<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
                              (Wobka)
 advies over het conceptwetsvoorstel tot onder meer verruiming van de
                  leeftijdsgrenzen voor adoptiefouders
                     Advies d.d. 25 september 2006
           De sectie Jeugd van de RSJ stelt in haar adviezen
                steeds het belang van het kind centraal.
                                                                      1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                             Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                      Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                                d.d. 25 september 2006
Inhoudsopgave
Inleiding .................................................................................................................... 3
1. Visie van de Raad op interlandelijke adoptie ............................................................... 3
2. Voorstel tot verruiming van leeftijdscriteria ................................................................ 4
   2.1. Verruiming van leeftijdscriteria is niet in het belang van te adopteren kinderen. ....... 4
   2.2. Inconsistent beleid ............................................................................................ 6
   2.3. Voorlichting aan aspirant-adoptiefouders ............................................................. 7
3. Andere punten in het wetsvoorstel ............................................................................ 7
   3.1. Afschaffen van de IBO-procedure ........................................................................ 7
   3.2. Verruiming van de mogelijkheden tot het tegelijk adopteren van meer kinderen. ...... 7
   3.3. Verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming ............................. 8
   3.4. De adviesruimte voor de RSJ .............................................................................. 8
   3.5. Het begrip ‘relatie’ ............................................................................................ 8
                                                                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                       Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                  Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                     d.d. 25 september 2006
Inleiding
Het conceptwetsvoorstel regelt een aantal wijzigingen in de Wet opneming
buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka). Het betreft ondermeer de vereisten die
worden gesteld aan de beginseltoestemming, de leeftijdscriteria, de bijdrage in de
kosten van het gezinsonderzoek, enige aspecten van toezicht op de
vergunninghouders en enkele andere onderwerpen.
In dit advies gaat de Raad met name in op het voorstel om de leeftijdscriteria voor
aspirant-adoptiefouders te verruimen, en geeft hij tevens aan waarom hij tegen dit
voorstel grote bezwaren heeft. Na dit onderdeel volgt een reactie op de overige
punten. Hieraan voorafgaand geeft de Raad eerst zijn visie op (interlandelijke)
adoptie als zodanig.
1. Visie van de Raad op interlandelijke adoptie
De Raad heeft al eerder1 als uitgangspunt geformuleerd dat met het oog op het
belang van het kind terughoudendheid dient te worden betracht met de adoptie van
buitenlandse kinderen. Tegelijk zou – conform het in het IVRK neergelegd
subsidiariteitsbeginsel – moeten worden gestreefd naar (meer) opnames van
kinderen in pleeggezinnen in hun eigen land2.
Bij elk besluit om een kind voor interlandelijke adoptie af te staan dient steeds het
belang van dit kind het uitgangspunt te vormen: interlandelijke adoptie vormt geen
instrument in het kader van enig ‘recht’ van mensen op gezinsvorming. In gevolge
het Haags adoptieverdrag3 dient adoptie immers steeds het hoogste belang van het
kind te dienen. Dit uitgangspunt lijkt in het voorgestelde wetsontwerp te veel op de
achtergrond te zijn geraakt.
Omdat het begrip ‘belang van het kind’ in de context van interlandelijke adoptie op
veel manieren kan worden ingevuld, is het noodzakelijk om eerst duidelijkheid te
hebben over wat hieronder zou moeten worden verstaan. De Raad ziet dit als volgt.
Het begrip ‘belang van het kind’ heeft enerzijds betrekking op
ontwikkelingsvoorwaarden in het gezin en anderzijds die in de samenleving4. Tot de
voorwaarden in het gezin kunnen het fysiek welzijn, de opvoeding, maar zeker ook
continuïteit (in opvoeding en verzorging) en toekomstperspectief worden gerekend.
Tot de voorwaarden in de samenleving behoren onder andere educatie, sociaal
netwerk, adequaat voorbeeldgedrag, en - andermaal – continuïteit (stabiliteit in
levensomstandigheden en toekomstperspectief).
