<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>iOverheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid werd in voorlopige vorm
ingesteld in 1972. Bij wet van 30 juni 1976 (Stb. 413) is de positie van de raad
definitief geregeld. De huidige zittingsperiode loopt tot 31 december 2007.
Ingevolge de wet heeft de raad tot taak ten behoeve van het regeringsbeleid
wetenschappelijke informatie te verschaffen over ontwikkelingen die op langere
termijn de samenleving kunnen beïnvloeden. De raad wordt geacht daarbij tijdig
te wijzen op tegenstrijdigheden en te verwachten knelpunten en zich te richten
op het formuleren van probleemstellingen ten aanzien van de grote beleidsvraag-
stukken, alsmede op het aangeven van beleidsalternatieven.
Volgens de wet stelt de wrr zijn eigen werkprogramma vast, na overleg met de
minister-president die hiertoe de Raad van Ministers hoort.
De samenstelling van de raad is:
prof.dr. J.A. Knottnerus (voorzitter)
mw. prof.dr.ir. M.B.A. van Asselt
prof.dr. P.A.H. van Lieshout
mw. prof.dr. H.M. Prast
prof.mr. J.E.J. Prins
prof.dr.ir. G.H. de Vries
prof.dr. P. Winsemius
Secretaris: dr. W. Asbeek Brusse
De wrr is gevestigd:
Lange Vijverberg 4-5
Postbus 20004
2500 EA Den Haag
Telefoon 070-356 46 00
Telefax 070-356 46 85
E-mail info@wrr.nl
Website http://www.wrr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>iOverheid
synopsis van wrr-rapport 86
               Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Den Haag 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Verantwoording
Deze publicatie is een samenvatting van het wrr-Rapport nr. 86 iOverheid van de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Het rapport iOverheid (isbn 978 90 8964 309 4) is op 15 maart 2011 door de Raad
aangeboden aan de regering. Het rapport is te koop in de boekhandel en te bestellen
bij Amsterdam University Press. Het rapport kan ook in pdf-formaat worden ge-
download op www.wrr.nl of www.ioverheid.nu.
Samenstelling: wrr
Vormgeving cover en binnenwerk: Studio Daniëls, Den Haag
Illustraties: Silo-Strategie. Concept. Design.
© Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 2011-03-07
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opna-
men of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de
uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van ar-
tikel 16B Auteurswet 1912 jº het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij
het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men
de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Re-
prorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n)
uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16
Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                                 5
inhoud
    I Samenvatting van iOverheid, wrr-Rapport nr. 86                           7
        1 Inleiding iOverheid                                                  7
        2 Informatisering van samenleving en overheid                          8
        3 iOverheid als realiteit                                             13
        4 Bestuurlijke uitgangspunten voor de iOverheid                       15
        5 Grenzen aan de groei van de iOverheid                              18
        6 Een institutionele agenda voor de transformatie naar een iOverheid 19
    II Slothoofdstuk van iOverheid, wrr-Rapport nr. 86                        23
        1 Expliciete afweging van stuwende, verankerende en
          procedurele beginselen                                             23
        2 Waarschuwingsvlaggen voor de iOverheid                             27
        3 Instituties voor de iOverheid                                      39
        4 De iOverheid in uitvoering                                         46
    III Epiloog. De iOverheid en de iSamenleving, wrr-Rapport nr. 86         48
    IV Bestellen iOverheid en De staat van informatie                        53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>6 ioverheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                        7
I samenvatting van ioverheid,
  wrr-rapport nr. 86
1 inleiding ioverheid
  De kernanalyse van het rapport getiteld iOverheid is dat - afhankelijk van de lens
  waar men doorheen kijkt - twee varianten van de digitale overheid zijn te ontwa-
  ren. Allereerst is dat de welbekende eOverheid. Deze overheid komen we tegen in
  de beleidsdocumenten en het politieke en maatschappelijke debat. Het is de over-
  heid die denkt, discussieert en handelt vanuit applicaties. Het is het beeld van een
  overheid die digitalisering primair inzet voor het verbeteren van dienstverlening
  en redeneert langs de lijn dat de techniek beleid en uitvoering veel te bieden heeft.
  Het gaat over de ov-chipkaart, de Verwijsindex Risicojongeren en het Elektronisch
  Patiëntendossier. Maar er valt ook door een andere lens te kijken en het is deze an-
  dere lens die de wrr met dit rapport wil voorhouden. Wie deze lens oppakt, ziet
  een wereld waar de nadruk ligt op informatiestromen en ziet pas in het verlengde
  daarvan de technologie die deze informatiestromen mogelijk maakt. Kijken we naar
  de wereld achter al die individuele, in het kader van de eOverheid ingevoerde, appli-
  caties en digitaliseringslagen, dan ontwaren we ontelbare informatiestromen. In-
  formatiestromen die zich een weg banen binnen en tussen de verschillende overhe-
  den. Over de grenzen van beleidsterreinen heen. Over de grenzen ook die publieke
  en private sector scheiden. Het is de wereld van de informatie-Overheid.
  Met de term iOverheid wil dit rapport echter niet alleen een andere manier van
  kijken bieden. Wellicht nog veel belangrijker is dat de wrr wil wijzen op het
  feitelijke ontstaan van een geheel andere werkelijkheid dan de werkelijkheid die
  momenteel op de politiek-bestuurlijke radar staat. De empirische analyse toont dat
  er zich stapje voor stapje, besluit na besluit, in de dagelijkse praktijk een kluwen
  van informatiestromen ontstaat. Op rijksniveau. Op lokaal en uitvoeringsniveau.
  En zeker ook op het internationale en Europese niveau. De iOverheid is meer dan
  een optelling van beslissingen over individuele applicaties en beleidsinitiatieven.
  In de praktijk blijken ze veel meer samenhang te hebben dan we zouden denken
  als we de welbekende discussies over individuele technieken en applicaties volgen.
  Juist hierom, wil de wrr met de lens van de iOverheid ook aan het licht brengen
  dat de Nederlandse overheid, ondanks enkele zeer bescheiden aanzetten, geen noe-
  menswaardig besef heeft van het bestaan en de consequenties van de iOverheid.
  En dus ook niet vanuit dat besef de ontwikkelingen binnen en buiten de overheid
  kan beoordelen. Laat staan daarop kan sturen. Het ontbreken van een politiek besef
  een iOverheid te zijn, maakt dat deze nieuwe digitale werkelijkheid in feite geen
  ‘natuurlijke’ begrenzing kent. De iOverheid is onder de politieke radar ontstaan. En
  ze zal onbekommerd verder groeien wanneer ze onder de politieke radar blijft. Maar
  ondertussen brengt de iOverheid vergaande veranderingen in de relatie tussen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8 ioverheid
      burgers en overheden met zich mee. Ook resulteert ze in nieuwe kwetsbaarheden,
      zowel voor burgers als ook voor de overheid zelf. Met andere woorden, alhoewel
      de iOverheid nog nauwelijks op de politiek-bestuurlijke radar is verschenen, is ze
      in de praktijk van beleid en uitvoering heel concreet en heeft daarmee reële gevol-
      gen. Vanuit deze constatering bepleit dit rapport het verankeren van ‘het besef een
      iOverheid te zijn’ als een centrale en permanente opdracht voor alle lagen van de
      overheid. Hiertoe doet het rapport een reeks inhoudelijke en institutionele aanbe-
      velingen om de noodzakelijke paradigmawisseling van eOverheid naar iOverheid in
      goede banen te leiden.
2     informatisering van samenleving en overheid
      Informatisering is tot in de haarvaten van de overheid doorgedrongen en bepaalt
      in toenemende mate het reilen en zeilen van organisaties, de professionals die er
      werken en de relaties die zij met burgers onderhouden. De beleidsplannen voor de
      eOverheid – gericht op de (interne) bedrijfsvoering, de dienstverlening van de over-
      heid en op de techniek zelf – ademen stuk voor stuk een groot vertrouwen in ict als
      middel om de overheid effectiever, klantvriendelijker, toegankelijker, kwalitatief
      beter en voorbereid op de toekomst te maken. In toenemende mate wordt ict en-
      thousiast binnengehaald door beleid en politiek voor zowel de complexe adminis-
      tratieve opdracht van de overheid, als de aanpak van urgente maatschappelijke uit-
      dagingen, zoals terrorisme, veiligheid, mobiliteit en goede en betaalbare zorg. Naast
      dienstverlening worden ook andere overheidstaken in snel tempo gedigitaliseerd.
      Deze ontwikkelingen van informatisering of digitalisering staan niet los van de ver-
      anderingen die zich breder in de Informatiesamenleving (iSamenleving) afspelen.
      Burgers en bedrijven maken dankbaar gebruik van de mogelijkheden die smartpho-
      nes, iPads, het internet en in het bijzonder web 2.0 bieden. In korte tijd zijn in-
      vloedrijke spelers zoals Google, Facebook en Twitter op het toneel verschenen, die
      zich richten op de behoeften van gebruikers om informatie te zoeken en te delen en
      om sociale interacties op het web aan te gaan. Het is niet vreemd dat de opmars van
      ict in het dagelijks leven ook de verwachtingen van burgers aangaande de overheid
      beïnvloedt. Niet alleen ijveren digitale burgerrechtenbewegingen voor een overheid
      die meer transparant is, ook verwachten veel burgers dat de overheid de nieuwe
      technologische mogelijkheden oppakt en benut om zowel de dienstverlening als de
      veiligheid te verbeteren.
      De wrr constateert dan ook dat de inzet van technologie op zowel nationaal, lo-
      kaal als Europees niveau als welhaast vanzelfsprekend wordt gezien. Technologie
      wordt ‘uitgerold’, praktijken worden ‘gestroomlijnd’ en diensten ‘geüpdate’. Het
      ‘technovertrouwen’ van politiek en beleid vertaalt zich in grote ambities met ict,
      niet alleen in technische, maar zeker ook in beleidsinhoudelijke zin. Huidige en
      populaire (beleids)doelen als ‘maatwerk’ en proactief beleid zijn ondenkbaar zonder
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                                        9
deze achtergrond van digitalisering. Op gebieden als veiligheid en zorg worden
systemen ingezet en gekoppeld om de toekomst in kaart te brengen en daarop alvast
te anticiperen. Zo moet de Verwijsindex Risicojongeren ‘een nieuw Maasmeisje’
voorkomen, dienen Europese migratiedatabanken te garanderen dat zich geen
nieuwe illegalen in Nederland vestigen en zijn opsporingsdatabanken en grens-
overschrijdend uitgewisselde passagiers- en bankgegevens er om de wereld te vrij-
waren van een nieuwe terroristische aanslag. Plannen voor nieuwe systemen en de
roep om meer en rijkere informatie ontstaan bovendien niet alleen in Den Haag. Op
uitvoeringsniveau en binnen gemeenten groeit een wereld van verbonden syste-
men en informatieprocessen. En processen van globalisering zorgen ervoor dat het
informatiebeleid van de Nederlandse overheid mede vorm krijgt in internationale
en Europese applicaties en systemen. Ook op deze niveaus geldt een continue druk
om de functies van de systemen uit te breiden, meer informatiecategorieën toe te
voegen en om meer autoriteiten toegang te verlenen tot de opgeslagen informatie.
Het politieke enthousiasme voor nieuwe applicaties en koppelingen van systemen
en informatiestromen gaat hand in hand met argumenten als het vergroten van de
veiligheid en verhogen van effectiviteit en efficiëntie. Deze waarden zorgen, gecom-
bineerd met het probleemoplossende ‘imago’ van ict, als het ware voor zichzelf:
per maatregel (een systeem, een koppeling) blijken ze in de regel zwaarder te wegen
dan waarden als transparantie, privacy, keuzevrijheid of accountability. Veel be-
stuurlijke ‘eigenaren’ of pleitbezorgers van applicaties hebben de neiging om ict als
een instrument te zien, en nemen aan – en spreken dat ook regelmatig uit – dat het
primaire proces niet verandert. Wie er van overtuigd is dat de inzet van technologie
alleen maar van invloed is op vooropgestelde doelen als het verhogen van efficiën-
tie en het verbeteren van de veiligheid, heeft weinig oog voor, minder wenselijke,
bijeffecten. Wanneer de ontwikkelfase van een applicatie echter achter de rug is, er
heel veel in een applicatie is geïnvesteerd en het een bepaalde plaats heeft verkregen
in de maatschappij vergt het veel inspanning om veranderingen door te voeren.
Eenmaal ‘ingeburgerd’ in de dagelijkse praktijk kan een applicatie dan ook bepaalde
situaties mee gaan bepalen. Zo beïnvloedt het werken met digitale dossiers in de
gezondheidszorg, de manier waarop een consult verloopt. Hoewel de instrumentele
dimensie van ict belangrijk is, leidt deze houding bijgevolg ook tot een zekere ar-
moede, die zich met name in (gebrek aan) evaluaties toont. Geloofwaardige evalua-
ties zijn zeldzaam en missen goede maatstaven voor de beoordeling van applicaties.
De discussie blijft steken in de veiligheid van de technologie (ov-chipkaart) of in
financiële debacles (zoals de diverse mislukte ict-projecten).
Wie kijkt naar de ontwikkelingen ontwaart een aantal tendensen, die met een
aantal concrete initiatieven zijn te illustreren. Als eerste is dat function creep. Van
function creep spreekt men wanneer een systeem of een applicatie in eerste instan-
tie functie X dient, maar daar gedurende de tijd ook functie Y of zelfs Z aan worden
toegevoegd. Function creep treedt ook op als het systeem op een later tijdstip wordt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10 ioverheid
    GEGEVENSSTROMEN TUSSEN (OVERHEIDS)INSTANTIES GEFACILITEERD DOOR BSN
                       BRON: WWW.BURGERSERVICENUMMER.NL
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                                       11
verbonden met andere systemen die een geheel andere functie hebben. We geven
u als illustratie het sis-systeem, een Europese databank voor politie en justitie met
gegevens over mensen en objecten, zoals gestolen identiteitspapieren. Dat systeem
moet het wegvallen van de fysieke grenscontroles in het Schengengebied com-
penseren. In eerste instantie had een relatief beperkte groep instanties toegang: de
politie, grensbewaking, douane en immigratiediensten. Bij de ontwikkeling van een
tweede versie van het systeem worden de mogelijkheden vervolgens sterk uitge-
breid. Zo zijn ook vingerafdrukken opgenomen. Daarmee verandert het systeem al
van karakter: niet meer alleen een signaleringssysteem, maar ook een opsporings-
systeem. In de periode 2004-2007 krijgen bovendien diverse andere instanties
toegang tot de gegevens in sis - of delen daarvan. Instanties met geheel andere taken
– antiterrorisme, opsporing van zware criminaliteit – krijgen toegang tot gegevens
die in eerste instantie niet voor die taken zijn verzameld. Op Europees niveau
haken Europol en Eurojust aan. Op nationaal niveau – de lidstaten van de eu – mo-
gen instanties voor voertuigregistraties en een niet nader gedefinieerde groep van
zogenaamde “nationale juridische organisaties” met het sis koppelen. Welke orga-
nisaties dat precies zijn, mogen de lidstaten zelf uitwerken. Kortom, een bont gezel-
schap van nationale instanties krijgt toegang tot sis. Maar behalve langs de band van
de aangekoppelde actoren, vertakt de informatiestroom zich ook op systeemniveau.
Er is namelijk een koppeling met het Visum Informatie Systeem (vis) – het systeem
voor alle reizigers met een visum - beoogd. Wat we zien, is dat stap voor stap met
het invoegen van nieuwe biometrische informatie en het aanhaken van nieuwe
partijen en het vis, zowel de functionaliteit als het karakter van sis zijn veranderd.
De tweede tendens die de dagelijkse digitale praktijk ons toont is dat informatie-
stromen zich vrijwel niets lijken aan te trekken van bekende grenzen tussen de
publieke en private sector. Discussiëren over gegevensgebruik door de overheid
enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds is kortom te simpel. Sprekend is de ov-
chipkaart. Zoals u weet, sloegen vijf partijen enkele jaren geleden de handen ineen -
Connexxion, het Amsterdamse gvb, het hier in Den Haag welbekende htm, de Ne-
derlandse Spoorwegen en de Rotterdamse ret. Ze richtten Trans Link Systems op
om de ov-chipkaart gestalte te geven. Maar het bleef niet bij de partijen die destijds
het voortouw namen. Een scala aan partijen oefent inmiddels invloed uit op de ont-
wikkeling van zowel de chipkaart als alle achterliggende informatiestromen. Aller-
eerst heeft de overheid natuurlijk een flinke vinger in de pap. Niet alleen omdat de
vijf genoemde vervoerders merendeels in publieke handen zijn (zo is Connexxion
bijvoorbeeld voor 1/3 in handen van het Ministerie van Financiën). Maar ook omdat
de rijksoverheid zich bemoeit met prijzen, betaalvormen en prestaties. En omdat
het Openbaar Ministerie reizigergegevens opvraagt bij Trans Link. De private sector
stuurt via de deelnemende openbaar vervoersbedrijven en de leveranciers die zijn
verenigd in het speciaal opgerichte consortium East West e-ticketing. Dit levert een
kluwen van partijen op, uit zowel het publieke en private domein. Soms zijn die
verschillende belangen zelfs verenigd in één en dezelfde partij.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12 ioverheid
       Maar niet alleen de grens tussen publiek en privaat wordt diffuus. Het rapport be-
       spreekt een veelheid aan initiatieven waar ook de schotten binnen de overheid – dat
       wil zeggen tussen beleidsterreinen - afbrokkelen. Informatie die in eerste instantie
       wordt verzameld voor dienstverlening wordt vervolgens gebruikt voor controle en
       handhaving. Informatie uit het domein van de zorg komt terecht bij instanties die
       zich met controle bezighouden. Illustratief is de Verwijsindex Risicojongeren – de
       vir. Dit systeem moet ervoor zorgen dat instanties die bemoeienis hebben met
       jongeren tijdig van elkaar weten dat een jongere een risico loopt. De vir maakt het
       mogelijk dat organisaties elkaar via een signaal van hun bezorgdheid op de hoogte
       kunnen stellen. Tragische gebeurtenissen als ‘het Maasmeisje’ moeten zo worden
       voorkomen. Wie goed kijkt ziet dat instanties verdeeld over zes nogal verschil-
       lende domeinen signalen afgeven: jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, onderwijs,
       maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, politie en justitie. Achter die
       domeinen gaan tientallen organisaties schuil. Stuk voor stuk met elkaar verbonden
       via de vir. Natuurlijk is het systeem op de tekentafel sober en werkt louter op basis
       van signalen. Willen professionals over inhoudelijke informatie beschikken dan
       moeten ze persoonlijk contact leggen. Maar op de werkvloer wordt uitgewisselde
       informatie genoteerd, gedigitaliseerd en eindigt in leerdossiers, elektronisch kind-
       dossiers, politiesystemen, etc.
