<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Vertrouwen in burgers

SYNOPSIS VAN WRR-RAPPORT 88

UWRR

WETENSCHAPPELIJKE RAAD VOOR HET REGERINGSBELEID
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid werd in voorlopige vorm
ingesteld in 1972. Bij wet van 30 juni 1976 (Stb. 413) is de positie van de raad
definitief geregeld. De huidige zittingsperiode loopt tot 31 december 2012.
Ingevolge de wet heeft de raad tot taak ten behoeve van het regeringsbeleid
wetenschappelijke informatie te verschaffen over ontwikkelingen die op langere
termijn de samenleving kunnen beïnvloeden. De raad wordt geacht daarbij tijdig
te wijzen op tegenstrijdigheden en te verwachten knelpunten en zich te richten
op het formuleren van probleemstellingen ten aanzien van de grote beleidsvraag-
stukken, alsmede op het aangeven van beleidsalternatieven.
Volgens de wet stelt de wrr zijn eigen werkprogramma vast, na overleg met de
minister-president die hiertoe de Raad van Ministers hoort.
De samenstelling van de raad is:
prof.dr. J.A. Knottnerus (voorzitter)
prof.dr.ir. M.B.A. van Asselt
prof.dr. P.A.H. van Lieshout
prof.mr. J.E.J. Prins
prof.dr.ir. G.H. de Vries
prof.dr. P. Winsemius
Secretaris: dr. W. Asbeek Brusse
De wrr is gevestigd:
Lange Vijverberg 4-5
Postbus 20004
2500 EA Den Haag
Telefoon 070-356 46 00
Telefax 070-356 46 85
E-mail info@wrr.nl
Website www.wrr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Vertrouwen in burgers
synopsis van wrr-rapport 88
              Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Den Haag 2012
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Verantwoording
Deze publicatie is een samenvatting van het wrr-rapport nr. 88 Vertrouwen in
burgers van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Voor een on-
derbouwing van de in deze publicatie gepresenteerde conclusies en aanbevelingen
wordt verwezen naar de uitvoerige analyses van het beleid en de wetenschappelijke
literatuur die in dat rapport te vinden zijn.
Het rapport Vertrouwen in burgers (isbn 978 90 8964 404 6) is op 22 mei 2012 door
de raad aangeboden aan de regering. Het rapport is te koop in de boekhandel en
te bestellen bij Amsterdam University Press. Het rapport kan ook in pdf-formaat
gratis worden gedownload op www.wrr.nl.
Samenstelling: Jos Dohmen / wrr
Vormgeving cover en binnenwerk: Studio Daniëls, Den Haag
© Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 2012.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opna-
men of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de
uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van ar-
tikel 16B Auteurswet 1912 jº het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij
het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men
de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Re-
prorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n)
uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16
Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                             5
inhoud
    1 Inleiding                            7
    2 De uitdaging                        9
    3 De praktijk                         11
    		 Denken vanuit burgers              11
    		 Randvoorwaarden voor succes       12
    		 Drempels                          13
    4 De duiding                         15
    		 Doe-democratie                    16
    5 Bouwen aan vertrouwen              19
    		 Creëer tegenspel                  19
    		 Vergroot alledaagse invloed       21
    		 Stimuleer maatschappelijk verkeer 22
    		 Bouw steunpilaren                 23
    6 Aanzetten tot verandering          25
    7 Bestelinformatie                   27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>6 vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                                                        7
1 inleiding
  Betrokken burgers zijn belangrijk voor een levende democratie. Ze verlenen door te
  stemmen de volksvertegenwoordiging legitimiteit. Ze houden volksvertegenwoor-
  digers en overheidsinstanties scherp en zorgen dat deze zich gecontroleerd weten.
  Tevens spelen ze een belangrijke rol bij de inkleuring van de maatschappij: ze ver-
  schaffen het draagvlak voor het uitvoeren van beleid, vullen het in door hun alle-
  daagse handelen, en zorgen voor maatschappelijke vernieuwing door het inbrengen
  van ideeën, onderwerpen en aanpakken.
  Om betrokken te zijn moeten burgers ‘hun’ democratische instituties vertrouwen,
  maar tegelijk kritisch willen en kunnen volgen. Ze moeten ook elkaar vertrouwen,
  omdat ze elkaar voor het verwerkelijken van gedeelde doelen nodig hebben. Op
  hun beurt moeten beleidsmakers de burgers willen vertrouwen door hen de ruimte
  te bieden voor betrokkenheid.
  De afgelopen decennia hebben beleidsmakers zich vele inspanningen getroost om
  het betrokkenheidsaanbod aantrekkelijker te maken, maar de resultaten zijn teleur-
  stellend. Voortdurend is het een verhaal van veel projecten, weinig leren en onvol-
  doende structurele inbedding. Vooral de aansluiting op onze samenleving is zoek,
  terwijl deze juist snel en onvoorspelbaar verandert. Ook de wijze waarop burgers
  betrokken zijn verandert. Niet langer gebeurt dat alleen op uitnodiging van beleids-
  makers, maar steeds vaker op eigen initiatief, via directere kanalen en voorbijgaand
  aan het traditionele middenveld.
  Burgerbetrokkenheid is zo een maatschappelijk vraagstuk geworden waar ideaal
  en werkelijkheid te ver van elkaar gescheiden blijken en een beleidsdoorbraak
  noodzakelijk is. Het wrr-rapport Vertrouwen in burgers onderzoekt dan ook wat
  beleidsmakers kunnen doen om burgers beter te betrekken. Een definitief antwoord
  daarop is gezien de complexiteit van onze huidige samenleving niet mogelijk. Wel
  biedt het rapport een wezenlijke basis voor handelen. Het veldwerk dat aan het
  rapport ten grondslag ligt, leverde rijke illustraties op van de wijze waarop burger-
  betrokkenheid in de praktijk vorm kan krijgen. De inzet, het doorzettingsvermogen
  en de creativiteit die daaraan ten grondslag liggen, zijn wellicht een inspiratiebron
  voor velen om steeds weer betere antwoorden te vinden op de vragen waarvoor zij
  zich gesteld zien.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>8 vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                                         9
2 de uitdaging
  Het trefwoord van een levende democratie die bouwt op burgerbetrokkenheid is
  vertrouwen. Vertrouwen van beleidsmakers in burgers, vertrouwen van burgers in
  beleidsmakers en in elkaar. Het is echter geen blind vertrouwen. Een gepaste dosis
  vertrouwen is essentieel voor de representatieve democratie en onderlinge betrok-
  kenheid, en een gepaste dosis wantrouwen voor de corrigerende tegenmacht en de
  maatschappelijke vernieuwing.
