Raad van State
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels ten aanzien van faunabeheereenheden en faunabeheerplannen (Besluit faunabeheer).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende regels ten aanzien van faunabeheereenheden en faunabeheerplannen (Besluit faunabeheer).Bij Kabinetsmissive van 24 februari 2000, no.00.000873, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende regels ten aanzien van faunabeheereenheden en faunabeheerplannen (Besluit faunabeheer).Het ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van de - op dit moment nog niet in werking getreden - artikelen 29 en 30 van de Flora- en faunawet.(zie noot 1) In deze artikelen is bepaald dat nadere regels worden gesteld over de erkenning van samenwerkingsverbanden van jachthouders als zogenoemde faunabeheereenheden en over de eisen waaraan faunabeheerplannen - dit zijn de plannen op basis waarvan de faunabeheereenheden handelen - moeten voldoen.De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.1. In artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het ontwerpbesluit is bepaald dat de binnen het werkgebied van het samenwerkingsverband gelegen gronden waarop de in de faunabeheereenheid samenwerkende jachthouders gerechtigd zijn tot het genot van de jacht een oppervlakte hebben van ten minste 5.000 hectare. In de nota van toelichting wordt opgemerkt dat in bepaalde beheerssituaties samenwerking binnen een groter verband noodzakelijk kan zijn; dit is onder meer het geval voor het beheer van hoefdieren in een voedselarm gebied.(zie noot 2) Het lijkt wenselijk om de erkenning van een faunabeheereenheid te kunnen weigeren, als zich de situatie voordoet dat de oppervlakte van de gronden weliswaar groter is dan 5.000 hectare, maar kleiner dan de voor de beheerssituatie noodzakelijke. Hiervoor biedt het ontwerpbesluit echter geen mogelijkheid.De Raad adviseert hierin alsnog te voorzien.2. In artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het ontwerpbesluit is bepaald dat de binnen het werkgebied van het samenwerkingsverband gelegen gronden waarop de in de faunabeheereenheid samenwerkende jachthouders gerechtigd zijn tot het genot van de jacht ten minste 75% van de totale oppervlakte van het werkgebied van het samenwerkingsverband vormen. In het kader van de nota van wijziging waarbij de artikelen 29 en 30 zijn ingevoegd (destijds als de artikelen 27a en 27b) is opgemerkt dat het nodig is dat de bij de faunabeheereenheid aangeslotenen in "ten minste de helft" van het gebied de jachtrechten hebben en ook kunnen uitoefenen.(zie noot 3) Het college adviseert het gesignaleerde verschil weg te nemen, tenzij daarvoor een deugdelijke verklaring in de nota van toelichting kan worden gegeven.3. Ingevolge artikel 8 van het ontwerpbesluit geldt het faunabeheerplan voor ten minste 5.000 hectare van het gehele werkgebied van de faunabeheereenheid. In artikel 5, tweede lid, van het ontwerpbesluit is bepaald dat de oppervlakte van de gronden waarop de in het eerste lid van dat artikel bedoelde jachthouders gerechtigd zijn tot het genot van de jacht, in afwijking van onderdeel a van dat artikellid, kleiner kan zijn dan 5.000 hectare indien daartoe om geografische redenen aanleiding bestaat. Van onderdeel b van artikel 5, eerste lid, kan echter niet worden afgeweken; deze gronden moeten dus ten minste 75% van de totale oppervlakte van het werkgebied van het samenwerkingsverband vormen. Aldus is het niet uitgesloten dat het werkgebied van een faunabeheereenheid kleiner is dan 5.000 hectare. Voor die gevallen zou op grond van artikel 8 van het ontwerpbesluit geen faunabeheerplan kunnen gelden. Dit zou betekenen dat ook geen ontheffing op grond van artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawet kan worden verleend; ingevolge het tweede lid van die bepaling wordt die ontheffing immers slechts verleend op basis van zo’n faunabeheerplan. De Raad adviseert in artikel 8 van het ontwerpbesluit een voorziening voor een dergelijke situatie te treffen.4. In artikel 12 van het ontwerpbesluit is bepaald dat faunabeheereenheden jaarlijks een verslag over hun werkzaamheden in het kader van een goedgekeurd faunabeheerplan aan gedeputeerde staten doen toekomen.In artikel 69, eerste lid, van de Flora- en faunawet is reeds bepaald dat een faunabeheereenheid waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van die wet is verleend, jaarlijks aan gedeputeerde staten verslag uitbrengt van de wijze waarop zij van de ontheffing gebruik heeft gemaakt en van de uitvoering van het faunabeheerplan. Artikel 12 van het ontwerpbesluit heeft dan ook slechts meerwaarde voorzover aan faunabeheereenheden taken zijn toegekend op grond van artikel 67 van de Flora- en faunawet.(zie noot 4)Het college adviseert artikel 12 aan te passen.5. In de nota van toelichting wordt opgemerkt dat een grondgebruiker of diens jachthouder niet aangesloten hoeft te zijn bij een faunabeheereenheid om gebruik te kunnen maken van de ontheffing van die faunabeheereenheid. Zij moeten er dan - zo vervolgt de toelichting - voor zorgdragen dat zij in de ontheffing worden opgenomen als één van de jachthouders die onder het regime van de ontheffing daadwerkelijk mogen zorgdragen voor beheer en schadebestrijding.(zie noot 5)Aldus wordt de indruk gewekt dat de niet bij de faunabeheereenheid aangesloten jachthouders zelfstandig, dus zonder dat zij onder toezicht staan van een jachthouder die wel bij die eenheid is aangesloten, van de ontheffing gebruik kunnen maken. In artikel 68, tweede lid, van de Flora- en faunawet is bepaald dat een ontheffing als hiervoor bedoeld in beginsel slechts wordt verleend aan een faunabeheereenheid. Slechts in drie uitzonderlijke gevallen kan ook aan anderen een dergelijke ontheffing worden verleend (artikel 68, vierde lid, Flora- en faunawet). Als de ontheffing wordt verleend aan de faunabeereenheid, kan zij naar het oordeel van de Raad slechts worden gebruikt door de bij die eenheid aangesloten jachthouders. Er kan dan ook geen sprake van zijn dat andere jachthouders "in de ontheffing worden opgenomen". De suggestie dat dit wel mogelijk zou zijn, dient te worden vermeden. De Raad adviseert de nota van toelichting met het oog hierop aan te passen.6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl6 pagina's, pdf Tekst