Voor kinderen is het in het algemeen van wezenlijk belang dat er zoveel mogelijk
continuïteit in de opvoedingssituatie bestaat, waardoor hun ‘verleden en toekomst’
met elkaar verbonden zijn en blijven. (Interlandelijke) adoptie, die neerkomt op het
1
  ondermeer advies d.d. 12 december 2004 inzake zwakke/sterke adoptie, advies d.d. 20
januari 2005 inzake evaluatie Wobka
2
  recent is de Vereniging Wereldkinderen een actie begonnen waarbij gestimuleerd wordt dat
kinderen in kindertehuizen in China in pleeggezinnen in het eigen land worden opgenomen
3
  Haags adoptieverdrag uit 1993, artikel 4.b, aanhef.
                                                                                         3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                        Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                  Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                      d.d. 25 september 2006
overhevelen van een kind uit de eigen etnische achtergrond, de eigen omgeving en
de eigen cultuur, is te zien als een extreme vorm van discontinuïteit in de
opvoeding. Dit impliceert dat adoptie van een buitenlands kind slechts dan
verantwoord kan plaatsvinden, indien deze een onmiskenbare meerwaarde voor het
betreffende kind heeft. De in velerlei opzicht totale ‘breuk’ met het eigen achterland
moet in meer dan voldoende mate worden gecompenseerd door het te verwachten
toekomstperspectief (in al zijn facetten) voor het kind in kwestie. Het ‘belang van
het kind’ dient dan ook nadrukkelijk te worden ingevuld als ‘the best interest of the
child’, dat wil zeggen als het minst schadelijke alternatief, gegeven dat het kind niet
in het eigen gezin kan blijven. De ernst van de problemen die bij buitenlandse
kinderen die ter adoptie worden aangeboden kan worden aangetroffen – mede
vanwege de problematische achtergrond worden zij vaak ter adoptie aangeboden –
rechtvaardigt dat het belang van het kind te allen tijde prevaleert boven het belang
van de aspirant-adoptiefouders. Vooruitlopend op de volgende paragraaf stellen wij
hier reeds dat verruiming van de leeftijdscriteria voor aspirant-adoptiefouders niet
in het belang is van het kind.
2. Voorstel tot verruiming van leeftijdscriteria
2.1. Verruiming van leeftijdscriteria is niet in het belang van te adopteren kinderen.
Een fundamenteel onderdeel van het wetsvoorstel betreft de verruiming van de
leeftijdscriteria voor aspirant-adoptiefouders: het maximumleeftijdsverschil tussen
aspirant-adoptiefouder en adoptiefkind wordt verruimd van 40 naar 44 jaar en de
maximumleeftijd waarop adoptie mogelijk is, wordt gesteld op 50 jaar voor de
jongste adoptiefouder en 56 jaar voor de oudste of enige adoptiefouder (dit is nu
46 jaar). Een dergelijke verruiming lijkt slechts ingegeven door de belangen van de
aspirant-adoptiefouders en strookt daarmee niet met het adoptiebeleid van de
laatste jaren, waarin steeds meer wordt gedacht en gehandeld vanuit de belangen
van adoptiekinderen zelf. De voorstellen tot aanpassing naar aanleiding van de
evaluatie van de Wobka in 20055 vormen voorbeelden van dit beleid. In het zelfde
rapport wordt verder aanbevolen het huidige maximum leeftijdsverschil tussen
adoptiefouder en – kind van 40 jaar te handhaven, omdat dit een brede steun in de
samenleving heeft en slechts uitzonderingen daarop toe te staan bij onderplaatsing
of plaatsing6 van een broertje of zusje in het gezin. Een andere aanbeveling luidde
de maximumleeftijd van de adoptiefouder te handhaven op 46 jaar omdat voor
deze grens eveneens een breed draagvlak bestaat.
Het nu voorliggende voorstel tot verruiming komt, gelet op bovenstaande
overwegingen, onverwacht. Eens te meer bevreemdt het voorstel, gelet op de
4
  Kalverboer & Zijlstra, 2005
5
  de Raad heeft op de voorstellen tot wijziging van de Wobka in grote lijnen positief
geadviseerd (zie noot 1).
6
  vanwege een natuurlijke leeftijdsopbouw binnen het gezin dient het te adopteren kind in
principe jonger te zijn dan de al aanwezige kinderen in het gezin.
