<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
               Advies d.d. 25 september 2006
                                                  1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                               Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                               d.d. 25 september 2006
Inhoudsopgave
1. Inleiding .............................................................................................................. 3
2. Beoordeling van de rechtmatigheid .......................................................................... 3
   2.1 Rechtmatigheid van het regime .......................................................................... 3
     Plaatsing van minderjarigen; samenplaatsen met volwassenen ................................. 3
     Samenplaatsing van verdachten en veroordeelden .................................................. 4
     Samenplaatsing van mannen en vrouwen .............................................................. 4
   2.2 Rechtmatigheid van de selectie en plaatsing ........................................................ 5
     Selectiecriteria................................................................................................... 5
     Plaatsing en verlenging; vergelijking met de EBI..................................................... 6
   2.3 Rechtmatigheid en doelstelling ........................................................................... 7
     Resocialisatie..................................................................................................... 8
     Detentiefasering ................................................................................................ 8
     Gemeenschappelijke activiteiten........................................................................... 8
     Algemene bekendheid......................................................................................... 8
     Maatschappelijke consequenties ........................................................................... 9
3. Incidentele opmerkingen ........................................................................................ 9
4. Conclusie ............................................................................................................10
Bronvermelding .......................................................................................................11
                                                                                                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                            Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                         d.d. 25 september 2006
1. Inleiding
aanleiding
De regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna de rege-
ling) wordt aangepast in verband met de ingebruikneming van afzonderlijke afde-
lingen voor gedetineerden die worden verdacht van of zijn veroordeeld voor een
terroristisch misdrijf, alsmede voor gedetineerden die radicale boodschappen ver-
kondigen. Op grond van de gewijzigde regeling worden deze gedetineerden ge-
plaatst op afdelingen met een individueel regime en een verhoogd beveiligingsni-
veau. De Raad is gevraagd om over de voorgestelde wijziging te adviseren.
terminologie
In de gewijzigde regeling en in de toelichting daarbij wordt meermalen gesproken
over terroristen en terroristenafdeling. Deze terminologie is naar het oordeel van de
Raad niet juist. De wet kent alleen terroristische misdrijven. De Raad is daarom van
mening dat gedetineerden die worden verdacht van of zijn veroordeeld voor een
terroristisch misdrijf niet zonder meer kunnen worden aangemerkt als terrorist. De
Raad stelt voor om te spreken over verdachten van of veroordeelden voor terroris-
tische misdrijven. Daarnaast vindt de Raad dat de terminologie nimmer kan worden
gebruikt voor gedetineerden die wel een radicale boodschap verkondigen, doch niet
zijn verdacht van of veroordeeld voor een terroristisch misdrijf.
In dit advies is omwille van de duidelijkheid aansluiting gezocht bij de terminologie
van de conceptregeling, maar de Raad wijst verder gebruik ervan principieel af.
2. Beoordeling van de rechtmatigheid
2.1 Rechtmatigheid van het regime
De regeling is niet duidelijk over de mate waarin gedetineerden op een terroristen-
afdeling onderlinge contacten kunnen onderhouden. Het is vooralsnog onduidelijk in
welke mate de gedetineerden in een individueel regime zullen verblijven 1 . Daarbij
tekent de Raad aan dat ook in een individueel regime frequent gezamenlijke activi-
teiten zijn toegestaan, zelfs zijn geboden. Met name wanneer gedetineerden langer
op een terroristenafdeling verblijven, zullen gezamenlijke activiteiten aldus onver-
mijdelijk zijn. De Raad wijst in dit kader op enkele knelpunten inzake het samen-
plaatsen van verschillende categorieën gedetineerden.
