Raad van State
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en andere besluiten in verband met wijziging van Bijlage I van het Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en in verband met wederzijdse erkenning van technische voorschriften en typegoedkeuringen (aanwijzing Noordwest-Europese Wateren tot bijzonder gebied en harmonisatie van technische voorschriften).
Jaar: 2019
Documenten: 1
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en andere besluiten in verband met wijziging van Bijlage I van het Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en in verband met wederzijdse erkenning van technische voorschriften en typegoedkeuringen (aanwijzing Noordwest-Europese Wateren tot bijzonder gebied en harmonisatie van technische voorschriften).Bij Kabinetsmissive van 16 december 1999, no.99.006107, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting, houdende wijziging van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen en andere besluiten in verband met wijziging van Bijlage I van het Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen en in verband met wederzijdse erkenning van technische voorschriften en typegoedkeuringen (aanwijzing Noordwest-Europese Wateren tot bijzonder gebied en harmonisatie van technische voorschriften). Inleiding Onderhavig ontwerpbesluit strekt tot implementatie van wijzigingen van Bijlage I van het op 2 november 1973 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, zoals gewijzigd door het op 17 februari 1978 te Londen totstandgekomen Protocol van 1978 (hierna: het Marpol-verdrag) in het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen (hierna: het besluit). Kort gezegd hebben de wijzigingen van Bijlage I betrekking op de aanwijzing van de Noordzee en enkele aansluitende Noordwest-Europese wateren tot bijzonder gebied en de aanscherping van voorschriften betreffende olie-tankschepen. Voorts behelst het ontwerpbesluit de invoeging in het besluit van een bepaling strekkende tot de erkenning van gelijkwaardige technische voorschriften en typegoedkeuringen die zijn vastgesteld door of vanwege andere (lid)staten van de Europese Unie of van de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. Een gelijke bepaling wordt daarnaast ook ingevoegd in een drietal op de Wet voorkoming verontreiniging door schepen gebaseerde algemene maatregelen van bestuur. Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State aanleiding tot het maken van een aantal opmerkingen. 1. De bepaling inzake de erkenning van technische voorschriften houdt in dat door of vanwege een andere (lid)staat vastgestelde technische normen of technische eisen die gelijkwaardig zijn aan de bij of krachtens de te wijzigen besluiten vastgestelde technische normen of technische eisen met die laatste normen of eisen worden gelijkgesteld (de artikelen I, onderdeel A, II, en III). Dezelfde constructie is gekozen voor typegoedkeuringen. Blijkens de nota van toelichting (paragraaf 1c) wordt deze regeling opgenomen met het oog op "het Europeesrechtelijke vereiste van geharmoniseerde toepassing van gelijkwaardige technische voorschriften en typegoedkeuringen". Onduidelijk is op welke verplichtingen van gemeenschapsrecht met die zinsnede wordt gedoeld. De bepalingen inzake het vrij verkeer van goederen en diensten brengen mee dat goederen die uit een andere lidstaat worden ingevoerd of het land binnenkomen en die voldoen aan de in de lidstaat van herkomst geldende eisen en normen, niet met toepassing van de eigen nationale regels van de lidstaat van binnenkomst mogen worden tegengehouden indien die andere eisen en normen gelijkwaardig zijn aan die welke gelden in die lidstaat van invoer. De formulering van de voorgestelde regeling gaat evenwel aanzienlijk verder. Zij behelst niet de toelating van goederen die voldoen aan elders geldende technische eisen, maar recipieert die eisen zelf in het Nederlandse recht. Zij stelt de gelijkwaardige technische eisen of typegoedkeuring van elders gelijk aan die welke ingevolge het besluit gelden. Dat kan onder omstandigheden inhouden dat bij de bouw van een schip in Nederland voor de Nederlandse markt de bouwer kan kiezen of hij de technische eisen of typegoedkeuring van een van de andere (lid)staten volgt of de Nederlandse eisen en keuring. Indien dit daadwerkelijk met de voorgestelde gelijkstelling wordt beoogd, ware in de toelichting nauwkeuriger de gemeenschapsrechtelijke grondslag van de regeling aan te geven. Tegen deze achtergrond adviseert de Raad de erkenningsregeling nader op haar grondslag te bezien. In het licht daarvan ware ofwel de bepaling nauwkeuriger te formuleren, zodat deze er slechts toe strekt te bepalen dat schepen van elders die voldoen aan de gelijkwaardige eisen van elders, geacht worden te voldoen aan het besluit, dan wel de toelichting te preciseren ten aanzien van de grondslag van de verplichting. 