Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot de prijsaanduiding van producten ter vervanging van het Besluit prijsaanduiding goederen 1980 in verband met de aanpassing aan de systematiek en de terminologie van de EG-richtlijn betreffende de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (Besluit prijsaanduiding producten 2002).

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot de prijsaanduiding van producten ter vervanging van het Besluit prijsaanduiding goederen 1980 in verband met de aanpassing aan de systematiek en de terminologie van de EG-richtlijn betreffende de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (Besluit prijsaanduiding producten 2002).Bij Kabinetsmissive van 10 oktober 2002, no.02.004620, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels met betrekking tot de prijsaanduiding van producten ter vervanging van het Besluit prijsaanduiding goederen 1980 in verband met de aanpassing aan de systematiek en de terminologie van de EG-richtlijn betreffende de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (Besluit prijsaanduiding producten 2002). Het ontwerpbesluit regelt de bekendmaking van de prijzen aan de consument. Het heeft tot doel de prijzenregelgeving te laten aansluiten bij Richtlijn nr.98/6/EG (hierna: de Richtlijn)(zie noot 1). De implementatietermijn van de Richtlijn is verstreken op 18 maart 2000. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot Bijlage I, categorie E, van het ontwerpbesluit, de los verkochte producten, de koop op afstand, de inwerkingtreding van de wijziging Prijzenwet en het beoogde resultaat. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het besluit wenselijk is. 1. Bijlage I, categorie E Artikel 3, tweede lid, van het ontwerpbesluit biedt de mogelijkheid om af te zien van de aanduiding van de prijs per meeteenheid én de verkoopprijs voor bepaalde in Bijlage I genoemde producten. Voor de categorieën A tot en met D van de bijlage geldt dat sprake is van implementatie van artikel 3, tweede lid, van de Richtlijn. Dit geldt niet voor categorie E. Hetgeen is bepaald in onderdeel E geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen: a. De nota van toelichting vermeldt bij artikel 3, tweede lid, van het ontwerpbesluit dat voor de producten, genoemd in Bijlage I, onder E, gebruik is gemaakt van de vrijstellingsmogelijkheid van artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn. Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn behoeft de prijs per meeteenheid voor de aldaar genoemde producten niet te worden aangeduid. De verkoopprijs moet wél worden vermeld. Nu artikel 3, tweede lid, van het ontwerpbesluit de mogelijkheid biedt om af te zien van de aanduiding van de prijs per meeteenheid én de ver- koopprijs, is het ontwerpbesluit op dit punt in strijd met artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn. Het ontwerpbesluit behoeft op dit punt aanpassing. b. Voorzover de producten bedoeld in categorie E zijn te kwalificeren als "los verkochte producten" in de zin van artikel 2 van de Richtlijn, geldt dat ingevolge artikel 3, derde lid, van de Richtlijn kan worden volstaan met de aanduiding van de prijs per meeteenheid. Nu artikel 3, tweede lid, van het ontwerpbesluit de mogelijkheid biedt om voor deze producten af te zien van de aanduiding van de verkoopprijs én de prijs per meeteenheid, is het ontwerpbesluit in strijd met artikel 3, derde lid, van de Richtlijn. Weliswaar kan ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Richtlijn voor de aldaar genoemde producten vrijstelling van de aanduiding van de prijs per meeteenheid worden verleend, daarvan dient dan te blijken. Het ontwerpbesluit behoeft op dit punt aanpassing. 