<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                 Samenvatting
Het betere
werk
De nieuwe
maatschappelijke
opdracht
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Het betere werk
De nieuwe maatschappelijke opdracht
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht is een advies
aan de regering uit naam van de voltallige Wetenschappelijke Raad
voor het Regeringsbeleid. wrr-Rapport 102 is voorbereid en geschre-
ven door:
Prof. dr. G.B.M. (Godfried) Engbersen (eerstverantwoordelijk raadslid),
Prof. dr. M. (Monique) Kremer (projectcoördinator),
Dr. R.C.P.M. (Robert) Went (projectcoördinator),
Prof. dr. A.W.A. Boot (raadslid).
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr) is een
onafhankelijk adviesorgaan. De wrr informeert en adviseert de
regering en het parlement over sectoroverstijgende vraagstukken die
grote impact hebben op de samenleving. De adviezen zijn gebaseerd
op wetenschappelijke onderzoek en gericht op een lange termijn
perspectief.
De huidige zittingsperiode loopt tot 31 december 2022. De samen-
stelling van de raad is:
Prof. dr. mr. C.C.J.H. (Catrien) Bijleveld,
Prof. dr. A.W.A. (Arnoud) Boot,
Prof. dr. mr. M.A.P. (Mark) Bovens,
Prof. dr. G.B.M. (Godfried) Engbersen,
Prof. dr. S.J.M.H. (Suzanne) Hulscher,
Prof. mr. J.E.J. (Corien) Prins (voorzitter),
Prof. dr. M. (Marianne) de Visser,
Prof. dr. C.G. (Casper)de Vries,
Secretaris: Prof. dr. F.W.A. (Frans) Brom.
© Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Den Haag
2020
De inhoud van deze publicatie mag (gedeeltelijk) worden gebruikt en
overgenomen voor niet-commerciële doeleinden. De inhoud mag
daarbij niet veranderen. Citaten moeten altijd aangegeven zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                 Samenvatting
Het betere
werk
De nieuwe
maatschappelijke
opdracht
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Deze publicatie is een samenvatting van wrr-rapport 102 Het betere
werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht. Voor de onderbouwing
van de in deze publicatie gepresenteerde conclusies en aanbevelingen
wordt verwezen naar de uitvoerige analyse van het beleid en de
wetenschappelijke literatuur die in dat rapport te vinden zijn.
Het rapport Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht
(isbn 978-94-90186-80-7) is op 15 januari 2020 door de raad aange-
boden aan de regering. Het rapport kan gratis worden
gedownload van wrr.nl.
Uitgever: wrr
Vormgeving cover en binnenwerk: obt, Den Haag
Omslagaf beelding: Steffie Padmos, Amsterdam
Uitgever: wrr
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Buitenhof 34
Postbus 20004
070-356 46 00
info@wrr.nl
2500 EA Den Haag
wrr.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                Samenvatting     7
Samenvatting
Nieuwe technologie, flexibilisering en intensivering van werk kunnen aanzien-
lijke gevolgen hebben voor wie in de toekomst nog werk hebben, en voor de
kwaliteit van dit werk. Daarom pleit de wrr ervoor om goed werk voor iedereen
vanaf nu te zien als belangrijke maatschappelijke opdracht voor bedrijven,
instellingen, sociale partners en de overheid. Goed werk is essentieel voor de
brede welvaart: voor de kwaliteit van leven van individuen, voor de economie
en voor de samenleving als geheel. In dit rapport doen we negen voorstellen om
goed werk voor meer mensen te bevorderen en te faciliteren.
