Raad van State
Voorstel van wet houdende wijziging van de voorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, met memorie van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende wijziging van de voorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 2 november 2005, no.05.004077, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de voorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, met memorie van toelichting.Het wetsvoorstel voorziet in een basis voor het uitvoeren en implementeren van Europese voorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en het intrekken van de nationale bepalingen die strijdig zijn met de huidige Europese voorschriften. De huidige voorschriften inzake dierlijke bijproducten die thans in de Destructiewet zijn opgenomen, worden ook in de Gwwd ingepast, waarmee de Destructiewet kan worden ingetrokken.De Raad onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt enkele opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee het wetsvoorstel enige aanpassing behoeft.1. Gedelegeerde EG-verordening en gedelegeerde EG-richtlijnIn het voorgestelde artikel 81a, eerste lid, onderdeel c, wordt een definitie gegeven van "gedelegeerde EG-verordening, gedelegeerde EG-richtlijn of EG-beschikking".Deze rechtsfiguren worden niet als zodanig genoemd in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, waarin de rechtsinstrumenten van de instellingen van de Europese Unie worden opgesomd.Deze termen kunnen verwarring wekken en hebben geen toegevoegde waarde.De Raad adviseert daarom deze termen achterwege te laten.2. Erkenning van verwerkingsbedrijfOp grond van het voorgestelde artikel 81e van de Gwwd wordt in afdeling 3 van de Gwwd onder ondernemer verstaan: een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie door de minister een erkenning voor een categorie 1-verwerkingsbedrijf of een categorie 2-verwerkingsbedrijf is verleend.a. Regels met betrekking tot het verlenen van erkenningen zullen worden opgenomen in uitvoeringsregels op basis van het voorgestelde artikel 81c van de Gwwd. In het wetsvoorstel zelf dient echter te worden bepaald op grond waarvan de minister een erkenning kan verlenen; dit kan niet geheel worden overgelaten aan lagere wetgeving.b. Verder merkt de Raad op dat op grond van de artikelen 13 en 17 van verordening 1774/2002(zie noot 1) een erkenning wordt verleend aan een verwerkingsbedrijf. Artikel 5 van de Destructiewet bepaalt dat een verwerkingsbedrijf een vergunning nodig heeft. Het gaat erom dat thans het verwerkingsbedrijf en niet de ondernemer een beschikking krijgt om dierlijke bijproducten te mogen verwerken. Gelet op het uitgangspunt van voortzetting van het bestaand beleid, alsmede de noodzaak zo dicht mogelijk de tekst van de verordening te blijven, zal de erkenning aan de onderneming en niet aan de ondernemer moeten worden afgegeven.De Raad adviseert het voorgestelde artikel 81e van de Gwwd op de twee bovengenoemde punten aan te passen.3. Afwijking van de wetIngevolge het vijfde lid van het voorgestelde artikel 81f van de Gwwd kunnen in afwijking van het eerste lid van dat artikel bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot situaties waarin de ondernemer als gevolg van overmacht niet in staat is het categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal te verwerken. Volgens de toelichting gaat het om noodsituaties, zoals dierziektecrises of natuurrampen.Uit de aard van noodsituaties blijkt dat de afwijking doorgaans van tijdelijke aard zal zijn en daarom ligt het in de rede deze tijdelijkheid in de wet tot uitdrukking te brengen. Nu volgt dit niet uit de tekst van het vijfde lid.De Raad adviseert de tijdelijkheid van de afwijkingsmogelijkheid in het voorgestelde artikel 81f, vijfde lid, van de Gwwd tot uitdrukking te brengen en daarbij te bepalen dat de afwijking niet langer zal gelden dan de situatie vereist.4. DelegatieHet derde en het vierde lid van het voorgestelde artikel 81g van de Gwwd maken het mogelijk bij ministeriële regeling regels te stellen voor het onder bepaalde voorwaarden niet van toepassing zijn van de verplichting tot het ter beschikking stellen en het afstaan van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal, respectievelijk voor het ter beschikking stellen, afstaan, ophalen en verwerken van dat materiaal. Deze onderwerpen zijn thans geregeld in artikel 13, zesde lid, en artikel 12, tweede en derde lid, van de Destructiewet. Daarin is geen delegatie van regelgevende bevoegdheid aan de minister opgenomen.De toelichting vermeldt niet waarom in het wetsvoorstel voor alle in het voorgestelde artikel 81g van de Gwwd genoemde onderwerpen gekozen is voor delegatie aan de minister.De Raad adviseert de toelichting aan te vullen en zo nodig de delegatie te heroverwegen.5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst