Raad van State
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van spoorwegpersoneel (Besluit spoorwegpersoneel), met nota van toelichting.
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van spoorwegpersoneel (Besluit spoorwegpersoneel), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 11 oktober 2003, no.03.004248 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van spoorwegpersoneel (Besluit spoorwegpersoneel), met nota van toelichting. In het ontwerpbesluit zijn ter uitwerking van bepalingen in de Spoorwegwet nadere regels opgenomen die betrekking hebben op veiligheidsfuncties binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot de functie van conducteur, de te stellen taalvaardigheidseisen, medische en psychologische geschiktheidseisen en de nadere psychologische keuring. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is. 1. Conducteur Artikel 2 van het ontwerpbesluit bevat een opsomming van de andere veiligheidsfuncties dan de functie van machinist binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem. Daar behoort de functie van conducteur niet bij. Het algemene deel van de toelichting zet uiteen dat het bij deze en andere functies niet gaat om een functie waarbij er sprake is van een aanmerkelijke invloed op de veiligheid van het spoorverkeer noch van grote samenhang met of afhankelijkheid van de wel genoemde functies. De Raad heeft er begrip voor dat er bij de aanduiding van veiligheidsfuncties keuzes moeten worden gemaakt. Toch heeft hij behoefte aan een nadere argumentatie wat betreft de functie van conducteur. De conducteur is verantwoordelijk voor het vertrek van personentreinen, terwijl hij tevens belangrijke verantwoordelijkheden draagt bij calamiteiten. Bij dit vertrek hebben zich de laatste jaren enkele ernstige ongelukken voorgedaan. De Raad beveelt aan de toelichting op dit punt aan te vullen. 2. Taalvaardigheidseisen In artikel 13 van het ontwerpbesluit worden voor veiligheidsfunctionarissen taalvaardigheidseisen gesteld die essentieel zijn voor de procescommunicatie. Ingevolge het tweede lid van dat artikel gelden die eisen niet voor personen die de veiligheidsfunctie van gereedschapsmachinist en veiligheidsman uitoefenen. Blijkens de toelichting houdt dit verband met het feit dat voor deze functionarissen procescommunicatie geen essentieel onderdeel is van de tot hun functies behorende taken. Daarbij wordt in de toelichting opgemerkt dat wel gebruikelijk is dat zij, vanuit het oogpunt van veilige arbeidsomstandigheden, de door de werkploeg gebruikte taal in voldoende mate kunnen begrijpen en spreken. Gelet op hetgeen in de toelichting wordt uiteengezet en op de taak- en bevoegdheidsomschrijving van in het bijzonder de veiligheidsman in artikel 9 en in mindere mate de werktreinbegeleider in artikel 10 is de Raad niet overtuigd van de noodzaak van de uitzondering in het tweede lid van artikel 13. Hij beveelt aan deze nader te beargumenteren. 3. Medische en psychologische geschiktheidseisen Ingevolge de artikelen 26, tweede lid, en 27, tweede lid, gelden de in het eerste lid van beide artikelen opgesomde medische en psychologische geschiktheidseisen niet voor machinisten en rangeerders met minimale bevoegdheden bedoeld in artikel 4, derde lid, en 5, tweede lid. In de toelichting op die bepalingen wordt hierover vermeld dat dit niet betekent dat die functionarissen niet medisch of psychologisch geschikt behoeven te zijn voor hun functie, doch de beoordeling daarvan wordt in het kader van de zorgplicht van degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend aan deze overgelaten. Die redenering overtuigt het college niet. Het gaat hier immers om veiligheidsfunctionarissen die, weliswaar op een niet voor reizigers bedoeld emplacement of een gedeelte daarvan, hun functie uitoefenen. Daarbij wordt omgegaan met zwaar materieel waarbij wel andere functionarissen aanwezig zijn. Die anderen maar ook de desbetreffende veiligheidsfunctionaris zelf kunnen bij verkeerde omgang met het materieel door deze functionaris in gevaar komen. Met het oog hierop beveelt de Raad aan de artikelen 26, tweede lid, en 27, tweede lid, met inachtneming van het vorenstaande nader te bezien. 4. Nadere psychologische keuring. Ingevolge artikel 32, tweede lid, blijft de in artikel 29, tweede of derde lid, bedoelde verklaring van psychologische geschiktheid, afgegeven aan een gereedschapsmachinist of aan een persoon die de in artikel 2, onderdelen a, c, d en f, genoemde veiligheidsfuncties uitoefent, geldig voor onbepaalde tijd. Blijkens de toelichting op dat artikellid kan evenwel een nieuwe psychologische keuring nodig zijn indien na het ondergaan van de initiële keuring twijfel rijst aan de psychologische geschiktheid van betrokkene. Dit blijkt evenwel niet uit het ontwerp. In verband hiermee acht het college het gewenst dit, mede gelet op aanwijzing 214 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, alsnog in een aan artikel 32 toe te voegen derde lid op te nemen. 5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl5 pagina's, pdf Tekst