Plaatsing van minderjarigen; samenplaatsen met volwassenen
De Raad merkt op dat artikel 37c van het Internationaal verdrag in zake de Rechten
van het Kind (IVRK) het samenplaatsen van jeugdigen en volwassenen alleen toe-
staat als dat in het belang van het kind (minderjarige) is. Voor zover uit de thans
voorgestelde wijziging voortvloeit dat ook personen onder de 18 jaar op een terro-
ristenafdeling zullen worden geplaatst, geschiedt dit naar het inzicht van de Raad
niet in het belang van het kind, zoals bedoeld in het IVRK. Naar het oordeel van de
1
  In onderdeel A van de toelichting wordt gesteld dat het capacitair gezien niet mogelijk is om alle gede-
tineerden op de terroristenafdeling in een individueel regime te plaatsen. Verwacht wordt dat meerdere
gedetineerden aan gemeenschappelijke activiteiten zullen deelnemen.
                                                                                                         3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                             Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                           d.d. 25 september 2006
Raad staat dit onderdeel van de voorgestelde regeling daarom op gespannen voet
met artikel 37c IVRK.
In aanvulling hierop wordt in artikel 10 van het Internationaal Verdrag inzake Bur-
gerrechten en Politieke rechten (IVBPR) opgemerkt dat jeugdige overtreders ge-
scheiden van volwassenen dienen te worden ondergebracht en dat jeugdigen in
overeenstemming met hun leeftijd en wettelijke staat worden behandeld. Ook ver-
zet het verdrag zich tegen het samenplaatsen van jeugdige verdachten en volwas-
senen.
In de memorie van toelichting bij de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) wordt op-
gemerkt dat jeugddetentie alleen in uiterste noodsituaties in een inrichting voor
volwassenen ten uitvoer wordt gelegd. De Raad betwijfelt of er in dit kader sprake
is van een dergelijke noodsituatie.
De Raad wijst er nadrukkelijk op dat de voorzieningen voor minderjarigen op een
terroristenafdeling in overeenstemming moeten zijn met het gebruikelijke niveau
van voorzieningen in een justitiële jeugdinrichting. De Raad spreekt de vrees uit dat
dit in de praktijk niet of nauwelijks realiseerbaar zal blijken te zijn en dat daarmee
opvoeding en resocialisatie van jeugdigen te zeer buiten beeld blijft 2 . In dit kader
wijst de Raad ook op de in het IVRK neergelegde inspanningsverplichting ten aan-
zien van minderjarigen 3 .
Samenplaatsing van verdachten en veroordeelden
Hoewel de Pbw een duidelijk onderscheid maakt tussen het huis van bewaring en
de gevangenis, biedt artikel 9 Pbw de mogelijkheid om in bijzondere gevallen een
inrichting tegelijkertijd als huis van bewaring en als gevangenis aan te wijzen. In
zoverre is er geen bezwaar tegen de voorgestelde wijziging van de regeling. Wel
waarschuwt de Raad voor de mogelijke negatieve gevolgen van het samenplaatsen
van (jonge) verdachten en veroordeelden. De Raad bepleit om de scheiding tussen
verdachten en veroordeelden in de praktijk zoveel mogelijk te handhaven 4 .
Samenplaatsing van mannen en vrouwen
De Pbw neemt de gescheiden onderbrenging van mannelijke en vrouwelijke gedeti-
neerden als uitgangspunt. De memorie van toelichting maakt echter een uitzonde-
ring voor bijzondere opvang met een landelijke functie. Gemengde detentie is der-
halve toegestaan. Wel bepleit de Raad het zoveel mogelijk separaat onderbrengen
van de seksen. Vrouwen hebben daar behoefte aan, aldus de memorie van toelich-
ting. Daarnaast kan ook op grond van de religieuze achtergrond van de gedetineer-
den behoefte aan gescheiden onderbrenging bestaan. Indien in de toekomst het
2
  Zie hierover ook artikel 11 lid 1 European Prison Rules: children under the age of 18 years should not
be detained in a prison for adults, but in an establishment specially designed for the purpose.
3
  De staat heeft op basis van artikel 19 IVRK de verplichting tot het nemen van passende wettelijke en
bestuurlijke maatregelen en maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied, in het bijzonder zolang het
kind onder de zorg van de staat zelf is geplaatst. Deze verplichting is tevens vastgelegd in artikel 2 lid 2
Bjj.
