalen. Voor het feit dat deze groep gecompenseerd dient te worden, wordt geen rechtvaardiging gegeven. Evenmin wordt toegelicht, welke rechtvaardiging bestaat voor het feit, dat hogere inkomensgroepen met dure huizen zonder noemenswaardige hypotheek het meest van de regeling zouden profiteren. Overigens is de stijging van de WOZ-waarde van de eigen woning onlangs gecompenseerd door een verlaging van het percentage van 1,25 naar 0,8. Een nadere toelichting is wenselijk.4.Relatie hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfaitIn de memorie van toelichting wordt gesteld, dat de fiscale relatie tussen de aftrek van hypotheekrente en het eigenwoning forfait niet steeds bestaan zou hebben. Zolang het huurwaardeforfait bestaat, heeft deze echter ook een fiscale relatie met de aftrek van hypotheekrente. Het college wijst hierbij op het onder punt 1 genoemde systeem van de woning als inkomensbron. De memorie van toelichting verdient aanpassing.5.Aflossen hypotheek op de overwaarde van het eigen huisVolgens de toelichting moet de belastingplichtige in ieder geval ook de hypotheek op de overwaarde van het huis geheel aflossen om van de regeling gebruik te kunnen maken. Dit is slechts ten dele juist. Voor sinds 1996 afgesloten hypotheken geldt uitdrukkelijk dat de rentekosten met betrekking tot de overwaarde die wordt gebruikt voor de financiering van andere uitgaven dan de eigen woning, niet aftrekbaar zijn. In die situatie is er geen invloed op de toepassing van de faciliteit. De toelichting dient te worden gecorrigeerd.6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)