Naar inhoud
Raad van State

Tiende wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Jaar: 2022 Documenten: 1
Ontwerpbesluit houdende een wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 25 november 2017, no.2017002038, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende een wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving, met memorie van toelichting.De Aanwijzingen voor de regelgeving vormen het kader dat wetgevingsjuristen van de centrale overheid in acht horen te nemen bij het opstellen van regelgeving. De voorgestelde tiende wijziging heeft het karakter van een nieuwe vaststelling van de gehele tekst van de Aanwijzingen, met als doel de structuur en leesbaarheid te vergroten. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de wijziging vast te stellen maar maakt een opmerking over de aanwijzingen die zien op de lasten voor burgers.1.Gevolgen voor burgers van regelgevinga.Lasten voor burgersAanwijzing 2.10 ziet op de lasten voor de maatschappij en de overheid die voortvloeien uit regelgeving. De toelichting bij deze aanwijzing definieert lasten voor de maatschappij als inhoudelijke nalevingskosten en administratieve lasten. Voor het overige gaat de toelichting bij deze aanwijzing uitsluitend over lasten voor de overheid. De Afdeling wijst erop dat de lasten die voor burgers, bedrijven en instellingen uit regelgeving kunnen voortvloeien breder zijn dan inhoudelijke nalevingskosten of administratieve lasten. Zij vraag in het navolgende bijzonder aandacht voor de gevolgen voor burgers. Zij wijst in dit verband op het onlangs verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) "Weten is nog geen doen, een realistisch perspectief op redzaamheid."In dit rapport vraagt de WRR aandacht voor de hoge eisen die de hedendaagse samenleving stelt aan de redzaamheid van burgers en de rol van het klassieke beleidsperspectief van de overheid hierin. De WRR roept de overheid op om: "bij de totstandkoming van regelgeving deze zodanig in te richten dat de beoogde redzaamheid zo goed mogelijk wordt gerealiseerd. Een realistisch perspectief dat rekening houdt met verschillen en beperkingen in doenvermogen van burgers biedt meer kans op het realiseren van redzaamheid. Regels en instituties moeten een zekere ‘robuustheid’ of ‘correctievermogen’ hebben jegens menselijke fouten. Bij het ontwerpen van beleid moet de vraag gesteld worden wat er gebeurt met mensen die niet meteen hun post openmaken of niet meteen in actie komen als dat noodzakelijk is." (zie noot 1)De Afdeling acht het wenselijk dat de inhoud van deze aanbevelingen over de afwegingen die gemaakt moeten worden bij de vorm en inhoud van een regeling hun weerslag moeten krijgen in de toelichting bij artikel 2.10. Zij adviseert daartoe deze toelichting aan te passen.b.Burgers en totstandkoming van regelgevingOok met betrekking tot hoofdstuk 7 dat ziet op de procedures van totstandkoming van regelgeving merkt de Afdeling op dat de gevolgen voor burgers van deze regelgeving niet aan de orde komen. In dit hoofdstuk wordt uitvoerig ingegaan op de verschillende processtappen en toetsen die uitgevoerd moeten worden, maar hierin ontbreekt een aanwijzing over het inzichtelijk maken van de gevolgen voor burgers. In het rapport besteedt de WRR aandacht aan wat zij de ‘mentale belasting’ noemt. Het gaat daarbij om de cognitieve last, de benodigde oplettendheid, het aantal keuzes, maar ook om de zelfcontrole die nodig is de ‘verstandige’ keuze te maken en vol te houden. (zie noot 2) Zij pleit ervoor om de mentale belasting van voorgenomen beleid meer inzichtelijk te maken, met name vanuit een overkoepelend perspectief. In het rapport doet zij een aantal concrete suggesties van vragen die hiervoor gebruikt zouden kunnen worden.De Afdeling acht het met de WRR wenselijk dat er tijdens de totstandkoming van regelgeving meer aandacht komt voor de lasten van regelgeving voor burgers, en met name voor lasten die niet traditioneel worden gerekend onder de administratieve lasten. Zij adviseert hiertoe in hoofdstuk 7 een aanvullende aanwijzing op te nemen.2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat de procedure van het vaststellen van deze wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt voortgezet, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.De vice-president van de Raad van State
Documenten (1)