- Identifier
- nl.oorg10008.2e.2019.873
- Aanbieder (Naam)
- Raad van State
- Titel
- Nota van wijziging bij het voorstel van wet houdende nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden), met toelichting.
- Beschrijving
- Nota van wijziging bij het voorstel van wet houdende nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden), met toelichting.Bij Kabinetsmissive van 16 februari 2000, no.000748, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en in overeenstemming met de Minister van Financiën bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een nota van wijziging bij het voorstel van wet, houdende nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden), met toelichting. De thans voor advies voorliggende nota van wijziging beoogt in de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet een wettelijke grondslag voor de verplichting tot het opstellen van een financieringsstatuut te creëren. Dat geschiedt door het opnemen van een delegatiebepaling in die wetten, die ertoe strekt dat in de verordeningen terzake van de administratie en de controle bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen moeten worden geregeld. De Raad van State is van oordeel dat de noodzaak van hetgeen in deze nota van wijziging wordt voorgesteld, niet is vast komen te staan. Voorts wordt iets anders voorgesteld dan eerder was aangekondigd. 1. In de delegatiebepalingen wordt de mogelijkheid gecreëerd onderwerpen op te sommen die in de desbetreffende verordeningen moeten worden geregeld en ten aanzien van die onderwerpen regels te stellen. De Raad merkt in dit verband op dat op dit moment reeds inhoudelijke normen worden gesteld met betrekking tot de financiering bij decentrale overheden, onder andere in de ontwerp-Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Indien al behoefte zou bestaan aan aanvullende (inhoudelijke) normstelling zou die bijvoorbeeld in de ontwerp-Wet fido kunnen worden opgenomen. De Raad ziet niet de noodzaak waarom daarnaast een financieringsstatuut verplicht zou moeten worden gesteld. De in de toelichting genoemde onderwerpen die in het financieringsstatuut zouden moeten worden geregeld, zaken als de beleidsmatige uitgangspunten en doelstellingen, het organisatorische kader, planning en control en dergelijke, behoren, zoals ook in de memorie van toelichting bij de Wet fido is gesteld, sinds jaar en dag, gegeven de kaders van de wetgeving terzake - tot de autonomie van de decentrale overheden.(zie noot 1) Gelet op het voorgaande en mede in het licht van aanwijzing 6 van de Aanwijzingen voor de regelgeving is de noodzaak van de voorgestelde bepalingen in deze nota van wijziging niet vast komen te staan en adviseert het college deze nota van wijziging niet in te voeren. Zo het al wenselijk mocht zijn meer (inhoudelijke) normstelling te geven, kan deze worden opgenomen in de daarvoor reeds bestaande kaders. 2. Overigens merkt de Raad nog het volgende op. De voorgestelde delegatiebepalingen ten behoeve van het financieringsstatuut worden ingevoegd in artikelen over de administratie en de controle. Dat wekt bevreemding, nu het financieringsstatuut blijkens de hiervoor aangehaalde passage in de memorie van toelichting bij de ontwerp-Wet fido een veel ruimere strekking heeft. Zo moet het financieringsstatuut volgens de memorie van toelichting mede de normstelling bij het opstellen van de begroting en het jaarverslag geven. De Raad constateert dat de voorgestelde bepalingen het slechts mogelijk maken om regels te stellen voor een verordening inzake administratie en controle. Niet duidelijk wordt uit de toelichting of deze beperking is beoogd en zo ja, wat daarvoor de redenen zijn. In dat licht bezien correspondeert de opmerking in de toelichting bij deze nota van wijziging, dat de voorgestelde bepalingen ertoe strekken het opstellen van een financieringsstatuut verplicht te stellen, niet met de tekst van de voorgestelde bepalingen. De Raad van State heeft mitsdien blijkens het vorenstaande bezwaar tegen de nota van wijziging en geeft in overweging deze niet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De Vice-President van de Raad van State
- Publicatiedatum
- 2019-01-28
- Jaar
- 2019
- Type
- 2e - Advies
- Aanbieder (Code)
- oorg10008
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-03-30
- Aantal pagina's in dossier
- 5