Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet houdende bepalingen verband houdende met de detentie en berechting in Nederland, in overeenstemming met Resolutie XX (2006), aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tijdens zijn YYYYe vergadering op ZZ ZZ 2006, van Charles Taylor door het Sierra Leone Tribunaal (Wet Sierra Leone Tribunaal), met memorie van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet houdende bepalingen verband houdende met de detentie en berechting in Nederland, in overeenstemming met Resolutie XX (2006), aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tijdens zijn YYYYe vergadering op ZZ ZZ 2006, van Charles Taylor door het Sierra Leone Tribunaal (Wet Sierra Leone Tribunaal), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 19 juni 2006, no.06.002181, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende bepalingen verband houdende met de detentie en berechting in Nederland, in overeenstemming met Resolutie XX (2006), aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tijdens zijn YYYYe vergadering op ZZ ZZ 2006, van Charles Taylor door het Sierra Leone Tribunaal (Wet Sierra Leone Tribunaal), met memorie van toelichting. Op 16 januari 2002 hebben de Verenigde Naties en Sierra Leone bij verdrag een Special Court for Sierra Leone opgericht. Dit Hof is gemengd nationaal en internationaal samengesteld; het heeft tot taak recht te spreken over de belangrijkste verantwoordelijken voor ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, gepleegd in Sierra Leone vanaf 30 november 1996.(zie noot 1) Het Hof kan niet de doodstraf opleggen.(zie noot 2) Tussen 1991 en 2002 woedde er een burgeroorlog in Sierra Leone. Charles Taylor, president van Liberia van 1997 tot 2003, wordt ervan verdacht tijdens deze burgeroorlog een groot aantal misdrijven te hebben gepleegd. Hij is in staat van beschuldiging gesteld en wordt sinds 29 maart 2006 gevangen gehouden in Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Het Hof is van oordeel dat een proces tegen Charles Taylor in Sierra Leone de politieke stabiliteit van het land zou kunnen bedreigen. Daarom is gezocht naar mogelijkheden om het proces in het buitenland te houden. Nederland was onder voorwaarden bereid er mee in te stemmen dat het proces op Nederlands grondgebied plaatsvindt. Het Internationaal Strafhof in Den Haag zal het Hof onderdak en faciliteiten bieden. Op 16 juni 2006 heeft de Veiligheidsraad resolutie 1688 (2006) aangenomen, die de juridische basis verschaft voor het berechten van Charles Taylor in Nederland.(zie noot 3) Op basis van deze resolutie is hij op 20 juni naar Nederland overgebracht. De resolutie is gebaseerd op hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties. Verder heeft het Koninkrijk een zetelverdrag gesloten met het Hof;(zie noot 4) dit verdrag zal niet worden goedgekeurd.(zie noot 5) Het wetsvoorstel zelf is, zo stelt de toelichting, op korte termijn niet noodzakelijk om het proces hier te laten plaatsvinden: de resolutie van de Veiligheidsraad biedt daarvoor de juridische grondslag. De regering acht aanvaarding van het wetsvoorstel wel wenselijk uit een oogpunt van helderheid en om te voorzien in enkele heel specifieke behoeften. De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen. 1. Grondwettelijke aspecten a. Het Hof is opgericht bij verdrag tussen de Verenigde Naties en Sierra Leone mede op basis van resolutie 1315 (2000) van de Veiligheidsraad,(zie noot 6) zodat de oprichting haar grondslag vindt in het Handvest van de Verenigde Naties. De bevoegdheid van het Hof om op Nederlands grondgebied een strafproces te voeren, met uitsluiting van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, berust op resolutie 1688 (2006) van de Veiligheidsraad. Het gaat hier derhalve om een bevoegdheid tot rechtspraak die in overeenstemming is met artikel 92 van de Grondwet; in zoverre is er geen sprake van ongrondwettigheid. Het Koninkrijk der Nederlanden is verplicht resoluties van de Veiligheidsraad die zijn gebaseerd op hoofdstuk VII van het Handvest uit te voeren, zelfs als er constitutionele beletselen zijn, tenzij ius cogens is geschonden.(zie noot 7) Onder ius cogens moet onder meer worden begrepen de universele bescherming van de fundamentele rechten van de mens.