<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>        Advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                              Samenvatting voor publicatie
titel            : advies over de bijzondere opvang voor terroristen
uitgebracht aan : de minister van Justitie
datum            : 25 september 2006
Aanleiding
De regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna de regeling)
wordt aangepast in verband met de ingebruikneming van afzonderlijke afdelingen voor
gedetineerden die worden verdacht van of zijn veroordeeld voor een terroristisch mis-
drijf, alsmede voor gedetineerden die radicale boodschappen verspreiden of verkondigen.
Op grond van de gewijzigde regeling worden deze gedetineerden geplaatst op afdelingen
met een individueel regime en een verhoogd beveiligingsniveau. De Raad is gevraagd om
over de voorgestelde wijziging te adviseren.
Beoordeling van de rechtmatigheid
Het regime
Op grond van wettelijke voorschriften en internationale verdragen concludeert de Raad
dat de samenplaatsing van minderjarigen en volwassenen in strijd is met verschillende
bepalingen, in het bijzonder met artikel 37c van het IVRK, dat het samenplaatsen van
minderjarigen en volwassenen alleen toestaat als dat in het belang van het kind is. De
toepassing van het individuele regime doet hieraan niet af. Immers, ook in een individu-
eel regime worden gezamenlijke activiteiten frequent toegestaan.
De Raad wijst er nadrukkelijk op dat de voorzieningen voor minderjarigen op een terro-
ristenafdeling in overeenstemming moeten zijn met het gebruikelijke niveau van voorzie-
ningen in een justitiële jeugdinrichting. De Raad spreekt de vrees uit dat dit in de praktijk
niet of nauwelijks realiseerbaar zal blijken te zijn en dat daarmee opvoeding en resociali-
satie van jeugdigen te zeer buiten beeld blijft.
Selectie en plaatsing
Gedetineerden die worden verdacht van of zijn veroordeeld voor een terroristisch misdrijf
kunnen op grond van artikel 20a van de gewijzigde regeling op een terroristenafdeling
worden geplaatst. De Raad wijst het gebruik van dit selectiecriterium af, omdat de plaat-
sing in een regime met verzwaarde detentieomstandigheden naar het oordeel van de
Raad in ieder geval ook een aanleiding in de persoon van de gedetineerde vereist. Met
name een plaatsing op een (extra) uitgebreid beveiligde afdeling, waaronder de terroris-
tenafdeling, kan naar het oordeel van de Raad niet uitsluitend op grond van een alge-
meen criterium, zoals een verdenking of een veroordeling, worden uitgevoerd.
De selectiecriteria van artikel 11 van de regeling, inzake de plaatsing in een individueel
regime worden eveneens verruimd met criteria die verwijzen naar een verdenking van of
veroordeling voor een terroristisch misdrijf. Op basis van de bovengenoemde overwegin-
gen wijst de Raad ook deze wijziging af.
Het nieuwe artikel 20a biedt de mogelijkheid om gedetineerden die voor of tijdens hun
detentie radicale boodschappen hebben verspreid of verkondigd op een terroristenafde-
ling te plaatsen. Het is de Raad onduidelijk op grond van welke gegevens de gedetineer-
den kunnen worden geselecteerd. Hierdoor blijft het de vraag of de gegevens voldoende
zwaarwegend zijn voor plaatsing op een terroristenafdeling. Daarbij wijst de Raad op de
noodzaak van duidelijke toetsingsnormen voor de bezwaarschriftprocedure en de be-
roepsrechtspraak.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Op grond van artikel 26 lid 1 en lid 2 van de regeling gelden er aanvullende voorwaarden
voor een plaatsing in de EBI. De selectieprocedure voor de terroristenafdelingen voorziet
niet in soortgelijke voorwaarden. De Raad vindt aanvullende voorwaarden vanwege de
aard van het regime en de kans op een langdurig verblijf op een terroristenafdeling wel
noodzakelijk. Een zorgvuldige procedure vereist naar de mening van de Raad tenminste
een beslissing van een selectieadviescommissie en het horen van de gedetineerde door
de selectiefunctionaris.
Op grond van de voorgestelde wijziging zal het verblijf van gedetineerden die zijn ge-
plaatst op grond van artikel 20a onderdeel c van de regeling (verkondigen of verspreiden
van radicale boodschappen), ieder twaalf maanden door de selectiefunctionaris worden
beoordeeld. De Raad is van mening dat deze beslissing een met waarborgen omklede
procedure vereist, die overeenkomt met de procedure voor de verlenging van een plaat-
sing in de EBI. De Raad begrijpt niet waarom het verblijf van gedetineerden die zijn ge-
plaatst op grond van artikel 20a, onderdeel a of b (verdacht van of veroordeeld voor een
terroristisch misdrijf), niet periodiek wordt getoetst. De Raad adviseert om de periodieke
toetsing wel in te voeren. Een eventueel gebrek aan beoordelingscriteria geeft naar de
mening van de Raad aanleiding om de beëindiging van het verblijf ruimhartig toe te
staan.