Drie ontwikkelingen bepalen de toekomst van werk
Drie ontwikkelingen staan centraal die verregaande gevolgen kunnen hebben
voor de hoeveelheid werk, en vooral voor de aard van het werk. Ten eerste de
technologisering van werk: robots, cobots en kunstmatige intelligentie (algorit-
men). In ‘het tweede machinetijdperk’ is niet alleen fysieke arbeid te automati-
seren, maar kunnen ook meer mentale taken door en met machines worden
uitgevoerd. Nieuwe technologie maakt het bovendien mogelijk voor platforms
(denk aan Uber en Airbnb) om op te treden als intermediair tussen aanbieders
van werk en mensen die het werk doen. Technologie kan banen kosten, maar
ook gunstig uitpakken voor werkenden die goed kunnen samenwerken met
robots en algoritmen. Een inzet op complementariteit is daarom cruciaal: het
bevorderen van samenwerking tussen mens en machine, zowel bij de ontwik-
keling van toepassingen als bij de ‘implementatie’ ervan.
De tweede belangrijke ontwikkeling is de flexibilisering van werk. Nederland is
een koploper in Europa op dit punt: inmiddels heeft 36 procent van de werken-
den geen vast contract. De flexibilisering van werk is de afgelopen decennia
meer dan verdubbeld, tot ruim 2 miljoen tijdelijk werkenden, oproepcontracten
en uitzendwerkers, en 1,1 miljoen zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).
Bijna iedereen in Nederland heeft hier direct of indirect mee te maken. De
flexibilisering heeft bovendien de verantwoordelijkheidsrelatie tussen werk­
gevers en werknemers minder vanzelfsprekend gemaakt. Een tijdelijk contract
hoeft niet altijd een probleem te zijn als de werkgever maar voldoende inves-
teert in ‘lerend werken’ en in het begeleiden van mensen naar ander werk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>8 Het betere werk
  Intensivering van werk, oftewel de verandering van de snelheid en de aard van
  het werk, is de derde trend die we in dit rapport analyseren. Van de werkende
  mensen zegt 38 procent vaak of altijd snel te moeten werken om het werk af te
  kunnen krijgen. Vooral in de publieke sector, maar zeker niet alleen daar, is de
  als te hoog ervaren werkdruk de afgelopen tijd geagendeerd. Door de diensten­
  economie is veel van ons werk mensenwerk. Een op de tien werkenden vindt het
  werk emotioneel zwaar. Intensivering kan mensen uit de arbeidsmarkt drukken
  die niet kunnen voldoen aan de hoogproductieve eisen die het werk stelt, bij-
  voorbeeld als zij een (mentale) arbeidsbeperking hebben, en kan de re-integratie
  van mensen met kanker of een burn-out ingewikkelder maken. Meer autonomie
  op het werk – meer vrijheid om het werk naar eigen inzicht in te vullen – is een
  buffer tegen intensivering
  Deze drie ontwikkelingen zijn niet alleen medebepalend voor de hoeveelheid
  werk en voor wie werkt, maar ook voor de kwaliteit van werk. Voor deze kwali-
  teit van werk is volgens de wrr nog te weinig aandacht. Daarom staat deze
  centraal in dit rapport. Het hebben van werk is namelijk goed, zowel voor het
  inkomen en het zelfrespect van individuen als voor de samenleving. Maar dit
  geldt vooral als het werk ook goed werk is.
  Goed werk is grip hebben
  Wat is goed werk? Uit de wetenschappelijke literatuur destilleren we drie
  belangrijke condities voor goed werk; condities die goed passen bij de aard van
  de Nederlandse kennis- en diensteneconomie en bij de wensen en verwachtin-
  gen van mensen in de samenleving (hoofdstuk 2).
  1. Grip op geld. Goed werk is werk dat voldoende (financiële) zekerheid
       ­op­levert, ook in verhouding tot anderen en op de lange termijn.
  2. Grip op het werk. Goed werk is werk met een zekere vrijheid, waarbij een
        beroep wordt gedaan op onze capaciteiten en goede sociale relaties worden
        onderhouden.
  3. Grip op het leven. Goed werk is werk met voldoende tijd en ruimte om het te
        combineren met zorgtaken en een privéleven.