2. Met betrekking tot de invoeging van de voorgestelde regeling van erkenning ware voorts in de toelichting nader in te gaan op de vraag in hoeverre deze zich verdraagt met een zorgvuldige uitvoering van het Marpol-verdrag. Dat verdrag bevat, ook na de onderhavige wijzigingen, nauwkeurige eisen teneinde deze onderling gelijk te maken. Een bepaling ingevolge welke daarnaast ook producten worden toegelaten die voldoen aan andere zij het gelijkwaardige eisen lijkt daarmee op gespannen voet te staan. Indien de uitvoering van het Marpol-verdrag er echter toe zou verplichten om schepen uit andere (lid)staten te weren in strijd met de regels inzake het vrij verkeer, dan zal bezien moeten worden of de verplichtingen van dit verdrag nog wel door de (lid)staten afzonderlijk kunnen worden uitgevoerd of door de gemeenschap. De Raad adviseert in de toelichting op beide vragen in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen. 3. Bij de omzetting van voorschrift 25A, derde lid, van Bijlage I van het Marpol-verdrag in het in het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen toe te voegen artikel 25a (artikel, onderdeel E) heeft de Raad de volgende kanttekeningen. a. Ingevolge het voorschrift 25A, derde lid, onder b, kan voor combinatietankschepen worden voldaan aan de gestelde eisen door eenvoudige aanvullende operationele procedures die schriftelijk aan de kapitein ter hand zijn gesteld en die door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd. In het voorliggende besluit wordt dit vertaald in de eis dat de procedures zijn goedgekeurd door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Voor Nederlandse schepen is dat juist, maar niet voor schepen die van elders komen en voor welke deze procedures zijn goedgekeurd door de elders bevoegde autoriteit. Toepassing van deze bepaling vergt een erkenning van de elders afgegeven goedkeuring. Zij is immers van toepassing op alle schepen die binnen de Nederlandse rechtsmacht komen en niet alleen op Nederlandse schepen. b. In de voorgestelde bepaling ware verder te verduidelijken of de vervolgens in het derde lid, onder b, aanhef en onder 2 tot en met 8, gestelde eisen het karakter hebben van een instructie aan de bevoegde autoriteit bij het afgeven van de goedkeuring of dat zij zelfstandige betekenis hebben naast die goedkeuring. 4. Ingevolge het voorgestelde artikel 25a, eerste lid, is deze bepaling van toepassing op schepen waarvoor het bouwcontract na 1 februari 1999 is gesloten dan wel de kiel is gelegd na 1 augustus 1999. Dat houdt in dat de gestelde belastende eisen terugwerkende kracht zullen hebben. Dit komt voort uit het feit dat de onderhavige wijzigingen van het Marpol-verdrag volgens de procedure van artikel 16, tweede lid, onderdelen f, (iii) en g, (ii) (ook) door Nederland zijn aanvaard op 1 augustus 1998 en vervolgens in werking zijn getreden op 1 februari 1999 (Tractatenblad van 1999, nr.167, bladzijde 3). Gelet hierop zal in de toelichting moeten worden aangegeven waarom de tijdsduur van de terugwerkende kracht van de betreffende eisen niet door eerdere vaststelling van een wijzigingsbesluit had kunnen worden beperkt. Daarnaast adviseert de Raad uitsluitsel te geven over de vraag of deze implementatie van voorschriften met terugwerkende kracht economische gevolgen voor het betrokken bedrijfsleven zal hebben. 5. Blijkens de mededelingen van de Minister van Buitenlandse Zaken in het Tractatenblad van 1999, nr.167, bladzijde 3, gelden de onderhavige wijzigingen van bijlage I van het Marpol-verdrag voor het gehele Koninkrijk. Gelet hierop verdient het aanbeveling dat in de nota van toelichting wordt uiteengezet op welke wijze omzetting van deze wijzigingen van het Marpol-verdrag in de wet- of regelgeving van de Nederlandse Antillen en Aruba heeft plaatsgevonden dan wel zal plaatsvinden en op welke wijze overeenstemming wordt bevorderd. 6. De onderhavige wijzigingen van het Marpol-verdrag waaraan uitvoering wordt gegeven zijn van dien aard dat ook de lettertekens en typografie juridische betekenis kunnen hebben. Bij de omzetting daarvan dient dan ook de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht te worden. De typografie van de voorgestelde bepaling is echter op een groot aantal punten onzorgvuldig of incorrect. Dit heeft onder meer tot gevolg dat voorzover de Noordzee ingevolge het voorgestelde besluit nog op deze aarde ligt, zij in ieder geval niet meer ligt waar we al eeuwen gewend zijn haar aan te treffen. 7. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging in dezen geen besluit te nemen dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Bron:
raadvanstate.nl
Documenten (1)
-
raadvanstate.nl6 pagina's, pdf Tekst