(zie noot 8) Nu - zoals hierna, onder b, nog aan de orde zal komen - in dit geval geen sprake is van schending van ius cogens, kan het Koninkrijk deze resolutie niet toetsen aan het nationale recht. De Nederlandse regering heeft actief meegewerkt aan de totstandkoming van deze resolutie; zonder de instemming van de regering zou de resolutie niet zijn aanvaard. De toelichting gaat dan ook terecht uitvoerig in op de vraag of de resolutie afwijkt van de Grondwet - en of zulke afwijkingen gerechtvaardigd zijn - ook al doet dat niet af aan de verplichting om de resolutie ten uitvoer te leggen. De Raad van State adviseert in de toelichting in te gaan op de basis die de oprichting van het Hof heeft in artikel 92 van de Grondwet, en voorts uiteen te zetten dat de resolutie - ook al wijkt zij af van de Grondwet - ten uitvoer moet en kan worden gelegd, nu zij het ius cogens niet schendt. b. In paragraaf 7 van de resolutie van de Veiligheidsraad wordt uitdrukkelijk bepaald dat het Hof exclusieve rechtsmacht heeft over Charles Taylor. In de toelichting wordt aangenomen dat de resolutie een afwijking betekent van artikel 15 (vrijheidsontneming) en artikel 17 (toegang tot de rechter) van de Grondwet, omdat toegang tot de Nederlandse rechter zal zijn geblokkeerd.(zie noot 9) De Raad brengt onder de aandacht dat aan die bepalingen (en aan daarmee corresponderende bepalingen in mensenrechtenverdragen) wordt voldaan, omdat - zo stelt de toelichting terecht - de detentie van Charles Taylor is bevolen door het Hof, een onafhankelijke rechter, en omdat Charles Taylor aan het Hof zijn invrijheidstelling kan verzoeken. In zoverre is voldaan aan de eisen die gelden bij het opdragen van bevoegdheden tot rechtsprak in de zin van artikel 92 van de Grondwet. Naar de mening van de Raad verzet ius cogens zich daarom niet tegen de uitsluiting van rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De Raad vestigt echter de aandacht op het volgende. Het Hof kan getuigen die voor het Hof verschijnen bestraffen wegens "contempt of court". Daarbij kan het Hof hechtenis van maximaal zes maanden opleggen.(zie noot 10) Ook de artikelen 2 en 3, en indirect artikel 4, van het wetsvoorstel gaan uit van vrijheidsontneming door het Hof en detentie op Nederlands grondgebied van andere personen dan de verdachte, waarbij blijkens de toelichting "kan worden gedacht" aan reeds gedetineerde getuigen. Ook van hen moet worden aangenomen dat zij onder de uitsluitende rechtsmacht van het Hof vallen en geen toegang tot de Nederlandse rechter hebben. De resolutie van de Veiligheidsraad bevat echter alleen een expliciete uitsluiting van de Nederlandse rechtsmacht over Charles Taylor zelf. Dat betekent dat het Hof op Nederlands grondgebied de detentie kan bevelen van personen die zich wellicht zullen willen beroepen op de artikelen 15 en 17 van de Grondwet. De Raad gaat er echter vanuit dat niet bedoeld is dat de Nederlandse rechter als beroepsinstantie kan dienen voor uitspraken van het Hof. De belangrijkste passages van de resolutie van de Veiligheidsraad luiden: "7. Decides that the Special Court shall retain exclusive jurisdiction over former President Taylor during his transfer to and presence in the Netherlands in respect of matters within the Statute of the Special Court, and that the Netherlands shall not exercise its jurisdiction over former President Taylor except by express agreement with the Special Court; "8. Decides further that the Government of the Netherlands shall facilitate the implementation of the decision of the Special Court to conduct the trial of former President Taylor in the Netherlands, in particular by: (a) Allowing the detention and the trial in the Netherlands of former President Taylor by the Special Court; (b) Facilitating the transport upon the request of the Special Court of former President Taylor within the Netherlands outside the areas under the authority of the Special Court; (c) Enabling the appearance of witnesses, experts and other persons required to be at the Special Court under the same conditions and according to the same procedures as applicable to the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia;" Bij het opstellen van de resolutie was bekend dat het Hof bevoegd is, getuigen wegens "contempt of court" tot een vrijheidsstraf te veroordelen. In paragraaf 8 van de resolutie wordt Nederland uitdrukkelijk opgeroepen de uitvoering van het besluit van het Hof om het proces in Nederland te voeren te bevorderen. Zoals in de toelichting wordt geconstateerd wijst het gebruik van het woord "shall" op een juridische verplichting; die is rechtstreeks bindend voor Nederland, nu de resolutie is gebaseerd op hoofdstuk VII van het Handvest. Het Internationale Strafhof is bevoegd, misdrijven tegen de eigen rechtspleging te berechten.(zie noot 11) Datzelfde geldt voor het Joegoslavië-Tribunaal.(zie noot 12) De Raad meent dan ook dat gesproken kan worden van een aanvaarde praktijk dat internationale strafhoven exclusief bevoegd zijn kennis te nemen van misdrijven tegen de eigen rechtspleging, en dat aan de resolutie van de Veiligheidsraad - in het bijzonder paragraaf 8, onderdeel c - deze betekenis toekomt. De Raad adviseert de hiervoor genoemde passage in de toelichting bij te stellen en ook overigens in de toelichting op het voorgaande in te gaan. 2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)