  Het belang van het betere werk
  Grip op geld, grip op het werk en grip op het leven zijn alle drie noodzakelijk
  voor goed werk. Als hieraan niet wordt voldaan, is dit nadelig voor werkenden
  en arbeidsorganisaties, en kan dit leiden tot hoge maatschappelijke kosten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                                                    Samenvatting  9
Figuur 1 Gevolgen van beter werk voor individu en samenleving
         Werk                       Individu                  Economie en
                                                              samenleving
                                                           Mindere absenteïsme
                                                              en presenteïsme
                                                                op het werk
                                                               (productiviteit)
                                Betere gezondheid
                                     en welzijn
                                                               Minder kosten
                                                             gezondheidszorg
       Goed werk
                                                           Goed functionerende
                                                            arbeidsorganisaties
                                  Betrokkenheid
                                                             Maatschappelijke
                                                                 innovaties
                                   Samen leven              Sociale samenhang
                                   Vooruit kijken
Goed werk vergroot het welzijn en de gezondheid van mensen (bovenste lijnen
in de figuur) en hun betrokkenheid (middelste lijnen), en dit draagt bij aan de
productiviteit en aan goed functionerende, innovatieve arbeidsorganisaties.
Goed werk draagt er ook aan bij dat mensen langer kunnen doorwerken en dat
de kosten van de gezondheidzorg beperkt blijven. En goed werk voor iedereen is
tot slot beter voor de sociale samenhang (onderste lijnen). Mensen zijn dan beter
in staat relaties aan te gaan en zich te verbinden met de samenleving als geheel.
Voor de sociale samenhang is het dus het beste als iedereen goed werk heeft.
De kwaliteit van werk kan beter in Nederland
Nemen we de drie condities van het goede werk samen, dan loopt Nederland
niet voorop in Europa. In recent onderzoek van de oecd en Eurofound staat ons
land niet bovenaan maar zijn we vaker te vinden in de middenmoot. Dit kan en
moet beter.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>10              Het betere werk
                Figuur 2 Kwaliteit van werk in Nederland, in Europa en in de tijd, twaalf
                          indicatoren
                                                          GRIP OP GELD
                                                                Opleiding
                                                                                  kerhe
                                                          Baan                          id
                                                                              le ze
                                           er                zeke
                                                                                                            on
                                          W
                                                                             Socia
                                                               rheid
                                                                                                          lo
                                               kz
                                                                                                   lijk
                                               ek
                                                  er
                                                    he                                        de
                                                                                          Re
                                                                                                                           elen
                                                        id
                                  Deelt
                                       ijd w                                                                          twikk
                                               erke                                                            en on
                                                    n                                         citeit
                                                                                         Capa
                                                                                               Auto
                                                erlof                                                     nom
                                          ald v                                                                  ie
                                   Beta                                                So
                                                                            Gee
                                                        en
                                                      ijd                                    cia
                                                  kt                                            le
                                                                            n ag
                                                  er        ang    rg                                st
                                               w                                                       eu
                                                                                                           n                          pl
                                                                 uderenzo
                                                         rop
                                            p
                         g
                                                                              ressie
                                                                                                                                         ei
                                          ha
                                                             v
                      in                  sc
                                                                                                                                            di
                   id                  en
                                                        inde                                                                      G            ng
               ple         N
                                                                                  /disc
                                                                                                                                   RI
                                   gg
            +o           VE                                                                                                          PO           +b
                                  Ze
                                                    de k
                      LE                                       Goede o
         se                                                                                                                              PH          e ro
     Sek         ET                               Goe                                rimin                                                                ep
             PH                                                                                                                                ET
          PO                                                                           atie                                                       WE
      GRI                                                                                                                                            RK
                                                                                                                                  O
        Taartpunten: Nederland in Europa                                                                                                  Neutraal
        Buitenste ring: Nederland in de tijd                                                                                              Positief
        Lichtroze ring: Dominante scheidslijnen                                                                                           Negatief
                Bron: wrr, geïnspireerd door de Monitor Brede Welvaart (cbs)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                                                 Samenvatting     11
Meer grip op geld
Er zijn nog nooit zoveel banen gecreëerd in ons land als in deze tijd. Het gaat
hierbij echter vooral om flexibele banen, die grote nadelen kennen. Zo kunnen
flexibele banen het innovatieve vermogen van arbeidsorganisaties negatief
beïnvloeden: wie een tijdewlijk contract heeft, zal minder snel kritiek leveren
op het werk of ideeën aandragen om dit te verbeteren. Ook breder in de samen­
leving zijn er negatieve gevolgen: mensen met flexibele contracten stellen hun
kinderwens uit. En de mogelijkheden op het werk om te leren en te ontwikkelen
nemen niet toe, vooral niet voor mensen met een flexibel contract. Werkgevers
investeren het minst in hen.
