Naar inhoud
Raad van State

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (voorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot blootstelling van werknemers aan risico's van fysische agentia (mechanische trillingen)), met nota van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (voorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot blootstelling van werknemers aan risico's van fysische agentia (mechanische trillingen)), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 25 mei 2005, no.05.001900, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (voorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot blootstelling van werknemers aan risico's van fysische agentia (mechanische trillingen)), met nota van toelichting. De wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) strekt tot implementatie van richtlijn 2002/44/EG(zie noot 1). Deze richtlijn geeft minimumvoorschriften voor bescherming van werknemers tegen overmatige blootstellingen aan trillingen op de werkplaats. De Raad van State maakt een aantal kanttekeningen en is van oordeel dat in ver¬band daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Gezondheidstoezicht a. In het ontwerpbesluit komt op een aantal plaatsen het begrip "gezondheidstoezicht" voor. Dit begrip is noch in de Arbeidsomstandighedenwet 1998, noch in het Arbobesluit gedefinieerd. Richtlijn 2002/44/EG omschrijft dit begrip in artikel 8, eerste lid, tweede alinea, als het toezicht dat ziet op de preventie en vroegtijdige diagnose van iedere aandoening die het gevolg is van blootstelling aan mechanische trillingen. Artikel 8 is geïmplementeerd in artikel 6.11e, dat gaat over het arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Het is van belang dat duidelijk is wat onder het gezondheidstoezicht valt, omdat dat toezicht verplicht is indien de grenswaarden van de trillingen worden overschreden (artikel 8, eerste lid, laatste alinea, van richtlijn 2002/44/EG) en indien er een vrijstelling of ontheffing wordt verleend (artikel 10, derde lid, van richtlijn 2002/44/EG). De Raad adviseert een omschrijving van het begrip "gezondheidstoezicht" op te nemen, dan wel daartoe aansluiting te zoeken bij het arbeidsgezondheidskundig onderzoek. b. De bepalingen betreffende het gezondheidstoezicht zijn volgens de transponeringstabel geïmplementeerd in artikel 6.11e. Hierover merkt de Raad het volgende op. i. In het eerste lid is bepaald dat iedere werknemer die voor de eerste keer belast wordt met werkzaamheden die blijkens de beoordeling gevaren kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid, in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Uit de toelichting kan worden afgeleid dat dit alleen aan de orde is als de werknemer een gerede kans loopt aan mechanische trillingen boven de actiewaarde te worden blootgesteld, overeenkomstig artikel 8, eerste lid, laatste alinea, van richtlijn 2002/44/EG. Indien dat is beoogd, adviseert de Raad artikel 8, eerste lid, dienovereenkomstig in het ontwerpbesluit op te nemen. ii. Artikel 8, tweede lid, van richtlijn 2002/44/EG bepaalt dat van iedere werknemer die een arbeidsgezondheidskundig onderzoek ondergaat, individuele medische dossiers worden aangelegd en bijgehouden en dat die dossiers aan bepaalde eisen moeten voldoen. De toelichting geeft niet aan waar dit in de arbowetgeving is geregeld. De Raad adviseert hierop in de toelichting in te gaan en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen. iii. Volgens de toelichting worden doeltreffende maatregelen genomen om schade voor de veiligheid en gezondheid van werknemers te voorkomen, indien de uitslag van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek daartoe aanleiding geeft. Dit volgt uit het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998. Het is echter niet duidelijk of deze doeltreffende maatregelen overeenkomen met de maatregelen die de werkgever moet treffen op grond van artikel 8, derde lid, onderdeel c, van richtlijn 2002/44/EG. De Raad adviseert hierop in de toelichting in te gaan en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen. iv. Uit het ontwerpbesluit volgt niet dat bepaalde maatregelen moeten worden genomen als de oorzaak van de ziekte of de schadelijke invloed, bedoeld in artikel 6.11e, vierde lid, door een arts of een andere deskundige op het gebied van de arbeidsgezondheidszorg is vastgesteld. Dit volgt echter wel uit artikel 8, derde lid, aanhef, van de richtlijn. De Raad adviseert artikel 8, derde lid, aanhef, van richtlijn 2002/44/EG nauwkeurig te implementeren. 