<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Justitie

Onderdeel
Contactpersoon
Doorkiesnummer(s)
E-mail

Datum

Ons kenmerk

Uw kenmerk
Onderwerp

Ministerie van Justitie

Dienst Justitiéle Inrichtinge

—
Hoofdkantoor - Concernstaf Uitvoeringsbele P 471
mm 15 DEC. 2605 Seer. T+A

me II pn P

Postadres: Postbus 30132, 2500 GC Den Haag Bezoekadres:

Terminal Zuid
Aan de algemeen voorzitter van de Raad voor Schedeldoekshaven 101
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2511 EM Den Haag
T.a.v. de heer prof. dr. P.B. Boorsma Telefoon (070) 3 70 27 00
Postbus 30137 Fax (070) 3 70 29 21

2500 GC DEN HAAG

afdeling Juridische Zaken Bij beantwoording de
mr. J.A.M. de Jong datum en ons kenmerk
25 22 vermelden. Wilt u slechts
jeroen.de.jong@dji.minjus.nl één zaak in uw brief

7 december 2006 behandelen.
5453651/06/DJI

CR35/1039465/06/AGvB/TvV
advies inzake de bijzondere opvang voor terroristen
i

Geachte heer Boorsma,

Bij brief van 25 september 2006 zond u mij uw advies over de voorgestelde
wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van
gedetineerden in verband met de bijzondere opvang voor terroristen, die op 18
september 2006 in werking trad.

De Raad heeft in mijn adviesaanvraag aanleiding gezien mij te adviseren om
de bijzondere opvang voor terroristen niet in te voeren omdat de
doelstellingen van de regeling kunnen worden gerealiseerd onder handhaving
van de bestaande regelgeving. Alvorens in te gaan op uw overige opmerkingen
naar aanleiding van de voorgestelde wijzigingen, zal ik eerst ingaan op dit
centrale onderdeel van het advies van de Raad.

Bijzondere opvang voor terroristen

De huidige vorm en omvang van terroristische dreiging, de bestrijding daarvan
en de gevolgen voor de bejegening van personen die als gevolg hiervan
gedetineerd raken binnen het gevangeniswezen, zijn nieuw. Dit vraagt om
nieuw beleid, toegesneden op de Nederlandse situatie. Dit beleid dient de
uitvoerende instanties in deze enerzijds de nodige houvast te bieden bij de
uitvoeringspraktijk. Diezelfde uitvoeringspraktijk dient echter ook de nodige
ruimte te hebben om in te spelen op onverwachte en soms zeer snelle
ontwikkelingen waar zij in het kader van terrorismebestrijding mee kan

</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

worden geconfronteerd. Daarbij geldt onverkort dat de betrokken
gedetineerden op humane en veilige wijze hun vrijheid wordt ontnomen.

De bijzondere opvang voor terroristen is een gevolg van de maatregelen die
mijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mijn
voorganger hebben aangekondigd naar aanleiding van het actuele
dreigingsbeeld waarover de Tweede Kamer bij brief van 29 september 2005 is
geinfomeerd’. Teneinde het gevaar van radicalisering en rekrutering in
gevangenissen te beperken heeft het kabinet, daartoe geadviseerd door de
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en op basis van de informatie
afkomstig van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst besloten tot een
algemene beleidslijn om de detentie van personen met een terroristische
achtergrond te concentreren in een beperkt aantal inrichtingen.

Dit biedt de mogelijkheid om per individu een regime op maat te kunnen
ontwikkelen alsook om speciaal hiervoor opgeleid en geïnstrueerd personeel in
te zetten. Deze concentratie kan niet op andere wijze worden bereikt dan door
middel van de voorgestelde wijziging van de regelgeving die in deze een
uitvloeisel van politieke besluitvorming vormt.

Dit betekent uiteraard niet dat andere oplossingen ondenkbaar zouden zijn.