Sociale zekerheid, ook belangrijk voor de kwaliteit van werk, is voor veel wer-
kenden een bron van onzekerheid geworden. Vooral voor zzp’ers, die geen recht
hebben op sociale verzekeringen, maar ook geen plicht om premies te betalen.
Dit betekent dat zij nauwelijks verzekerd zijn tegen ‘oude risico’s’ zoals arbeids-
ongeschiktheid en ouderdom, en evenmin tegen ‘nieuwe risico’s’ zoals zorgver-
antwoordelijkheden of voldoende scholing. Bovendien dragen zij financieel
weinig bij aan het collectieve socialezekerheidsstelsel. Het is daarom nodig een
meer op de moderne arbeidsmarkt toegesneden stelsel van sociale zekerheid te
ontwikkelen, waarin iedereen ongeacht contractvorm deelneemt.
Ongeveer 1 miljoen mensen in ons land willen en kunnen werken maar doen
dit nu niet, of willen meer uren werken (in 2019). Ook hebben 1, 6 miljoen
mensen een uitkering (in 2017). Een deel van hen is langdurig werkloos en
heeft hierbij complexe problemen. En een aanzienlijk deel van de mensen met
een arbeidsbeperking staat buiten de arbeidsmarkt (60 procent): een percentage
dat de laatste jaren zelfs is toegenomen. Tegelijkertijd investeert Nederland
nauwelijks meer in actief arbeidsmarktbeleid, ook in vergelijking met andere
landen in Europa. Mensen zonder werk krijgen bovendien nauwelijks scholing
of persoonlijke begeleiding. En dat terwijl het hebben van werk zo belangrijk is
voor de gezondheid en het welbevinden van mensen, en voor de sociale samen-
hang in ons land. Als werk psychologisch en sociaal zo belangrijk is, kunnen we
mensen niet ‘afschepen’ met een uitkering. Het sluitstuk van de sociale zeker-
heid zou daarom niet de bijstand maar de basisbaan moeten zijn.
   Aanbevelingen – Meer grip op geld
   1.	Voorkom oneerlijke concurrentie tussen werkenden met verschil-
        lende contractvormen.
   2.	Ontwikkel een stelsel van contractneutrale basisverzekeringen en
        voorzieningen voor alle burgers, een stelsel dat past bij de nieuwe
        wereld van werk.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>12 Het betere werk
      3.	Vernieuw het actief arbeidsmarktbeleid, onder andere door meer
            aandacht voor persoonlijke begeleiding.
      4.	Geef mensen met een uitkering en weinig kans op de arbeidsmarkt
            een basisbaan.
   Meer grip op het werk
   Als we kijken naar grip op het werk, de tweede conditie van goed werk, blijkt
   dat bijna de helft van de werkenden in ons land een gebrek aan autonomie
   ervaart. Bedrijven en instellingen halen niet altijd het beste in mensen naar
   boven. Hoewel veel werkenden sociale steun ervaren op het werk, ook in ver­
   gelijking met andere landen, scoort Nederland tegelijkertijd hoog als het gaat
   om agressie op de werkvloer (hoofdstuk 4). Vooral publieke professionals,
   werkzaam in het onderwijs, de zorg of bij de politie, ervaren de minste grip op
   het werk. En dat terwijl autonomie een belangrijke buffer is tegen intensivering.