       Bovendien is de vir illustratief voor nog meer tendensen. Plannen voor nieuwe
       systemen en de roep om meer en rijkere informatie ontstaan niet alleen hier in Den
       Haag. Op uitvoeringsniveau en binnen gemeenten groeit een wereld van verbonden
       systemen en informatieprocessen. Zo is de vir slechts een landelijke paraplu boven
       vele lokale systemen. Dat zijn systemen als Zorg voor Jeugd, vis2, Multisignaal en
       sisa in Rotterdam, dat gebruik maakt van Multisignaal. Wie goed naar dit lokale
       niveau kijkt, ziet een nog grotere rijkdom aan partijen die met elkaar in verbinding
       staan. Partijen die niet meldingsbevoegd zijn voor de nationale verwijsindex, maar
       op lokaal niveau wel signalen afgeven. Partijen ook, die in sommige situaties via het
       lokale systeem meer uitwisselen dan kale signalen. Allemaal partijen die gegevens
       delen om op basis daarvan weer nieuwe informatie samen te stellen. En dat betekent
       onherroepelijk dat informatie eerst wordt gede-contextualiseerd om vervolgens te
       worden hercontextualiseerd. Met, zo laat de wrr zien, alle risico’s van dien. Niet
       alleen voor burgers. Zeker ook voor de overheid zelf. Zo is de verantwoordelijkheid
       voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van informatie niet meegeëvolueerd met het
       koppelen en uitwisselen van informatie in combinatie met de erosie van schotten
       tussen beleidsterreinen, tussen overheidsorganisaties en in relatie tot de private sec-
       tor. De verantwoordelijkheid voor (de juistheid van) informatie is niet scherp belegd
       waardoor burgers er rekening mee moeten houden dat ‘hun’ informatie in publieke
       en private handen een eigen leven kan gaan leiden. Bovendien, doordat het tech-
       nisch steeds gemakkelijker wordt informatiestromen aan elkaar te knopen (daarbij
       gefaciliteerd door unieke nummers (BurgerServiceNummer) en authentieke regis-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                                          13
  traties), wordt informatie toegankelijker en, zeker wanneer het informatienetwerk
  heel uitgebreid is, tegelijk ook moeilijker te controleren. Persoonlijke informatie uit
  verschillende sferen – bijvoorbeeld gegevens bekend bij de Belastingdienst, gecom-
  bineerd met gegevens gevonden op het internet – kan tot een digitaal profiel leiden.
  Profielen kunnen op hun beurt dan weer gebruikt worden voor tal van doeleinden:
  van een vooraf ingevulde belastingaangifte tot persoonlijke reclame in de e-mailbox.
  Alle hiervoor genoemde, maar ook tientallen andere initiatieven worden in het
  politieke debat gepropageerd, bediscussieerd en beoordeeld vanuit een scala aan
  motieven, ideeën en normatieve oriëntaties. De meest bekende daarvan zijn ef-
  ficiëntie, effectiviteit, veiligheid, privacy en transparantie. De uiteindelijke vorm
  die een nieuw systeem of een nieuwe koppeling van informatiebronnen krijgt is
  de uitkomst van een complexe dynamiek tussen al deze maatstaven. Die uitkomst
  betreft niet alleen het technologisch ontwerp – vaak de focus van het debat –, maar
  vooral ook de sociale, bestuurlijke en juridische uitwerking die veel minder pro-
  minent aan bod komt. Om enerzijds meer helderheid binnen deze dynamiek aan
  te brengen en anderzijds handvatten te bieden voor de noodzakelijke afwegingen
  die tussen de motieven gemaakt dienen te worden, brengt de wrr ze onder in drie
  betekenisclusters: stuwende beginselen (zoals veiligheid, effectiviteit en efficiëntie),
  verankerende beginselen (privacy en keuzevrijheid) en procesmatige beginselen
  (transparantie en accountability).
  Stuwende beginselen zijn verbonden met de drive van de overheid om ict in tal
  van domeinen in te zetten en staan in het teken van verbetering en kwaliteitswinst.
  Verankerende beginselen staan voor het waarborgen van vrijheden, het in kaart
  brengen van ‘stille verliezen’ bij voortgaande digitalisering en voor het vrijwaren
  van de autonomie van het individu. Ze vormen als het ware een tegenwicht voor de
  stuwende beginselen. Procesmatige beginselen ten slotte staan voor de procedurele
  omlijsting die het mogelijk maakt dat afweging tussen de stuwende en veranke-
  rende beginselen met name inzichtelijk en toetsbaar is.
3 ioverheid als realiteit
  Dit rapport laat zien dat de overheid stapje voor stapje, besluit na besluit, onder in-
  vloed van digitalisering fundamenteel van karakter verandert. Er is feitelijk en bijna
  ongemerkt een situatie ontstaan waarin samenhangende informatiestromen het
  karakter van de overheid domineren. En daarmee bepalen deze informatiestromen
  de nieuwe mogelijkheden, maar ook de afhankelijkheden en de kwetsbaarheden
  voor zowel de overheid als haar burgers. In de dagelijkse werkelijkheid van poli-
  tiek en bestuur wordt echter allesbehalve vanuit het samenhangende idee van deze
  informatie-Overheid – iOverheid – gedacht en gewerkt. Het overgrote deel van de
  overheidsinitiatieven voor digitalisering en de informatiestromen die daaruit vol-
  gen worden los van elkaar bepleit, beoordeeld en ingevoerd. Individuele initiatieven
  worden niet of nauwelijks beoordeeld op hun (potentiële) invloed op de overheid
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14 ioverheid
       en de samenleving als geheel. Wat daardoor vooral ontbreekt is een perspectief op
       de snelgroeiende en vertakkende informatiestromen. De iOverheid staat niet op het
       netvlies van politiek en beleid en dat is gezien de gestaag verdergaande informatise-
       ring problematisch. Het ontbreekt paradoxaal genoeg aan een politiek besef van de
       implicaties van het hele bouwwerk van de iOverheid, terwijl toch (bijna) alle bouw-
       stenen zijn voortgekomen uit politieke besluitvorming. Aan deze paradox zal een
       einde moeten worden gemaakt.
       De opeenstapeling van ad-hocbesluiten over nieuwe technieken, het ontbreken van
       een besef van het ontstaan van een iOverheid en het gebrek aan debat daarover, ma-
       ken dat de iOverheid zich als het ware ‘grenzeloos’ ontwikkelt. De grenzen aan de
       uitwaaiering van individuele applicaties en de verknoping van informatiestromen
       zijn niet gegeven, omdat niemand zich hoeder voelt van het geheel. Het verzamelen
       van steeds meer informatie en het aanleggen van koppelingen daartussen lijkt nau-
       welijks meer in het gareel te krijgen. Het resultaat is dat informatie vervuilt, ondui-
       delijk is wie verantwoordelijk is voor informatiestromen en dat burgers, bedrijven
       en ook instanties binnen de overheid zelf, verst(r)ikt raken in de datakluwen van
       de overheid. Het meest bekende voorbeeld daarvan is de zaak van heer Kowsoleea,
       die vele jaren werd achtervolgd door het feit dat een ander, die zich met criminele
       activiteiten bezig hield, zich voor hem uitgaf. Het bleek onmogelijk om de zaken in
       de digitale ‘backoffice’ van de overheid weer recht te zetten. Maar er zijn veel meer
       voorbeelden te geven van de vervormingen waaraan informatie in digitale bestan-
       den kan (gaan) lijden. Zo werd een grote groep zelfstandige ondernemers (zzp’ers)
       ten onrechte beschuldigd van fraude, nadat de Belastingdienst en het uwv een
       verkeerde interpretatie hadden gegeven aan de uitkomsten van een bestandskoppe-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                                                                                       15
  ling die ze hadden uitgevoerd om fraude op te sporen. Politieke en bestuurlijke vra-
  gen en afwegingen op het niveau van de samenhang van informatiestromen en de
  gevolgen daarvan blijven liggen. Dat maakt niet alleen burgers, maar zeer zeker ook
  de overheid zelf kwetsbaar. Het bredere perspectief van de iOverheid en een zorg-
  vuldige en toetsbare afweging tussen de stuwende, verankerende en procesmatige
  beginselen ontbreekt in het Nederlandse politiek-bestuurlijke debat.
  Alhoewel de iOverheid feitelijk nog sterk in opbouw en ontwikkeling is, en be-
  gripsmatig nog nauwelijks op de radar is verschenen, heeft ze wel degelijk al reële
  gevolgen, bijvoorbeeld voor de genoemde burgers die in de knel komen. Deze ge-
  volgen worden vanwege het gebrekkige ‘bewustzijn’ van de karakteristieken van
  de iOverheid nauwelijks in de beleidsontwikkeling betrokken, en ontbreekt het aan
  een goed politiek-bestuurlijk besef van wat zich ontwikkelt, laat staan van een besef
  hoe die ontwikkeling in goede banen is te leiden. Wil de Nederlandse overheid de
  verdere digitalisering in zorgvuldige banen leiden, waarbij er tegelijkertijd ruimte
  is voor innovatie met behulp van ict, dan zal ze in woord en daad de transformatie
  van een eOverheid naar een iOverheid dienen te maken. De centrale opdracht voor
  de overheid, of eigenlijk voor alle lagen van de overheid, is om te beseffen dat ze
  een iOverheid is geworden, met alle consequenties van dien. Deze opgave vereist
  een inhoudelijk andere oriëntatie, gecombineerd met de ontwikkeling van een bij-
  behorend institutioneel kader. Daarbij is het van groot belang dat afscheid wordt
  genomen van de nauwe blik op individuele applicaties en dat de aandacht zich ver-
  legt naar de vernetwerkte informatiehuishouding van de overheid. Tot slot vergt de
  vormgeving van een iOverheid een open houding naar de ontwikkelingen binnen
  de informatiesamenleving (iSamenleving). De iOverheid kan niet vanuit een ivoren
  toren worden vormgegeven, en moet dus het credo “Betrek de iSamenleving bij de
  duurzame uitbouw van de iOverheid” volgen.
4 bestuurlijke uitgangspunten voor de ioverheid
  Bij de inhoudelijke opdracht voor de bestuurlijke transformatie naar een iOverheid
  zijn twee zaken van wezenlijk belang. Een zorgvuldige ontwikkeling van de iOver-
  heid kan allereerst niet zonder een open afweging tussen de stuwende, veranke-
  rende en de procesmatige beginselen. Hiernaast geldt dat van de overheid bij zowel
  deze afweging als de verdere inrichting van beleid en uitvoering extra behoed-
  zaamheid verlangd mag worden wanneer sprake is van een drietal in dit rapport
  gesignaleerde processen van informatieverwerking. Deze processen – symbolisch
  aangeduid als waarschuwingsvlaggen – houden verband met a) het vernetwerken
  van informatie, b) het samenstellen en verrijken van informatie en c) het voeren
  van preventief beleid op basis van informatie.
  Het eerste bestuurlijke uitgangspunt is dat de drie in dit rapport gehanteerde clus-
  ters van beginselen – stuwend, verankerend en procesmatig – op alle niveaus waar
  beslissingen worden genomen met elkaar in balans moeten worden gebracht. Dit is
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16 ioverheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                                                                      17
geen geringe opgave, aangezien een kwantitatief getint concept als efficiëntie, en een
meer normatief concept als keuzevrijheid of een procesmatig concept als accounta-
bility, duidelijk in verschillende registers van analyse thuishoren. Toch vereist een
evenwichtige ontwikkeling van de iOverheid een doordachte afweging tussen deze
clusters van beginselen, waarbij ze geëxpliciteerd, toetsbaar en publiekelijk verant-
woord moeten worden. Dat is nu te weinig het geval. De overheid moet haar eigen
afwegingen zo expliciet mogelijk wereldkundig maken, en wel op alle niveaus: van
de voorbereiding en introductie van een concrete toepassing tot aan de omvattende
vertakking van processen en informatiestromen waaruit de iOverheid is opge-
bouwd. Dat geldt niet alleen voor het nationale niveau, maar ook voor de afwegingen
die op het internationale, en met name op het Europese niveau worden gemaakt. Het
expliciet en zoveel mogelijk toetsbaar maken van de beginselen zou een aantal zaken
laten uitkomen en openlijk bespreekbaar maken. Bijvoorbeeld dat vaak sprake is van
ongefundeerd politiek-bestuurlijk optimisme ten aanzien van de mogelijkheden
van ict, hetgeen een van de onderliggende redenen is voor onhaalbare deadlines en
kostbare ict-mislukkingen. Het maken van expliciete afwegingen zou ook duidelijk
maken dat latere ad hoc uitbreidingen van de reikwijdte van een ict-toepassing (de
zogenaamde spill over en function creep) vaak vooraf al stilletjes zijn ingecalculeerd.
Het werkelijke besef een iOverheid te zijn vereist dat de politiek de uitdrukking
‘regeren is vooruitzien’ ook serieus neemt in het digitale domein en toepast op de
impliciete, maar voorzienbare toekomstige ontwikkelingen van informatisering. De
overheid neemt in haar beleid vaker een voorschot op de toekomst en het zou haar
sieren om dat in de politieke afweging ook, en met een open vizier, te doen.
De inhoudelijke opgave vereist als tweede bestuurlijke uitgangspunt dat de over-
heid bij de verdere informatisering een aantal kenmerken van informatie veel
bewuster in acht neemt dan nu het geval is. Daarbij gaat het om processen van infor-
matieverwerking en -gebruik, juist omdat die processen van grote invloed zijn op
het karakter en de betrouwbaarheid van de informatie waarop de iOverheid draait.
Aan drie, onderling gerelateerde, processen worden waarschuwingsvlaggen meege-
ven, die extra alertheid van de overheid vragen, vooral op de kwaliteit van informa-
tie en op de vraag wie er verantwoordelijk is voor de juistheid daarvan.
•     Het vernetwerken van informatie, i.e. het gezamenlijk gebruik en beheer van
      informatie in een netwerk van actoren.
•     Het samenstellen en verrijken van informatie, i.e. het creëren van nieuwe in-
      formatie en profielen op basis van verschillende bronnen uit verschillende
      contexten.
•     Het voeren van preventief en proactief beleid op basis van informatie, i.e. het
      actief beoordelen van en ingrijpen in de samenleving op basis van informatie-
      gestuurde risicocalculatie.
Deze drie informatieprocessen vormen de kern van de iOverheid en stellen haar in
staat om beleid te verfijnen, op maat te snijden, een omvattend beeld te verkrijgen
van burgers en beleidsproblemen en daar waar nodig proactief op te handelen. Bij-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>18 ioverheid
       voorbeeld beginnen zogenaamde burgerprofielen een steeds grotere rol te spelen
       in het overheidshandelen, met name op terreinen waar van de overheid verwacht
       wordt dat zij gevaren afwendt nog voordat het misgaat, zoals in de jeugdzorg. Het is
       dan ook niet verwonderlijk dat profielen een belangrijk onderdeel vormen van de
       Verwijsindex Risicojongeren (vir). Tegelijkertijd zijn dit ontwikkelingen die van
       invloed zijn op informatie zelf: op het karakter, de betrouwbaarheid, de kenbaar-
       heid, de contextualiteit en herleidbaarheid van informatie. Veel meer dan nu het
       geval is dient het besef door te dringen dat het juist deze drie ontwikkelingen zijn
       die grote gevolgen hebben voor (a) de inhoudelijke kwaliteit van informatie en (b)
       voor de eisen aan de organisatorische inbedding van informatiestromen. Voortdu-
       rende rijksbrede en proactieve aandacht voor de kwaliteit en kwetsbaarheid van
       informatie en informatieprocessen is daarom van groot belang. Ook is een veel
       grotere mate van openheid en transparantie richting burgers noodzakelijk om hen
       inzicht te bieden in de informatie die over hen is vergaard, en hen tevens te facili-
       teren de informatie waar nodig te corrigeren. Burgers staan nu vrijwel machteloos
       als zij persoonlijk worden geconfronteerd met fouten in de uitgestrekte informatie-
       netwerken van de iOverheid die soms grote gevolgen hebben. Tenslotte vraagt het
       ‘geheugen’ van de iOverheid expliciete aandacht. Zowel het belang van ‘vergeten’
       – mensen moeten niet voor eeuwig afgemeten worden aan de informatie die de
       overheid over ze heeft opgeslagen – als dat van bewaren en archiveren verlangt een
       radicale cultuuromslag en een verankerde strategie.
5      grenzen aan de groei van de ioverheid
       Een onbewuste iOverheid zal de natuurlijke neiging hebben om verder te groeien:
       ‘grenzen aan de groei’ komen pas met bewustzijn in zicht. Zonder een besef van
       de iOverheid en wat deze betekent voor de verhouding overheid-burger is er wei-
       nig reden of gelegenheid om stil te staan bij de groei van het informatiebouwwerk
       dat de overheid in uitvoering heeft. Ook geeft het weinig reden tot het stellen van
       vragen: of dit nodig is, of er behoefte aan en noodzaak tot begrenzing is en hoe
       het zich verder dient te ontwikkelen. Een zorgvuldige inrichting en ontwikkeling
       van de iOverheid vereist echter het durven stellen van grenzen aan die overheid.
       Hoewel dit rapport die grenzen niet markeert – die zijn in essentie politiek – geeft
       het wel aan welke grensgebieden overwogen moeten worden. Allereerst dwingt de
       combinatie van een expliciete afweging van beginselen en het in acht nemen van
       de waarschuwingsvlaggen tot nadenken over de grenzen van de iOverheid. Ook de
       vermenging tussen service, care en control en de diffuse grenzen tussen publieke en
       private informatiestromen – die ongemerkt heel gewoon zijn geworden – kunnen
       aanleiding zijn tot het stellen van grenzen. Van groot belang is ook de constatering
       dat het internet een totaal andere informatieomgeving heeft gecreëerd waaraan ook
       de iOverheid zich niet kan onttrekken en waarbinnen ze heeft te functioneren. De
       snelheid waarmee informatie – ook als die de overheid onwelgevallig is – wordt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                                                                                       19
  verspreid en gekopieerd, maakt bijvoorbeeld dat de overheid ook na zal moeten
  denken over haar eigen informatiemanagement. Dat heeft de WikiLeaks-affaire
  overtuigend laten zien. Ook in relatie tot deze ‘buitenwereld’ kunnen beredeneerde
  begrenzingen van groot belang zijn.
6 een institutionele agenda voor de transformatie naar
  een ioverheid
  Gericht werken aan een zorgvuldige uitbouw van de iOverheid vraagt niet alleen
  in inhoudelijke zin, maar ook op institutioneel niveau om de nodige aanpassingen.
  Een overheid die op digitaal vlak van gedaante is veranderd heeft zich ook in orga-
  nisatorisch opzicht aan te passen. Een op informatieniveau verknoopte overheid
  verlangt een verantwoordelijkheidsstructuur die past bij de nieuwe realiteit en is
  voorzien van de nodige slagkracht. Het probleem is echter dat de kern van de iOver-
  heid schuilt in de samenhang van informatiestromen en netwerken, en juist op dat
  punt geldt dat er geen organisaties zijn die zich om het geheel (kunnen) bekomme-
  ren. Er is geen ‘ministerie van’ of ‘Kamercommissie voor Informatie’. Dat maakt dat
  het ‘besef een iOverheid te zijn’ geen rustig bezit is, maar een permanente opgave
  die uiteindelijk in alle lagen van de overheid moet worden verankerd, maar op de
  korte termijn centraal moeten worden aangejaagd. Om de doelen voor de iOverheid
  handen en voeten te geven is daarom een institutionele transformatie nodig die drie
  functies bij de overheid belegt en verankert.
  a. De strategische functie, i.e. het waarborgen van een weloverwogen verdere ont-
      wikkeling van de iOverheid.
  b. De maatschappelijke functie, i.e. het versterken van de transparantie van de
      iOverheid voor burgers en het versterken van de accountability van de iOverheid
      ten opzichte van burgers die in informatienetwerken verstrikt raken.
  c. De operationele functie, i.e. het verbeteren van de weloverwogen aansluiting
      tussen beleid, uitvoering, technologie en informatiestromen en netwerken. Het
      verbeteren van het opdrachtgeverschap van de overheid.
  Deze drie functies vormen de absolute ondergrens van wat nodig is om het besef
  van de iOverheid vorm te geven en te handelen naar de consequenties die de nieu-
  we realiteit met zich meebrengt. Het is niet eenvoudig om de bij deze drie functies
  behorende instituties goed vorm te geven, maar het is wel zaak deze functies daad-
  werkelijk aan organisaties toe te vertrouwen en die organisaties ‘tanden’ te geven .
  In navolging van de empirische realiteit moet de overheid dus zelf in institutionele
  zin transformeren van een eOverheid naar een iOverheid. Daarbij moet in de gaten
  worden gehouden dat de institutionele transformatie als zodanig vele malen be-
  langrijker is dan de in dit rapport voorgestelde (naambordjes van) instituties. Dàt de
  functies worden vervuld is belangrijker dan de vraag door wie ze worden vervuld.
  Op het strategische niveau stelt de wrr voor om een permanente commissie voor
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>20 ioverheid
       de iOverheid in te stellen die processen van digitalisering beschouwt en beoordeelt
       in het licht van de iOverheid als geheel en die aan het parlement rapporteert. De
       centrale taak van deze commissie is om ontwikkelingen te signaleren, met elkaar
       in verband te brengen, en te doordenken vanuit het perspectief van de iOverheid,
       dat wil zeggen over grenzen van departementen en overheidslagen heen en in het
       perspectief van de mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Ook de ‘beweeglijkheid’
       van de iOverheid over de internationale grenzen en publiek-private scheidslijnen
       heen wordt in de analyse meegenomen. Op het niveau van de maatschappelijke
       functie bepleit de wrr de oprichting van een iPlatform om de transparantie van de
       iOverheid ten opzichte van burgers te centraliseren en vergroten. Net zoals de over-
       heid bij haar dienstverlening streeft naar een één-loketgedachte, zou de overheid
       ook hier naar één ingang moeten streven. Het iOverheidsplatform moet een in-
       teractief informatiepunt zijn over informatisering in de relatie tussen de burger en
       de overheid. De accountability kan vorm en inhoud krijgen via een iAutoriteit die
       verantwoordelijk is voor de afhandeling van problemen die burgers ondervinden
       met de iOverheid. De iAutoriteit moet het probleem letterlijk uit handen van de
       burger nemen om het in de ketens en netwerken van de iOverheid recht te zetten en
       op te lossen. Om de dynamiek van het kastje naar de muur te doorbreken moet hier
       expertise en een persoonlijke behandeling worden gecombineerd met een stevige
       doorzettingsmacht ten opzichte van de organisaties die het netwerk van de backof-
       fice van de iOverheid bevolken. Op het operationele niveau ten slotte is het van
       groot belang het opdrachtgeverschap te professionaliseren en kennis op het snijvlak
       van techniek en beleid te prioriteren in plaats van kennis van de techniek zelf. Op
       de tekentafels van de techniek en in de (internationale) gremia van de standaarden
       wordt immers bepaald hoe de iOverheid er in de praktijk uit komt te zien. Het besef
       dat dit in essentie politieke en beleidsmatige keuzes zijn, valt in de praktijk nu nog
       vaak weg tegen de gedachte dat techniek niet meer dan een instrument is.
       In de kern gaat dit rapport over de verantwoordelijkheid van de overheid voor haar
       eigen gebruik van . Maar de overheid heeft uiteraard ook een rol te spelen in de in-
       formatiesamenleving. Behalve de verantwoordelijkheid voor de iOverheid berust
       bij de overheid ten principale ook een zekere verantwoordelijkheid voor het func-
       tioneren van de iSamenleving. Wat dient de overheid zich in de ontwikkeling van
       de informatiesamenleving aan te trekken en (hoe) heeft zij daarin te interveniëren?
       Burgers en bedrijven worden voortgestuwd door enthousiasme voor nieuwe tech-
       nische mogelijkheden en overwegingen van winstgevendheid. Waar deze struc-
       tureel onvoldoende worden afgewogen tegen verankerende beginselen en onvol-
       doende in balans worden gebracht met een uitwerking van procesmatige beginselen
       die informatiestromen voor burgers transparant en, indien nodig, bekritiseerbaar
       maken, dient de iOverheid zich in ieder geval af te vragen of ze aan zet is.
       Tenslotte, in de dagelijkse praktijk zal de ontwikkeling van de iOverheid zonder
       twijfel onverminderd doorgaan. Zoveel kunnen we van de geschiedenis van de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                                                                                    21
digitalisering wel aflezen. Een halt toeroepen is kortom geen optie. Het is voor de
wrr echter onontkoombaar dat politiek en bestuur de komende jaren de draai van
een eOverheid naar een iOverheid hebben te maken. Evenzeer zal men de ogen niet
langer kunnen sluiten voor de verantwoordelijkheid die een politiek bewuste en
afgewogen verdere ontwikkeling van deze iOverheid met zich meebrengt en aan
acties verlangt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>22 ioverheid
II     aanbevelingen: werken aan de ioverheid
       De overheid dient te beseffen dat ze een iOverheid is. Dat besef is van vitaal belang
       om enerzijds de uitdagingen van de almaar verdergaande digitalisering het hoofd te
       bieden en anderzijds innovatie met behulp van digitalisering te kunnen benutten.
       Redeneren vanuit het besef een iOverheid te zijn betekent dat de overheid verder
       kijkt dan naar de techniek en individuele applicaties, maar de blik verlegt naar het
       perspectief van de iOverheid. Vanuit dat perspectief dient de aandacht uit te gaan
       naar de informatiestromen die het resultaat zijn van de vele applicaties en koppelin-
       gen daartussen. Bovenal moet de aandacht zich richten op de maatschappelijke en
       beleidsmatige gevolgen van continue uitbouw en dynamiek van de iOverheid.
       Het is verleidelijk om voor de noodzakelijke transformatie en de daarmee samen-
       hangende maatregelen een departement, organisatie of ambt aan te wijzen: één
       centraal punt dat vanuit een totaaloverzicht op de iOverheid de verantwoorde-
       lijkheid daarvoor draagt. Dat is echter een grotendeels onbegaanbare weg, gezien
       de omvang, complexiteit en gedetailleerdheid van de implicaties van ict voor de
       relatie burger-overheid. Dit rapport kan geen alomvattende strategie of een blauw-
       druk voor een evenwichtige ontwikkeling van de iOverheid leveren en verwacht
       ook niet dat ‘de’ overheid dat kan. Het besef van de iOverheid en de consequenties
       daarvan zullen moeten inzinken in de vele lagen en instituties van de overheid:
       departementen, agentschappen, gemeenten, politie, toezichthouders, burgers en,
       last but not least, politici. De iOverheid is de facto ontstaan op vele plekken binnen
       de overheid en het besef van de consequenties daarvan zal dezelfde weg moeten
       volgen. Dat gezegd zijnde geldt natuurlijk altijd dat sommigen meer gelijk zijn dan
       anderen. In dit laatste hoofdstuk wordt aan enkele organisaties een grote verant-
       woordelijkheid toebedeeld om dit besef uit te dragen en de consequenties van deze
       ontwikkelingen in goede banen te leiden. Deze ‘taken’ moeten worden gezien als de
       organisatorische uitwerking van een agenda van transformatie voor de Nederlandse
       overheid. De transformatie van een eOverheid naar een iOverheid is een paradig-
       mawisseling die zich de facto al heeft ontvouwd, maar nu ook hoognodig ingebed
       moet worden in het denken en de instituties van de Nederlandse overheid. Daarbij
       geldt dat de transformatieve agenda veel belangrijker is dan de concrete suggesties
       voor de institutionele inbedding daarvan. Er zijn meerdere wegen die naar Rome
       leiden, maar de overheid kan het zich niet veroorloven om niet in Rome aan te ko-
       men.
       Vanuit deze observatie wordt in de eerste drie paragrafen van dit hoofdstuk een
       aantal normatieve en procedurele aanbevelingen uitgewerkt. Paragraaf 1 formu-
       leert daartoe allereerst aanbevelingen op het niveau van de driedeling in stuwende,
       verankerende en procedurele beginselen die eerder in dit rapport werden gepre-
       senteerd en in de empirische analyse een belangrijke rol speelden. Paragraaf 2 on-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                                                                                           23
  derscheidt vervolgens op basis van deze analyse een drietal karakteristieken van
  informatie die als ‘waarschuwingsvlaggen’ hebben te gelden voor een bewuste
  iOverheid. Het gaat daarbij niet om typen informatie, maar om kenmerken van
  informatie die om speciale waarborgen vragen, zowel voor de overheid zelf als in
  de relatie overheid-burger. Aan de hand van deze waarborgen worden in paragraaf
  2 twee aanbevelingen geformuleerd, die daarmee ook de opmaat vormen tot de
  noodzakelijke reflectie, aangekaart in subparagraaf 2.3, over de begrenzing van de
  iOverheid. Ten slotte presenteren de paragraaf 3 de ingrediënten voor de institutio-
  nele inrichting om het ‘besef een iOverheid te zijn’ te verankeren.
1 expliciete afweging van stuwende, verankerende en
  procedurele beginselen
  De dynamiek tussen de stuwende beginselen – zoals effectiviteit & efficiëntie en
  veiligheid – en de verankerende beginselen – zoals privacy en keuzevrijheid – is, zo
  laat de empirie zien, sterk sturend voor de ontwikkeling van de iOverheid. Ook de
  invulling van procedurele noties zoals transparantie en accountability laat zien wat
  de moeilijkheden, mogelijkheden en (gemiste) kansen zijn om de ontwikkeling van
  de iOverheid normatief-institutioneel in te bedden. Op de persoon af gevraagd zal
  nagenoeg elke bestuurder, politicus en ambtenaar het belang van al deze beginselen
  onderschrijven. Ze appelleren immers allemaal aan gezond verstand, verantwoor-
  delijkheid, grondwettelijke waarden en zorgvuldigheid. Niemand is faliekant tegen
  veiligheid of tegen privacy, om die twee begrippen die het vaakst tegen elkaar uitge-
  speeld worden maar als voorbeeld te nemen. Wederom op de persoon af gevraagd
  zal iedereen zeggen dat deze beginselen in een zorgvuldig proces onderling tegen
  elkaar afgewogen moeten worden. Besluitvorming moet immers altijd gebalan-
  ceerd zijn. In theorie althans kan men het in de regel wel met elkaar eens worden.
  De praktijk, zo blijkt uit de analyse in deel 2 van dit rapport, is echter vaak een heel
  andere. ict is – het is eerder gezegd – vaak veel meer een politieke keuze dan een
  puur instrumentele oplossing voor een probleem. En politiek is nu eenmaal strijd.
  In de dagelijkse werkelijkheid van de iOverheid in wording is de afweging van de
  verschillende beginselen in de regel een minder evenwichtige en openbare aangele-
  genheid dan de theorie doet vermoeden. Dat heeft een aantal redenen: a) de begin-
  selen worden zelden expliciet gemaakt en openlijk bediscussieerd, b) de beginselen
  zijn ongelijksoortig en daarom moeilijk te duiden en tegen elkaar af te wegen en c)
  er valt politiek en bestuurlijk wat te winnen bij een onevenwichtige voorstelling
  van zaken. Deze redenen worden hieronder uitgewerkt en in het licht geplaatst van
  een tweetal aanbevelingen om de afwegingen en het debat over de iOverheid op het
  niveau van de beginselen meer open, expliciet en realistisch vorm te geven.
  De drie in dit rapport gehanteerde clusters van beginselen – stuwend, verankerend
  en procesmatig – moeten op alle niveaus waar beslissingen worden genomen met
  elkaar in balans worden gebracht. Dit is geen geringe opgave, aangezien een kwan-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>24 ioverheid
       titatief getint concept als efficiëntie enerzijds, en een meer normatief concept als
       keuzevrijheid of een procesmatig concept als accountability anderzijds, duidelijk in
       verschillende registers van analyse thuishoren. Stuwende beginselen zoals efficiën-
       tie en veiligheid hebben bovendien, zo laat de empirie zien, weinig steun in de rug
       nodig om voor het voetlicht te treden.
       Voor de verankerende beginselen ligt dat vaak anders. Zij zijn gegrond in de vrijheid
       en autonomie van burgers en uitgewerkt in de beginselen privacy en keuzevrijheid.
       Ondanks de absolute en grondrechtelijke klank van het begrip vrijheid, blijken deze
       noties in de praktijk van alledag veel plooibaarder dan de argumenten die aan de
       andere kant van de balans, in het domein van efficiëntie en veiligheid, worden neer-
       gelegd. Het argument voor verankering ligt veelal in de potentiële schending van
       individuele belangen die in een afweging soms eenvoudig het onderspit delven te-
       gen de gepercipieerde belangen van het collectief. De privacy van individuen weegt
       daarmee vaak niet op tegen de veiligheid van het collectief. De spil van de toezicht-
       houdende en rechterlijke toetsing wordt vrijwel altijd gevormd door de vraag of de
       inbreuk op een grondrecht evenredig is. Er is eigenlijk geen gemeenschappelijke
       eenheid of valuta die een quasimathematische afweging tussen deze ongelijksoor-
       tige categorieën van beginselen (stuwend enerzijds, verankerend anderzijds) mo-
       gelijk maakt. Wanneer toch wordt gepoogd de afweging in één bepaald keurslijf te
       dwingen – bijvoorbeeld in een kosten-batenanalyse – dan bestaat het risico dat de
       overwegingen (en de taal) van effectiviteit & efficiëntie de overhand krijgen.
       Voor het vinden van een juiste balans tussen de stuwende en de verankerende be-
       ginselen van de iOverheid komt in de praktijk veel aan op de intermediaire proces-
       matige beginselen accountability en transparantie. Zonder een stevige invulling van
       deze noties dreigt elke afweging in de lucht te blijven hangen. De beginselen van
       accountability en transparantie moeten de toetsbaarheid van het proces van ont-
       wikkeling van de iOverheid waarborgen. Ze eisen tezamen dat de vaak impliciete
       afwegingen die de overheid maakt, inzichtelijk, navolgbaar, bediscussieerbaar en
       aanvechtbaar worden gemaakt. Eigenlijk is de enige in deze context geloofwaardige
       manier om de verschillende beginselen tegen elkaar af te wegen een argumentatieve
       manier. Om die argumentaties het vrije spel te geven is het nodig dat de over-
       heid haar eigen afwegingen zo expliciet mogelijk wereldkundig maakt. Een van de
       belangrijkste agendapunten voor de iOverheid is de eis dat de afwegingen op be-
       ginselniveau (die onvermijdelijk moeten plaatsvinden) expliciet worden gemaakt.
       Deze afweging moet op alle niveaus geëxpliciteerd worden: van de voorbereiding
       en introductie van een concrete toepassing tot aan de omvattende vertakking van
       processen en informatiestromen waaruit de iOverheid is opgebouwd. Dat geldt niet
       alleen voor het nationale niveau, maar ook voor de afwegingen die op het interna-
       tionale, en met name op het Europese niveau worden gemaakt. Dat verlangt dat de
       Nederlandse regering in een tijdig stadium expliciteert met welke afweging zij aan
       de Europese vergadertafel plaatsneemt en met welk resultaat, in termen van afwe-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>                                                                                     25
ging, zij wenst thuis te komen. Dit leidt tot de eerste aanbeveling op het niveau van
de beginselen.
Een evenwichtige ontwikkeling van de iOverheid vereist een doordachte afweging
tussen de stuwende, verankerende en procesmatige beginselen die geëxpliciteerd, toet-
sbaar en publiekelijk te verantwoorden is.
De noodzaak van een omvattende en publiek te verantwoorden afweging is groot,
omdat een eenzijdige benadering van de beginselen en daarmee de iOverheid op
den duur ongewenste gevolgen heeft. Voor alle beginselen geldt dat het eenzijdig
najagen van een enkel beginsel (veiligheid/privacy/transparantie boven alles!) er
uiteindelijk voor zorgt dat de iOverheid applicatie voor applicatie en koppeling na
koppeling in een extreme, onwerkbare en kwetsbare vorm uitmondt. Het is daarom
belangrijk om een open oog te houden voor signalen en indicaties dat een of meer-
dere van deze beginselen de overige gaan verstikken. Juist voor beginselen geldt dat
de maatschappij er te weinig maar evengoed te veel van kan hebben. Dat potentiële
gevaar van dominantie bestaat voor alle beginselen, zeker wanneer ze tot extremen
worden opgevoerd. Stuwende beginselen als effectiviteit & efficiëntie verworden
in extremis tot economisme, een verankerend beginsel als keuzevrijheid verwordt
tot een keuzedelirium en zelfs een procesmatig beginsel als accountability resulteert
in excessieve achterdocht en juridisering wanneer daar eenzijdig het zwaartepunt
wordt gelegd. Maar ook op het ‘middenveld’ van de afweging – weg van de extremen
– komt het aan op een goede balans. Excessieve nadruk op veiligheid gaat al snel ten
koste van privacy en transparantie. Maar een excessieve nadruk op privacy kan ook
ten koste gaan van transparantie en accountability, aangezien verantwoording ook
altijd een zekere mate van openbaarheid nodig heeft. Bij te veel initiatieven heeft
het aan een daadwerkelijke, zorgvuldige en toetsbare afweging tussen deze ongelijk-
soortige beginselen ontbroken. De bestaande afwegingen – zoals die bijvoorbeeld
zijn te vinden in parlementaire stukken – zijn veelal gefragmenteerd en/of obligaat.
Dat ligt uiteraard niet alleen aan de aard van de beginselen zelf. De beginselen
moeten ter hand worden genomen op verschillende momenten, op een variëteit
aan niveaus en in de vele processen die tezamen resulteren in de iOverheid: in het
parlementaire debat over een nieuwe toepassing, in het formuleren van de opdracht
aan een ontwikkelaar van een toepassing, in de beslissing om bestanden te kop-
pelen of om nieuwe organisaties op een netwerk aan te sluiten en in de uitspraken
van rechters, toezichthouders en burgers over nieuwe ontwikkelingen en genomen
besluiten. Op al die momenten staat er veel op het spel en wordt het gewicht van
een enkel beginsel soms zwaar aangezet om het pleit te beslechten. Het empirisch
materiaal laat zien dat het bij de ontwikkeling van de iOverheid meerdere malen
is voorgekomen dat plannen voor een nieuwe toepassing werden gepresenteerd
op manieren die het meest weg hadden van marketing. Technologievertrouwen is
soms niet zozeer echt vertrouwen, maar eerder een politieke verkoopmethode. Met
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>26 ioverheid
       termen als effectiviteit & efficiëntie en veiligheid zou wel iets minder magie mogen
       worden bedreven. Maar ook aan de andere kant van het spectrum, aan de zijde van
       de verankerende noties van privacy en keuzevrijheid, worden reële en toetsbare
       argumenten en afwegingen vaak evenzeer gemist. Als er aan deze kant iets ingele-
       verd moet worden – hetgeen zich zeer wel voor kan doen –, dan is het zaak dat deze
       ‘incassering’ als zodanig wordt erkend en gecommuniceerd. Met andere woorden,
       hoewel in de meeste gevallen niet op voorhand te zeggen is wat de ‘juiste’ inhoude-
       lijke afweging is tussen de stuwende en verankerende beginselen, dient het debat
       op dit punt wel degelijk sterk verbeterd te worden.
       Het realiteitsgehalte van de discussies over de verdere ontwikkeling van de iOver-
       heid, en de rol die de beginselen daarbij spelen, moet drastisch omhoog, omdat het
       zowel bij hen die wijzen op de kansen als bij hen die wijzen op de gevaren daarvan
       ontbreekt aan een goede verantwoording van hun zaak. Hierbij is een belangrijke
       rol weggelegd voor de procesmatige beginselen van transparantie en accountability.
       Juist een stevige en geloofwaardige invulling van de procesmatige omlijsting van de
       iOverheid kan bijdragen aan de realiteitswaarde van de discussies die bepalen welke
       richting moet worden ingeslagen. Evengoed is het noodzakelijk dat de verankeren-
       de beginselen expliciet en zoveel mogelijk toetsbaar worden gemaakt. Realiteitszin
       aan deze kant van het spectrum zou vooral laten uitkomen dat beginselen als pri-
       vacy en keuzevrijheid geen alles-of-nietskarakter hebben. Het is soms noodzakelijk
       om op deze beginselen iets in te leveren, mits dit expliciet en goed verantwoord
       gebeurt. De overheid mag immers ook geen mogelijkheden laten liggen om met
       behulp van moderne technologie en wetenschappelijk onderbouwde mogelijkhe-
       den van risicotaxatie, diagnose en interventie mensenlevens te beschermen (Bu-
       ruma 2011). Een teveel aan privacy kan een kind in grote moeilijkheden buiten het
       gezichtsveld van de autoriteiten houden, een teveel aan keuzevrijheid kan in een
       dusdanig complexe situatie erin uitmonden dat de burger uiteindelijk toch met lege
       handen staat.
       Het expliciet en zoveel mogelijk toetsbaar maken van de stuwende beginselen zou
       op zijn beurt vooral twee zaken laten uitkomen en dus ook openlijk bespreekbaar
       maken. Ten eerste, dat vaak sprake is van ongefundeerd politiek-bestuurlijk opti-
       misme ten aanzien van de mogelijkheden van ict, zoals het empirisch materiaal
       in dit rapport en vele studies die dit rapport zijn voorgegaan, hebben laten zien.
       Hoewel optimisme de motor is van veel innovatie, is het in Nederland ook de on-
       derliggende reden geweest voor ondoordachte projecten, onhaalbare deadlines
       en kostbare ict-mislukkingen. Ten tweede zou explicitering duidelijk maken dat
       ‘verrommeling’ vaak stilletjes is ingecalculeerd. Spill over en function creep worden
       in politieke discussies op gepaste afstand gehouden en formeel verworpen, in het
       volle besef dat de toekomst met een grote mate van waarschijnlijkheid precies dat-
       gene zal brengen wat op dat moment van regeringswege formeel wordt uitgesloten.
       Het formele argument is dan dat de politieke verantwoordelijkheid slechts reikt
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                                                                          27
  tot het voorliggende voorstel en niet tot de mogelijkheden die daarin – impliciet,
  maar eenvoudig voorstelbaar – voor de toekomst besloten liggen. In een iOver-
  heid, die ontstaat uit een aaneenschakeling van dit soort geïsoleerde besluiten is
  een dergelijke ‘na ons de zondvloed’ redenering onhoudbaar. Het werkelijke besef
  een iOverheid te zijn vereist dat de politiek de digitale variant van ‘regeren is voor-
  uitzien’ serieus neemt en toepast op de impliciete, maar voorzienbare toekomstige
  ontwikkelingen van informatisering. De overheid neemt in haar beleid vaker een
  voorschot op de toekomst en het zou haar sieren om dat in de politieke afweging
  ook, en met een open vizier, te doen.
2 waarschuwingsvlaggen voor de ioverheid
  Het is van belang dat de overheid bij de verdere informatisering een aantal kenmer-
  ken van informatie veel bewuster dan nu het geval is in acht neemt. Daarbij gaat het
  niet, zoals vaak gebeurt, om een inhoudelijke karakterisering van informatie waar-
  bij bijvoorbeeld dna-gegevens een hogere bescherming vereisen dan biometrische
  gegevens, die weer een hogere bescherming vereisen dan eenvoudige persoonsge-
  gevens als naam, adres en woonplaats. Hoewel dergelijke onderscheidingen in type
  gegevens van belang zijn – en in de bestaande wet- en regelgeving deels ook in be-
  langrijke mate zijn verankerd –, verlegt dit rapport de blik liever richting processen
  van informatieverwerking en -gebruik, juist omdat die processen van grote invloed
  zijn op het karakter en de betrouwbaarheid van de informatie waarop de iOverheid
  draait en waarvan ze afhankelijk is. Deze processen hebben in het huidige digitale
  tijdperk een aantal karakteristieken die expliciet in overwegingen en beslissingen
  meegenomen moet worden om de iOverheid evenwichtig uit te kunnen bouwen of
  te beperken.
  Aan drie, onderling gerelateerde, processen worden daarom waarschuwingsvlag-
  gen meegegeven. Die waarschuwing is niet bedoeld als een ‘verbod’, maar bedoeld
  om de alertheid van beleidmakers en politici te verscherpen. Het algemene ‘besef
  een iOverheid te zijn’ krijgt mede handen en voeten met de waarschuwingsvlag-
  gen: wanneer informatie onderdeel dan wel resultaat is van deze processen dient
  de overheid alert te zijn op de kwaliteit van de informatie en op de vraag wie de
  verantwoordelijkheid voor de informatie draagt. In sommige gevallen moet moge-
  lijk ook worden nagedacht over – het stellen van – grenzen aan informatiegebruik.
  Deze informatieprocessen verlangen expliciete aandacht als het gaat om een geba-
  lanceerde verdere ontwikkeling van de iOverheid. De drie ontwikkelingen die deze
  drie vlaggen dragen zijn de volgende.
  1. Het vernetwerken van informatie, i.e. het gezamenlijk gebruik en beheer van
        informatie in een netwerk van actoren.
  2. Het samenstellen en verrijken van informatie, i.e. het creëren van nieuwe in-
        formatie en profielen op basis van verschillende bronnen uit verschillende
        contexten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>28 ioverheid
       3.    Het voeren van preventief en proactief beleid op basis van informatie, i.e. het
             actief beoordelen van en ingrijpen in de samenleving op basis van informatie-
             gestuurde risicocalculatie.
       Deze drie informatieprocessen vormen de kern van de iOverheid en stellen haar in
       staat om beleid te verfijnen, op maat te snijden, een omvattend beeld te verkrijgen
       van burgers en beleidsproblemen en daar waar nodig proactief op te handelen. Te-
       gelijkertijd zijn het ontwikkelingen die van invloed zijn op informatie zelf: op het
       karakter, de betrouwbaarheid, de kenbaarheid, de contextualiteit en herleidbaarheid
       van informatie. Dat levert niet als zodanig onoverkomelijkheden of fundamentele
       bezwaren op. Het is wel van belang dat deze processen voldoende worden verdis-
       conteerd in de omgang met, het gebruik van en de verantwoordelijkheid voor die
       informatie. Daaraan ontbreekt het vaak in de onbewuste iOverheid. Veel meer dan
       nu het geval is dient het besef door te dringen dat het juist deze drie ontwikkelingen
       zijn die grote gevolgen hebben voor (a) de inhoudelijke kwaliteit van informatie en
       (b) voor de eisen aan de organisatorische inbedding van informatiestromen. Hieruit
       volgt een aantal belangrijke randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van de
       iOverheid.
       2.1 Inhoudelijke kwaliteit van informatie
       Alle drie de ontwikkelingen – vernetwerken, samenstellen en verrijken van in-
       formatie als ook informatiegestuurd preventief en proactief beleid – vereisen een
       scherpe en kritische blik op zowel kwaliteit als relevantie van de informatie die uit
       de systemen van de verschillende overheden rolt. In deel 2 is gewezen op tendenties
       en reflexen zoals het onbezorgd koppelen van informatiebestanden, het habitueel
       overschrijden van domeinafbakeningen zoals service, care en control, het zonder
       een duidelijk vooropgezet plan laten uitdijen van de zee van informatie, de voort-
       durende verwatering van informatie als gevolg van hergebruik op hergebruik, en
       ten slotte het stapelen en vermengen van alle soorten informatie. Binnen de iOver-
       heid zoals die in de afgelopen jaren is ontstaan, gaat samengestelde informatie in
       netwerken eenvoudig over ‘grenzen’ heen. Dat geldt niet alleen voor de fysieke
       grenzen tussen nationaal en internationaal, maar in het bijzonder voor het onder-
       scheid tussen publieke en private sectoren en ‘hun’ informatie, en voor het onder-
       scheid tussen informatie gebruikt voor service, care en control. Bovendien wordt
       veel van deze informatie eerst gedecontextualiseerd wanneer het uit de oorspron-
       kelijke informatieomgeving wordt gehaald en vervolgens gehercontextualiseerd
       wanneer het wordt gecombineerd met andere gegevens in een andere beleidscon-
       text. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de betrouwbaarheid en de kenbaarheid van
       informatie. Dat geldt voor de professionals die met deze gegevens moeten werken
       (en informatie uit een andere professionele context moeten interpreteren) en wordt
       nog versterkt wanneer het gaat om informatie die het resultaat is van technische
       bewerkingen, zoals profiling en data mining. Naarmate data- en informatiebestan-
       den vervuilder zijn – en ze zijn vaak vervuild of vatbaar voor vervuiling – zorgen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>                                                                                       29
netwerken er bovendien voor dat de risico’s die samenhangen met de (verspreiding
van) vervuilde informatie exponentieel groeien. Een vervuilde informatiehuishou-
ding komt immers niet vanzelf tot stilstand. Integendeel. Vaak is eenvoudigweg
niemand zich bewust van het kwaliteitsverlies van informatie en volgt bewerking
op bewerking en hergebruik op hergebruik. Deze onwetendheid geldt zowel voor
de betrokken overheidsfunctionarissen als voor de burgers in kwestie. Het gebrek
aan kwaliteit van informatie onttrekt zich, juist in vernetwerkte situaties, maar al
te gemakkelijk aan het zicht, zonder dat hiervoor altijd direct een ‘schuldige’ is aan
te wijzen. Eerder is dit een onvermijdelijk risico van wat als het multipliereffect van
ict kan worden aangeduid: niet alleen correcte informatie heeft een enorme om-
loopsnelheid en effectieve distributie gekregen, maar ook foutieve informatie. De
administratieve werkelijkheid en de ‘werkelijke werkelijkheid’ kunnen in de iOver-
heid veel sterker uiteenlopen dan voorheen, en fouten kunnen zich bovendien veel
sneller verspreiden, waarna ze vervolgens veel moeilijker te herstellen zijn. Die
fouten hebben in het dagelijkse leven soms grote gevolgen voor individuele burgers.
Zeker als op basis van de foutieve gegevens via profilering verrijking van informatie
plaatsvindt of proactief beleid wordt gevoerd.
De kwaliteit van de iOverheid vereist dus voortdurend rijksbrede aandacht en be-
leid. Over de hele linie moet de assumptie dat informatie juist is vervangen worden
door het besef dat de informatie op onderdelen hoogstwaarschijnlijk niet accuraat,
verouderd en soms zelfs misbruikt en gemanipuleerd zal zijn. Nu is de default-
positie bij de overheid te sterk dat het systeem de waarheid in pacht heeft, worden
de foutmarges genegeerd en verschuift de verantwoordelijkheid voor het probleem
steeds meer richting burger. Men is zich onvoldoende bewust van de gevolgen van
de iOverheid: het multipliereffect en de voortdurende decontextualisering van-
wege de netwerken worden niet meegenomen in het bepalen van de kwaliteit van
informatie. Of men staart zich juist blind op de positieve gevolgen van netwerken
en samengestelde informatie. De aandacht voor de kwaliteit van informatie mag
zich niet beperken tot de informatie zelf, maar moet zich ook op de metagegevens
richten. Metagegevens zijn de onmisbare wegwijzers in de informatiehuishouding.
Ze spelen een cruciale rol bij zowel het traceren van informatie als het duiden van
de oorspronkelijke context en herkomst van deze informatie. De kwaliteit van een
informatiehuishouding van de iOverheid staat of valt kortom met de aanwezigheid
van kwalitatief goede metagegevens. Aandacht voor de kwaliteit van informatie
vereist ook gedegen aandacht voor technische en organisatorische randvoorwaar-
den zoals beveiliging, werkprocessen en een betrouwbare authenticatie- en identifi-
catie-infrastructuur.
Het vertrouwen in technologie moet veel beter dan nu het geval is worden afgezet
tegen de empirische zekerheid dat alle systemen en informatiestromen naast be-
doelde ook onbedoelde effecten sorteren die daarmee ook hun weerslag hebben op
de inhoud van de informatie als zodanig. Te vaak houdt de overheid nog sterk – en
vaak formeel – vast aan de juistheid van haar gegevens. Anders gezegd: de over-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>30 ioverheid
       heid heeft een te groot vertrouwen in de kwaliteit van informatie en een gebrek aan
       wantrouwen waar het de kwetsbaarheid van de iOverheid aangaat.
       Een bewuste iOverheid benadert de eigen informatiehuishouding voortdurend vanuit
       een kritische houding. Deze houding kenmerkt zich door een realistisch wantrouwen
       ten opzichte van de kwaliteit van zowel informatie als informatieprocessen, waarbij
       beide constant op waarde worden geschat en waar nodig verbeteringen worden door-
       gevoerd.
       De rol die informatie speelt in beleidsprocessen verandert onder de condities van
       digitalisering. Informatie wordt steeds meer ingezet om een voorschot te nemen op
       de toekomst en die ontwikkeling breidt zich bovendien verder uit over de terreinen
       van service, care en control. De klassieke variant daarvan, het gebruik van statistiek
       om het beleid te informeren en te verbeteren, wordt in toenemende mate aangevuld
       met een informatiegestuurd beleid dat zich toelegt op het voorspellen van indivi-
       dueel gedrag. Informatie en calculatie moeten bijvoorbeeld voorspellen welk kind
       gevaar loopt en welke reiziger een terrorist zal blijken. Op basis van die risicocalcu-
       latie wordt vervolgens gehandeld. De verschuiving naar individueel gedrag betekent
       dat de opbrengst potentieel zeer hoog is – er wordt een leven gered of een aanslag
       verijdeld –, maar betekent tegelijkertijd dat de repercussies als die inschatting fout
       blijkt te zijn ook zeer hoog zijn. Wie onterecht als potentieel terrorist, crimineel
       of falende ouder in de systemen en netwerken van de overheid wordt opgenomen
       zal daar de gevolgen van voelen in zijn dagelijkse leven. Het besef dat statistiek en
       kansberekening worden gebruikt voor individuen, en niet voor brede beleidscatego-
       rieën, en de potentiële gevolgen daarvan is zwak ontwikkeld bij de overheid.
       De meest pregnante voorbeelden, met de meest verstrekkende gevolgen, zijn te
       vinden in de domeinen van de (staats)veiligheid en in die delen van de zorg waar
       het om levensbedreigende situaties gaat. Maar ook op minder precaire beleidster-
       reinen in de dienstverlening en de zorg geldt dat statistische benaderingen en de
       uitkomsten van vernetwerkte informatieverwerking soms individuele burgers in de
       verkeerde hokjes plaatst en daarin vaak langere tijd vasthoudt. Bovendien geldt dat
       deze domeinen onder invloed van informatisering steeds meer in elkaar vervloeien,
       zodat fouten zich verspreiden en diffuser worden. Ook blijkt in de dagelijkse prak-
       tijk van het informatiemanagement van de overheid het ‘vergeten’ van informatie
       – ondanks bewaartermijnen – onder druk te staan. In profielen en netwerken leidt
       bepaalde persoonsinformatie een hardnekkig bestaan met alle potentiële gevolgen
       van dien.
       Een iOverheid zal dus een scherp oog moeten hebben voor de mogelijke negatieve
       en soms zelfs schadelijke effecten van informatiegestuurd beleid. Goede procedu-
       res om daarmee om te gaan zijn van groot belang voor individuele burgers die in
       de knel komen. Ook zijn ze van belang voor het in stand houden en versterken van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>                                                                                       31
vertrouwen in de iOverheid. Die procedures vragen om een balans tussen de begin-
selen van accountability en transparantie enerzijds en om een balans tussen de rol
en verantwoordelijkheid van de overheid en van de burger anderzijds. Het is daarbij
van belang om een onderscheid te maken tussen de burgerrol van citoyen (politiek
subject) en de burger als individu (juridisch subject). In het eerste geval gaat het om
de burger als een productieve countervailing power die inzicht zou moeten heb-
ben in de informatieprocessen van de overheid. In het tweede geval gaat het om
de burger die toegang moet hebben tot zijn rechten wanneer hij door de overheid
onjuist en/of onheus wordt bejegend of vast komt te zitten in de systemen van de
iOverheid. Beide rollen vergen een zekere vigilance – een combinatie van waak-
zaamheid en assertiviteit – om een tegenwicht te bieden tegen de uitbreiding van de
iOverheid. Dat is echter geen opstelling van burgers die voor lief kan worden geno-
men, maar één die ondersteuning vraagt in termen van procedures en rechten. Die
moeten gevonden worden in praktische uitwerkingen van accountability en trans-
parantie. Algemeen geformuleerd geldt dat voor de burger als citoyen transparantie
een hoge prioriteit heeft, terwijl voor de burger als individu de hoogste prioriteit bij
accountability ligt.
Om burgers in staat te stellen een countervailing power te zijn is een zekere open-
heid van zaken bij de iOverheid nodig. Zonder transparantie en zeker ook inzicht is
reëel toezicht onmogelijk. Dat betekent dat de iOverheid meer openheid van zaken
moet geven en burgers meer en vooral ook tijdig ‘mee moet laten praten en denken’
over de verdere ontwikkeling van de iOverheid. Dat moet ze zowel ‘uit eigen bewe-
ging’ doen als in reactie op vigilante burgers en burgerbewegingen die door middel
van verzoeken en procedures informatie boven tafel proberen te krijgen. De platitu-
de dat ‘wie niets te verbergen heeft, ook niets te vrezen heeft’ kan met een knipoog
– het is immers ook echt een platitude – wel wat meer op de iOverheid zelf worden
toegepast. De burger in de rol van toezichthouder veronderstelt terecht waakzaam-
heid en assertiviteit bij burgers die echter, even terecht, meer transparantie aan de
kant van de overheid zouden mogen verwachten.
Als het gaat om de burger als individu, zeker als die zijn recht zoekt ten opzichte
van de staat, is transparantie hoogstens een begin. Met alleen transparantie wordt
de burger immers wel gefaciliteerd, maar ook verantwoordelijk gemaakt om zijn
digitale zaakjes goed op orde te hebben, en daar onvermoeibaar over te waken.
Dat zou, alleen al in termen van de digitale kloof, een grote ongelijkheid tussen
burgers creëren. Bovendien heeft de burger de autoriteit noch de doorzettings-
macht om daadwerkelijk iets blijvend te wijzigen in de vernetwerkte backoffice
van de iOverheid. De empirie heeft laten zien dat burgers in de praktijk slachtoffer
worden van fouten in de backoffice en machteloos staan om die fouten te corrige-
ren. Die praktijk moet dus verder uitgewerkt worden met goede procedures voor
eindverantwoordelijkheid en een kenbare ingang om verantwoordelijkheid bij de
iOverheid neer te leggen. Daarbij moet een evenwicht gevonden worden tussen de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>32 ioverheid
       verantwoordelijkheid van de burger om onjuistheden aan te (kunnen) kaarten en de
       verantwoordelijkheid van de overheden om fouten ook daadwerkelijk recht te zet-
       ten. Zeker in de meer gevoelige domeinen van care en control (gekenmerkt door een
       grote winst voor de samenleving bij succes en grote repercussies voor het individu
       bij fouten) kan het niet zo zijn dat de burger voor (de gevolgen van) de foutieve of
       verouderde informatie van de overheid opdraait. Kortom, enerzijds is de verant-
       woordelijkheid van de overheid groot, omdat alleen zij de doorzettingsmacht heeft
       om fouten in het volledige netwerk van de iOverheid te corrigeren en niet alleen bij
       het loket waar het probleem is geconstateerd. Anderzijds moet de drempel voor de
       individuele burger ook niet te laag zijn, aangezien dan relatief (te) gemakkelijk grote
       inspanningen aan de kant van het bestuur worden gevraagd.
       De iOverheid moet investeren in procedures om transparantie (ter ondersteuning van
       de burger als citoyen ) en accountability (ter ondersteuning van de individuele burger
       als rechtzoekende) te verbeteren. Verantwoordelijkheid en verantwoordingsproce-
       dures binnen de iOverheid zijn momenteel ontoereikend en onvoldoende effectief, en
       dienen daarom omvattender, explicieter en helderder te worden benoemd en belegd.
       2.2 Organisatorische inbedding voor duurzame en rechtvaardige
       informatiestromen
       Het ‘besef een iOverheid te zijn’ en in het bijzonder de drie waarschuwingsvlaggen
       van vernetwerken, samengestelde informatie en informatiegestuurd proactief be-
       leid hebben uiteraard ook gevolgen voor de praktische en organisatorische vormge-
       ving van de iOverheid. De inbedding van informatiestromen in de overheidsorga-
       nisatie laat in termen van beheer, kwaliteit en waarborgen, ondanks de steeds vaker
       gebezigde term ‘informatiemanagement’, nog veel lacunes zien. De ontwikkeling
       van de iOverheid tot op heden kan in termen van informatie nog te zeer worden ge-
       kenschetst als ‘veel flow, weinig management’. De informatie stroomt steeds vrije-
       lijker door de organisatie van de overheid (en daarbuiten), terwijl de randvoorwaar-
       den voor een goed beheer en management van die informatiestromen achterblijven.
       De omzetting van papieren dossiers en ladekasten in digitale gekoppelde informa-
       tiebestanden biedt immers niet alleen nieuwe kansen, maar zet ook klassieke taken
       en verplichtingen van de overheid in een ander daglicht. De praktische organisatie
       en het management van al de informatie die in de databanken en netwerken van
       de overheid circuleert is een kwalitatief andere opgave dan die van het papieren
       tijdperk. Informatiemanagement gaat ook over het functioneren van het ‘geheugen’
       van de iOverheid en dat hapert aan twee kanten. Enerzijds ‘dementeert’ de overheid
       en worden zaken vergeten die niet vergeten mogen worden. Anderzijds onthoudt
       de overheid meer en meer informatie over haar burgers vanuit de gedachte dat het
       ooit nog van pas kan komen. Het eerste is (onder meer) schadelijk omdat zonder
       goed geheugen transparantie en accountability onwerkbare beginselen worden. De
       archieffunctie stelt de overheid in staat haar eigen handelen over te dragen, te trace-
       ren, te openbaren en te verantwoorden. Dat is zowel intern, binnen de overheid, als
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>                                                                                      33
extern, ten opzichte van burgers, van vitaal belang. Archiveren in tijden van digi-
talisering vraagt echter om een radicaal andere aanpak van het informatiemanage-
ment van de overheid. De Algemene Rekenkamer heeft hier al meerdere malen, en
met grote nadruk, op gewezen en daartoe organisatorische handreikingen gedaan.
Tegelijkertijd lijkt de overheid op andere punten niet in staat of onwillig om in-
formatie te vergeten. Het onbeperkt onthouden van informatie is echter ook scha-
delijk, omdat dit het risico in zich bergt dat burgers zich niet meer aan hun eigen
verleden kunnen ontrekken. De overheid is soms niet bij machte om de eigen be-
waartermijnen te respecteren en neigt er bovendien naar deze steeds verder op te
rekken vanuit de gedachte dat meer informatie ook betere informatie is. Veiligheid
en fraudebestrijding zijn daarbij de magische woorden bij uitstek. Er zijn echter ook
goede redenen om niet elk deel van het verleden van burgers te betrekken bij het
oordeel van de overheid over burgers in het heden of de toekomst. Het werken met
‘burgerbeelden’ en profielen voedt de informatiehonger van de overheid en maakt
bewaren en onthouden een belang op zichzelf. Burgers worden immers veel sterker
het product van hun verleden dan ze in het papieren tijdperk waren. ‘Eens een dief,
altijd een dief’ loopt het gevaar een digitale eeuwigheidswaarde te krijgen. Het feit
dat het technologisch mogelijk is om persoonsgegevens tot in lengte van dagen te
bewaren is nog geen afdoende reden om dat ook daadwerkelijk te doen. Ook hier zal
de specifieke context overigens om nadere en soms ook andere afwegingen ten aan-
zien van bewaren dan wel vernietigen van informatie vragen. Zo zal informatie in
het domein van de opsporing bijvoorbeeld soms anders beoordeeld moeten worden
dan informatie in het domein van de gezondheidszorg, waar het voor langere tijd
bewaren van gegevens van onschatbare waarde kan zijn voor onderzoek en inschat-
tingen van sterfterisico’s en erfelijkheid. Op welke wijze gegevens vervolgens
bewaard moeten worden, bijvoorbeeld al dan niet geanonimiseerd, is een volgende
vraag die ook per categorie bekeken en beoordeeld moet worden. Het gaat er niet
om één norm voor het bewaren of vergeten van alle (persoons)informatie te formu-
leren (het absolute recht op vergeten), het gaat er juist om dat de overheid hier een
goede en beredeneerde afweging maakt die bovendien ook daadwerkelijk in acht
genomen wordt.
Het is voor de verdere ontwikkeling van de iOverheid kortom van wezenlijk be-
lang dat er aandacht is voor haar geheugen. De archieffunctie moet zonder meer
versterkt worden, wat een radicale omslag in het denken verlangt. Wat de overheid
van haar burgers dient te vergeten vereist een openlijke en voortdurende afwe-
ging tussen collectieve belangen, zoals die van veiligheid enerzijds en individuelei
belangen als het recht op vergeving en vergetelheid anderzijds. Een rechtvaardig
geheugen verlangt bovendien dat de overheid zich meer dan nu het geval is reken-
schap geeft van de risico’s die het gebruik van verouderde gegevens met zich mee
kan brengen. De regering dient er daarom op toe te zien dat organisaties binnen de
iOverheid structureel aandacht hebben voor het belang van vergeten. Organisaties
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>34 ioverheid
       dienen de afwegingen tussen ‘bewaren en vergeten’ te doordenken, te expliciteren
       en het resultaat van deze afwegingen ook daadwerkelijk organisatorisch te veran-
       keren. De iOverheid dient hiernaast naar wegen te zoeken om burgers structureel
       en laagdrempelig te faciliteren bij het verwijderen van verouderde, onjuiste en niet-
       accurate gegevens.
       De iOverheid moet over een effectief, duurzaam, maar vooral ook rechtvaardig
       geheugen beschikken. Het belang van bewaren en archiveren verlangt een radicale
       cultuuromslag. Het belang van vergeten moet blijvend worden geagendeerd en vereist
       een inhoudelijke en organisatorisch verankerde strategie.
       2.3 ‘Grenzen aan de groei’ van de iOverheid?
       Een onbewuste iOverheid zal de natuurlijke neiging hebben om verder te groeien:
       ‘grenzen aan de groei’ komen pas met bewustzijn in zicht. Tot die tijd worden in-
       formatieverzamelingen en koppelingen nauwelijks serieus begrensd, vervuilt in-
       formatie, sluiten organisaties en informatiestromen niet meer op elkaar aan, raken
       burgers en bedrijven, maar ook instanties binnen de overheid zelf verstrikt in de
       datakluwen van de overheid, wordt identiteitsvaststelling een probleem en wordt
       het voor burgers vrijwel onmogelijk zich te onttrekken aan de informatie die over
       hen wordt verzameld, bewerkt en uitgewisseld. Zonder een besef van de iOverheid
       en wat deze betekent voor de verhouding overheid-burger is er weinig reden of
       gelegenheid om stil te staan bij de groei van het informatiebouwwerk dat de over-
       heid in uitvoering heeft. Ook geeft het weinig reden tot het stellen van vragen: of
       dit nodig is, of er behoefte aan en noodzaak tot begrenzing is en hoe het zich verder
       dient te ontwikkelen. Vragen en afwegingen op het niveau van de samenhang van
       informatiestromen en de gevolgen daarvan blijven liggen, terwijl de constructie
       van het bouwwerk van de iOverheid doorgaat. Daarmee doet de overheid zichzelf
       en haar burgers tekort. Bovendien maakt het niet alleen burgers, maar ook de over-
       heid zelf kwetsbaar.
       De dagelijkse praktijk van informatieverspreiding en koppeling en de redelijkerwijs
       te verwachten claims op eenmaal verzamelde informatie in de toekomst vereisen
       een bredere afweging die (a) voorbij het concrete beleidsinitiatief kijkt en (b) voorbij
       het concrete moment van het hier en nu kijkt. Het daadwerkelijk maken van afwe-
       gingen op het niveau van de iOverheid doet ook een fundamentelere vraag rijzen:
       is de iOverheid zoals die is ontstaan ook de iOverheid die we zouden wensen als we
       haar expliciet en in de volle besef van de samenhang hadden doordacht en ontwor-
       pen? Dat betekent daarmee ook dat de vraag op tafel ligt of er grenzen aan de uit-
       bouw van de iOverheid zitten. Waar zitten die grenzen wel? Waar niet? En op basis
       waarvan wordt dat bepaald?
       Deze vragen naar begrenzing hebben ook te maken met een kwetsbaarheid van de
       iOverheid die zich het best laat illustreren aan de hand van het karakter van het in-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>                                                                                      35
ternet. Het fundamenteel ongereguleerde en open netwerkkarakter van het internet
maakt het ‘sturen’ van het internet of het controleren van de informatie die daarop
circuleert in de praktijk vrijwel onmogelijk. Iedereen heeft immers toegang tot
informatie wanneer die eenmaal op het net is geplaatst. Wat onjuist of ongewenst
is kan worden weggehaald op de eigen site of, na juridische actie, wellicht van de
site van een ander, maar is dan vaak al gekopieerd en duikt als ‘mirror’ ergens an-
ders op. De ontwikkelingen eind 2010 rondom WikiLeaks vormden bij uitstek een
voorbeeld van een site die in snel tempo gekopieerd werd, juist omdat overheden
en andere belanghebbenden de daarop geplaatste informatie ontoegankelijk wilden
maken. Het onstuurbare karakter van het internet en de fundamentele gevolgen
daarvan spelen in afgeleide vorm ook voor de iOverheid en wel op twee niveaus. In
de eerste plaats voor de iOverheid zelf, dat wil zeggen de interne informatiehuis-
houding van de overheid. Die informatiehuishouding verschilt van het internet in
die zin dat het om een semigesloten systeem gaat en niet een volledig open systeem
als het internet. Dat betekent dat het in goede banen leiden van informatiestromen
tot op zekere hoogte mogelijk is. De huidige dynamiek binnen de iOverheid zet
die (fragiele) ‘stuurbaarheid’ van informatie echter onder druk. Zowel het ver-
netwerken van informatie als het laten vervloeien van informatiestromen over de
grenzen van het publiek-private heen maakt dat het semigesloten systeem van de
iOverheid intern steeds meer op het internet gaat lijken. Informatie is steeds meer
van iedereen, in plaats van toebehorend aan één organisatie. Dat betekent ook dat
het in goede banen leiden van informatiestromen binnen de iOverheid op dezelfde
grenzen stuit als binnen het model van internet. Naarmate die ontwikkeling zich
doorzet, wordt het problematischer voor de overheid om informatie te kanaliseren,
te verifiëren en voor de betrouwbaarheid in te staan.
Naast het risico dat de internetlogica bij de iOverheid ‘naar binnen slaat’ is er nog
een tweede risico, namelijk dat de iOverheid ongewild deel wordt van het internet.
Wederom is de WikiLeaks-affaire, zoals die in het najaar van 2010 in alle hevigheid
losbarstte, een aansprekend voorbeeld en een voorbode van wat in de toekomst on-
getwijfeld vaker zal gaan gebeuren. Door WikiLeaks kwam de interne informatie-
huishouding van overheden ineens op de digitale straten van het internet te liggen:
oncontroleerbaar door het vele kopiëren en de snelle migratie van de informatie
van server naar server, van cloud naar cloud. Inmiddels worden ook lokale varianten
gelanceerd die anoniem en vertrouwelijk (overheids)documenten onthullen, zoals
www.opennu.nl.
Alleen Chinese methoden zouden de geest wellicht terug in de fles kunnen krijgen,
maar zelfs dat is de vraag. Om van de wenselijkheid daarvan nog maar te zwijgen.
Voordat een dergelijk ‘lek’ van overheidsinformatie naar het internet realiteit
wordt, wordt het risico gezien als een kwestie van beveiliging van data en van tech-
niek en beleid om dat te bewerkstelligen. Zodra een lek resulteert in het verspreiden
van gevoelige informatie op internet, is er echter geen beleid meer voorhanden,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>36 ioverheid
       gaan overheden improviseren om de controle terug te winnen, maar dat biedt een
       weinig verheffende aanblik. De grote druk die de Amerikaanse overheid op service
       providers uitoefende om WikiLeaks uit de lucht te halen, bracht Amy Davidson
       van de New Yorker tot de vraag of “Lieberman feels that he, or any Senator, can call
       in the company running the New Yorker’s printing presses when we are preparing a
       story that includes leaked classified material, and tell it to stop us. The circumstan-
       ces are different, but not so different as to be really reassuring.”2 Toch zijn dergelijke
       lekken juist door digitalisering nagenoeg onvermijdelijk en zullen ook onvermij-
       delijk vaker voorkomen in de toekomst: de 250.000 pagina’s van WikiLeaks wa-
       ren in papieren vorm nooit op deze manier en op deze schaal uitgelekt. Het is de
       gecomprimeerde digitale vorm die informatie mobiel doet zijn en lekken van deze
       omvang mogelijk maakt: in veel van de eerdere geruchtmakende gevallen van infor-
       matielekken in onder meer het Verenigd Koninkrijk ging het ook om enorme aan-
       tallen persoonsgegevens die op een verloren usb-stick, kleiner dan een aansteker,
       stonden. Ook de onvermijdelijkheid van lekken naar internet, of dat nu intentioneel
       is of het gevolg van fouten, slordigheden of grove nalatigheid, maar zeker ook de
       verdere consequenties die dergelijke lekken met zich meebrengen, zijn redenen om
       stil te staan bij de grenzen van de groei van de iOverheid.
       Hoewel dit rapport de grenzen van de iOverheid niet zal markeren, aangezien dat
       in essentie politieke keuzes zijn, kan het wel aangeven welke grensgebieden in die
       afweging betrokken moeten worden. Het gaat hier kortom om de bewustmaking
       en de aanzet tot een debat over begrenzing en niet om de exacte vaststelling van
       die grens. De belangrijkste waarde van het rapport Grenzen aan de groei van de
       Club van Rome lag immers ook eerder in het politiek agenderen van de milieupro-
       blematiek en dan in de exacte voorspellingen en extrapolaties in het rapport. De
       afbakeningen die hierboven zijn gegeven kunnen een eerste aanzet zijn voor het
       benoemen van grenzen: de combinatie van een expliciete afweging van beginselen
       en het in acht nemen van de waarschuwingsvlaggen dwingt tot nadenken over de
       grenzen van de iOverheid. Ook de vermenging tussen service, care en control en
       de publiek-private vermengingen die ongemerkt heel gewoon zijn geworden, zijn
       bij nadere beschouwing en vanuit het perspectief van de iOverheid vaak problema-
       tisch. Tenslotte vormt de constatering dat het internet een totaal andere informatie-
       omgeving heeft gecreëerd waarbinnen ook de iOverheid heeft te functioneren, alle
       aanleiding om het karakter van de iOverheid verder te doordenken en daarnaar te
       handelen. Hier zijn beredeneerde begrenzingen van groot belang. Niet in de laatste
       plaats om overheden houvast te geven in het bepalen van wat een juiste omgang is
       met informatie en het delen daarvan met andere (overheids)partijen. Dat is nu vaak
       onbepaald. Zo besloot de Belastingdienst niet mee te werken aan de informatie-uit-
       wisseling binnen een divers samengesteld samenwerkingsverband van partijen dat
       door een gemeente was geïnitieerd met het oog op de ontruiming van een woonwa-
       gencentrum.3 De Belastingdienst achtte zich niet gerechtigd om gevoelige informa-
       tie te delen met private partijen als elektriciteitsbedrijven, trok als grote zelfstandige
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>                                                                                       37
overheidsdienst de eigen ‘absolute’ grens en verliet de tafel. Ook het in hoofdstuk 7
genoemde arrest van de Hoge Raad waarin grenzen werden gesteld aan het opvra-
gen door het Openbaar Ministerie van reizigersgegevens bij Trans Link Systems is
een illustratie. 4 Het stellen van dit soort grenzen en het bepalen van kaders voor de
verdere ontwikkeling van de iOverheid zou echter niet af mogen hangen van derge-
lijke bottom-upacties en geïsoleerde rechterlijke uitspraken. Als de Belastingdienst
dan wel Trans Link Systems immers wel met de verstrekking had ingestemd, had
het proces van gegevensuitwisseling zich geruisloos en zonder nadere discussie
verder voltrokken.
Een bewuste iOverheid kan niet zonder een beredeneerde visie op de grenzen van
diezelfde iOverheid. Zowel de dynamiek binnen de iOverheid als de dynamiek in de
iSamenleving dwingt daartoe: zonder begrenzing zal de overheid uiteindelijk het ver-
mogen kwijtraken om de verdere ontwikkeling van de iOverheid in werkbare banen te
leiden.
2.4 Een agenda voor de transformatie naar een bewuste iOverheid
Het breed in het denken en de organisatie van de overheid verankeren van het
‘besef een iOverheid te zijn’ is een urgente opdracht. Deze kan potentieel echter
eenvoudig tegen de politieke waan van de dag wegvallen. En dat is gezien wat er op
het spel staat een ongelukkige situatie. Om de inhoudelijke aanbevelingen uit de
voorgaande paragrafen te kunnen realiseren dient het bestaande bestuurlijk bestel
te transformeren naar een bestel dat in staat is om de uitdagingen van de iOverheid
te signaleren en op te pakken. Om dit organisatorisch en bestuurlijk vorm te geven
is de betrokkenheid van vele organisaties en lagen van de overheid nodig. Daarmee
is het niet alleen de regering die in dit rapport direct wordt aangesproken. Oplos-
singen kunnen echter wel centraal worden aangejaagd. Bovendien geldt dat de dy-
namiek van de iOverheid dusdanig groot is dat er ruimte moet zijn om snel nieuwe
ontwikkelingen en reacties daarop in het denken te kunnen integreren. Het ‘besef
een iOverheid te zijn’ is geen rustig bezit, maar een permanente opgave. Maar juist
in een wereld van snelle en dynamische informatisering is het van belang om anker-
punten in te richten die (a) hoeder zijn van het ‘besef een iOverheid te zijn’ en (b) de
iOverheid van een duidelijk en daadkrachtig aanspreekpunt en gezicht voorzien.
Het huidige institutionele landschap is niet op het beleggen van die ankerpunten
toegerust. De kern van de iOverheid schuilt in de samenhang van informatiestro-
men en netwerken en juist op dat punt geldt dat er geen organisaties zijn die zich
om het geheel (kunnen) bekommeren. Het politieke debat is verkaveld in wetten,
beleidsterreinen, Kamercommissies en technieken, maar beziet informatie zelden
in samenhang, laat staan met het oog op verwevenheid, toekomstige verwevenhe-
den en de gevolgen daarvan. Dezelfde verkokering geldt voor de financiële stromen
die met digitaliseringsprojecten verbonden zijn en daarmee ook de mogelijkheden
voor aansturing en beïnvloeding daarvan. Er is geen ‘ministerie van’ of ‘Kamer-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>38 ioverheid
       commissie voor Informatie’. Departementen, uitvoeringsorganisaties en lagere
       overheden bekommeren zich primair om hun eigen beleidsproblemen en hebben
       weinig oog voor de gevolgen van inkomende en uitgaande informatiestromen die
       verder reiken dan de ‘grenzen’ van hun eigen taak en organisatie. Eenzelfde beeld
       valt in een grensoverschrijdende context waar te nemen. In Europa wordt het net-
       werk van informatiestromen en persoonsgegevens steeds verder uitgebouwd en
       vertakt zonder een open discussie over de vraag of, op welke manier en onder welke
       voorwaarden Nederland wil aansluiten op een iEuropa in aanbouw. Uitvoeringsor-
       ganisaties gebruiken de informatie die ze krijgen in het contact met de burger, maar
       zijn niet bij machte om fouten in informatiestromen te traceren en voor de gehele
       keten of het netwerk op te lossen als burgers vastlopen. De vele toezichthouders,
       zoals het cbp en de Nationale Ombudsman, en meldpunten als het Meldpunt Iden-
       titeitsfraude, die sommige uitwassen van de iOverheid voor burgers en overheid
       benoemen en proberen op te lossen, hebben daar vaak niet de taakopdracht voor (te
       weinig omvattend) en zijn in de praktijk ook niet in staat (structurele) oplossingen
       te leveren. Daar waar via programma’s en andere arrangementen departements-
       overstijgend wordt samengewerkt, zoals binnen het beleidsprogramma Versterking
       Identiteitsketen Publieke Sector (vips), is dat slechts op tijdelijke basis en lang niet
       altijd op voldoende hoog ambtelijk niveau opgehangen. In alle gevallen ontbreekt
       het aan doorzettingsmacht om de aanpak en oplossingen over de grenzen van de
       departementen en instanties heen permanent door te voeren. Het ontbreekt de
       overheid ook aan de juiste kennis op het snijvlak van beleid en techniek om nieuwe
       systemen ‘iOverheidsproof’ te ontwikkelen. Op al deze niveaus worden soms dap-
       pere pogingen ondernomen om het geheel van de iOverheid in ogenschouw te
       nemen, te beoordelen en naar oplossingen voor problemen te zoeken. Maar voor
       alle bestaande organisaties en arrangementen geldt dat hun wettelijke taak en het
       gebrek aan doorzettingsmacht simpelweg niet aansluiten op de uitdagingen van
       de iOverheid. Vandaar de dringende noodzaak voor een agenda voor institutionele
       transformatie. In navolging van de empirische realiteit moet de overheid zelf in
       institutionele zin transformeren van een eOverheid naar een iOverheid. De over-
       heid heeft instituties nodig die haar in staat stellen om de discussie over de verdere
       ontwikkeling van de iOverheid in goede banen te leiden, om verantwoordelijkheid
       te nemen voor de eigen genetwerkte informatiehuishouding en burgers te voorzien
       van bescherming die is geënt op de kenmerken van de iOverheid.
       Om de doelen voor de iOverheid handen en voeten te geven, is een institutionele
       transformatie nodig die drie functies bij de overheid belegt en verankert.
       a. De strategische functie, i.e. het waarborgen van een weloverwogen verdere ont-
           wikkeling van de iOverheid.
       b. De maatschappelijke functie, i.e. het versterken van de transparantie van de
           iOverheid voor burgers en het versterken van de accountability van de iOverheid
           ten opzichte van burgers die informatienetwerken verstrikt raken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>                                                                                        39
  c. De operationele functie, i.e. het verbeteren van de weloverwogen aansluiting
      tussen beleid, uitvoering, technologie en informatiestromen en netwerken. Het
      verbeteren van het opdrachtgeverschap van de overheid.
  Deze drie functies vormen de absolute ondergrens van wat nodig is om het be-
  sef van de iOverheid vorm te geven en te handelen naar de consequenties die de
  nieuwe realiteit met zich meebrengt. In de volgende paragraaf worden specifieke
  voorstellen gepresenteerd die de drie functies voorzien van de noodzakelijke ‘insti-
  tutionele tanden’. Daarbij moet worden opgemerkt dat een solide verankering van
  de doelen en het daadwerkelijk faciliteren van de uitvoering daarvan uiteindelijk
  belangrijker is dan het naambordje van de organisatie die figureert in de voorge-
  stelde institutionele uitwerkingen.
  De iOverheid noodzaakt tot een transformatie van het bestuurlijk bestel, waarbij be-
  staande arrangementen op het strategische, maatschappelijke en operationele niveau
  opnieuw moeten worden ingericht.
3 instituties voor de ioverheid
  Het is zeker niet zo dat de iOverheid zoals die zich in de afgelopen jaren heeft ont-
  wikkeld, wordt gekenmerkt door een gebrek aan instituties. In deel 2 van dit rapport
  is een bonte stoet van overheidsorganisaties de revue gepasseerd. Een minstens
  even groot aantal organisaties dat zich bezighoudt met verschillende aspecten en
  elementen van informatisering en overheid is daarbij niet eens genoemd. Al deze
  instituties en organisaties kwijten zich zo goed als ze kunnen van hun opdracht op
  hun eigen specifieke terrein. Het probleem met deze instituties is dat zij, net zoals
  de iOverheid goeddeels onbewust is ontstaan, voor een groot deel onbewust met
  die ontwikkeling zijn meegegroeid of gaandeweg aan het palet zijn toegevoegd. Net
  zoals de iOverheid is ontstaan door toepassing op toepassing en koppeling op kop-
  peling te stapelen, is het institutionele landschap gegroeid in het licht van indivi-
  duele toepassingen en de kansen en problemen die zich daarbij voordeden. Het zijn
  echter de instituties van de eOverheid. De onderlinge samenhang en verwevenheid
  die kenmerkend is voor de iOverheid is nergens institutioneel belegd. Dat geldt
  zowel voor de ontwikkeling als het toezicht en handhaving. Ondanks het feit dat
  vele organisaties vol overgave staan voor de kansen van informatisering of aandacht
  vragen voor de nadelen en gevaren daarvan: hun handelen blijkt niet krachtig ge-
  noeg in z’n geheel. De samenhang wordt nauwelijks gezien, laat staan dat het in de
  opdracht en het handelen van verschillende organisaties is meegenomen.
  Een belangrijke consequentie van de boodschap van dit rapport is dat de iOverheid
  zich, vanwege haar netwerkkarakter, zeer moeilijk centraal laat aansturen. Hiërar-
  chieën en netwerken vormen een ongemakkelijk huwelijk. Tegelijkertijd zal iets of
  iemand het besef moeten aanjagen, hetgeen een centrale actor met doorzettings-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>40 ioverheid
       macht impliceert. Er zal dus een institutionele verbinding gezocht moeten worden
       tussen netwerken en beslissingsmacht, zowel binnen de overheid als in verbinding
       met de bredere maatschappelijke context van de iOverheid. De iOverheid functio-
       neert tegen de achtergrond van een iSamenleving die door informatisering wordt
       beïnvloed en deze op haar beurt zelf beïnvloedt. Bovendien vloeien de publieke
       informatienetwerken van de overheid aan de randen vaak over in de private net-
       werken van bedrijven en burgers. De iOverheid kan niet eigenstandig en in een
       isolement worden vormgeven. Het heeft daarbij alle relevante actoren te betrekken
       – dus behalve verschillende niveaus binnen de overheid, zeker ook de private sector
       en burgers. Het credo zou moeten zijn: “Betrek de iSamenleving bij de duurzame
       uitbouw van de iOverheid.”
       Wanneer de boodschap van dit rapport tot zijn uiterste consequentie wordt door-
       geredeneerd, is de enige echte institutionele aanbeveling dat het besef een iOver-
       heid te zijn, moet inzinken in alle organisaties van de overheid en op alle vitale
       momenten in het proces van informatisering: vanaf de eerste plannen op nationaal
       of internationaal niveau, de prille gedachten over een nieuwe applicatie, via een
       concrete opdracht of aanbesteding tot het enthousiast koppelen van informatie in
       een later stadium. De iOverheid moet indalen als een breed verankerd besef. Dat is
       het gewenste toekomstbeeld. Het ontwikkelen van dat besef zal een evolutionair
       proces zijn dat mogelijk versneld wordt door externe schokken – de ophef over de
       publicatie van vertrouwelijke overheidsdocumenten via WikiLeaks of een groot
       schandaal rondom informatiebeheer, zoals voorbeelden in het buitenland wel heb-
       ben laten zien. Maar het ontwikkelen van het besef kan ook door het instellen van
       instituties die een aanjagende functie hebben. Wat dat betreft is de ambitie van het
       kabinet-Rutte om een nationale toezichthouder in te stellen voor het melden van
       datalekken bij de overheid, een duidelijke stap in de richting die de wrr bepleit (Re-
       geerakkoord 2010: 42). Maar de opgave voor iOverheid reikt verder dan alleen een
       toezichthouder voor datalekken.
       In deze laatste paragraaf van dit rapport worden bij wijze van voorbeeld de con-
       touren geschetst van een viertal instituties die deze aanjagende functie kunnen
       vervullen. De strategische, maatschappelijke en de operationele functie worden op
       die manier belegd bij een viertal nieuwe organisaties die in staat moeten worden
       gesteld om de transformatie naar een iOverheid gestalte te geven. De institutionele
       voorstellen zijn realistische opties, maar zijn ook een middel om de urgentie van
       hetgeen gedaan moet worden te expliciteren en uit werken. Zoals eerder gezegd is
       de urgentie, en de agenda die daaruit voortvloeit, daarbij belangrijker dan de spe-
       cifieke uitwerking. Het beleggen van strategische, maatschappelijke en de operati-
       onele functies, en deze van zowel middelen als doorzettingsmacht voorzien, heeft
       de prioriteit. Tegen deze achtergrond worden vier voorstellen voor institutionele
       innovatie voor de iOverheid gedaan. De strategische functie wordt belegd bij een
       permanente commissie voor de iOverheid die rapporteert aan de Eerste en Tweede
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>                                                                                      41
Kamer. De maatschappelijke functie wordt uitgewerkt in een nationaal iPlatform
en een iAutoriteit die verantwoordelijk zijn voor de transparantie respectievelijk de
opname en afhandeling van problemen van burgers met de iOverheid. De operati-
onele functie wordt uitgewerkt in een organisatie waarin het opdrachtgeverschap
van de overheid professioneel belegd kan worden.
3.1 Permanente commissie voor de iOverheid
Het besef van de iOverheid moet centraal belegd worden, omdat dit perspectief
anders dreigt weg te zakken tussen de specialismen van de verschillende actoren en
organisaties die zich met informatisering en gevolgen daarvan bezighouden.
Stel een permanente commissie voor de iOverheid in die jaarlijks aan het parlement
rapporteert over de ‘staat van informatie’.
De centrale taak van deze commissie is om ontwikkelingen te signaleren, met elkaar
in verband te brengen, en te doordenken vanuit het perspectief van de iOverheid,
dat wil zeggen over grenzen van departementen en overheidslagen heen en in het
perspectief van de mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Daarbij gelden de eerder
gepresenteerde waarschuwingsvlaggen – bij netwerken, samengestelde informatie
en preventief en proactief beleid – als specifieke aandachtspunten bij de advisering.
Het jaarlijkse rapport is openbaar en doet aanbevelingen over de voorgenomen
plannen van de overheid bezien vanuit het licht van informatie (in tegenstelling tot
techniek) en tevens bezien vanuit het bredere perspectief van ontwikkelingen bin-
nen de iOverheid en de iSamenleving. Waar daar aanleiding toe is, moeten interna-
tionale ontwikkelingen expliciet in de advisering betrokken worden. Met name op
het internationale en het Europese vlak geldt dat beslissingen worden besproken en
genomen die pas veel later zichtbaar worden in de Nederlandse politieke en maat-
schappelijke arena. Omdat deze beslissingen echter wel bepalend zullen zijn voor
de verdere ontwikkeling van de iOverheid en haar vertakkingen over de grenzen
van Nederland heen, is het van groot belang deze te tijdig te signaleren, bespreken
en doordenken. De commissie kan in de advisering tevens invulling geven aan de
ambitie van het kabinet-Rutte om voorgenomen maatregelen inzake opslag, kop-
peling en verwerking van persoonsgegevens al bij de voorbereiding nadrukkelijk te
toetsen aan effectiviteit (Regeerakkoord 2010: 42). Het zal daarbij juist de opdracht
van de commisssie moeten zijn om deze taak op te vatten vanuit het bredere per-
spectief van ontwikkelingen binnen de iOverheid en de iSamenleving. Ook zal de
toets meer omvatten dan effectiviteit, maar een afweging zijn van de stuwende,
verankerende en procedurele beginselen.
Maar de agenda van de commissie zal breder moeten zijn dan uitsluitend advisering
over voorgenomen maatregelen. Een regelmatig terugkerend agendapunt is de eva-
luatie van lopende, gestrande en afgeronde ict-projecten in het licht van informa-
tiestromen en de verhouding tussen service, care en control. Juist omdat de iOver-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>42 ioverheid
       heid zich kenmerkt door doorlopende processen van verknoping en vertakking, is
       het van groot belang om projecten en koppelingen van informatie kritisch te vol-
       gen, lessen uit het verleden te trekken en het debat daarover te faciliteren. Dat debat
       zou dan onder meer moeten gaan over function creep. Daarbij moet aandacht zijn
       voor function creep als inherent kenmerk van innovatie en voor function creep in
       problematische zin, waarbij beide zijden van de medaille overigens soms vervelend
       dicht bij elkaar kunnen liggen. Ook zou de commissie, op basis van de jaarversla-
       gen van het iPlatform en de iAutoriteit (zie verderop) situaties en systemen waarin
       burgers (maar ook bedrijven) in moeilijkheden komen, moeten inventariseren om
       daar op een meer algemeen niveau lessen uit te kunnen trekken en verbeteringen of
       verslechteringen te kunnen monitoren. Een expliciet aandachtspunt bij de evalu-
       atie van ict-projecten is het voorkomen van de – maar al te gebruikelijke – blikver-
       nauwing naar de technische en financiële kant van ict-projecten. De commissie
       zou zich veel sterker moeten richten op het faciliteren en toetsen van de vraag of
       een nieuwe applicatie ook daadwerkelijk dat levert, in termen van informatie, wat
       vanuit de achterliggende beleidsdoelstelling was gevraagd. Vanuit de doelstelling
       te komen tot een verankering van het ‘besef een iOverheid te zijn’, is lessen willen
       trekken vooralsnog belangrijker dan verantwoording laten afleggen.
       Het rapport van de commissie wordt in beide Kamers van de Staten-Generaal ple-
       nair en in aanwezigheid van de voorzitter van de commissie besproken. Het is aan
       de Tweede Kamer om conclusies te verbinden aan de aanbevelingen. Het bureau van
       de Rijkscio zou het secretariaat van de Commissie moeten voeren om zo een insti-
       tutionele verbinding te creëren tussen het besef van de iOverheid in de regering en
       in het parlement. Ook zou zo de strategische en toekomstgerichte functie van de
       cio binnen de rijksoverheid versterkt kunnen worden.
       Het bureau van de Rijks-cio zou tevens ondersteuning kunnen bieden aan een ten
       behoeve van de commissie op te richten breed maatschappelijk forum. Dit forum
       moet vanuit een adviserende rol de verbinding tussen de permanente commissie
       voor de iOverheid en de iSamenleving faciliteren. Naar voorbeeld van het reeds
       bestaande – breed samengestelde – Forum Standaardisatie dat momenteel het Col-
       lege Standaardisatie ondersteunt, dient dit op te richten forum de commissie voor
       de iOverheid te voeden met ideeën, aandachtspunten en oplossingen. In het forum
       zal een breed scala aan stakeholders en deskundigen moeten deelnemen. Behalve
       vertegenwoordigers van de verschillende departementen, uitvoeringsorganisaties
       en gemeenten dient dit forum ook deskundigen vanuit de private sector (niet als
       vertegenwoordiger van een specifiek bedrijf, maar vanuit de specifieke kennis die
       daarmee aan tafel wordt gebracht), wetenschappers, toezichthouders en ‘burgers’,
       in de vorm van maatschappelijke organisaties als de Consumentenbond en mensen-
       rechtenorganisaties te participeren. De commissie-Doctors van Leeuwen stelde al
       in 2001 een dergelijk orgaan voor onder de noemer ‘Platform voor de Elektronische
       Samenleving’ die ten dienste zou staan van een regeringscommissaris (Eenmalige
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>                                                                                    43
Adviescommissie ict en Overheid 2001). De regering wees de voorstellen van de
commissie indertijd af onder verwijzing naar de coördinerende rol voor ict van de
minister van Grote Steden en Integratie. Die zou een betere verankering bieden,
concludeerde de regering in haar officiële reactie. Met die redenering kan echter
niet meer worden volstaan. Het perspectief van de iOverheid is een breuk met een
overheidstraditie van denken in termen van de eOverheid en vereist een ander
geluid dan wat een coördinerend minster kan en vaak ook wil brengen. Bovendien
vormen de netwerken van de iOverheid, zowel intern als met externe partijen, en
de bewustmaking van de effecten daarvan een agenda die niet tot één departement
en zelfs niet uitsluitend tot de overheid beperkt moet worden. De iOverheid kan
pas een kwestie van coördinatie worden als dat besef daadwerkelijk en duurzaam
verankerd is.
3.2 Het iPlatform en de iAutoriteit
Eén ontwikkeling die sterk uit de empirie naar voren komt is het ontstaan van een
enorme ‘backoffice’ van informatiestromen bij de overheid, die deels ook tot buiten
de grenzen van de overheid reikt. De informatie in deze netwerken is, zoals eerder
gesteld, in termen van verantwoordelijkheid vaak ‘verweesd’. Voor burgers is het
soms nagenoeg onmogelijk om incorrecte informatie te corrigeren, terwijl ze in
hun interactie met de overheid wel met de gevolgen daarvan worden geconfron-
teerd. Achter de extreme gevallen van identiteitsfraude die de voorpagina’s van de
kranten halen gaan vele gevallen schuil van burgers die de bestandsvervuiling van
de overheid moeten zien te corrigeren en daarvoor geen eenduidige ingang vinden.
Het netwerk van organisaties dat zich het lot van deze burgers aantrekt is noch dek-
kend noch berekend op die taak. Sommige initiatieven zijn slechts tijdelijk, voor
andere vallen individuele problemen buiten de taak, velen hebben nauwelijks per-
soneel en middelen en geen enkele organisatie heeft daadwerkelijk de doorzettings-
macht om fouten in het achterliggende netwerk te corrigeren. Ook de Nationale
Ombudsman moest, in de meest gemediatiseerde zaak van identiteitsfraude, de
zaak-Kowsoleaa, constateren dat een daadwerkelijke correctie van foutieve infor-
matie onmogelijk bleek.
Maar het ‘verweesde’ beeld betreft niet alleen incorrecte informatie. Het geldt, zo
laat de empirie zien, evenzeer de informatie die de overheid via een rijkgeschakeerd
landschap aan websites, e-loketten en webportals naar burgers toe communiceert.
Meer en meer is bij deze initiatieven een veelheid aan – soms ook private – par-
tijen betrokken en blijken ze zonder een expliciete democratische legitimatie en
besluitvorming te zijn ontstaan. Bij veel van deze nieuwe genetwerkte communi-
catiemodellen is de formele verantwoordelijkheid voor de beschikbare informatie
en communicatie bovendien allesbehalve eenduidig belegd. Het goed organiseren
van transparantie en accountability zodat de burger niet de dupe wordt van die ele-
menten van de iOverheid waarop hij noch zicht heeft, noch invloed kan uitoefenen,
geeft uitvoering aan de maatschappelijke functie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>44 ioverheid
       Transparantie en accountability van de iOverheid moeten van een duidelijk ‘adres’
       worden voorzien. Er dient daarom voor burgers één platform te komen waar de trans-
       parantiefunctie invulling krijgt en één autoriteit waar de accountability wordt belegd.
       Net zoals de overheid bij haar dienstverlening streeft naar een één-loketgedachte,
       zou de overheid ook bij de functies van transparantie en correctie naar één ingang
       moeten streven. Daarmee zouden ook de her en der over internet verspreidde en
       sterk applicatie- of probleemgerichte overheidsfora zoals burgerservicenummer.nl
       (voor het bsn), infobsnzorg.nl (voor het epd), lastvandeoverheid.nl, mijnoverheid.
       nl, mijnprivacy.nl (van het cbp) en het meldpunt id-fraude voor burgers onder één
       digitaal dak gebracht worden. Het iOverheidsplatform moet een interactief infor-
       matiepunt zijn over informatisering in de relatie tussen de burger en de overheid:
       dit is de transparantiefunctie. Door deze informerende functie moet het burgers
       allereerst via één eenduidige ingang duidelijk worden hoe zij in de gekoppelde
       systemen van de iOverheid staan geregistreerd en wie en waarom daar toegang toe
       hebben. Naar voorbeeld van de toeslagenportal van de Belastingdienst moet de bur-
       ger hier bovendien zijn gegevens zelf via een beveiligde omgeving kunnen muteren
       en corrigeren – waarbij gewaarborgd moet worden dat ze in het gehele netwerk
       worden aangepast. Het versterken van de transparantiefunctie met interactiviteit als
       kenmerkend uitgangspunt dient ook de emancipatie van burgers. De interactieve
       gedachte achter het platform sluit daarmee aan bij de bredere tendens in de iSamen-
       leving waarin digitalisering de emancipatoire mogelijkheden van burgers versterkt
       en van nieuwe impulsen voorziet.
       De tweede maatschappelijke functie, die van accountability, heeft een actief ka-
       rakter en is al eerder bepleit door de Nationale Ombudsman (2009). De iAutoriteit
       moet ervoor zorgen dat misrepresentaties van burgers in de backoffice en overige
       systemen daadwerkelijk worden gecorrigeerd. Hier moet het probleem letterlijk
       uit handen van de burger genomen worden om het in de ketens en netwerken van
       de iOverheid recht te zetten en op te lossen. Dit is een radicale centralisatie van
       het beginsel van accountability. De huidige mogelijkheden om decentraal en via
       verschillende instanties en toezichthouders fouten te corrigeren die in het netwerk
       zijn opgenomen, zijn door de jaren heen onvoldoende gebleken. Bij deze iAutoriteit
       moeten expertise en een persoonlijke behandeling worden gecombineerd met een
       stevige doorzettingsmacht ten opzichte van de organisaties die het netwerk van de
       backoffice van de iOverheid bevolken. Die doorzettingsmacht is van groot belang,
       want als deze ontbreekt, neemt de iAutoriteit simpelweg de gemankeerde positie
       van de burger over wanneer deze door de verschillende organisaties van het kastje
       naar de muur wordt gestuurd. Dan is het probleem slechts verplaatst, maar niet op-
       gelost. Overigens moet goed worden doordacht in welke mate burgers toegang heb-
       ben tot de iAutoriteit. Enerzijds moet het herkenbaar en laagdrempelig zijn, maar
       anderzijds zou een te lage drempel het voor bepaalde burgers wellicht te gemakke-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>                                                                                        45
lijk maken om zand in de machinerie van de iOverheid te strooien,v aangezien dit
model relatief grote inspanningen aan de kant van het bestuur veronderstelt.
Het iPlatform zou op digitaal vlak een uitbouw kunnen zijn van het huidige mijn-
overheid.nl. Organisatorisch moet de iAutoriteit als een onafhankelijke partij met
doorzettingsmacht worden opgezet. Alle bestaande informerende platforms en
operationele organisaties, waaronder ook het meldpunt id-fraude, dienen in deze
organisaties opgenomen te worden dan wel samen te komen. Het iPlatform en de
iAutoriteit publiceren jaarlijks een gezamenlijk rapport waarin verslag wordt ge-
daan van de werkzaamheden, de resultaten daarvan alsmede de belangrijkste ont-
wikkelingen en trends.
3.3 Opdrachtgeverschap geprofessionaliseerd
Het besef van de iOverheid moet uiteindelijk ook belegd worden op het technische
niveau van de ontwikkeling van standaarden, applicaties en koppelingen van infor-
matie. Dit is de operationele functie. Op de tekentafels van de techniek en in de (in-
ternationale) gremia van de standaarden wordt immers bepaald hoe de iOverheid
er in de praktijk uit komt te zien. Het besef dat dit in essentie politieke en beleids-
matige keuzes zijn valt in de praktijk vaak weg tegen de gedachte dat techniek niet
meer dan een instrument is. Wie de informatiestromen volgt – zoals in dit rapport
is gedaan – weet dat via de techniek categorieën ontstaan en categories have politics.
Dat betekent dat ontwerpkwesties, standaardisaties en interoperabiliteit allemaal
van bepalend belang zijn voor de ontwikkeling van de iOverheid als geheel en niet
alleen voor individuele applicaties en beslissingen. Een van de cruciale momenten
in de ontwikkeling van de iOverheid is het opdrachtgeverschap van de overheid.
Het uitwerken en vaststellen van de eisen aan en de functies van nieuwe systemen
en applicaties is bepalend voor de (toekomstige) mogelijkheden van nieuwe toe-
passingen en hun plaats in het bredere kader van de iOverheid. De overheid hinkt
daarbij sterk op twee gedachten; enerzijds wil zij de ontwikkeling vaak zelf ter hand
nemen, bijvoorbeeld via de ontwikkelorganisatie ictu, anderzijds blijkt het on-
mogelijk en onpraktisch om de benodigde technische kennis zelf in huis te hebben.
Het overgrote deel van de technici ‘in dienst’ van de overheid zijn externe adviseurs
en technici. Het resultaat is een overinvestering in technische kennis, en te weinig
aandacht voor de interactie tussen beleid, uitvoering en techniek waarin informa-
tiestromen centraal staan.
Het opdrachtgeverschap van de overheid zou daarom over een geheel andere boeg
gegooid moeten worden door te investeren in kennis op het snijpunt van beleid,
uitvoering en techniek in plaats van investeren in technische kennis. Wil de over-
heid het oplossen van de ict-problemen structureel aanpakken, zoals het kabinet-
Rutte ambieert (Regeerakkoord 2010: 42), dan zal het de aandacht moeten verleggen
van technische ontwikkeling naar de professionele opdracht. Dat betekent dat de
technische realisatie primair aan partijen buiten de overheid wordt overgelaten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>46 ioverheid
       (door applicaties daar te laten ontwikkelen dan wel op de markt in te kopen). De
       overheid zelf dient te investeren in de kennis om de opdracht te formuleren, het
       pakket van eisen en de juridische context en randvoorwaarden scherp te krijgen,
       een en ander in een bredere context te doordenken en de ontwikkeling vakkundig
       te begeleiden. Dat de techniek werkt is de taak van de ontwikkelaar. Dat de tech-
       niek de ‘juiste’ informatie genereert en informatieprocessen faciliteert binnen de
       categorieën en bandbreedten die in het beleid en in overleg met de uitvoering zijn
       geformuleerd is de controlerende en begeleidende taak van de opdrachtgever. Dit
       betekent dat een organisatie ingericht moet worden die een andere invulling geeft
       aan het opdrachtgeverschap en daarbij niet gebonden is aan de grenzen van depar-
       tementen en individuele uitvoeringsorganisaties. Deze organisatie zou een kleine
       kern hebben van eigen ict’ers en ict-juristen met kennis van de iOverheid die per
       project aangevuld kan worden met de cio van het betreffende beleidsdepartement,
       ambtenaren van het beleidsdepartement en medewerkers vanuit uitvoeringsorgani-
       saties die met het uiteindelijke systeem moeten werken. Het structureel betrekken
       van de ketenpartners of de netwerkpartners bij de ontwikkeling van applicaties lijkt
       een open deur, maar is in de praktijk relatief zeldzaam. Ook hier lopen de informa-
       tiestromen in de regel vooruit op de betrokken organisaties.
       De iOverheid dient werk te maken van goed opdrachtgeverschap, waarbij investeren
       in eigen kennis op het snijpunt van beleid, uitvoering en techniek prioriteit heeft bov-
       en het in huis hebben van zuiver technische kennis en ontwikkelcapaciteit.
