Raad van State
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit premiedifferentiatie WAO (Regres en premievermindering WAO).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit premiedifferentiatie WAO (Regres en premievermindering WAO).Bij Kabinetsmissive van 13 september 2001, no.01 .004341, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit premiedifferentiatie WAO (Regres en premievermindering WAO). 1. De instroom van werknemers in het uitkeringsregime van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) leidt op termijn tot verhoging van de WAO-premie voor de betrokken werkgever. Op grond van artikel 90, eerste lid, WAO heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een verhaalsrecht op degene die in verband met het veroorzaken van ongeschiktheid tot werken jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplicht is (regresrecht). In die gevallen blijft dan echter voor de betrokken werkgever toch de premieverhoging gehandhaafd. Met het ontwerpbesluit wordt beoogd (zie noot 1) om aan deze onbillijkheid een einde te maken. Van de werkgever wordt verwacht dat hij regres neemt voor zijn loondoorbetalingverplichting in het eerste ziektejaar. Van de premieverhoging wordt alleen dan afgezien als de werkgever of de verzekeraar bij wie het risico van de verplichting tot loondoorbetaling in het eerste ziektejaar is ondergebracht, doorbetaald loon met succes heeft verhaald op de veroorzaker van de arbeidsongeschiktheid. (zie noot 2) Deze eis heeft tot gevolg dat de werkgever of de verzekeraar die op grond van een gerechtelijke uitspraak verhaal kan halen maar daarin uiteindelijk niet slaagt, bijvoorbeeld door insolventie van de veroorzaker, toch wordt geconfronteerd met een premieverhoging. Dat geldt ook voor die gevallen waarin het UWV, ondanks eerder door de werkgever dan wel zijn verzekeraar gevoerde juridische procedures die niet tot het gewenste invorderingsresultaat hebben geleid, alsnog met succes verhaal haalt op de veroorzaker waardoor de uiteindelijke WAO-uitkeringslast in dat geval nihil of gering is. Volgens de Raad van State is de uitkomst van de voorgelegde wijziging onbillijk. Uit de toelichting valt niet af te leiden waarom de premieverhoging moet worden gehandhaafd indien de werkgever er niet in slaagt de loonkosten te verhalen als gevolg van omstandigheden buiten hem gelegen of in de gevallen dat het UWV er alsnog in slaagt om de (uitkerings)kosten te verhalen. In de toelichting wordt erop gewezen dat in de gevallen dat een werkgever geen loondoorbetalingverplichting heeft, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv; thans UWV) regres kan nemen. Indien bijvoorbeeld procesrisico's daartoe aanleiding geven, kan door het Lisv worden afgezien van het nemen van regres. Een werkgever die wél een loondoorbetalingverplichting heeft, zal voor eenzelfde afweging komen te staan, te weten enerzijds de hoge proceskosten en het risico dat ondanks deze kosten de procedure uiteindelijk niet tot het verwachte resultaat zal leiden en anderzijds de te verwachten premiereductie. In het bijzonder voor kleine werkgevers zouden de proceskosten prohibitief kunnen zijn. Voor beide gevallen geldt dat de werkgever de arbeidsongeschiktheid van de werknemer niet kan worden tegengeworpen. Desondanks wordt hij geconfronteerd met een premieverhoging, zelfs in die gevallen waarin het UWV alsnog tot verhaal kan overgaan. De Raad beveelt aan om op vorenstaande aspecten in de toelichting in te gaan en te motiveren waarom er niet toe wordt overgegaan om in deze specifieke gevallen (zie noot 3) van premieverhoging af te zien en op die wijze aan eerdergenoemde onbillijkheid een einde te maken. Zo nodig dient het ontwerpbesluit op dit punt te worden gewijzigd. 2. Voor de redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-president van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl3 pagina's, pdf Tekst