                                                                                          4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                       Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                  Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                     d.d. 25 september 2006
strekking van de brief aan de Tweede Kamer van mei 20057, waarin uitputtend
wordt beargumenteerd dat de huidige leeftijdsgrenzen moeten worden
gehandhaafd, dit zowel op inhoudelijke gronden als met een weergave van de
– ongewenste – praktische consequenties die verruiming zou meebrengen. Deze
argumenten zijn sterk ingegeven door het belang van het te adopteren kind. De
Raad ondersteunt deze argumenten en acht ze van voldoende belang om ze hierbij
in extenso weer te geven:
   In professionele kring wordt handhaving van de huidige leeftijdsgrenzen vrijwel
    algemeen als wenselijk beschouwd (uit onderzoek blijkt dat vrouwen ouder dan
    38 jaar ‘te oud’ worden bevonden om nog kinderen te krijgen; Sociaal en
    Cultureel Rapport 2004);
   de bijzondere kwetsbaarheid van adoptiekinderen (tengevolge van separatie
    van ouders en verzorgers, slechte hechtingservaringen, ondervoeding en
    verwaarlozing) stelt vaak zware eisen aan adoptiefouders. Zij moeten in staat
    zijn eventuele problemen - zeker als het kind in de puberteit komt - het hoofd
    te bieden. Daarbij komt dat de kans dat het kind opnieuw met een separatie
    wordt geconfronteerd, toeneemt naarmate de leeftijd van de adoptiefouder
    hoger ligt. Bij de vraag of aspirant-adoptiefouders geschikt zijn om een
    buitenlands kind op te nemen dient niet alleen naar het moment van opneming
    te worden gekeken, maar moeten ook de verwachtingen voor de toekomst in
    overweging worden genomen. Om die reden is een leeftijdsgrens voor
    adoptiefouders relevant. Genoemd wordt het voorbeeld van een 55-jarige
    adoptiefouder, die op het moment van opneming van de baby gezond en vitaal
    is, maar wanneer het kind 15 jaar is en in de puberteit zit, 70 zal zijn;
   onderzoek van prof. N. Verhulst waaruit blijkt dat adoptiefkinderen met oudere
    adoptiefouders de leeftijd van hun ouders veelal als negatief ervaren;
   het schrappen van de maximumleeftijd dan wel de verhoging van de
    leeftijdsgrens van aspirant-adoptiefouders zou tot gevolg hebben dat de Raad
    voor de Kinderbescherming in het gezinsonderzoek het individuele geval
    diepgaander moet onderzoeken om te zien of de aspirant-adoptiefouder
    geschikt is voor opneming van een buitenlands kind, met alle gevolgen voor de
    werklast van dien. Bovendien zal naar verwachting bij de Raad voor de
    Kinderbescherming daardoor behoefte ontstaan om in het beleid objectieve
    criteria neer te leggen;
   ook in landen waar de wet niet voorziet in wettelijke leeftijdscriteria (zoals
    Finland), worden in de praktijk veelal wel grenzen gesteld (in zijn algemeenheid
    geldt daarbij een maximumleeftijd van 45 jaar);
   in landen van herkomst bestaat een voorkeur van voor jonge aspirant-
    adoptiefouders. Uit verklaringen van de vergunninghouders is gebleken dat
    landen van herkomst hunnerzijds eisen stellen ten aanzien van de leeftijd van
    de aspirant-adoptiefouders, ook als er formeel geen leeftijdscriteria gelden. Het
    verhogen of afschaffen van de leeftijdsgrens van adoptiefouders zal geen effect
    hebben wanneer de landen van herkomst aangeven geen kinderen voor adoptie
7
  Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 28 457 en 26 672, nr. 23.
                                                                                     5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                      Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                 Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                    d.d. 25 september 2006
    beschikbaar te stellen aan aspirant-adoptiefouders die naar hun mening te oud
    zijn;
   het verhogen of afschaffen van de leeftijdsgrens kan negatieve gevolgen
    hebben voor de attitude van landen van herkomst jegens Nederland dat, mede
    door de in Nederland gehanteerde leeftijdsgrenzen, een goede reputatie als land
    van opvang geniet;
   de Vereniging Wereldkinderen benadrukt vooral het belang van het hanteren
    van een leeftijdsverschil van ten hoogste 40 jaar. Aspirant-adoptiefouders
    hebben doorgaans een voorkeur voor een jong kind (ten hoogste twee jaar).