   Te weinig grip op het werk houdt deels verband met het toenemende aantal
   mensen met burn-outklachten (17,5 procent in 2018). Daarnaast houdt de helft
   van alle verzuimdagen in Nederland verband met het werk zelf. Het Rijksinstituut
   voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) schat dat ongunstige arbeidsomstan-
   digheden in ons land ongeveer 5 procent van de totale ziektelast veroorzaken;
   dit is vergelijkbaar met de lasten van overgewicht (hoofdstukken 2 en 6).
   Goede arbeidsorganisaties zijn de sleutel tot meer kwaliteit op het werk.
   Vakbonden en werkgevers zouden daarom hun aandacht vaker mogen richten
   op de werkplek zelf. Sociale innovatie – dat wil zeggen: arbeidsorganisaties zo
   inrichten dat het beste uit mensen naar boven wordt gehaald – is cruciaal voor
   onze economie; een economie die het immers vooral moet hebben van de
   mensen, het ‘menselijk kapitaal’. Dit is een wederzijds belang. De Vlaamse
   Sociaal-Economische Raad (serv) heeft hiervoor in Vlaanderen het voortouw
   genomen, door de kwaliteit van werk te monitoren en als doel van beleid te
   maken. Een voorbeeld dat navolging verdient.
   Het verbeteren van de kwaliteit van arbeid staat in hoofdletters in de beleids­
   notities van de Finse overheid. Ook de Nederlandse overheid kan zich inzetten
   voor een programmatische aanpak om goed werk voor meer mensen te bevorde-
   ren. Denk bijvoorbeeld aan allerlei vormen van ‘zachte regulering’: campagnes,
   algemene doelen en normen; kaders en aanbevelingen; informatie over best
   practices; managers en werknemers trainen en opleiden; advies toegankelijk
   maken voor werkgevers en werknemers; benchmarking; bindende – vooralsnog
   vrijwillige – afspraken; subsidies voor bedrijven om deskundigheid in te huren,
   enzovoorts. De overheid en de sociale partners zouden verder kunnen bevorde-
   ren dat bedrijven en instellingen jaarlijks rapporteren over de (ontwikkeling
   van de) kwaliteit van het werk dat zij bieden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                                                                  Samenvatting   13
   Grip op het werk
   5.	Ontwikkel een programmatische aanpak voor goed werk binnen
        bedrijven en instellingen.
   6.   Versterk de positie van werkenden binnen arbeidsorganisaties.
Meer grip op het leven
Over de derde conditie van goed werk – grip op het leven – zegt een op de tien
werkenden in ons land al geruime tijd een disbalans te ervaren tussen thuis en
het werk. Grip op het leven wordt in ons land vooral georganiseerd door in
deeltijd te gaan werken, maar de kosten hiervan komen wel voor rekening van
het individu, vooral vrouwen. Ons land heeft vergeleken met andere landen
zeer beperkte betaalde verlofregelingen voor de zorg voor kinderen en ouderen,
en excelleert niet in kwalitatief hoogstaande kinderopvang. Bovendien heeft
lang niet iedereen (slechts de helft van de werkenden) voldoende zeggenschap
over de eigen werktijden om grip te kunnen hebben op het leven (hoofdstuk 5).
Nieuwe technologie kan de grenzen tussen thuis en werk bovendien vertroebelen.
   Grip op het leven
   7.	Schep meer mogelijkheden om mensen de keuze te laten hoeveel
        uren ze willen werken, onder andere door goede kinderopvang en
        ouderenzorg te bieden en meer werken makkelijker afdwingbaar te
        maken.
   8.	Zorg voor langdurige, collectief betaalde verlofregelingen voor zorg
        en meer zeggenschap over arbeidstijden.
De toekomst van werk maken we zelf
Door technologie, flexibilisering en intensivering kunnen bestaande scheidslij-
nen zich verdiepen, vooral naar opleidingsniveau, migratieachtergrond,
arbeidsbeperking en sekse. Daarnaast kunnen nieuwe scheidslijnen ontstaan.
Maar dit hoeft niet. De toekomst van werk is niet op voorhand voor ons bepaald.