                                                                                                            4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                             Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                            d.d. 25 september 2006
aantal terroristenafdelingen zou worden uitgebreid, acht de Raad een scheiding van
de seksen noodzakelijk.
2.2 Rechtmatigheid van de selectie en plaatsing
Selectiecriteria
Het voorgestelde artikel 20a omschrijft de gronden voor plaatsing op een terroris-
tenafdeling. De onderdelen a en b kwalificeren respectievelijk gedetineerden die
worden verdacht van een terroristisch misdrijf en gedetineerden die voor een terro-
ristisch misdrijf zijn veroordeeld.
De Raad wijst de plaatsing in een uitgebreid beveiligde afdeling, zoals de terroris-
tenafdeling, louter op grond van een algemeen criterium af. De plaatsing in een
regime met verzwaarde detentieomstandigheden vereist naar het oordeel van de
Raad in ieder geval ook een aanleiding in de persoon van de gedetineerde.
De plaatsing op een terroristenafdeling geschiedt mede op grond van de selectiecri-
teria voor het individuele regime. Omdat deze criteria refereren aan persoonsken-
merken lijkt de regeling tegemoet te komen aan het genoemde bezwaar. Echter, de
nieuwe regeling voorziet ook in een wijziging van artikel 11, dat de selectiecriteria
voor het individuele regime bevat. Aan het artikel wordt een nieuw criterium toege-
voegd, dat verwijst naar het gepleegde delict of de verdenking van een delict. De
Raad acht dit niet wenselijk. Een plaatsing in een individueel regime vormt een ver-
zwaring van de detentie die tot dusver uitsluitend op grond van persoonskenmer-
ken, te weten de persoonlijkheid, het gedrag of andere persoonlijke omstandighe-
den, wordt toegepast. Deze criteria volstaan. In de persoon van de gedetineerde zal
een aanleiding moeten worden gevonden om aan te nemen dat diens radicale
denkbeelden een beheersrisico vormen of om te veronderstellen dat deze onge-
schikt is voor algehele of beperkte gemeenschap.
Voorts merkt de Raad op dat de selectie voor andere afdelingen met een verhoogd
beveiligingsniveau, zoals de extra beveiligde inrichting (EBI) en de landelijke afde-
ling voor beheersproblematische gedetineerden (l.a.b.g.) in belangrijke mate zijn
gegrond op de selectiecriteria voor het individuele regime. De Raad vindt het onge-
wenst dat de selectiecriteria voor de EBI en de l.a.b.g. door de voorgestelde rege-
ling terloops worden verruimd.
Onderdeel c van artikel 20a bevat een ruim gedefinieerd selectiecriterium. De bepa-
ling maakt het mogelijk om gedetineerden die voor of tijdens hun detentie radicale
boodschappen hebben verspreid, op een terroristenafdeling te plaatsen 5 . Het is de
Raad onduidelijk op grond van welke gegevens de gedetineerden kunnen worden
geselecteerd. Hierdoor blijft het de vraag of de gegevens voldoende zwaarwegend
4
  Ook artikel 10 lid 2a van het IVBPR stelt dat verdachten en veroordeelden alleen in uitzonderlijke ge-
vallen kunnen worden samengeplaatst.
5
  Het volledige criterium luidt: in de terroristenafdeling kunnen gedetineerden worden geplaatst die, voor
of tijdens hun detentie een boodschap van radicalisering verkondigen of verspreiden daaronder mede
begrepen wervingsactiviteiten voor doeleinden die in strijd zijn met de openbare orde en veiligheid dan
wel de orde of veiligheid in de inrichting.
                                                                                                         5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                           Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                        d.d. 25 september 2006
zijn voor plaatsing op een terroristenafdeling. Daarbij wijst de Raad ook op de
noodzaak van duidelijke toetsingsnormen voor de bezwaarschriftprocedure en de
beroepsrechtspraak.