2. Los verkochte producten (artikel 3, vierde lid) Zoals hiervoor reeds werd aangegeven wordt in de Richtlijn de term "los verkochte producten" gehanteerd en gedefinieerd. Deze term wordt echter niet gehanteerd in het ontwerpbesluit. Naar aanleiding daarvan maakt de Raad de volgende opmerkingen: a. In artikel 3, vierde lid, van het ontwerpbesluit wordt een omschrijving gehanteerd die overeenstemt met hetgeen in artikel 2 van de Richtlijn wordt gedefinieerd als "los verkochte producten". In de toelichting bij artikel 3, vierde lid, wordt opgemerkt dat sprake is van een juridische verfijning ten opzichte van het Besluit prijsaanduiding goederen 1980. Naar het oordeel van de Raad ziet deze bepaling op hetgeen in de Richtlijn wordt aangeduid als "los verkochte producten". De Raad meent dat in deze bepaling sprake is van implementatie van artikel 3, derde lid, van de Richtlijn, te weten dat voor los verkochte producten alleen de prijs per meeteenheid behoeft te worden aangeduid. In de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit ontbreekt een dergelijke verwijzing naar de Richtlijn. Naar het oordeel van de Raad dient de toelichting dienovereenkomstig te worden aangevuld. b. In de toelichting bij artikel 3, vierde lid, van het ontwerpbesluit wordt als voorbeeld genoemd de verkoop van producten op de markt. In artikel 3, tweede lid, Bijlage I, onder E, van het ontwerpbesluit is eveneens sprake van verkoop op de markt. Voorzover deze laatstgenoemde producten zijn te kwalificeren als "los verkochte producten" in de zin van artikel 2 van de Richtlijn, raadt de Raad aan, vanuit het oogpunt van systematiek en toegankelijkheid, deze onder artikel 3, vierde lid, van het ontwerpbesluit te brengen. Hiermee wordt de onder punt 1 van dit advies geconstateerde strijdigheid met de Richtlijn voorkomen. Tevens wordt daardoor duidelijk welk rechtsregime van kracht is voor de diverse, op de markt verkochte producten. De Raad adviseert bovendien de door de Richtlijn gebruikte term "los verkochte producten" in artikel 3, vierde lid, van het ontwerpbesluit over te nemen. 3. Koop op afstand (artikel 5, tweede lid) In de artikelen 1 en 4 van Afdeling 9A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het begrip "prijs" aangeduid als de overeengekomen prijs dan wel de redelijke prijs. Uit de toelichting op deze afdeling kan worden afgeleid dat daarmee de verkoopprijs is bedoeld. De prijs per meeteenheid komt als zodanig niet voor in (de toelichting op) Afdeling 9A BW. Uit de nota van toelichting blijkt dat met artikel 5, tweede lid, van het ontwerpbesluit wordt beoogd (delen van) het ontwerpbesluit van toepassing te laten zijn op de koop op afstand. Dit volgt echter niet uit de tekst van artikel 5, tweede lid, nu (delen van) het ontwerpbesluit van toepassing worden verklaard op de aanduiding van de prijs per meeteenheid. Deze aanduiding behoeft echter ingevolge Afdeling 9A BW niet te worden vermeld. De Raad adviseert de woorden " per meeteenheid" in artikel 5, tweede lid, te schrappen. 4. Inwerkingtreding van wijziging Prijzenwet (artikel 8) Artikel 8 van het ontwerpbesluit voorziet in de inwerkingtreding van de wet van 18 april 2002 houdende de wijziging van de Prijzenwet in verband met de systematiek en terminologie van de EG-richtlijn betreffende de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (Stb.2002, 217). Ondanks de samenhang tussen die wet en het onderhavige ontwerpbesluit adviseert de Raad in verband met de toegankelijkheid van de wet- en regelgeving, de inwerkingtreding van de wet van 18 april 2002 in een afzonderlijk besluit op te nemen. 5. Beoogd resultaat In de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit wordt betoogd dat de gehanteerde werkwijze in lijn is "met het principe dat een juiste implementatie van een richtlijn plaatsvindt indien de met die richtlijn beoogde resultaten worden bereikt". Hiermee wordt de indruk gewekt dat met het besluit van 21 maart 2000 de met de Richtlijn beoogde resultaten kunnen worden bereikt. De Raad heeft voorheen aangegeven dat de Richtlijn, als gevolg van de afwijkende systematiek en terminologie in het besluit van 21 maart 2000, niet volledig wordt geïmplementeerd en dat met het desbetreffende besluit de door de Richtlijn beoogde resultaten niet (kunnen) worden bereikt. De Raad beveelt aan de nota van toelichting op dit punt dienovereenkomstig aan te passen. 6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)