  Hoewel Nederlanders in het algemeen tevreden zijn met het functioneren van de
  democratie, blijkt toch dat in een steeds complexere samenleving grote groepen
  burgers zich onvoldoende herkennen in ‘hun’ politiek: ze voelen zich overvraagd,
  ze hebben weinig vertrouwen in hun eigen vermogen om de politiek te beïnvloe-
  den, ze geloven niet dat de politiek opkomt voor hun belangen, of ze denken dat
  hun maatschappelijke doelen beter zonder beleidsmakers zijn te realiseren.
  Ondanks de grote inspanningen en de veelvuldige experimenten worden weinig
  warme woorden gesproken of geschreven over de voortgang van het overheids-
  beleid met betrekking tot burgerbetrokkenheid. Nog te vaak gaat het mis en het
  instrumentarium is sleets. De aansluiting op de ontwikkelingen in onze samen-
  leving is zoek en een geheel andere aanpak lijkt noodzakelijk.
  Hoe kunnen beleidsmakers burgers beter betrekken? Wat kunnen ze doen om te
  zorgen dat de burgerbetrokkenheid in de samenleving voldoende en voldoende
  divers is voor een levende democratie? Om deze vraag te kunnen beantwoorden
  heeft de wrr het oor te luisteren gelegd bij burgers die, met vallen en opstaan, pro-
  beren actief betrokken te zijn, soms samen met beleidsmakers en soms gericht tegen
  hen. De onderzoekers spraken ook met beleidsmakers die, eveneens met vallen en
  opstaan, manieren zoeken om tot een constructieve wisselwerking met burgers te
  komen. Ondanks de goede inzet van velen wil het vaak niet echt lukken met een
  burgerbetrokkenheid die van beide zijden als bevredigend wordt ervaren. Het aan
  het rapport ten grondslag liggende veldonderzoek leverde echter ook een breed
  palet van succesvolle voorbeelden van burgerbetrokkenheid op en bood zo zicht op
  de factoren die bijdragen aan verbetering. Burgers blijken inventief te zijn en veel te
  kunnen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>10 vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                                                                           11
3 de praktijk
  In het wrr-rapport Vertrouwen in burgers staan mensen centraal die verantwoor-
  delijkheid nemen voor een maatschappelijk belang; die zich actief inzetten voor
  zaken die het eigenbelang overstijgen. In veel gevallen gaat het om een publiek
  belang, een maatschappelijk belang waar de overheid zich de behartiging van aan-
  trekt. De manieren waarop burgers daarbij zijn betrokken zijn even talrijk als
  verschillend.
  Tijdens de rondgang door Nederland trof de wrr een groot aantal vormen van
  burgerbetrokkenheid aan: van razendsnel georganiseerde ludieke protesten tot
  jarenlang meedenken over de aanleg van een provinciale weg. Van vernieuwende
  voorbeelden van samenwerking tussen niet direct voor de hand liggende partners
  tot aan initiatieven in de directe omgeving, uiteenlopend van buurtpreventie en
  buurtbemiddeling via wederzijdse communicatie tot zelforganisatie rond voorzie-
  ningen, energiebesparing en groenbeheer.
  denken vanuit burgers
  De meest indringende les die uit dat onderzoek naar voren kwam is: burgerbetrok-
  kenheid vereist denken vanuit burgers. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de praktijk
  blijkt weerbarstig. Burgers zijn namelijk op verschillende manieren betrokken. De
  wrr maakt een onderscheid tussen beleidsparticipatie, maatschappelijke parti-
  cipatie en maatschappelijke initiatieven. Bij de eerste twee ligt het voortouw bij
  beleidsmakers en ‘mogen’ burgers meedoen, bijvoorbeeld door inspraak of vrij-
  willigerswerk. Burgers ontplooien echter in toenemende mate maatschappelijke
  initiatieven. In de praktijk blijkt dat deze ‘velden’ elkaar overlappen, en juist op die
  raakvlakken gebeurt veel. Dat is zeker het geval wanneer (groepen) burgers worden
  uitgedaagd op onderwerpen die passen bij hun behoeften en kwaliteiten. Succesvol
  betrokkenheidsbeleid onderkent de verschillen en weet daarop in te spelen.
  Een belangrijke vraag is dan waarom burgers in actie komen. Zij reageren op twee
  manieren op uitdagingen waarvoor ze zich zien gesteld. De eerste reactie is een van
  verzet tegen veranderingen: ze willen een situatie graag houden zoals die is. Soms
  gaat het om een (aangekondigde) verandering die onrust brengt, zoals de plaatsing
  van hostels voor verslaafden, de komst van megastallen, de bouw – of juist de sloop
  – van een gebouw. Soms gaat het niet eens om een duidelijke verandering, maar
  meer om een situatie die men niet langer wil accepteren, zoals overlast in de wijk.
  De tweede reactie is die van verkenning: mensen gaan op zoek naar een nieuwe
  situatie die beter is dan de oude. Burgers, maar ook beleidsmakers en frontlijnwer-
  kers, raken geïnspireerd door voorbeeldprojecten uit binnen- of buitenland, willen
  een goed idee uitproberen, zijn op zoek naar innovatie, willen het toeval een kans
  geven, of iets bij wijze van grap doen. Ze spreken over een ‘droom’, hun ‘ambitie’,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>12 vertrouwen in burgers
       een ‘beeld’, een ‘goed idee’, of een ‘visie’, die leidt tot maatschappelijke initiatieven
       of vormen van maatschappelijke participatie.
       Willen is dan wel mooi, maar je moet ook kunnen. Stel dat betrokken burgers zich
       uitgedaagd voelen, hebben ze dan wel de toerusting – de tijd, de kwaliteiten en de
       instrumenten (inclusief de wettelijke mogelijkheden)? Er is veel kennis- en infor-
       matieachterstand van burgers ten opzichte van beleidsmakers, zowel wat betreft
       de inhoud als de procedures en processen. Gedeeltelijk ligt dat aan de informatie-
       voorziening door beleidsmakers. Overheidsinformatie is soms moeilijk te vinden
       en vaak moeilijk te begrijpen. Een belangrijk probleem is echter ook gelegen in de
       negatieve beelden die beleidsmakers hebben van burgers en hun geloof in de be-
       perkte vaardigheden van burgers. Volgens veel ambtenaren zijn burgers beperkt op
       de hoogte van de taken van publieke organisaties en missen ze het vermogen om
       publieke vraagstukken te kunnen beoordelen. Ze communiceren niet helder en zijn
       te zeer op eigenbelang gericht.
       Pas recent wordt op sommige beleidsterreinen een groter beroep gedaan op de
       eigen verantwoordelijkheid van burgers. Het leidt tot de wat merkwaardige con-
       statering, aldus de wrr, dat burgers tegelijkertijd onderschat en overschat worden
       in hun mogelijkheden voor actieve betrokkenheid. Burgers en frontlijnwerkers
       hebben vrijwel altijd een voorsprong ten opzichte van beleidsmakers als het gaat
       om ervaringskennis. Daar wordt nog te weinig beroep op gedaan. Naast ervarings-
       kennis beschikken mensen bovendien steeds vaker over specifieke (vak)kennis of
       vaardigheden. Iedereen is – door opleiding, werk of een uit de hand gelopen hobby
       – wel goed in ‘iets’. Vaak zijn mensen bereid deze expertise in te zetten.
       randvoorwaarden voor succes
       Burgers beschouwen hun inbreng als succesvol als deze een gewenste oplossing
       dichterbij brengt; op zijn minst willen ze serieus worden genomen. Beleidsmakers
       hopen draagvlak te versterken of (soms) nieuwe ideeën op te doen, maar zijn vaak
       ook al tevreden met een groot aantal deelnemers. Dat gezegd zijnde, zijn er blijkens
       het veldwerk van de wrr drie randvoorwaarden van toepassing: zonder sleutel-
       figuren, respect voor burgers, en evenwicht tussen loslaten en sturen wordt het
       niks. Is echter in voldoende mate voorzien in deze randvoorwaarden, dan kan er
       veel waar het burgerbetrokkenheid betreft.
       Burgerbetrokkenheid begint dus bij mensen, bij sleutelfiguren die het verschil
       maken. Vooral maatschappelijke initiatieven bestaan bij de gratie van ‘trekkers’:
       mensen die de kar trekken. Op alle velden van betrokkenheid is echter een hoofdrol
       weggelegd voor ‘verbinders’: mensen die een verbinding kunnen leggen tussen
       verschillende groepen en netwerken en die mensen met de juiste personen in con-
       tact kunnen brengen. Verbinders kunnen ook de brug slaan tussen groepen burgers
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                                                                                      13
aan de ene en beleidsmakers of bestuurders aan de andere kant. Zelden is er sprake
overigens van één verbinder, in vrijwel alle praktijksituaties blijken formele én in-
formele netwerken van groot belang. Een netwerk ontstaat op verschillende manie-
ren. Bij toeval, omdat mensen elkaar tegenkomen in de buurt, rond een gezamenlijk
belang of activiteit. Een netwerk kan ook bewust worden ontwikkeld, door gericht
mensen met verschillende achtergronden of uit verschillende organisaties een ge-
meenschappelijke opdracht te geven.
Zonder respect voor burgers mag men evenmin werkelijke betrokkenheid verwach-
ten, zo concludeert de wrr. Beleidsmakers kunnen betrokkenheid ondersteunen
door burgers serieus te nemen, door zorg te dragen voor een voortdurende infor-
matie-uitwisseling, en door het waarborgen van een scherpe focus: wat kan wel
en wat kan niet. In het veldwerk richtte de kritiek zich vaak op de procedures voor
de formele beleidsparticipatie. Er wordt slecht geluisterd, er wordt niet gereageerd,
mensen hebben het gevoel dat er over hun hoofd heen dingen worden besloten
zonder dat ze daarover zijn geïnformeerd. Mensen begrijpen meestal wel dat ze
hun zin niet kunnen krijgen, als hun argumenten maar wel meegenomen zijn in de
besluitvorming. Nemen beleidsmakers burgers echter serieus, dan verdienen de
investeringen rondom burgerbetrokkenheid zich terug.
De kunst van burgerbetrokkenheid is verder gelegen in het op de juiste wijze uitste-
ken van een helpende hand: loslaten als het kan, maar sturen wanneer dat nodig is.
Burgers zoeken de ruimte om hun eigen ding te doen, maar de klassieke ‘beleidspar-
ticipatie’ heeft op dat punt een slecht imago. De gemeente heeft een plan, ‘doet’ nog
even een inspraakavond omdat dat zo hoort of moet, maar het beleid staat allang
vast en iedereen gaat met een ontevreden gevoel naar huis. Het is ook niet onge-
bruikelijk dat beleidsmakers een wetsvoorstel helemaal dichttimmeren en dan pas
naar buiten treden, of dat ze zich vastbijten in hun eenmaal ingenomen standpunt.
Ook bij de maatschappelijke participatie blijken slechts weinig beleidsmakers de
kunst van het loslaten te beheersen. Beleidsmakers en bestuurders moeten het dur-
ven, maar ook burgers en frontlijnwerkers moeten het kunnen en willen. Ruimte
met de bijbehorende rugdekking en eigenaarschap zijn belangrijk, maar anderzijds
behoeven veel initiatieven ook een vorm van ‘bescherming’: een steuntje in de rug
bij de start en tijdens het vervolg.
drempels
Ook al is aan deze succesvoorwaarden voldaan, dan nog valt het dikwijls niet mee
om een initiatief van de grond te krijgen. De drempels voor verandering blijken
hoog. Burgers en beleidsmakers spreken vaak een andere taal, handelen vanuit ver-
schillende perspectieven en koesteren veelal andere verwachtingen omtrent aard
en doel van een project. De logica van burgers – hun manier van denken, spreken en
handelen – verschilt van de logica van beleidsmakers en bestuurders. De schurende
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>14 vertrouwen in burgers
       logica’s tussen burgers en beleidsmakers confronteren de leefwereld van burgers
       met de systeemwereld van beleidsmakers. Het past lang niet altijd binnen het we-
       reldbeeld van de beleidsmakers dat burgers ook experts kunnen zijn. En beleidsma-
       kers stellen in contact met burgers vaak hun eigen processen centraal en houden
       vast aan formele procedures, beleidsplannen en organisatievormen. Daardoor is er
       geen tijd en geen flexibiliteit om de samenwerking met andere partijen aan te gaan.
       Verder zijn overheden en maatschappelijke instellingen ingewikkelde organisaties
       en blijkt het dat burgers vaak vastlopen op de bestaande structuren en systemen:
       ‘de bureaucratie’. Andersom wordt de wisselwerking met steeds hoger opgeleide,
       beter geïnformeerde en ongrijpbaarder burgers er ook niet eenvoudiger op. Hun
       informele structuren en systemen – vaak slecht passend binnen de formele ka-
       ders – kunnen remmend werken voor beleidsmakers die zich publiekelijk moeten
       verantwoorden voor hun handelen. De drempels voor verandering ten gevolge van
       remmende structuren en systemen zijn weliswaar voornamelijk gelegen binnen
       overheden en instellingen, maar ook onder beleidsmakers en bestuurders bestaat
       wel enige reden tot beklag. Beleidsmakers worden vaak uitgemaakt voor een elite,
       maar ook initiatiefnemers vormen soms weer een elite die de poorten voor nieuw-
       komers gesloten houdt.
       Daarnaast blijken zowel burgers als beleidsmakers behept met een kortetermijnori-
       ëntatie: waar de een haast heeft, heeft de ander het vaak juist niet. Het is een we-
       derzijds verwijt: ‘jullie’ zijn te langzaam. Zowel beleidsmakers als burgers hebben
       haast rond concrete initiatieven als het hun uitkomt. In andere gevallen hechten ze
       juist aan ‘zorgvuldigheid’, als kennelijke tegenhanger van snelheid van handelen.
       Maar tijd heeft een tweede betekenis: burgerbetrokkenheid heeft behoefte aan een
       lange adem, en dat blijkt een lastige zaak. De kortetermijnoriëntatie van gehaaste
       beleidsmakers, of juist haastige burgers, veroorzaakt hoge drempels voor burgerbe-
       trokkenheid.
       Een van de hoogste drempels voor verandering wordt gevormd door de onzeker-
       heid onder sleutelhouders, de ‘trekkers’ en ‘verbinders’. Elk veranderingsproces
       is geheel afhankelijk van de inzet van deze mensen. Hun positie staat of valt ech-
       ter weer bij het houvast dat zij kunnen ontlenen aan anderen. Voor burgers zijn
       het meestal hun mede-initiatiefnemers, voor frontlijnwerkers hun superieuren.
       Schetsen die niet een visie van een toekomst die zij wenselijk achten, dan weten de
       sleutelhouders niet waar hun grenzen liggen. Bewijzen ze in de praktijk ook niet
       onvoorwaardelijk achter ‘hun’ sleutelhouders te staan, dan worden reputatie- en
       carrièrerisico’s te groot en zullen velen passen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                                                                       15
4 de duiding
  Waarom komen sommige mensen in actie, terwijl anderen – in schijnbaar gelijke
  omstandigheden – zich moedeloos, boos of ongeïnteresseerd afwenden? Hoe vin-
  den burgers elkaar en hoe komen ze als groep in actie? En wat betekent dat voor
  beleidsmakers?
  Het veldwerk dat werd verricht in het kader van het rapport Vertrouwen in burgers
  laat er geen twijfel over bestaan dat mensen betrokken willen en kunnen zijn als de
  uitdaging past bij hun behoeften en ze denken te beschikken over de toerusting die
  vereist is om passende antwoorden te vinden. Mensen handelen omdat ze iets wil-
  len veranderen, een in hun ogen ‘foute’ ontwikkeling willen tegengaan of juist een
  gewenste ontwikkeling willen bevorderen. Er zijn ook mensen met een droom, een
  visie over wat er mogelijk moet zijn: een duurzame energievoorziening, het behoud
  van industrieel erfgoed voor de stad, een plek voor ontmoeting en cultuur, en een
  dagopvang voor ouderen in de eigen dorpskern. En mensen komen ook in actie
  omdat ze het niet eens zijn met de wijze van besluitvorming.
  Wanneer de uitdaging past bij hun behoeften willen veel burgers zich daarom in-
  zetten voor de publieke zaak. Maar kunnen ze dat ook? De uitdaging moet immers
  in verhouding staan tot de toerusting. Wie zich met zin inzet is tot veel in staat;
  tegenzin daarentegen vermindert de prestatie. Sommige burgers zullen zichzelf
  vooral in staat achten een bijdrage te leveren aan traditionele vormen van inspraak,
  zoals een wijkvergadering in een zaaltje, andere burgers zien meer in betrokkenheid
  via de nieuwe media op momenten dat het hun uitkomt. Ook speelt de sociale om-
  geving een belangrijke rol. Veel burgers laten hun inzet afhangen van de deelname
  van vrienden, familie, kennissen en collega’s. Daarnaast is de resultaatverwachting
  van belang: wanneer ze het gevoel hebben te worden overvraagd, haken ze af. Be-
  schikbaarheid van tijd, expertise, interesse en zelfs financiën is daarom een belang-
  rijke factor.
  De ruimte die burgers krijgen en ervaren om uiting te geven aan hun betrokken-
  heid wordt vervolgens bepaald door de wisselwerking met beleidsmakers: wat past
  bij hun wederzijdse behoeften en kwaliteiten? Op basis van die wisselwerking
  ontwikkelen burgers in de loop van de tijd verschillende manieren van (collectief)
  handelen om hun belangen na te streven. Het huidige betrokkenheidsaanbod lijkt
  maar voor een beperkt aantal burgers een goede balans te bieden tussen uitdagingen
  en benodigde toerusting.
  Individuele burgers komen voor verschillende onderwerpen in actie, op verschil-
  lende manieren en om verschillende redenen. Burgers handelen echter zelden al-
  leen. Groepen van betrokken burgers vormen zich op verschillende manieren en net
  als individuele burgers verschillen ze in hun mogelijkheden om hun interesse om te
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>16 vertrouwen in burgers
       zetten in een actieve betrokkenheid. De bedrevenheid van een groep om in actie te
       komen hangt af van uiteenlopende factoren en de wijze waarop een groep in actie
       komt wordt in sterke mate bepaald door de dominante cultuur binnen de groep.
       Twee processen – verdichting en versnelling – leiden tot een steeds grotere com-
       plexiteit in de samenleving. Die groeiende complexiteit maakt het voor het voort-
       bestaan van een groep steeds belangrijker om zich voortdurend aan te passen aan
       wijzigende omstandigheden. Netwerkculturen zijn daar beter toe in staat dan de
       andere culturen, ze vallen niet direct uiteen indien er verbindingen wegvallen.
       Door hun open karakter zijn nieuwe verbindingen bovendien eenvoudig te leggen,
       waardoor het lerende vermogen en de veerkracht van netwerkculturen groter is
       dan dat van de andere culturen. Maar de onvoorspelbaarheid en onbeheersbaarheid
       van de netwerkcultuur maken het er voor beleidsmakers niet makkelijker op. Waar
       het voor buitenstaanders vaak relatief eenvoudig is te begrijpen hoe een hiërarchie,
       een markt of een wij-gemeenschap werkt, is dat bij een netwerk veel lastiger. Het is
       onduidelijk wie de leiding heeft, wie waarvoor verantwoordelijk is, hoe en wanneer
       besluiten tot stand komen. Ook de grens van een netwerk is nauwelijks vast te stel-
       len.
       doe-democratie
       De toegenome complexiteit in de samenleving verandert ook de wijze waarop
       burgers betrokken zijn bij die samenleving. De effectiviteit van de traditionele
       middenveldkanalen voor burgerbetrokkenheid – zoals de maatschappelijke instel-
       lingen en ngo’s – staat onder druk. Niet langer gebeurt dat alleen op uitnodiging
       van beleidsmakers, maar steeds vaker op eigen initiatief, via directere kanalen voor
       betrokkenheid – denk aan de koplopers in het bedrijfsleven en ‘andersbewegingen’.
       Ook informatiestromen worden steeds minder beheersbaar. Burgerbetrokkenheid
       in de complexe samenleving vereist daarom vooral een geloof in de veerkracht van
       de vernetwerkte samenleving, met de bijbehorende ruimte voor burgers die elkaar
       vinden in steeds effectievere samenwerkingsverbanden. Juist de veelheid en overlap
       van dergelijke initiatieven en kanalen voor betrokkenheid resulteert in een samen-
       leving van mondige burgers en met een ongekende reactiesnelheid, leervermogen
       en creativiteit.
       Dergelijke ingrijpende veranderingen verlangen dat de democratie meebeweegt. De
       roep om meer directe vormen van democratie en de bijbehorende vormen van bur-
       gerbetrokkenheid, ter aanvulling van de representatieve democratie is toegenomen.
       Beleidsmakers hebben breed geëxperimenteerd met verschillende vormen van di-
       rectere democratie en vooral de ‘doe-democratie’ biedt mogelijkheden om beter dan
       nu gebeurt in te spelen op maatschappelijke initiatieven
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                                                                    17
Het is een mooi ideaal, maar ook een ontregelend perspectief voor beleidsmakers.
In een complexere omgeving weten ze zich binnen de kaders van de representatieve
democratie belast met blijvende verantwoordelijkheden als formele spelregelbe-
paler en -bewaker en ultieme conflictbeslechter. ‘Wat burgers belangrijk vinden’ is
bovendien, zeker in de netwerksamenleving, niet eenduidig en in sommige geval-
len zelfs conflicterend. Politieke besluitvormingsprocessen moeten – bouwend op
verschillende waarden en visies over de samenleving – resulteren in een evenwich-
tige afweging van belangen, bescherming van de meest kwetsbare mensen en waar-
den, en stimulering dan wel afremming van specifieke maatschappelijke ontwikke-
lingen. Het is een formidabele uitdaging om de resulterende spanningen, conflicten
en groepstegenstellingen zodanig te reguleren dat destructieve en gewelddadige
krachten worden afgeremd. Om de vereiste koerswijziging te kunnen maken, is een
nieuwe generatie ‘doe-democratie’ vereist die bouwt op een hernieuwde invulling
van binding tussen en met burgers.
In een democratie die zichzelf voortdurend wil aanpassen aan technologische en
maatschappelijke ontwikkelingen, is het beleid nooit volledig correct toegesneden.
Miljoenen mensen moeten steeds miljoenen kleine correcties maken: het formele
beleid inkleuren en uitdagen. De kunst van het openbaar bestuur is in hoge mate
het laten van een gepaste ruimte aan burgers: weet wanneer je nodig bent en blijf
weg als dat niet het geval is. Een cultuurverandering binnen het openbaar bestuur
is daarvoor essentieel en beleidsmakers moeten grotere stappen zetten dan tot nu
toe is gedaan. Meer ruimte voor ambtenaren en nieuwe instrumenten voor burger-
participatie is niet voldoende. De huidige samenleving vergt het besturen van het
onbestuurbare. Dat betekent een grote uitdaging voor beleidsmakers die uithou-
dingsvermogen vergt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>18 vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                                                                                         19
5 bouwen aan vertrouwen
  Wat kunnen beleidsmakers gezien dit alles doen? In Vertrouwen in burgers zegt de
  wrr niet de pretentie te hebben ‘de’ oplossing te kunnen aanreiken. Wel wil de raad
  een eerste aanzet bieden, als bron van inspiratie om verder te denken en te handelen.
  Daarbij gelden twee uitgangspunten: denk vanuit burgers en vergroot de kaders.
  Wie burgers wil betrekken, moet denken vanuit hun perspectief. Burgers hebben
  uiteenlopende behoeften en kwaliteiten en het is zaak daar in een netwerksamen-
  leving rekening mee te houden. Als dat onvoldoende gebeurt, zullen velen afhaken.
  Onder voorwaarden blijken alle groepen burgers te bereiken en goeddeels te active-
  ren. Dat vereist wel een gedifferentieerde bewegingsruimte die tegemoetkomt aan
  hun specifieke behoeften en kwaliteiten.
  Wie burgers wil betrekken moet daarnaast de verschillende velden van betrokken-
  heid onderscheiden. Beleidsparticipatie is nog te eenzijdig gericht op de plannings-
  fase van beleid en gaat vooral uit van het perspectief van beleidsmakers: burgers
  ‘mogen’ meepraten over plannen van de overheid. Het verbreden van beleidspartici-
  patie naar andere beleidsfasen zal betekenen dat burgers ook bij de agendavorming,
  beleidsuitvoering en crisisbeheersing betrokken worden. In het huidige beleid
  gericht op maatschappelijke participatie staat samenbinding nog te veel centraal.
  Het vernieuwen van maatschappelijke participatie vraagt juist om het versterken
  van tegenbinding in de openbare ruimte en de dwarsverbinding naar kwetsbare
  (groepen) burgers. De grootste uitdaging is echter gelegen in het verwelkomen van
  maatschappelijk initiatieven die niet altijd gladjes ‘passen’ in het beleidsperspectief
  van beleidsmakers. Zeker als deze initiatieven zich begeven op de velden van be-
  leidsparticipatie en maatschappelijke participatie, kunnen ze zeer ontregelend maar
  ook van grote toegevoegde waarde zijn voor beleidsmakers: ze kunnen verstarde
  denkkaders doorbreken.
  Deze uitgangspunten vragen om ruimdenkende beleidsmakers die bereid zijn te
  bouwen aan vertrouwen en de grondvesten te leggen voor een nieuwe generatie
  ‘doe-democratie’: stapje voor stapje, experimenterend, lerend en waar nodig ach-
  teraf corrigerend. De wrr schetst vier verschillende manieren om hier concrete
  invulling aan te geven: voldoende en adequaat tegenspel creëren, de alledaagse
  invloed vergroten, het maatschappelijk verkeer stimuleren en stevige steunpilaren
  bouwen.
  creëer tegenspel
  Goede beleidsmakers hechten aan tegenspel. Ze geven niet alleen ruimte voor
  tegengeluid, maar nodigen dat ook actief uit. Daarvoor is informatie van essenti-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>20 vertrouwen in burgers
       eel belang: burgers moeten beschikken over goede informatie om initiatieven te
       kunnen starten en voor hun belangen op te komen en beleidsmakers moeten hun
       burgers kennen om hen te kunnen betrekken. Op beide terreinen zijn aanzienlijke
       verbeteringen wenselijk, aldus de wrr.
       Groepen burgers kristalliseren veelal uit rond een informatie-uitwisseling die uit-
       eenloopt van het ‘gonzen’ aan een schoolhek en de dorpskrant tot buurtwebsites
       en sociale media waar voetbalsupporters of andere gelijkgestemden elkaar treffen.
       Voor een adequaat tegengeluid is het van belang dat dit ‘gonzen’ gebaseerd is op
       correcte informatie. Beleidsmakers hebben op dit terrein een bijzondere verant-
       woordelijkheid, omdat ze beschikken over veel data die waardevol kunnen zijn
       voor burgers. Wanneer deze data openbaar zijn en volgens een standaard worden
       gepubliceerd, zullen burgers zelf toepassingen bedenken die nuttig zijn voor andere
       burgers en die beogen om beleidsmakers scherp te houden.
       Toegang tot informatie is zeker gewenst als beleidsmakers besluiten om bepaalde
       verantwoordelijkheden over te dragen aan burgers. Burgers kunnen dan immers
       niet meer terugvallen op de overheid als hun belangenbehartiger. Traditioneel stel-
       len beleidsmakers eisen aan derden voor informatievoorziening aan burgers, denk
       aan labels, bijsluiters, keurmerken, om burgers te ondersteunen in het maken van
       verantwoorde keuzes, maar als de achterliggende data openbaar worden gemaakt,
       kunnen ook anderen zich inzetten voor de informatievoorziening. Meer openheid
       en toegankelijkheid van data kunnen stimulerend werken; burgers maken toepas-
       singen die niet van tevoren te verzinnen zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld app’s met
       informatie ter ondersteuning van een verantwoorde voedingskeuze in de super-
       markt. Vergelijkbare initiatieven zijn denkbaar voor het toegankelijker maken van
       informatie over maatschappelijke instellingen, ter ondersteuning van de keuze voor
       bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen of wooncorporaties.
       Informatiestromen lopen in de netwerksamenleving niet uitsluitend meer van
       boven naar beneden, maar ook horizontaal, zowel binnen de organisatie als naar de
       buitenwereld. Indien beleidsmakers erin slagen om pro-actief de meest relevante
       netwerken aan te boren, kunnen ze de onderbouwing van hun beleid verbeteren.
       Ze moeten dan wel kunnen beschikken over creatieve en passende instrumenten.
       Crowd sourcing is dan een mogelijkheid, waarbij bijvoorbeeld via twitter aan hon-
       derdduizenden burgers tegelijkertijd een vraag kan worden gesteld. Webmonitoring
       maakt het mogelijk om veel eerder dan vroeger bepaalde patronen en ideeën op te
       pikken. Het continu (digitaal) aftasten van internet op belangrijke onderwerpen
       biedt de kans om een beginnende veenbrand op te pakken op het moment dat er nog
       een kans is om er constructief mee om te gaan. Serious gaming biedt beleidsmakers
       goede kansen om mensen op een creatieve en speelse manier te laten meedenken
       over ingewikkelde uitdagingen. Veel mensen beleven plezier aan de uitdagingen
       van zogenaamde strategy games. Wie uitdagingen weet te vangen in aantrekkelijke
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                                                                                        21
spellen, kan gebruikmaken van de vrijwillige inzet van de gamers.
In dit verband is het opvallend dat het openbaar bestuur zeer veel enquêtes kent,
maar dat de frontlijnwerkers – wijkagenten, leraren, zorgverleners, welzijnswerkers
– zelden naar hun ervaring of mening wordt gevraagd. Beter dan beleidsambtenaren
zijn ze door hun nabijheid tot burgers in staat om de inbreng vanuit een alledaagse
leefomgeving te verwoorden. Ze zijn bovendien bij uitstek deskundig waar het gaat
om de effectiviteit en efficiëntie van de beleidsuitvoering.
Ten slotte verdient het volgens de wrr aanbeveling om alle grotere dossiers waar-
voor beleidsmakers (mede)verantwoordelijkheid vragen van burgers, te onderwer-
pen aan een publieke toetsing. Het proces kan eenvoudig zijn: een nieuw project of
beleidsvoornemen wordt voorgedragen met inbegrip van een betrokkenheidsaan-
pak. Vervolgens vragen de initiatiefnemers om dat voorstel van een second opinion
te voorzien en, zo nodig, aanbevelingen te doen voor aanpassing. Beleidsmakers
kunnen daarvan gemotiveerd afwijken, maar het zal hun positie bij een eventueel
later beroep geen goed doen als de motivering zwak is onderbouwd. Na afronding
kan bovendien een oordeel worden gevraagd over de kwaliteit van de procesuitvoe-
ring.
vergroot alledaagse invloed
De alledaagse leefomgeving vormt een belangrijk aangrijpingspunt voor burgerbe-
trokkenheid, aldus de wrr. Traditioneel ligt een sterke nadruk op ‘de buurt’, maar
een dergelijk eenzijdige focus doet kansen verloren gaan. De alledaagse leefomge-
ving wordt immers ook voor een belangrijk deel bepaald door opleidingen, werk en
vrijetijdsbesteding. Ook op regionaal en nationaal niveau laten burgers hun stem
horen om de kwaliteit van hun dagelijks leven te beïnvloeden. Steeds vaker geven
velen ook mondiaal via internet inhoud aan een nieuwe vorm van nabuurschap
wanneer ze volledig vreemden te hulp schieten bij het oplossen van een breed scala
aan alledaagse vraagstukken.
Idealiter beschouwen burgers de maatschappelijke voorzieningen waarvan ze
intensief gebruikmaken, als de hunne. Denk aan de huizen waarin ze wonen, de
scholen waar hun kinderen leren, de zorginstellingen waarop ze in geval van nood
kunnen terugvallen, de politie die zorg draagt voor de veiligheid in hun buurten
en in het verkeer, maar ook het openbaar groen en de sportvoorzieningen waar ze
recreëren. Dat leidt bijna vanzelf tot het idee van maatschappen, waarin betrokken
burgers en bestuurders van maatschappelijke instellingen elkaar de hand reiken.
Wat burgers in te brengen hebben is hun kennis en kennissen: niet beleidsdes-
kundigheid, maar veeleer ervaringsdeskundigheid. Idealiter denken bestuurders
en burgers binnen een maatschap in termen van een gedeeld eigendom van ‘hun’
instelling. Dat vereist een ‘ontbundeling’ van grote, verticale instituties in kleinere
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>22 vertrouwen in burgers
       clusters die dicht bij de burgers en frontlijnwerkers staan: scholengemeenschappen
       en wooncorporaties worden als het ware opgedeeld in kleinschalige eenheden met
       een eigen maatschapsbestuur.
       Soms behoeven burgers de steun van beleidsmakers om een collectief tot stand te
       brengen. Onorthodoxe prikkels kunnen hen in die gevallen over de brug helpen.
       Buurtwerk kan worden gestimuleerd door burgers een grotere beslisruimte toe
       te kennen, bijvoorbeeld met behulp van buurtrechten. Beleidsmakers kunnen
       nog verder gaan door bijvoorbeeld een lagere onroerendezaakbelasting te heffen
       in buurten met actieve buurtpreventie; burgers hebben daar immers politietaken
       overgenomen. Ook met andere prikkels kunnen beleidsmakers het vrijwilligers-
       werk een extra dimensie verlenen, bijvoorbeeld door werkloze vrijwilligers met een
       bewezen staat van dienst vanuit een vrijwilligerspool voorrang te geven bij sollici-
       tatie.
       Een enkele keer zijn verdergaande maatregelen wenselijk, aldus de wrr. Burgers
       beschikken veelal niet over de toerusting om weigerachtige enkelingen te betrekken
       in een vorm van zelforganisatie. Maatschappelijke initiatieven die zich richten op
       het verbeteren van de fysieke inrichting of de veiligheid van de alledaagse leefom-
       geving, of op energiebesparing, komen daardoor moeizaam of in het geheel niet tot
       stand. Het verdient aanbeveling om, met de noodzakelijke randvoorwaarden van
       zorgvuldigheid, beleidsmakers dit soort samenwerkingsverbanden te laten initiëren
       of afdwingen met publiekrechtelijke middelen.
       stimuleer maatschappelijk verkeer
       Maatschappelijke participatie concentreert zich op de deelname van burgers aan het
       maatschappelijk verkeer. Beleidsmakers hebben hier een voorwaardenscheppende
       rol die echter verregaand onderbelicht is. Voorwaardenscheppend beleid kan bur-
       gers die niets met elkaar hebben anders dan het delen van een ruimte, verleiden tot
       wederzijds fatsoen. Winkelgebieden, pleinen, scholen en bibliotheken kunnen zo
       worden ingericht dat de kans op toevallige ontmoetingen wordt vergroot. Gedeelde
       ruimten moeten mensen aantrekken, vertier bieden, bijvoorbeeld podia waarop
       jongeren hun kunsten kunnen demonstreren, maar ook de geborgenheid geven
       waar ouderen om vragen.
       Sporten en uitgaan vormen belangrijke vrijetijdsbestedingen en creëren functio-
       nele ontmoetingsplaatsen. Sportvoorzieningen kunnen worden uitgebouw tot een
       alternatief voor wijkcentra, dorpshuizen kunnen geschikt worden gemaakt als dag-
       opvang voor ouderen, ruimte bieden aan het verenigingsleven, aan de bibliotheek
       én aan activiteiten van de basisschool. Ook scholen en sport- en muziekverenigin-
       gen vormen de natuurlijke ontmoetingsplaatsen voor grote delen van de jeugd, en
       daardoor uitgelezen oefenplekken voor tegenbinding.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                                                                                   23
Het is niet alle burgers gegeven om op eigen kracht volwaardig mee te doen aan de
maatschappij en maatschappelijke participatie richt zich daarom ook op de ver-
vlechting van moeilijk bereikbaren binnen hun dagelijkse leefomgeving. Frontlijn-
werkers kunnen hier een sleutelrol vervullen. Maar alleen wanneer verschillende
partijen samenwerken en hun frontlijnwerkers de ruimte bieden, kunnen deze de
meest geïsoleerde (groepen) burgers bereiken. Maatschappelijke instellingen en
lokale overheden kunnen geen ruimte bieden aan hun frontlijnwerkers en burgers,
indien zij daar zelf geen ruimte voor krijgen in de Haagse wet- en regelgeving.
Volgens de wrr verdient het daarom aanbeveling dat beleidsmakers – het kabinet
voorop – op de meest relevante beleidsterreinen tot concrete afspraken komen met
de betrokken bestuurders over de wijze waarop zij aan een bredere taakstelling in-
houd kunnen geven. Dit is een onderwerp dat zeker aandacht behoeft bij de huidige
decentralisatie van vele overheidstaken naar gemeentelijk niveau.
bouw steunpilaren
Maatschappelijke instellingen zullen zich breder moeten gaan inzetten, bijvoor-
beeld voor een beter sluitende dienstverlening aan geïsoleerde mensen, in kwets-
bare buurten of in krimpregio’s, voor vergaande samenwerking bij de opvang van
bevolkingskrimp, en voor het optimaal borgen van voorzieningen voor burgers.
Hun bestuurders moeten daartoe buiten hun comfortzones treden en contrapro-
ductieve maatschappelijke verkokering tegengaan, aldus de wrr.