De Raad waarschuwt ervoor dat het verkondigen en verspreiden van een radicale
boodschap niet vanzelfsprekend een bedreiging voor de (openbare) orde en veilig-
heid meebrengen. In het aannemen hiervan schuilt het gevaar dat het aanhangen
van een ideologie al snel wordt geïnterpreteerd als bedreiging. De Raad geeft daar-
om de voorkeur aan een zwaarder selectiecriterium. Een criterium met een duidelijk
verband tussen verspreiding van een radicale boodschap en terrorisme, vooral om-
dat de regeling ook van toepassing is op gedetineerden die niet worden verdacht
van/zijn veroordeeld voor een terroristische misdrijf, maar die voorafgaand of tij-
dens de detentie een radicale boodschap hebben verspreid of verkondigd.
Plaatsing en verlenging; vergelijking met de EBI
Het regime van de terroristenafdeling vertoont nauwe overeenkomsten met het
regime van de EBI, mede omdat beide afdelingen, in tegenstelling tot andere afde-
lingen met een individueel regime 6 , primair zijn gericht op het beperken van een
maatschappelijk risico. Een vergelijking met de plaatsings- en verlengingsprocedure
van de EBI ligt daarom voor de hand.
plaatsing
Op grond van artikel 26 lid 1 en lid 2 van de regeling gelden er aanvullende voor-
waarden voor een plaatsing in de EBI. De selectieprocedure voor de terroristenaf-
delingen voorziet niet in soortgelijke voorwaarden. De Raad vindt aanvullende
voorwaarden vanwege de aard van het regime en de kans op een langdurig verblijf
op een terroristenafdeling wel noodzakelijk. Een zorgvuldige procedure vereist naar
de mening van de Raad tenminste een beslissing van een selectieadviescommissie
en het horen van de gedetineerde door de selectiefunctionaris.
verlenging
Een verlenging van het verblijf in de EBI wordt ieder halfjaar aan de hand van de
vigerende voorschriften van artikel 26 lid 4 van de regeling beoordeeld. Op grond
van de voorgestelde wijziging zal het verblijf van gedetineerden die zijn geplaatst
op grond van artikel 20a onderdeel c van de regeling (verkondigen of verspreiden
van radicale boodschappen), ieder twaalf maanden door de selectiefunctionaris
worden beoordeeld. De Raad is van mening dat deze beslissing een met waarbor-
gen omklede procedure vereist, die overeenkomt met de procedure voor de verlen-
ging van een plaatsing in de EBI.
De Raad betreurt het dat het verblijf van gedetineerden die zijn geplaatst op grond
van artikel 20a, onderdeel a of b (verdacht van of veroordeeld voor een terroris-
tisch misdrijf), niet periodiek wordt getoetst. Daarbij heeft de Raad oog voor het
feit dat er in beperkte mate beoordelingscriteria, zoals externe justitiële informatie
6
  Andere afdelingen met een individueel regime, zoals de l.a.b.g., de f.o.b. a. of een b.i.b.a. richten zich
vooral op het verminderen van een beheersrisico en/of het stabiliseren van de gedetineerde. Zodra mo-
gelijk worden de gedetineerden overgeplaatst naar een inrichting of afdeling met een vrijer regime.
                                                                                                            6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                        Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                           Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                          d.d. 25 september 2006
voor de beoordeling van de verlenging van het verblijf op de terroristenafdeling
beschikbaar zijn, omdat de gedetineerden maar weinig gelegenheid zullen hebben
om een radicale boodschap (buiten de inrichting) te verkondigen. De Raad advi-
seert nochtans om de periodieke toetsing wel in te voeren. Het gebrek aan beoor-
delingscriteria geeft naar de mening van de Raad aanleiding om de beëindiging van
het verblijf ruimhartig toe te staan. Indien de ongewenste activiteiten na overplaat-
sing toch worden voortgezet, kan spoedig terugplaatsing naar een terroristenafde-
ling worden gerealiseerd.
