Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding, met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding, met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 9 maart 2017, no.20170000396, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding, met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit wijzigt enkele besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding. (zie noot 1)De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht op twee onderdelen aanvulling van het ontwerpbesluit en de toelichting aangewezen. In de toelichting dient nader te worden ingegaan op de eerder door de regering aangekondigde verdieping van kennis bij de invulling van het participatieverklaringstraject. Daarnaast dienen de voorwaarden waaraan een instantie die keurmerken aan cursusinstellingen verleent moet voldoen in het ontwerpbesluit te worden opgenomen.1.Invulling participatieverklaringstrajectIn de toelichting op het voorstel van wet tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding is, naar aanleiding van het advies van de Afdeling, aangekondigd dat een nadere invulling van het participatieverklaringstraject, waaronder de invulling van de inleiding op de kernwaarden nader vorm zal krijgen in het Besluit inburgering. (zie noot 2) In dat advies had de Afdeling gewezen op de mogelijke dubbeling van het participatieverklaringstraject met het in het buitenland af te leggen basisexamen inburgering. In reactie hierop heeft de regering uiteengezet dat de, voor een groot deel van de doelgroep verplichte, inburgering in het buitenland weliswaar een zekere basiskennis biedt van de Nederlandse kernwaarden, maar dat deze verder uitgebouwd moet worden in Nederland. Zij merkte daarbij op dat in het basisexamen inburgering buitenland slechts beperkt aandacht wordt besteed aan de Nederlandse kernwaarden. "Gezinsmigranten hebben voorafgaand aan hun komst naar Nederland nauwelijks behoefte aan informatie over normen en waarden, staatsinrichting en het sociaal maatschappelijk leven. (…) De regering acht het van belang dat gezinsmigranten in Nederland, na het afleggen van het basisexamen in het buitenland, opnieuw worden geïnformeerd over hun rechten en plichten en er een verdieping plaatsvindt in hun kennis over de basisprincipes van de Nederlandse samenleving. Het participatieverklaringstraject dat door de nieuwkomers in het eerste jaar na vestiging moet worden doorlopen, richt zich daarom hierop." (zie noot 3)De Afdeling merkt op dat het ontwerpbesluit, dat invulling zou moeten geven aan deze nadere verdieping, slechts bepaalt dat de inburgeringsplichtige in het participatie-verklaringstraject kennis van de Nederlandse kernwaarden verwerft, daartoe deelneemt aan een door of namens het college aangeboden inleiding op die kernwaarden en het ondertekenen van de participatieverklaring. (zie noot 4) In de toelichting wordt opgemerkt dat gemeenten grotendeels vrij zijn in welke vorm zij de inleiding in de Nederlandse kernwaarden aanbieden, dat dit bijvoorbeeld door middel van een workshop, een gesprek of dialoog kan plaatsvinden en dat het participatieverklaringstraject minimaal een dagdeel, maar ook meerdere dagdelen kan beslaan. (zie noot 5)De geschetste opzet van het traject komt neer op aanwezigheidsplicht bij een bijeenkomst waarin een beknopte uiteenzetting van de Nederlandse kernwaarden gegeven wordt en een verklaring ondertekend wordt. (zie noot 6) Dat is ontoereikend om de beoogde verdieping aan te brengen in de kennis over de in Nederland geldende kernwaarden - vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie (zie noot 7) - en daaraan een verplichte verklaring van respect voor die waarden te verbinden.Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling in de toelichting grondiger in te gaan op de wijze waarop - in overleg met de gemeenten - een betekenisvolle invulling zal worden gegeven aan de beoogde verdieping en een en ander in het ontwerpbesluit neer te leggen.2.Voorwaarden/eisen aan te wijzen instantieArtikel 12a van de Wet inburgering geeft de bevoegdheid om regels te stellen omtrent de aanwijzing van een instelling en de verlening van een keurmerk aan cursusinstellingen. In artikel 4.1a, zevende lid, van het ontwerpbesluit wordt hieraan uitvoering gegeven door te bepalen dat bij ministeriële regeling een instantie kan worden aangewezen die zo’n keurmerk aan de cursusinstellingen afgeeft.De Afdeling merkt op dat het ontwerpbesluit geen voorwaarden of eisen bevat waaraan een instantie moet voldoen om door de minister te kunnen worden aangewezen. Wat die voorwaarden betreft, kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bepaalde mate van onafhankelijkheid van de instanties die keurmerken afgeven.Om blanco doordelegatie van bevoegdheden te voorkomen adviseert de Afdeling alsnog de voorwaarden in het ontwerpbesluit op te nemen waaraan een instantie moet voldoen opdat de minister tot aanwijzing kan overgaan. (zie noot 8)De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De vice-president van de Raad van State
Documenten (1)