    Wanneer het maximale leeftijdsverschil van 40 jaar wordt losgelaten, zal het
    nog moeilijker worden om voor een grotere groep oudere kinderen (ouder dan
    twee jaar) geschikte aspirant-adoptiefouders te vinden. Bij het handhaven van
    een leeftijdsverschil van maximaal 42 jaar bij opneming van tweede en
    volgende kinderen, blijft het ook voor oudere kinderen mogelijk om
    geadopteerd te worden. Ook die kinderen verdienen een kans op een betere
    toekomst en ontwikkeling;
   het verhogen of afschaffen van de leeftijdsgrens voor de adoptiefouders zal
    kunnen leiden tot meer aanvragen voor beginseltoestemming, terwijl pas bij het
    gezinsonderzoek zal blijken of men in aanmerking komt voor adoptie.
    Vervolgens zal nog moeten blijken of landen van herkomst bereid zijn om voor
    oudere ouders kinderen ter adoptie beschikbaar te stellen. Met het hanteren van
    een leeftijdsgrens hebben adoptiefouders op voorhand duidelijkheid over de
    vraag of zij wat leeftijd betreft in aanmerking komen voor adoptie van een
    buitenlands kind;
   omdat het aantal aanvragen voor beginseltoestemming zal toenemen en de
    Raad voor de Kinderbescherming per individueel geval zal moeten toetsen of
    iemand met het oog op zijn leeftijd geschikt is om een kind te adopteren, zal
    het verhogen of afschaffen van de leeftijdsgrens gevolgen hebben voor de totale
    kosten van de procedure.
2.2. Inconsistent beleid
De trendbreuk ten aanzien van de leeftijdscriteria is niet gestoeld op inhoudelijke
argumenten: er is sprake van inconsistent beleid. In de Memorie van Toelichting
wordt het voorstel tot verruiming niet onderbouwd, in weerwil van alle argumenten
daartegen, die in de hierboven geciteerde brief aan de Tweede Kamer zijn
neergelegd. Als enig argument wordt gewezen op de (veronderstelde) belangen van
oudere aspirant-adoptiefouders8.
De Raad heeft op grond van alle hierboven aangehaalde overwegingen ernstige
bezwaren tegen dit – vooralsnog- nauwelijks gefundeerde voorstel, dat naar het
inzicht van de Raad leidt tot inconsistent beleid. Uit het oogpunt van het belang van
(adoptie)kinderen zijn de voorgestelde verruimingen te enenmale af te raden.
8
  Memorie van Toelichting, pagina 1 onderaan en pagina 2.
                                                                                    6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                       Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                  Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                     d.d. 25 september 2006
2.3. Voorlichting aan aspirant-adoptiefouders
Naast handhaving van de huidige leeftijdscriteria pleit de Raad voor het leggen van
meer accent op voorlichting aan (oudere)aspirant-adoptiefouders over de
(leeftijds)grenzen in relatie tot adoptie.
Het valt de Raad op dat de druk die van aspirant-adoptiefouders uitgaat om
kinderen te mogen adopteren, vooral van degenen voor wie de ‘fatale’
leeftijdsgrens dichterbij komt, de laatste jaren groter wordt9. De Raad constateert
opnieuw dat deze druk op de overheid, op de Raad voor de Kinderbescherming en
op bemiddelende instanties – thans leidend tot het onderhavige voorstel tot
verruiming van leeftijdscriteria - in zijn algemeenheid niet in verhouding staat tot
het belang van te adopteren (buitenlandse) kinderen. Het evaluatierapport over de
Wobka10 beveelt aan dat de overheid in de richting van mogelijke belangstellenden
voor adoptie duidelijk dient te zijn over de leeftijdsgrenzen en over de gemiddelde
duur van de procedure, teneinde de aspirant-adoptiefouders te doordringen van de
eigen verantwoordelijkheid indien zij pas ‘laat’ aan een adoptieprocedure beginnen.
De Raad heeft deze aanbeveling in zijn advies over het evaluatierapport
onderschreven en merkt hier nogmaals over op dat er zeker in de fase waarin de
voorlichting plaatsvindt, maar ook overigens door het hele adoptieproces heen,
meer gedaan kan worden om potentiële adoptiefouders erop te wijzen dat de
grenzen aan adoptie niet onbeperkt zijn11.