In de voorgestelde regeling ontbreekt een bepaling overeenkomstig artikel 26 lid 6
van de regeling, waarin wordt voorgeschreven dat de directeur op grond van nieu-
we feiten een voorstel tot overplaatsing aan de selectiefunctionaris kan richten. De
Raad acht een dergelijke procedure wenselijk, omdat de directeur uit hoofde van
zijn functie een waardevolle inschatting van de gedetineerde en de al of niet nood-
zakelijke verlenging van zijn verblijf kan maken.
Op grond van de bovenstaande overwegingen adviseert de Raad om de aanvullende
bepalingen, zoals van toepassing op de EBI, in de regeling op te nemen. Daarbij
merkt de Raad op dat ten gevolge van recente wetswijzigingen veel strafmaxima,
waaronder de straffen voor misdrijven gepleegd met een terroristisch oogmerk,
aanmerkelijk zijn verhoogd. Hierdoor ontstaat een reële kans dat gedetineerden
een lange tijd op een terroristenafdeling zullen verblijven. De Raad acht dit een
reden te meer om de bovengenoemde waarborgen in de regeling op te nemen.
2.3 Rechtmatigheid en doelstelling
Een beschouwing over de aard van het voorgestelde regime, in het bijzonder de
daarin opgenomen beperkingen, maakt deel uit van de rechtmatigheidtoets. De
Raad spreekt zich in die zin ook uit over de (veronderstelde) doelmatigheid van de
voorgestelde regeling. Immers, op grond van het beginsel van minimale beperkin-
gen worden de beperkende maatregelen pas gelegitimeerd door een maatschappe-
lijke doelstelling, in dit geval de beveiliging van de samenleving tegen terroristische
activiteiten.
De doelstelling van de nieuwe regeling is het voorkomen van contacten tussen ge-
detineerden met een terroristische achtergrond en andere categorieën gedetineer-
den, opdat (verdere) radicalisering van de andere gedetineerden wordt tegen ge-
gaan. Omdat de toelichting bij de voorgestelde wijziging niet verder op de doelstel-
ling ingaat, impliceert de regeling dat de bijzondere opvang effectief en noodzake-
lijk is ter voorkoming van radicalisering tijdens de detentie. De Raad mist onder-
bouwing van dit uitgangspunt, vooral omdat is gebleken dat in verschillende ons
omringende landen de terroristen thans niet op afzonderlijke afdelingen worden
ondergebracht 7 . De Raad wijst daarbij op het belang van nader onderzoek. Zolang
er weinig bekend is over de effecten van al dan niet bijzondere opvang van terroris-
7
  Het gaat om ons omringende landen zoals Duitsland, Engeland en Spanje, waar in het verleden meer
ervaring met detentie van terroristen is opgedaan.
                                                                                                   7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                           Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                        d.d. 25 september 2006
ten en het risico van (verdere) radicalisering, zowel bij de (veronderstelde) terroris-
ten als van andere categorieën gedetineerden, bestaat de mogelijkheid dat plaat-
sing op een reguliere afdeling dezelfde of zelfs een gunstigere uitwerking heeft.
Resocialisatie
De bijzondere opvang van terroristen wordt beargumenteerd op grond van het ge-
vaar voor de (openbare) orde en veiligheid. De Raad is aldus van mening dat het
regime alleen gelegitimeerd kan worden indien er ook een inspanning wordt gele-
verd om dat maatschappelijke risico na de invrijheidsstelling te beperken. Het re-
gime zou zich daarom niet alleen moeten richten op afzondering, maar ook op re-
socialisatie.
Detentiefasering
De voorgestelde regeling voorziet in detentiefasering voor gedetineerden op een
terroristenafdeling. De nieuwe bepaling biedt naar het oordeel van de Raad echter
weinig waarborgen voor een behoorlijke (re)integratie, omdat de gedetineerden pas
bij een strafrestant van een jaar voor overplaatsing in aanmerking zullen komen 8 .
De Raad ziet niet in waarom de termijn bij voorbaat is beperkt tot een jaar. Na een
langdurig verblijf in een uitgebreid beveiligde inrichting en plaatsing in een indivi-
dueel regime kan een langere termijn voor detentiefasering nodig zijn.