2. Maatregelen ter voorkoming of beperking van schadelijke trillingen In artikel 5, eerste lid, van richtlijn 2002/44/EG staat dat bij het voorkomen of beperken van mechanische trillingen de werkgever de risico’s van blootstelling bij voorkeur aan de bron dient weg te nemen of tot een minimum dient te beperken. Daarbij dient de stand van de techniek steeds in acht te worden genomen en dient rekening te worden gehouden met de beschikbaarheid van maatregelen om het risico van blootstelling aan mechanische trillingen aan de bron te bestrijden. Het vierde lid van artikel 5 van de richtlijn bepaalt dat de werkgever de maatregelen die hij neemt, afstemt op de behoeften van werknemers met een verhoogd risico. Artikel 5, eerste en vierde lid, van de richtlijn komt alleen in de toelichting op artikel 6.11c aan de orde, maar is niet opgenomen in het ontwerpbesluit. De Raad acht implementatie van twee bepalingen noodzakelijk, aangezien deze verplichtingen voor particulieren met zich brengen. De Raad adviseert artikel 5, eerste en vierde lid, van richtlijn 2002/44/EG alsnog in het ontwerpbesluit op te nemen. 3. Afwijkingen In artikel 9.17a en 9.17b zijn afwijkingen opgenomen van de verplichting om geen trillingen toe te staan die boven de grenswaarde uitkomen. Dit is gebaseerd op artikel 10, eerste lid, respectievelijk tweede lid, van richtlijn 2002/44/EG. Artikel 10, derde lid, van richtlijn 2002/44/EG bepaalt dat aan de afwijkingen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel, voorwaarden zijn verbonden. Deze houden in dat de uit de afwijkingen voortvloeiende risico's tot een minimum worden beperkt en dat de betrokken werknemers onder verscherpt gezondheidstoezicht staan. Deze twee voorwaarden zijn wel opgenomen in artikel 9.17b, maar niet in artikel 9.17a. Daarentegen zijn deze voorwaarden ten onrechte vermeld in de toelichting op artikel 9.37, dat de overgangsregeling betreft. Deze overgangsregeling is gebaseerd op artikel 9 van richtlijn 2002/44/EG, waarin de voorwaarden niet staan. Bovendien moeten de afwijkingen om de vier jaar opnieuw worden bezien en moeten zij worden ingetrokken zodra de omstandigheden waardoor zij gerechtvaardigd werden, ophouden te bestaan. Dit is wel bij de toelichting op artikel 9.17b, maar niet bij 9.17a opgenomen. De Raad adviseert artikel 10, derde lid, van richtlijn 2002/44/EG nauwkeurig te implementeren in artikel 9.17a en de toelichtingen op de artikelen 9.17a en 9.37 aan te passen. 4. Overleg met sociale partners Ingevolge artikel 9 en 10 van richtlijn 2002/44/EG worden de overgangsperiode en de afwijkingen na raadpleging van de sociale partners vastgesteld. De artikelen 9.17a en 9.17 respectievelijk 9.37 vormen de implementatie van de artikelen 9 respectievelijk 10. Volgens paragraaf 1.8 van de toelichting is er geen advies van de SER gevraagd op grond van artikel 1:7, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het ontwerpbesluit slechts betrekking heeft op de noodzakelijke implementatie van de richtlijn. Artikel 1:7, eerste lid, Awb betreft de situatie van gebonden implementatie. In zo'n geval zou het voeren van overleg, gelet op het karakter van die implementatie, niet leiden tot een ander resultaat. De artikelen 9 en 10 van de richtlijn laten wel beleidsruimte voor de lidstaten en geven expliciet aan dat de sociale partners geraadpleegd moeten worden. Daarom is artikel 1:7, eerste lid, Awb daarop niet van toepassing. De Raad adviseert alsnog met de sociale partners over artikel 9.37 overleg te voeren en in de toelichting aan te geven hoe de relevante sociale partners worden betrokken bij de toepassing van de artikelen 9.17a en 9.17b. 5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)