Naar inhoud
Raad van State

Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars teneinde kunstenaars met een eigen woning niet langer van een beroep op de Wet inkomensvoorziening kunstenaars uit te sluiten.

Jaar: 2019 Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars teneinde kunstenaars met een eigen woning niet langer van een beroep op de Wet inkomensvoorziening kunstenaars uit te sluiten.Bij Kabinetsmissive van 17 december 1999, no. 99.006160, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars teneinde kunstenaars met een eigen woning niet langer van een beroep op de Wet inkomensvoorziening kunstenaars uit te sluiten. De Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK) staat nu niet open voor kunstenaars die vermogen hebben in de vorm van beroepsvermogen of van een eigen woning. Inmiddels is gebleken dat daaraan wel behoefte bestaat. Daarom wordt nu een wijziging van de WIK voorgesteld die leidt tot het buiten beschouwing laten van zulk vermogen, in het bijzonder door voor de overwaarde van de eigen woning een krediethypotheek aan de kunstenaar te verschaffen. Deze kan dan jaarlijks tot maximaal het krachtens de WIK toekomende bedrag lenen. De Raad van State maakt hierna enkele opmerkingen over de vermogenstoets bij het geven van toegang tot de WIK en over het kostenbeloop bij het toestaan van krediethypotheken. 1. Met het wijzigingsvoorstel wordt bevorderd dat kunstenaars die vermogen hebben dat noodzakelijk is voor hun beroepsuitoefening eveneens voor WIK-uitkeringen in aanmerking komen. Daarvoor biedt het voorstel een in algemene termen omschreven vermogenstoets (zie noot 1). In aansluiting hierop biedt alleen de memorie van toelichting een verdere invulling van die toets onder vermelding van atelierruimte en oefenruimte. De Raad merkt hierbij op dat de bedoelde vermogenstoets vraagt om nadere regels, in het bijzonder als het gaat om vermogen dat zowel privé als beroepshalve wordt benut, zoals verkoopbare kunst in woonvertrekken en de ontvangstruimte voor zowel privé- als zakenrelaties. Daarbij doet zich de vraag voor, in hoeverre aansluiting zal worden gezocht bij het onderscheid tussen privé- en beroepsvermogen dat de fiscus reeds hanteert. Met het geven van die nadere regels alleen in de toelichting dient, mede gelet op aanwijzing 214 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, niet te worden volstaan. Het college beveelt aan de bedoelde regelgeving tot stand te brengen en daarbij aandacht te besteden aan het hiervoor bedoelde onderscheid tussen vermogensbestanddelen dat de fiscus reeds hanteert. 2. Ingevolge artikel 8, derde lid, komen nader genoemde kosten van de krediethypotheek voor rekening van de kunstenaar, zij het dat die kosten ten laste kunnen worden gebracht van de krediethypotheek. Deze kosten moeten echter in verhouding staan tot de korte periode van vier jaar waarover WIK-uitkeringen ontvangen kunnen worden. Voorts merkt de Raad op dat niet duidelijk is of rente over de ten laste van de krediethypotheek opgenomen bedragen verschuldigd kan zijn en of een beschikbaarheidsprovisie verschuldigd is. De Raad adviseert in de toelichting aan te geven hoe deze bijkomende kosten en renten zich verhouden tot de bedragen die krachtens de WIK worden uitgekeerd. Zo nodig ware in de regeling zelf een toereikende beperking hiervan op te nemen. 3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Documenten (1)