Wooncorporaties, zorg- en onderwijsinstellingen zijn niet alleen geprivatiseerd of
op afstand van de overheid gezet. De voorgeschreven onderlinge concurrentie leidt
ertoe dat instellingen vaak met de ruggen naar elkaar staan in plaats van samen-
werken. De afrekencultuur richting zorg, welzijn en politie staat haaks op de meer
bescheiden en aanjagende rol die voor burgerbetrokkenheid noodzakelijk is.
Burgers zijn niet in een positie om de bestuurders van onwillige instellingen aan
te spreken op de noodzakelijke samenwerking: hun betrokkenheid is beperkt tot
hun ‘eigen’ instellingen en gemeenten. Hierdoor is het voor beleidsmakers lastig de
democratische controle op maatschappelijke instellingen uit te oefenen die nodig is
voor de invulling van de ‘overkoepelende verantwoordelijkheid’ van de overheid.
Samenwerking en solidariteit kunnen worden gestimuleerd als beleidsmakers en
bestuurders op regionaal niveau goede werkafspraken maken in de vorm van con-
venanten. Indien echter zorgvuldig overleg heeft gefaald, verdient het aanbeveling
dat alle betrokkenen beschikken over een alarmeringsmogelijkheid, op basis waar-
van Haagse beleidsmakers kunnen en moeten ingrijpen. Ook burgers in hun rol als
gebruikers moeten in dat kader binnen een regio aan de bel kunnen trekken, zelfs
buiten ‘hun’ gemeente. Dat vereist nieuwe wetgeving, deels met terugdraaien van
een doorgeschoten autonomie van zowel gemeenten als instellingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>24 vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>                                                                                      25
6 aanzetten tot verandering
  Beleidsmakers kunnen veel doen om betrokkenheid van burgers te stimuleren.
  Daarbij past echter een waarschuwing: de drempels voor verandering blijken hoog
  en vereisen gerichte aandacht. Schurende logica’s van burgers en beleidsmakers,
  belemmerende overheidsstructuren en -systemen, kortetermijnoriëntatie, en on-
  zekere rugdekking zijn uitingen van een overheidscultuur die ontoereikend is voor
  het omgaan met een complexe netwerksamenleving. In een democratie die zichzelf
  voortdurend wil aanpassen aan technologische en maatschappelijke ontwikkelin-
  gen, gaat het om het besturen van het onbestuurbare. Dat is alleen mogelijk als be-
  leidsmakers een gepaste ruimte laten voor burgers: weten wanneer ze nodig zijn en
  wegblijven als dat niet het geval is.
  De doorbraak naar een ander betrokkenheidsbeleid vergt een aanzienlijke veran-
  dering van de overheidscultuur, een verandering op basis van visie, rugdekking en
  vonk. De visie die de kaders aangeeft waarbinnen frontlijnwerkers inhoud kunnen
  geven aan hun wisselwerking met burgers en die is vereist voor de herkenning van
  de kansen die maatschappelijke initiatieven bieden. De rugdekking die waarborgt
  dat beleidsmakers en frontlijnwerkers hun nek durven uit te steken en kunnen han-
  delen bij onvoorziene ontwikkelingen die zich – onvermijdelijk – in de netwerksa-
  menleving voordoen. En de vonk van inspiratie die overspringt wanneer gedreven
  beleidsmakers en frontlijnwerkers de nieuwe generatie doe-democratie tot leven
  brengen.
  De veranderingen die de wrr voor ogen staan zijn alleen mogelijk wanneer alle
  betrokkenen er serieus werk van maken: gemeenten, maatschappelijke instellingen,
  en bovenal beleidsmakers op nationaal niveau. Gemeenten zijn alleen in staat de
  benodigde ruimte aan frontlijnwerkers en burgers te geven als zij zelf ook ruimte
  van het Rijk krijgen. Leidend is oproep van de raad: betrokken burgers zijn belang-
  rijk voor een levende democratie. Juist de nationale voorlieden dienen mede inhoud
  te geven aan de uitvoering door andere partijen op het speelveld van burgerbetrok-
  kenheid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>26 vertrouwen in burgers</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>                                                                                  27
7 bestelinformatie vertrouwen in burgers
  Het rapport Vertrouwen in burgers (isbn 978 90 8964 404 6) is op 22 mei 2012 door
  de raad aangeboden aan de regering. Het rapport is te koop in de boekhandel en
  te bestellen bij Amsterdam University Press. Het rapport kan ook in pdf-formaat
  gratis worden gedownload op www.wrr.nl.
  Vertrouwen in burgers, isbn 978 90 8964 404 6
            Amsterdam University Press
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>In het rapport Vertrouwen in burgers onderzoekt de Wetenschappelijke Raad
voor het Regeringsbeleid (wrr) hoe beleidsmakers burgers meer kunnen
betrekken bij het actief vormgeven van de samenleving.
Actief betrokken burgers zijn van groot belang voor een levende democratie.
Ze houden volksvertegenwoordigers en overheidsinstanties bij de les, ver-
nieuwen de samenleving met hun ideeën en initiatieven en geven het beleid
draagvlak. Het is daarom zorgelijk dat slechts kleine groepen burgers zich
aangesproken voelen door de wijze waarop beleidsmakers hen pogen te be-
trekken.
Door middel van literatuurstudie en veldonderzoek heeft de raad de kansen
en mogelijkheden om burgers te verleiden tot actieve betrokkenheid in
kaart gebracht. De raad onderscheidt drie velden van burgerbetrokkenheid:
beleidsparticipatie, maatschappelijke participatie en maatschappelijk initia-
tief, en doet aanbevelingen voor het vergroten van de burgerbetrokkenheid
op alle velden. Essentieel voor de rol van beleidsmakers daarbij zijn twee uit-
gangspunten: denk vanuit het perspectief van burgers en vergroot de kaders
voor betrokkenheid.
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is een onafhankelijke
denktank voor de Nederlandse regering. De wrr geeft de regering gevraagd
en ongevraagd advies vanuit een langetermijnperspectief. De onderwerpen
zijn sectoroverstijgend en hebben betrekking op maatschappelijke vraag-
stukken waarmee de regering in de toekomst te maken kan krijgen.
              wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid
Lange Vijverberg 4-5, Postbus 20004, 2500 ea Den Haag
telefoon 070 356 46 00, fax: 070 356 46 85, e-mail: info@wrr.nl, website: www.wrr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>