Het valt echter niet te ontkennen dat het concentreren van - kortweg -
terroristische gedetineerden, voorkomt dat zij niet-terroristische
medegetineerden in de gevangenis kunnen rekruteren voor terroristische
doeleinden en dat niet-terroristische gedetineerden door hen worden
geradicaliseerd. Deze laatsten verblijven immers in een andere afdeling c.q.
inrichting. In die zin draagt de voorgestelde wijziging van de regeling naar men
mag verwachten bij aan de realisering van dit beoogde doel. Bovendien kan op
deze wijze worden voorkómen dat een boodschap van radicalisering buiten de
inrichting wordt verspreid, al dan niet via een medegedetineerde die daarmee
niet in verband wordt gebracht of die niet is verdacht van of veroordeeld voor
een terroristisch misdrijf. Of dit uiteindelijk zo is, zal de praktijk uit dienen te
wijzen. Daartoe zal de bijzondere voorziening worden geëvalueerd.

Ik ben met u van mening dat de benaming Terroristen Afdeling de lading
wellicht niet helemaal dekt. Daarmee kan bovendien een ongewenst
stigmatiserend effect ontstaan voor aldaar verblijvende gedetineerden die niet
als terrorist aangemerkt kunnen worden. Ik zal mij daarom beraden op een

! Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 29 754, nr. 31.

2/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJ1/7 december 2006

andere naam. In het navolgende zal ik omwille van de duidelijkheid nog wel
uitgaan van de terminologie in de huidige regeling.

Rechtmatigheid van het regime

Onderlinge contacten

In het kader van de rechtmatigheid van het regime merkt de Raad op dat de
regeling niet duidelijk is over de mate waarin de gedetineerden op een
terroristenafdeling onderlinge contacten kunnen onderhouden en dat het
vooralsnog onduidelijk is in welke mate de gedetineerden in een individueel
regime zullen verblijven.

Alle gedetineerden op de Terroristen Afdeling verblijven in een individueel
regime. De afdeling is daartoe conform artikel 19, tweede lid, van de
Penitentiaire beginselenwet (Pbw) aangewezen. Het kenmerk van ieder
individueel regime is dat de directeur op grond van artikel 22, tweede lid, Pbw,
de mate bepaalt waarin de gedetineerde in staat wordt gesteld individueel dan
wel gemeenschappelijk aan activiteiten deel te nemen. De onderhavige
regeling is niet het juiste instrument waarmee deze duidelijkheid kan worden
geboden, juist, omdat het hier een wettelijk geattribueerde bevoegdheid betreft
van de directeur van de inrichting. Deze heeft daarmee de nodige speelruimte
om op afdelingsniveau te bezien welke gedetineerden al dan niet
gemeenschappelijk met (bepaalde) anderen aan activiteiten kunnen
deelnemen. De Terroristen Afdeling wijkt in dit opzicht niet af van hetgeen
gebruikelijk is bij het voeren van een individueel regime conform artikel 22,
tweede lid, Pbw. Wanneer gemeenschappelijke activiteiten gedurende een
bepaalde periode of met bepaalde andere gedetineerden niet mogelijk zijn,
laat dit uiteraard de deelname op zichzelf aan activiteiten onverlet,
bijvoorbeeld ook samen met het personeel.

Plaatsing van minderjarigen; samenplaatsen met volwassenen
De Raad plaatst kanttekeningen bij de samenplaatsing van jeugdigen en
volwassenen op de Terroristen Afdeling.

De werkelijkheid leert helaas dat terrorisme geen verschijnsel is dat zich in zijn
uitingsvormen beperkt tot volwassenen. Het gewijzigd artikel 16 van de
regeling beoogt minderjarigen met een terroristische achtergrond gescheiden
op te vangen van minderjarigen die deze achtergrond niet hebben en die
verblijven in een inrichting voor de bijzondere opvang van psychologisch
onvolwassenen (JOVO). Deze scheiding dient bij uitstek gezien te worden in
het licht van de bescherming van deze laatste groep minderjarigen die geacht

3/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

kan worden in versterkte mate vatbaar te zijn voor rekrutering en
radicalisering.

Voor zover de minderjarigen van zestien jaar of ouder met een terroristische
achtergrond vallen onder de criteria van artikel 16 van de regeling worden zij
op de Terroristen Afdeling ondergebracht.

Wellicht ten overvloede wijs ik erop dat in de goedkeuringswet van het door de
Raad genoemde Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind (IVKR)
in artikel 2 een voorbehoud is gemaakt bij artikel 37, onder c, inhoudende "dat
deze bepaling niet belet dat op kinderen in de leeftijd van zestien jaar of ouder
het volwassenenstrafrecht kan worden toegepast, indien aan in de wet te
bepalen criteria is voldaan.”. Dit omvat eveneens de toepassing van de Pbw op
deze categorie minderjarigen en plaatsing in voorzieningen waar ook
volwassen gedetineerden verblijven.