In de voorgestelde regeling ontbreekt een bepaling overeenkomstig artikel 26 lid 6 van
de regeling, waarin wordt voorgeschreven dat de directeur op grond van nieuwe feiten
een voorstel tot overplaatsing aan de selectiefunctionaris kan richten. De Raad acht een
dergelijke procedure wenselijk, vooral omdat de directeur uit hoofde van zijn functie een
waardevolle inschatting van de gedetineerde en de al of niet noodzakelijke verlenging
van zijn verblijf kan maken.
Rechtmatigheid en doelstelling
De Raad signaleert verschillende bezwaren en risico’s bij de bijzondere opvang voor ter-
roristen, die in de toelichting bij de voorgestelde regeling niet of nauwelijks worden toe-
gelicht of weerlegd. De Raad vindt het daarom opportuun om ook over de (veronderstel-
de) doelmatigheid van de regeling enkele opmerkingen te maken.
De Raad mist een onderbouwing van de doelmatigheid, vooral omdat is gebleken dat in
verschillende ons omringende landen de terroristen thans niet op afzonderlijke afdelingen
worden ondergebracht. De Raad wijst daarbij op het belang van nader onderzoek. Zolang
er weinig bekend is over de effecten van al dan niet bijzondere opvang van terroristen en
het risico van (verdere) radicalisering, zowel bij de (veronderstelde) terroristen als bij
andere categorieën gedetineerden, bestaat de mogelijkheid dat plaatsing op een regulie-
re afdeling dezelfde of zelfs een gunstigere uitwerking heeft.
Voorts wijst de Raad erop dat gemeenschappelijke activiteiten onvermijdelijk zijn. Hier-
door blijft de kans bestaan dat gedetineerden elkaar tijdens de gemeenschappelijke acti-
viteiten kunnen steunen en versterken in hun denkbeelden, wat het tegengaan van de
radicalisering bemoeilijkt. Bovendien acht de Raad de kans niet denkbeeldig dat de gede-
tineerden onder gelijkgezinden een hogere status verwerven, omdat de bijzondere op-
vang meer bekendheid aan hun detentie geeft, wat hun aanzien als terrorist kan vergro-
ten. De verzwaarde omstandigheden tijdens de detentie en de algemene bekendheid
daaromtrent kunnen het beeld van martelaarschap, zowel bij de gedetineerde als bij de
achterban, versterken.
De afzonderlijke onderbrenging van gedetineerden met een terroristische achtergrond
kan het gevoel er niet bij te horen, dat zowel bij gedetineerden als bij verschillende
groeperingen in de vrije maatschappij leeft, naar verwachting versterkten. De maat-
schappelijke participatie van deze gedetineerden en gelijkgestemden in de maatschappij
kan daardoor verder worden bemoeilijkt.
Tot slot ziet de Raad ziet niet in waarom de termijn voor detentiefasering bij voorbaat is
beperkt tot een jaar. Na een langdurig verblijf in een uitgebreid beveiligde inrichting en
plaatsing in een individueel regime kan een langere termijn voor detentiefasering nodig
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>zijn. Het regime zou zich meer in het algemeen op resocialisatie en minder op afzonde-
ring moeten richten.
Conclusie
De Raad acht de veronderstelde doelmatigheid van de terroristenafdelingen op grond van
de genoemde bezwaren niet voldoende onderbouwd. Hierdoor wordt er naar het oordeel
van de Raad een regime met verzwaarde detentieomstandigheden geïntroduceerd, terwijl
het niet duidelijk is in welke mate het regime werkelijk bijdraagt aan de beoogde doel-
stelling: de vermindering van radicalisering tijdens detentie. Het is niet denkbeeldig dat
de bijzondere opvang voor terroristen (verdere) radicalisering zelfs bevordert. Omdat
deze gedetineerden op enig moment zullen terugkeren in de samenleving, vormt dit een
bijkomende reden om de risico’s nadrukkelijker te weerleggen.
De Raad adviseert om de bijzondere opvang voor terroristen niet in te voeren. De Raad is
van oordeel dat de doelstellingen van de minister kunnen worden gerealiseerd met toe-
passing van de bestaande detentiemodaliteiten en handhaving van de bestaande regel-
geving.
Voor zover de minister beslist om de terroristenafdelingen wel in gebruik te nemen, advi-
seert de Raad om de regeling tenminste zo te wijzigen dat de selectie- en plaatsingspro-
cedure in overstemming is met de procedure voor selectie en plaatsing in de EBI. Voorts
dienen de voorgestelde selectiecriteria naar het oordeel van de Raad te vervallen. Tot
slot adviseert de Raad om de detentiefasering niet tot het laatste jaar van de vrijheids-
straf of vrijheidsbenemende maatregel te beperken.
Het advies kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad
postbus 30 137
2500 GC Den Haag
070 - 36 19 300,
www.rsj.nl
Wijze van openbaarmaking:
 mededeling Staatscourant
 ter inzage bibliotheek ministerie van justitie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>