De Raad beveelt aan in de Memorie van Toelichting alsnog op deze kant van de
zaak in te gaan.
3. Andere punten in het wetsvoorstel
3.1. Afschaffen van de IBO-procedure
De Raad stemt geheel in met het voorstel tot het afschaffen van de IBO-
procedure12, welk voorstel reeds in het evaluatierapport over de Wobka werd
gedaan. Dit standpunt is ook in het Raadsadvies over de evaluatie van de Wobka
naar voren gebracht. Overigens wijst de Raad erop dat het probleem dat wordt
opgelost met het afschaffen van deze procedure, weer wordt binnengehaald met
verruiming van leeftijdscriteria. Zo is het denkbaar dat de Raad voor de
Kinderbescherming in bepaalde gevallen ‘oudere’ aspirant-adoptiefouders, gelet op
hun leeftijd, te inflexibel acht voor opname van een buitenlands adoptiekind. Deze
aspirant-adoptiefouders kunnen hiertegen bezwaar indienen. Het gevolg zal zijn
een toenemend aantal procedures.
3.2. Verruiming van de mogelijkheden tot het tegelijk adopteren van meer
kinderen.
9
  zie ook advies d.d 20 januari 2005 naar aanleiding van het evaluatierapport Wobka.
10
   Evaluatierapport Wobka, een evaluatieonderzoek naar de Wet buitenlandse kinderen ter
adoptie (juli 2004), Bureau van Montfoort.
11
   Evaluatierapport Wobka, najaar 2004, aanbeveling 21. Advies RSJ d.d. 20 januari 2005.
12
   De zogeheten IBO-procedure voor onderzoek naar de specifieke geschiktheid van
aanvragers van een beginseltoestemming die 42 jaar of ouder zijn.
                                                                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                        Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                   Advies Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)
                                      d.d. 25 september 2006
De Raad zou deze verruiming slechts mogelijk willen maken onder de voorwaarde
dat het gaat om natuurlijke broertjes/zusjes of om kinderen die samen in
gezinsverband hebben geleefd.
3.3. Verlenging van de geldigheidsduur van de beginseltoestemming
In zijn advies naar aanleiding van het evaluatierapport over de Wobka heeft de
Raad ingestemd met de aanbeveling dat er een systeem van leeftijdsgrenzen
ingesteld wordt, inhoudend dat men geen aanvraag voor beginseltoestemming
meer kan indienen wanneer men de leeftijd van 42 jaar heeft bereikt, in combinatie
met een geldigheidsduur van de beginseltoestemming van vier jaar, in plaats van
de huidige drie jaar. De Raad handhaaft dit standpunt.
3.4. De adviesruimte voor de RSJ
De wet beperkt in onderdeel E, art. 7.3 de adviesruimte van de Raad. De Raad
meent dat hij in alle gevallen waarin de afwijzing van de beginseltoestemming is
gebaseerd op ongeschiktheid dient te blijven adviseren, dus ook in die gevallen
waarin de afwijzing berust op kennelijke ongegrondheid of niet-ontvankelijkheid. In
die gevallen zal de voorzitter van de hoorcommissie de zaak kunnen beoordelen en
eventueel afdoen, en vindt er bijvoorbeeld geen hoorzitting plaats.
Voor het overige gaat de Raad akkoord met de beperking tot geschiktheidsgevallen.
Leeftijdscriteria die nimmer tot een andere dan een afwijzende beslissing kunnen
leiden, vallen ook nu al buiten de adviesruimte van de Raad13.
3.5. Het begrip ‘relatie’
Naar aanleiding van de wettekst (onderdeel B, onder 2 slot) merkt de Raad nog op
dat het hier gehanteerde begrip ‘relatie’ wellicht ten onrechte een associatie
oproept met juridische verhoudingen. Nu het hier meer gaat om feitelijke
omstandigheden, verdient het begrip ’gezinsleven’ de voorkeur.
13
   Destijds heeft het CAJK zelf tot een dergelijke opneming in de oude WOBPK geadviseerd:
advies d.d. 10 mei 1990.
                                                                                          8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>