Samenplaatsen van verdachten en veroordeelden en samenplaatsing van
mannen en vrouwen

De Raad merkt terecht op dat de Pbw in bijzondere gevallen de mogelijkheid
biedt om een inrichting tegelijktijd als huis van bewaring en gevangenis aan te
wijzen en in gevallen van bijzondere opvang met een landelijke functie
mannen en vrouwen gezamenlijk in een inrichting onder te brengen.

Ik meen dat in het onderhavige geval van een dergelijke bijzondere situatie
sprake is. Het gevaar van radicalisering en rekrutering in gevangenissen dient
beperkt te worden, hetgeen gerealiseerd kan worden door de detentie van
personen met een terroristische achtergrond te concentreren. Dat
rechtvaardigt de beleidsmatige keus om af te wijken van het in de Pbw
gehanteerde uitgangspunt dat huizen van bewaring van gevangenissen worden
onderscheiden en dat mannelijke van vrouwelijke gedetineerden gescheiden
worden ondergebracht.

Overigens biedt het individueel regime de mogelijkheid om niettemin zoveel
mogelijk tegemoet te komen aan de scheiding tussen onveroordeelden en
veroordeelden. Bovendien maakt het indivueel regime een situatie mogelijk
die vergelijkbaar is met de mogelijkheid die wordt geschapen door artikel 11,
vierde lid, Pbw. Dit artikel houdt in dat vrouwen en mannen die gescheiden
zijn ondergebracht niettemin in de gelegenheid kunnen worden gesteld om
gezamenlijk aan activiteiten deel te nemen.

4/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

Rechtmatigheid van de selectie en plaatsing

Selectiecriteria, onderdelen a en b van artikel 20

De Raad wijst de plaatsing in een individueel regime op basis van een
algemeen criterium dat niet is gelegen in de persoon van de gedetineerde af.
Plaatsing in een individueel regime werd, aldus de Raad, tot dusver alleen op
grond van persoonskenmerken toegepast. Bovendien worden volgens de Raad
de selectiecriteria voor de extra beveiligde inrichting (ebi) en de landelijke
afdeling voor beheersproblematische gedetineerden (labg) terloops verruimd
omdat deze in belangrijke mate zijn gegrond op de selectiecriteria voor het
individueel regime.

Met de Raad erken ik dat de selectiecriteria voor het individueel regime tot
dusver waren gelegen in de persoon van de gedetineerde. Ik heb in eerder in
mijn reactie echter al opgemerkt dat de huidige vorm en omvang van
terroristische dreiging, de bestrijding daarvan en de gevolgen voor de
bejegening van personen die als gevolg hiervan gedetineerd raken binnen het
gevangeniswezen nieuw zijn. Dit vraagt om nieuwe oplossingen.

De selectie op basis van de verdenking van of de veroordeling voor een
terroristisch misdrijf is gebaseerd op de ervaring dat van deze gedetineerden
het gevaar van radicalisering en recrutering uitgaat. Van een dergelijke situatie
is voorheen nooit sprake geweest, maar de tijden zijn veranderd. Daar waar ik
ervoor kies deze gedetineerden te concentreren, ben ik ook gehouden deze
plaatsingscriteria helder en duidelijk in de regeling op te nemen.

De ebi en de labg kennen eigen selectiecriteria die niet worden beïnvloed door
de onderhavige wijziging van (artikel 11 van) de regeling. De wijziging maakt
slechts mogelijk dat op de Terroristen Afdeling een regime van individuele
gemeenschap wordt gevoerd.

Overigens sluit het selectiecriterium voor de Terroristen Afdeling aan bij het
bepaalde in artikel 14, tweede lid, Pbw, waarin wordt bepaald dat de
bijzondere opvang kan samenhangen met de leeftijd, de persoonlijkheid, de
lichamelijke of de geestelijke gezondheidstoestand van de gedetineerden,
alsmede met het delict waarvoor zij zijn gedetineerd. De wijziging van artikel
11 heeft in die zin slechts tot gevolg dat ik in staat ben in deze vorm van
bijzondere opvang het door mij gewenste individueel regime te voeren.

