Raad van State
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2000).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2000).Bij Kabinetsmissive van 17 november 1999, no. 99.005393, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting, houdende nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2000). Het wetsvoorstel is een vervolg op de herziening van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet BO), waarbij er voor is gekozen de handhaving van verordeningen van de bedrijfslichamen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie voortaan hoofdzakelijk tuchtrechtelijk in plaats van strafrechtelijk te laten plaatsvinden.(zie noot 1) Ingevolge het nieuwe artikel 104 Wet BO - dat tegelijk met het onderhavige wetsvoorstel in werking zal treden - kunnen bij verordening overtredingen van die verordening worden aangewezen als feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel kan worden opgelegd, dan wel als strafbare feiten, waarbij dat laatste slechts kan gebeuren, indien dat nodig is voor de bescherming van de door de betrokken bepaling beschermde belangen. 1. In Hoofdstuk 4 van het algemeen deel van de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat de instelling van tuchtgerechten bij wet voorkomt dat het gerecht wordt aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is de vraag of dit juist is. Dat de tuchtgerechten met rechtspraak zijn belast en dat zij bij wet worden ingesteld, staat buiten kijf. Het is echter de vraag of zij ook «onafhankelijk» zijn in de zin van artikel 1:1, tweede lid, onderdeel c, Awb. In de toelichting op artikel 1:1 Awb wordt, waar het gaat over de vraag of tuchtgerechten in eerste aanleg onder de uitzondering van onderdeel c vallen, slechts opgemerkt dat zij voorzover zij niet voldoen aan de elementen van die bepaling bestuursorgaan zijn.(zie noot 2) De jurisprudentie over deze bepaling biedt weinig houvast. Nu kennelijk onwenselijk wordt geacht dat de tuchtgerechten als bestuursorgaan aangemerkt kunnen worden, adviseert de Raad van State het wetsvoorstel op dit punt aan te passen. 2. Ingevolge artikel 13, tweede lid, van het wetsvoorstel, wordt aan de opgeroepen getuigen en deskundigen ten laste van het betrokken bedrijfslichaam een vergoeding toegekend. Deze vergoeding wordt door de Sociaal-Economische Raad (SER) bij verordening vastgesteld (derde lid). In artikel 13 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie (hierna: Wet tbo) wordt wat betreft de vergoeding van getuigen en deskundigen verwezen naar de Wet tarieven in strafzaken. Onduidelijk is waarom dit in het wetsvoorstel niet is gebeurd, nu in de toelichting op artikel 13 wordt opgemerkt dat de SER zich bij het vaststellen van de verordening zal laten leiden door deze wet. De Raad adviseert hierop ten minste in de memorie van toelichting in te gaan. 3. Ingevolge artikel 43 van het wetsvoorstel komen de opbrengsten van de geldboeten toe aan het betrokken bedrijfslichaam. Hiermee komt de nu in artikel 36 Wet tbo neergelegde verplichting te vervallen om aan deze opbrengsten een bijzondere bestemming te geven die de goedkeuring behoeft van de SER. Dit hangt volgens de toelichting samen met het feit dat de bedrijfslichamen - anders dan nu het geval is - verplicht zullen worden een tuchtgerecht te «onderhouden» en de kosten daarvoor te dragen. De Raad merkt op dat de opbrengsten van de geldboeten die kosten te boven kunnen gaan. Mede gelet op het feit dat aan het huidige artikel 36 Wet tbo de gedachte ten grondslag ligt dat voorkomen moet worden dat een lichaam zich instelt op het verkrijgen van opbrengsten uit de overtredingen van zijn bedrijfsgenoten,(zie noot 3) ligt het voor de hand om te bepalen dat dit «surplus» een - door de SER goed te keuren - bijzondere bestemming krijgt.(zie noot 4) De Raad adviseert artikel 43 van het wetsvoorstel in deze zin aan te passen. 4. Slechts één andere wet - de Landbouwkwaliteitswet - wordt aan het wetsvoorstel aangepast (artikel 46 van het wetsvoorstel). Ook in andere wetten, zoals de Loodsenwet en de Meststoffenwet, wordt echter verwezen naar de Wet tbo. Het verdient aanbeveling ook deze regelingen aan te passen. 5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl4 pagina's, pdf Tekst