We maken deze zelf volgens de waarden en preferenties die we als samenleving
vormgeven, en door het beleid dat we ontwikkelen. Vaak worden globalisering
en technologisering als dwingende ontwikkelingen gezien, maar deze hoeven
geen obstakels te zijn voor nationale keuzes en prioriteiten over arbeidsvoor-
waarden voor en arbeidsomstandigheden van werkende mensen in Nederland
(hoofdstuk 7). De verschillen tussen de arbeidsmarkten van Europese landen
zijn en blijven groot. Zo is het aantal flexbanen en zzp’ers in de landen om ons
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>14 Het betere werk
   heen – die te maken hebben met dezelfde globalisering en technologische
   ontwikkelingen als wij – veel geringer dan hier. We maken grotendeels zelf uit
   hoe onze arbeidsmarkt eruit ziet.
   Het betere werk is een zaak voor iedereen
   Goed werk is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van bedrijven en
   instellingen, maar zij kunnen hierbij worden gesteund en gestimuleerd door
   brancheorganisaties, sociale partners, andere stakeholders en de lokale en
   nationale overheid. En naast het ontwikkelen van een programmatische aanpak
   om goed werk te bevorderen kan de overheid meer doen. De overheid geeft veel
   publiek geld uit en kan hierbij eisen stellen aan de kwaliteit van het werk bij
   bedrijven en instellingen die meedingen of -tenderen naar overheidsbestedin-
   gen en -projecten, en die werk doen voor de overheid. De overheid is ook cruci-
   aal voor de handhaving van wet- en regelgeving van goed werk, en zou als grote
   werkgever in haar personeelsbeleid en bij publiek gefinancierd werk het goede
   voorbeeld moeten geven. Dit wijst op de noodzaak om publiek gefinancierd
   werk structureel anders te gaan waarderen, organiseren en financieren.
   Om de ontwikkeling van het betere werk op de agenda te houden, zouden de
   drie condities van goed werk – grip op geld, grip op het werk, en grip op het
   leven – en de verdeling hiervan over de bevolking, een plaats moeten krijgen in
   de Monitor Brede Welvaart, die sinds 2018 elk jaar op Verantwoordingsdag
   wordt gepubliceerd. Hiermee kan het betere werk van beleidsmakers en betrok-
   kenen de aandacht krijgen die het verdient.
      Goed werk
      9.	Maak de drie condities van goed werk en de verdeling hiervan over
            de bevolking tot basis van overheidsbeleid en volg deze in
            de Monitor Brede Welvaart.
   Technologisering, flexibilisering en intensivering van werk zullen de kwaliteit
   van werk onder druk zetten. Door de inzet en de keuzes van sociale partners, de
   overheid en – op bescheiden schaal – collega’s, burgers en consumenten kunnen
   deze ontwikkelingen echter ook de kwaliteit van werk helpen verbeteren. Dat is
   goed voor de mensen, de samenleving en de economie. Het betere werk,
   kortom, moet worden bevorderd voor iedereen en door iedereen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Samenvatting 15</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>16         Het betere werk.
  Het betere
  werk
  De nieuwe
  maatschappelijke
  opdracht
  Het bevorderen van goed werk voor iedereen is een belangrijke
  maatschappelijke opdracht, zowel voor de overheid als voor de
  sociale partners. Mensen werken om geld te verdienen, maar werk
  geeft ons ook zelfrespect, een identiteit en het gevoel deel uit te
  maken van de samenleving. Dat is vooral zo als het werk goed is.
  Goed werk is hiermee van belang voor de brede welvaart – de
  kwaliteit van leven – van individuen, voor de economie en voor
  de samenleving als geheel.
  Het werk in Nederland kan beter. In Het betere werk doet de
  wrr daarom negen aanbevelingen om de grip op geld, de grip
  op het werk en de grip op het leven – de drie condities voor goed
  werk – voor alle werkenden te vergroten. Bedrijven en instellingen
  zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van het werk. Maar
  ook de overheid kan het betere werk helpen realiseren, met wet-
  en regelgeving, met toezicht, subsidies, in haar aanbestedingen
  en als werkgever.
                                                          ISBN 978-94-90186-80-7
                                                        9 789490 186807
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>