Selectiecriteria, onderdeel c van artikel 20
De Raad merkt op dat onduidelijk is op basis van welke gegevens

5/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJ1/7 december 2006

gedetineerden kunnen worden geselecteerd omdat zij voor of tijdens hun
detentie radicale boodschappen hebben verspreid en dat het verkondigen en
verspreiden van een radicale boodschap niet vanzelfsprekend een bedreiging
voor de (openbare) orde en veiligheid meebrengt.

De achtergrond van dit artikelonderdeel is erin gelegen dat het verkondigen of
verspreiden van een radicale boodschap geacht wordt bij te dragen aan
radicalisering en eventueel rekrutering binnen het gevangeniswezen.
Radicalisering en rekrutering kunnen geacht worden in strijd te zijn met de
orde en veiligheid binnen de inrichting, maar kunnen ook uitstraling hebben
naar de openbare orde en veiligheid. Vandaar dat ook deze gedetineerden op
basis van de wijziging van de regeling geconcentreerd op de afdeling worden
ondergebracht. De praktijk zal uitwijzen op basis van welke gegevens
geconcludeerd kan worden dat van het verkondigen of verspreiden van een
radicale boodschap sprake is, maar in ieder geval moet sprake zijn van een
dergelijke boodschap. Dat is een duidelijke toetsingsnorm.

Een belangrijk deel van de wettelijke beperkingen die gedetineerden worden
opgelegd, is gebaseerd op de invulling van algemene orde- en
veiligheidscriteria, zonder dat de Pbw of aanverwante regelgeving daarvoor
exacte toetsingscriteria biedt. De praktijk laat zien dat in beklag-,
bezwaarschrift- en beroepsprocedures de ruimte daarvoor is gevonden. Mocht
de praktijk laten zien dat de door mij beoogde concentratie van genoemde
doelgroep illusoir wordt, dan zal ik tot aanscherping van de criteria overgaan.

Plaatsing en verlenging; vergelijking met de ebi.

De Raad meent dat de Terroristen Afdeling nauwe overeenkomsten vertoont
met de ebi en dat daarom een vergelijking met de plaatsings- en
verlengingsprocedure van de ebi voor de hand ligt.

Ik deel niet de visie van de Raad dat de Terroristen Afdeling nauwe
overeenkomsten vertoont met het regime van de ebi, net zomin als andere
inrichtingen of afdelingen waar een individueel regime wordt gevoerd. De ebi
kent zeer strenge regimaire veiligheidsmaatregelen die in belangrijke mate
gericht zijn op het voorkómen van vluchtgevaar en gijzelingen. Dat is op de
Terroristen Afdeling in veel mindere mate aan de orde. Een gedetineerde die is
verdacht van of veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf die voldoet aan
de ebi-criteria wordt niet op de Terroristen Afdeling, maar in de ebi geplaatst.
Daarom is bewust niet gekozen voor aansluiting met de plaatsings- en
verlengingsprocedure van de ebi, maar wordt de werkwijze gevolgd zoals die
ook geldt voor andere uitgebreid beveiligde inrichtingen. De regelgeving blijft

6/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

in dat opzicht consistent. Ik licht mijn keuze in het licht van uw advies echter
graag nader toe.

Met de Terroristen Afdeling wordt beoogd het gevaar van radicalisering en
rekrutering in gevangenissen te beperken. Daartoe is de afdeling bewust niet
als een ebi, maar als een uitgebreid beveiligde inrichting aangewezen. Omdat
de onderdelen a en b van artikel 20 kunnen worden aangemerkt als statische
criteria (verdenking van of veroordeling voor een terroristisch misdrijf) heeft
een beslissing van een selectie-adviescommissie in die gevallen weinig tot geen
toegevoegde waarde. Dat geldt ook voor een halfjaarlijkse herbeoordeling.

Waar het gaat om de toepassing van onderdeel c van artikel 20 is in mindere
mate sprake van een statische criteria. Tijdens detentie in een andere
inrichting of na verloop van enige tijd binnen de Terroristen Afdeling kan
bijvoorbeeld worden bezien in hoeverre de in het verleden verkondigde
boodschap van radicalisering nog vergt dat het verblijf van de betrokken
gedetineerde op de Terroristen Afdeling dient te worden gecontinueerd.
Daarom wordt de situatie iedere twaalf maanden herbeoordeeld en neemt de
selectiefunctionaris ambsthalve een besluit omtrent de verlenging van het
verblijf in de Terroristen Afdeling. Tegen dit besluit staat bezwaar en beroep
open. Over de termijn van twaalf maanden is uiteraard discussie mogelijk,
maar uit het oogpunt van eenheid en consistentie van regelgeving heb ik
gekozen voor een aansluiting bij de termijnen die gelden voor de controle van
bezoek en telefooncontacten op grond van de artikelen 38 en 39, Pbw.