Gemeenschappelijke activiteiten
Hierboven is opgemerkt dat gezamenlijke activiteiten op de terroristenafdelingen
onvermijdelijk zullen zijn. Hierdoor blijft de kans bestaan dat gedetineerden elkaar
tijdens de gemeenschappelijke activiteiten kunnen steunen en versterken in hun
denkbeelden, wat het tegengaan van de radicalisering bemoeilijkt. Dit risico van
(verdere) radicalisering geldt in het bijzonder voor de minderjarigen, omdat zij in
het algemeen meer vatbaar zijn voor beïnvloeding. Voorts acht de Raad het moge-
lijk dat gedetineerden zullen samenspannen om en bloc het personeel onder druk te
zetten.
Voor zover de hier gesignaleerde risico’s een reden zijn om het individuele regime
voor langere periode strikt toe te passen, waarschuwt de Raad voor zogeheten Iso-
lationsfolter, die optreedt bij langdurige solitaire detentie.
Algemene bekendheid
De Raad acht de kans niet denkbeeldig dat de gedetineerden onder gelijkgezinden
een hogere status verwerven, omdat de bijzondere opvang meer bekendheid aan
hun detentie geeft en omdat hun aanzien als terrorist wordt benadrukt. Daarnaast
kunnen de verzwaarde omstandigheden tijdens de detentie en de algemene be-
kendheid daaromtrent het beeld van martelaarschap, zowel bij de gedetineerde als
8
  Een gedetineerde in de EBI komt met een strafrestant van anderhalf jaar voor detentiefasering in aan-
merking.
                                                                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                       Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                    d.d. 25 september 2006
bij de achterban, versterken.
Maatschappelijke consequenties
De afzonderlijke onderbrenging van gedetineerden met een terroristische achter-
grond kan de afstand tussen deze gedetineerden en de maatschappij (verder) ver-
groten. Het gevoel er niet bij te horen, dat zowel bij gedetineerden als bij verschil-
lende groeperingen in de vrije maatschappij leeft, kan naar verwachting worden
versterkt door het bestaan van een bijzonder regime. De maatschappelijke partici-
patie van deze gedetineerden en gelijkgestemden in de maatschappij kan daardoor
verder worden bemoeilijkt.
3. Incidentele opmerkingen
Artikel 11
Door de voorgestelde wijziging worden er in het artikel twee gronden voor plaatsing
in het individueel regime genoemd. De Raad wijst de toevoeging van nieuwe gron-
den af. Indien de wijziging niettemin toch wordt doorgevoerd, stelt de Raad voor
om de gronden in afzonderlijk gerubriceerde onderdelen te plaatsen.
De woorden ‘van het plegen’ na ‘de aard van het delict’ kunnen vervallen. Voor zo-
ver de tekst daarna nog spreekt van ‘plegen’ stelt de Raad voor dit woord te ver-
vangen door ‘begaan’, zodat verwarring met de juridische begrippen omtrent deel-
neming aan strafbare feiten wordt vermeden.
Artikel 16
Het bestaande artikel is geschreven voor de selectie en plaatsing van jong volwas-
senen in de leeftijd van 16 of 17 jaar. De voorgestelde wijziging voorziet in een
bepaling inzake de plaatsing van minderjarigen met een terroristische achtergrond,
waarbij wordt aangesloten bij de uitzonderingsbepaling van artikel 16. Het is on-
duidelijk of minderjarigen in de leeftijd vanaf 13 tot 15 ook onder de voorgestelde
regeling vallen. De Raad adviseert de bepaling over plaatsing van minderjarigen
met een terroristische achtergrond in een afzonderlijk artikel op te nemen.
Artikel 26a
De zinsnede ‘die eenderde deel van de aan hem onherroepelijk opgelegde vrijheids-
straf of vrijheidsbenemende maatregel heeft ondergaan’ vervangen door ‘die een-
derde deel van aan hem onherroepelijke opgelegde vrijheidstraf heeft ondergaan of
die een vrijheidsbenemende maatregel opgelegd heeft gekregen’.