4      de ioverheid in uitvoering
       Om zowel aan te sluiten bij de realiteit van de iOverheid als in staat te zijn de ver-
       dere ontwikkeling daarvan in werkbare banen te leiden zal de Nederlandse overheid
       in woord en daad de transformatie van een eOverheid naar een iOverheid moeten
       maken. Wil de overheid in de toekomst het pad van digitalisering met vertrouwen
       kunnen vervolgen, dan zal het besef een iOverheid te zijn in alle lagen van de over-
       heid verankerd dienen te worden. Daarbij schuilt de belangrijkste inhoudelijke
       opdracht in de bereidheid en het vermogen het debat niet langer te voeren via de
       band van technieken en individuele applicaties, maar dit te debat aan te gaan vanuit
       het besef van samenhangende informatieprocessen en verknoopte informatie. Van
       wezenlijk belang daarbij is allereerst dat er ruimte en aandacht is voor een open af-
       weging tussen de drijvende, verankerende en de procedurele beginselen. Een zorg-
       vuldige ontwikkeling van de iOverheid kan niet zonder een dergelijke afweging,
       waarbij het van groot belang is dat deze afweging wordt gemaakt in het licht van de
       iOverheid als geheel. Hiernaast geldt dat van de overheid bij zowel deze afweging
       als de verdere inrichting van beleid en uitvoering, extra behoedzaamheid verlangd
       mag worden wanneer sprake is van een drietal in dit rapport gesignaleerde proces-
       sen van informatieverwerking. Deze processen – die in symbolische zin zijn voor-
       zien van waarschuwingsvlaggen – houden verband met a) het vernetwerken van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>                                                                                                          47
      informatie, b) het samenstellen en verrijken van informatie, en c) het voeren van
      preventief beleid op basis van informatie. De specifieke gevolgen die deze proces-
      sen hebben voor de uitvoering van beleid, de positie van burgers, de kwaliteit van
      de overheidsinformatiehuishouding en de interne en externe aanknopingspunten
      voor aansprakelijkheid en verantwoording, noodzaken tot behoedzaamheid en een
      kritische houding ten opzichte van nut, noodzaak en maatschappelijke consequen-
      ties van digitaliseringsinitiatieven.
      Om deze inhoudelijke opdracht van pleitbezorgers te voorzien en daarmee zorg te
      dragen voor de noodzakelijke institutionele verankering formuleert dit rapport een
      agenda voor institutionele transformatie. De instituties die in het kader van deze
      transformatie worden voorgesteld moeten garanderen dat de iOverheid de instru-
      menten in handen heeft om bewustwording, bescherming en innovatie te facilite-
      ren. Daarbij moet het overigens helder zijn dat de institutionele transformatie als
      zodanig vele malen belangrijker is dan de in dit rapport voorgestelde (naambordjes
      van) instituties. Op een drietal niveaus zal de noodzakelijke transformatie gestalte
      moeten krijgen. Op het strategische niveau (via de installatie van een permanente
      commissie voor de iOverheid), op het maatschappelijke niveau (via een iPlatform
      ten behoeve van transparantie en een iAutoriteit ten behoeve van accountability) en
      op het operationele niveau (via professionalisering van het opdrachtgeverschap en
      prioritering van kennis op het snijvlak van techniek en beleid in plaats van kennis
      van de techniek zelf). Ten slotte, voor zowel de inhoudelijke opdracht als de nood-
      zakelijke institutionele transformatie geldt dat de ontwikkeling van de iOverheid
      niet los gezien kan worden van het pad dat de bredere iSamenleving volgt.
noten
1     Uiteindelijk is dat uiteraard ook een collectief belang, omdat een samenleving die niet vergeet en
      vergeeft een fundamenteel andere is dan een samenleving waarin men opnieuw kan beginnen.
2     Senator Joseph Lieberman had in een statement laten weten dat providers als Amazon (die
      WikiLeaks had gehost) al hun banden met WikiLeaks dienden te verbreken. “I will be asking
      Amazon about the extent of its relationship with WikiLeaks and what it and other web service
      providers will do in the future to ensure that their services are not used to distribute stolen, clas-
      sified information”, zie het artikel Banishing WikiLeaks van Amy Davidson in the New Yorker,
      http://www.newyorker.com/online/blogs/closeread/2010/12/banishing- wikileaks.html,
      opgevraagd 10.12.2010.
3     Gesprek met dhr. P. Wijntje en dhr. S. Peereboom (Financiën/Belastingdienst), 19 oktober 2010.
4     ljn: BK6331, Hoge Raad, 08/04524 B.
5     Vgl. de discussies over (m.n.) milieuorganisaties en hun toegang tot de bestuursrechter.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>48  ioverheid
III     epiloog: de ioverheid en de isamenleving
        In de kern gaat dit rapport over de verantwoordelijkheid van de overheid voor haar
        eigen gebruik van ict. Maar de rol en verantwoordelijkheid van de overheid in de
        informatiesamenleving reiken natuurlijk verder. Behalve de verantwoordelijkheid
        voor de iOverheid, berust bij de overheid ten principale ook een zekere verant-
        woordelijkheid voor het functioneren van de iSamenleving. Die bredere verant-
        woordelijkheid is in de volgende vragen te vatten. ‘Wat dient de overheid zich in
        de ontwikkeling van de informatiesamenleving aan te trekken, en (hoe) heeft zij
        daarin te interveniëren?’ Toenmalig premier Kok kaartte de kwestie al eens aan in
        een toespraak op het Infodrome-congres op 11 april 2001: “Toch moeten wij ons
        thans de vraag stellen welke verantwoordelijkheden, in de jaren die voor ons liggen,
        op de weg van de overheid komen in verband met aan de informatiesamenleving
        inherente gevolgen.” Deze verantwoordelijkheid kan worden gedefinieerd als de
        systeemverantwoordelijkheid van de iOverheid voor de iSamenleving. Uiteraard
        zijn de interventies in de iSamenleving altijd politiek gekleurd en omstreden, maar
        er kan toch worden geprobeerd een soort common ground te formuleren voor de
        zaken waar een overheid garant voor moet staan. De systeemverantwoordelijkheid
        van de iOverheid kan niet zonder meer terzijde geschoven worden.
        Allereerst omdat de overheid moet opkomen voor haar burgers wanneer private
        partijen het belang van deze burgers onvoldoende garanderen. Zo stelt de groeiende
        informatiemacht van mondiale spelers als Google, Facebook en Apple de (Euro-
        pese) overheid voor de vraag of en op welke wijze deze macht om redenen van
        publieke belangen beteugeld dient te worden. Op een aantal dossiers zijn al eerste
        bewegingen in die richting waar te nemen. Voormalig minister van Economische
        Zaken, Van der Hoeven, deed in reactie op Kamervragen begin augustus 2010 de
        toezegging het College Bescherming Persoonsgegevens (cbp) te vragen om een
        nieuwe clausule in de privacyvoorwaarden van Apple te beoordelen.1 Sommige
        kwesties die aan de systeemverantwoordelijkheid van de overheid raken, zullen
        echter op Europees niveau en via een Europese actor (lead authority)2 geadresseerd
        moeten worden, omdat alleen daar de noodzakelijke massa en doorzettingsmacht
        gevonden kunnen worden. Maar ook de populariteit van interactieve communicatie
        via sociale netwerken en web 2.0 roept de vraag op of er een verantwoordelijkheid
        voor de overheid ligt om de gedragingen van burgers te sturen en te beperken en/of
        burgers te beschermen tegen marktpartijen. Tot op zekere hoogte geldt bovendien
        dat de systeemverantwoordelijkheid van de overheid voor bovenstaande en andere
        ontwikkelingen juridisch afdwingbaar is op grond van de mensenrechten (De Hert
        2011).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>                                                                                     49
“De aanname dat de Europese rechtspraak te weinig concrete handvatten geeft voor
overheden is onterecht. Op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens
heeft het Hof algemene beginselen ontwikkeld, die in steeds meer zaken toegepast
worden. Hetzelfde is in iets mindere mate waar voor de strijd tegen identiteitsfrau-
de en de bescherming van het mediapluralisme. Nederland kan met die beginselen
aan de slag” (De Hert 2011).
De vraag hoe de iOverheid zijn systeemverantwoordelijkheid in moet vullen is in
die zin wellicht prangender dan de vraag of ze die in moet vullen.
Ten tweede kan systeemverantwoordelijkheid ook aan de orde zijn wanneer ont-
wikkelingen in het private domein te zeer interfereren met (vitaal) beleid van de
overheid. Illustratief hier zijn de ontwikkelingen op het terrein van identiteits-
management. Zoals deel 2 van dit rapport laat zien, investeert de overheid veel
in digitale middelen om de identiteit van burgers vast te stellen, bijvoorbeeld via
applicaties als het (biometrisch) paspoort, DigiD en mogelijk in de toekomst het
eRijbewijs. Juist omdat de overheid veel investeert in die identiteitsbepaling – en
de accuratesse daarvan claimt – moet ze ook aandacht hebben voor identiteitsbepa-
ling in het semipublieke en commerciële domein, in het bijzonder voor de risico’s
op verwatering van de kwaliteit daarvan. Wat bijvoorbeeld is de waarde van een
streng beveiligde centrale opslag van biometrische gegevens in het kader van de
Paspoortwet, als dezelfde gegevens ook buiten het domein van de overheid breed
beschikbaar zijn? De invoering van een biometrisch paspoort roept vragen op over
het gebruik van biometrie in de private sector. Momenteel is nauwelijks sprake van
regulering of zelfs maar politieke aandacht en experimenteren zwembaden, super-
markten, werkgevers en computerfabrikanten volop met nieuwe toepassingen van
deze technologie.
Vanwege de enorme toename van verzamelde informatie worden identificaties ook
buiten de overheid steeds belangrijker als sleutels om informatie te kunnen kop-
pelen en combineren. Het empirisch materiaal laat zien dat bij het gebruik van iden-
tificaties de grenzen tussen de publieke en private sector steeds diffuser worden,
hetgeen impliceert dat ook de effecten van dat gebruik over de grenzen heen spelen.
Zeker nu sommige actoren in de private sector een publiekrechtelijke taak hebben
(notaris) dan wel de overheid van private partijen verlangt dat ze de identiteit van
burgers vaststelt (Wet identificatieplicht dienstverlening; arbeidsrelatie) aan de
hand van door de overheid uitgegeven identiteitsdocumenten. Het bsn bijvoorbeeld
werd als identificatiesleutel bedacht voor overheidsdiensten, zonder er rekenschap
van te geven dat het zich binnen de kortste keren tot een universal (pubiek-private)
unique identifier zou ontwikkelen. Om deze en andere redenen moet de overheid
alert zijn op ontwikkelingen buiten de overheid en overwegen of en wanneer het
noodzakelijk is nadere kaders of regels te stellen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>50 ioverheid
       Dat een zekere eindverantwoordelijkheid ten principale bij de overheid ligt wil ove-
       rigens nog niets zeggen over de vraag of zij die ook zelf ter hand moet nemen (De
       Hert 2011) of daar zelfs maar de mogelijkheden en capaciteiten voor in huis heeft
       (Meijer 2011). De grondrechtelijke eindverantwoordelijkheid van de overheid is
       bovendien een lastige zaak, omdat er voor een aantal valkuilen gewaakt moet wor-
       den. In de eerste plaats moet er niet te gemakkelijk over sturing worden gedacht.
       Interveniëren in maatschappelijke en in dit geval informationele verhoudingen is
       weliswaar de bestaansreden van de staat, maar het is tegelijkertijd in zekere zin een
       waagstuk: interventies kunnen door allerlei factoren in hun tegendeel verkeren, en
       het is zaak daar vooraf bij stil te staan. In de tweede plaats is het een valkuil om in-
       terventies met een ‘gebruikersmentaliteit’ aan te vatten: de informatiesamenleving
       is niet ‘van de overheid’, en daarom dient er ten volle rekenschap gegeven te wor-
       den van de rechtsstatelijke voorwaarden die aan interventies gesteld worden. In de
       derde plaats zijn er verschillende manieren om te interveniëren, en zijn verkeerde
       keuzes snel gemaakt. Om met de meest traditionele modus te beginnen: de over-
       heid kan zich dwingend regulerend mengen in de informationele verhoudingen.
       Zij kan zich echter ook helemaal aan de ‘zachte’ kant van het spectrum positioneren
       door zich enkel als gesprekspartner voor private spelers op te stellen. Daartussenin
       bevindt zich nog de specifieke modus van het faciliteren: randvoorwaarden schep-
       pen voor het tot ontplooiing komen van maatschappelijke mogelijkheden. Bij deze
       verschillende modi horen steeds andere verantwoordelijkheidsoverwegingen.
       Volgens Meijer (2011) wordt het echter steeds lastiger, en misschien wel funda-
       menteel onmogelijk, om vanuit systeemverantwoordelijkheid een centrale rol te
       spelen in de turbulente, complexe, technologische netwerken: “In plaats van een
       overkoepelende verantwoordelijkheid zal de overheid steeds sterker twee andere
       verantwoordelijkheden kunnen nemen: een procesmatige verantwoordelijkheid en
       een restverantwoordelijkheid.” Een procesmatige verantwoordelijkheid betekent
       dat de overheid niet langer de verantwoordelijkheid neemt voor uitkomsten, maar
       wel voor de kwaliteit van het proces. Vanuit een restverantwoordelijkheid dient
       de overheid te waarborgen dat de relevante partijen werken aan bescherming van
       burgers en het voorkomen van systeemfalen: de overheid dient nu ook de taken
       op zich te nemen die door andere partijen niet worden vervuld. De voorgestelde
       commissie voor de iOverheid kan in het denken over systeemverantwoordelijk-
       heid van de overheid een belangrijke agenderende rol spelen. De kernvragen die de
       commissie vanuit deze rol kan adresseren zijn: welke ontwikkelingen in de bredere
       iSamenleving dienen ondersteund of juist beteugeld te worden en op welk niveau
       (nationaal of internationaal) kan normerend optreden het beste worden belegd?
       Van welke ontwikkelingen kan worden verwacht dat de effecten zullen doorsijpe-
       len in de iOverheid en wat betekent dat voor eventueel regulerend (conditionerend)
       optreden?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>                                                                                       51
Bepaalde ontwikkelingen in de iSamenleving zullen de overheid echter in toene-
mende mate voor fundamentele vragen stellen waarop momenteel nog geen begin
van een antwoord geformuleerd is. De snelheid waarmee informatie – ook als die
de overheid onwelgevallig is – wordt verspreid en gekopieerd, maakt dat de over-
heid ook na zal moeten denken over haar eigen informatiemanagement. Dat heeft
de WikiLeaks-affaire overtuigend laten zien. Transparantie wordt in de regel gezien
als iets wat de overheid haar burgers gunt (passieve openbaarheid), veel minder als
een actief na te streven belang (actieve transparantie) en al helemaal niet als iets wat
door (enkele) burgers wordt genomen of afgedwongen. In de digitale wereld zullen
overheden zich echter steeds vaker voor de vraag gesteld zien hoe ze met trans-
parantie om willen gaan. John Naughton schreef in The Guardian dat overheden
voor een keuze staan: “Live with the WikiLeakable world or shut down the net. It’s
your choice” (Naughton 2010b). Die laatste keuze zal niet snel gemaakt worden.
Desalniettemin zal er wel naar een hernieuwde balans tussen informatievrijheid,
geheimhouding en beveiliging van gegevens gezocht moeten worden, waarbij regu-
lering mogelijk aan de orde is. Een deel van het antwoord zal gezocht en gevonden
worden in regulering van partijen buiten de overheid (servers, clouds etc.), voor een
ander deel moet de overheid wellicht bij zichzelf te rade gaan. Sommige informatie
moet misschien helemaal niet opgeslagen worden, andere informatiebronnen moe-
ten wellicht juist transparanter in plaats van vertrouwelijk en geheim en sommige
informatie moet wellicht nog beter beveiligd worden.3 Maar de onvoorspelbaarheid
en onzekerheid van de samenleving en daarmee ook van de iSamenleving zal de
overheid uiteindelijk nooit volledig buiten de deur kunnen houden, zoals de wrr
(2008) al eerder betoogde (zie ook Van Asselt et al. 2010).
Als het gaat om de verantwoordelijkheid van de iOverheid voor de iSamenleving
geldt eenzelfde soort afwegingskader als voor de het gebruik van ict door de over-
heid zelf. Het definiëren van een systeemverantwoordelijkheid komt in essentie
ook voort uit een afweging van stuwende, verankerende en procesmatige beginse-
len, zij het dat de stuwende beginselen nu veelal buiten de overheid liggen. Burgers
en bedrijven worden voortgestuwd door enthousiasme voor nieuwe technische
mogelijkheden en overwegingen van winstgevendheid. Waar deze structureel
onvoldoende worden afgewogen tegen verankerende beginselen en onvoldoende
in balans worden gebracht met een uitwerking van procesmatige beginselen die
informatiestromen voor burgers transparant en, indien nodig, aanvechtbaar maken,
dient de iOverheid zich af te vragen of ze aan zet is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>52 ioverheid
noten
1      Brief van minister van Economische Zaken, beantwoording vragen over nieuwe clausule in de
       privacyvoorwaarden van Apple, 03-08-2010.
2      Binnen Europa wordt inmiddels gepleit voor een lead authority met voldoende bevoegdheden
       om dit soort zaken voor de 27 lidstaten op te knappen (gesprek J. Hennis-Plasschaert, vvd-fractie
       Tweede Kamer, 4 november 2010).
3      Zoals onder meer wordt gesuggereerd in de analyse van ‘WikiLeaks – cable gate’ door Bits
       of Freedom. Zie Ot van Daalen, De wereld na WikiLeaks’ cable gate, op https://www.bof.
       nl/2010/12/10/de-wereld-na-wikileaks-cablegate/
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>                                                                                 53
IV bestelinformatie
   Het wrr-Rapport iOverheid en de wrr-Verkenning De staat van informatie
   zijn te bestellen bij Amsterdam University Press, Herengracht 221, 1016 BG te
   Amsterdam (info@aup.nl). De teksten zijn te downloaden via www.wrr.nl of
   www.ioverheid.nu.
   iOverheid, isbn 978 90 8964 309 4
   De staat van informatie, Dennis Broeders, Colette (M.K.C.) Cuijpers &
   Corien (J.E.J.) Prins, isbn 978 90 8964 310 0
               Amsterdam University Press
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>54 ioverheid</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>