Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake experimenten op het gebied van kwalificaties en opleidingen, met memorie van toelichting.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake experimenten op het gebied van kwalificaties en opleidingen, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 22 september 2004, no.04.003649, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, drs. M. Rutte, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake experimenten op het gebied van kwalificaties en opleidingen, met memorie van toelichting. Het voorstel roept een wettelijke grondslag in het leven om experimenten in het middelbaar beroepsonderwijs mogelijk te maken. Deze hebben tot doel de kwalificatiestructuur te vereenvoudigen, de doorstroming vanuit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) naar middelbaar beroepsonderwijs (mbo) te verbeteren en voortijdig schoolverlaten te voorkomen. In het schooljaar 2004-2005 vinden in het kader van de vereenvoudiging van de kwalificatiestructuur reeds experimenten plaats op basis van een tijdelijke ministeriële regeling. De Raad van State kan zich vinden in het uitgangspunt om, alvorens te besluiten tot vernieuwing van de kwalificatiestructuur, proefondervindelijk te onderzoeken hoe deze het best kan worden vormgegeven, maar maakt opmerkingen over de wijze van evaluatie en de deelname aan de tijdelijke ministeriële regeling. In verband hiermee acht hij enige aanpassing van het voorstel wenselijk. 1. Wijze van evaluatie Het voorstel bevat geen regeling voor de wijze waarop evaluatie van de experimenten plaatsvindt en de termijn waarbinnen een eindevaluatie moet plaatsvinden; evenmin wordt een instantie aangewezen die de evaluatie zal uitvoeren. Volgens paragraaf 7 van het algemeen deel van de toelichting vindt een tussentijdse jaarlijkse evaluatie van de stand van zaken plaats door het “Gemeenschappelijk procesmanagement herontwerp kwalificatiestructuur/ beroepsonderwijs”. Dit is een samenwerkingsverband tussen het “Procesmanagement herontwerp beroepsonderwijs” van de BVE-Raad, en het “Procesmanagement kwalificatiestructuur” van de vereniging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, de Vereniging Colo. Dit gemeenschappelijk procesmanagement is volgens paragraaf 6 van het algemeen deel van de toelichting tevens door de minister gemandateerd om aanvragen voor experimenten te beoordelen, goed te keuren of af te wijzen. Voorts stelt dit gemeenschappelijk procesmanagement blijkens paragraaf 4 van de toelichting aanvullende middelen ter beschikking voor het ontwikkelen van experimentele opleidingen. De tussentijdse voortgangsrapportages vinden dus plaats door de organisatie die de experimenten heeft goedgekeurd. De Raad betwijfelt of daardoor steeds de voor de vereiste objectiviteit passende afstand is gegarandeerd bij de evaluatie van de experimenten. Dit klemt te meer nu het voorstel noch de toelichting de criteria bevatten waaraan de bij de experimenten opgedane ervaring wordt getoetst. Het gaat hier bovendien, zoals de toelichting schetst, om een majeure en complexe operatie. Daarom verdient het naar het oordeel van de Raad aanbeveling om in het voorstel een bepaling op te nemen die voorziet in een onafhankelijke evaluatie na afloop van de experimenten. Indien ervoor wordt gekozen een dergelijke bepaling niet op te nemen, zal de toelichting moeten ingaan op de wijze waarop de objectiviteit van de evaluatie wordt gewaarborgd. De Raad adviseert in het voorstel een dergelijke bepaling op te nemen. 2. Werking ministeriële regeling Gedurende het schooljaar 2004-2005 vinden op basis van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004-2005(zie noot 1) al experimenten plaats met een vereenvoudigde kwalificatiestructuur. Uit de toelichting blijkt niet om welke opleidingen en niveaus het hier gaat en hoeveel instellingen en leerlingen hierbij betrokken zijn. De Raad acht de desbetreffende informatie van belang omdat deze gegevens een indicatie kunnen geven van de belangstelling bij het beroepsonderwijs voor de vereenvoudigde kwalificatiestructuur. De Raad adviseert de toelichting met deze gegevens aan te vullen. 3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)