Artikel 26b
Het woord ‘betrokkene’ vervangen door ‘gedetineerde’.
                                                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                        Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                     d.d. 25 september 2006
4. Conclusie
Op grond van wettelijke voorschriften en internationale verdragen concludeert de
Raad dat de samenplaatsing van minderjarigen en volwassenen in strijd is met ver-
schillende bepalingen, in het bijzonder met artikel 37c van het IVRK, dat het sa-
menplaatsen van jeugdigen en volwassenen alleen toestaat als dat in het belang
van het kind is.
De selectie- en plaatsingsprocedure is naar het oordeel van de Raad niet toerei-
kend. De selectiecriteria voor plaatsing op een terroristenafdeling zijn algemeen
van karakter of (te) ruim geformuleerd, terwijl de plaatsingsprocedure niet met de
nodige waarborgen is omkleed.
De Raad signaleert verschillende bezwaren en risico’s bij de bijzondere opvang voor
terroristen, die in de toelichting bij de voorgestelde regeling niet of nauwelijks wor-
den toegelicht of weerlegd. De Raad acht de veronderstelde doelmatigheid van de
terroristenafdelingen daarom niet voldoende onderbouwd. Hierdoor wordt er naar
het oordeel van de Raad een regime met verzwaarde detentieomstandigheden ge-
introduceerd, terwijl het niet duidelijk is in welke mate het regime werkelijk bij-
draagt aan de beoogde doelstelling: de vermindering van radicalisering tijdens de-
tentie. Het is niet denkbeeldig dat de bijzondere opvang voor terroristen (verdere)
radicalisering zelfs bevordert. Omdat deze gedetineerden op enig moment zullen
terugkeren in de samenleving, vormt dit een bijkomende reden om de risico’s na-
drukkelijker te weerleggen.
Op grond van de hierboven genoemde standpunten en bezwaren adviseert de Raad
om de bijzondere opvang voor terroristen niet in te voeren. De Raad is van oordeel
dat de doelstellingen van de minister kunnen worden gerealiseerd met toepassing
van de bestaande detentiemodaliteiten en handhaving van de bestaande regelge-
ving.
Voor zover de minister beslist om de terroristenafdelingen wel in gebruik te nemen,
adviseert de Raad om de regeling tenminste zo te wijzigen dat de selectie- en
plaatsingsprocedure in overstemming is met de procedure voor selectie en plaat-
sing in de EBI. Voorts dienen de voorgestelde selectiecriteria naar het oordeel van
de Raad te vervallen. Tot slot adviseert de Raad om de detentiefasering niet tot het
laatste jaar van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel te beperken.
                                                                                     10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                       Advies over de bijzondere opvang voor terroristen
                                    d.d. 25 september 2006
Bronvermelding
   Graaf, B. de, Wanneer gaan ze nu eens met pensioen, De overheid, haar strijd
    tegen de terroristen en het onbekende effect daarvan, NRC Handelsblad, 18 au-
    gustus 2006.
   Justitiële verkenningen, Radicalisering en Jihad, WODC, 2005, nr. 2.
   Mijnarends, E.M., dissertatie Richtlijnen voor een verdragsconforme jeugdstraf-
    rechtspleging, ‘Gelijkwaardig maar minderjarig’,Kluwer, 1999.
   Radicalisme en radicalisering, NCTb, augustus 2005.
   Tweede Kamerstukken, 29 754, nr. 4.
   Tweede Kamerstukken, 28 463.
   Tweede Kamerstukken, KVR2040513400.
   Van dawa tot jihad, AIVD, december 2004.
In het kader van de voorbereiding van dit advies voerden de voorzitter en de secre-
taris van de adviescommissie een gesprek met mevr. drs. B. de Graaf voornoemd,
thans werkzaam als onderzoeker aan het Instituut voor Geschiedenis van de Uni-
versiteit Utrecht.
                                                                                 11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>