Naar aanleiding van uw advies heb ik besloten dat de selectiefunctionaris zich
in deze laat adviseren door een adviescommissie, bestaande uit een
vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie, een vertegenwoordiger van
het Korps Landelijke Politiediensten en een gedragsdeskundige. Na de
voorziene evaluatie kan worden bezien of opname van deze adviescommissie
in de regelgeving noodzakelijk is.

Rechtmatigheid en doelstelling

In het algemeen merkt de Raad op dat de onderbouwing wordt gemist van het
uitgangspunt dat de bijzondere opvang effectief en noodzakelijk is ter
voorkoming van radicalisering tijdens de detentie. De Raad wijst op de situatie
in ons omringende landen en op het belang van nader onderzoek.

In reactie hierop verwijs ik naar hetgeen ik over de bijzondere opvang in
algemene termen eerder in deze brief heb opgemerkt. Ik deel het standpunt

7/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

van de Raad op het punt van nader onderzoek omdat over de effecten van al
dan niet bijzondere opvang van terroristen weinig bekend is.

Ik zeg dan ook gaarne toe dat ik de bijzondere opvang binnen een termijn van
drie jaar zal evalueren.

Resocialisatie en detentiefasering

De Raad benadrukt dat het regime op de Terroristen Afdeling zich ook dient te
richten op resocialisatie en vraagt zich af waarom de termijn voor de
detentiefasering is beperkt tot een strafrestant van een jaar.

Uiteraard kunnen de activiteiten die op de Terroristen Afdeling worden
verricht gericht zijn op resocialisatie, al dient daarbij, gelet op de doelgroep en
het gevoerde individueel regime, een bescheiden ambitieniveau te worden
gehanteerd. Ik onderschrijf met de Raad ook het belang van detentiefasering.
Voor wat betreft de termijn van een jaar licht ik nader toe dat aansluiting is
gezocht bij de termijn die voor algemeen verlof wordt gehanteerd in artikel 14,
eerste lid, van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. De
minimumtermijn van vier maanden sluit aan bij de ontwikkelingen op dit punt
in het kader van Detentie en Behandeling op Maat. Bij de evaluatie van de
bijzondere opvang kan worden bezien of deze termijnen adequaat zijn.

Gemeenschappelijke activiteiten
De Raad wijst op het gevaar van isolationsfolter bij strikte toepassing van het
individueel regime en daarmee samenhangende langdurige solitaire detentie.

In reactie daarop merk ik op dat het uitgangspunt van het regime op de
Terroristen Afdeling geen langdurige solitaire detentie behelst. Mocht in
bijzondere gevallen toch sprake zijn van de noodzaak van langdurige solitaire
detentie, dan behoort het tot de reguliere verantwoordelijkheid van de
directeur ook zorg te dragen voor het psychisch welzijn van de op de afdeling
verblijvende gedetineerden. Indien geindiceerd kan dat een reden vormen voor
tijdelijke uitplaatsing naar een andere bijzondere voorziening.

Algemene bekendheid en maatschappelijke consequenties
De Raad acht het risico van hogere status en verhoogd martelaarschap van de
op de Terroristen Afdeling geplaatste gedetineerden niet denkbeeldig.

Op voorhand ben ik van mening dat het belang van het beperken van het
gevaar van radicalisering en rekrutering in gevangenissen zwaarder weegt dan

de door de Raad gesignaleerde risiso's in deze. Niettemin kan de evaluatie van

8/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

de bijzondere opvang uitwijzen in hoeverre de door de Raad genoemde risico's
zich daadwerkelijk manifesteren en of dat op termijn tot een andere opvang
van de doelgroep zou moeten leiden.

Incidentele opmerkingen

Artikel 11

Gelet op hetgeen ik eerder heb opgemerkt over artikel 11, zie ik geen
toegevoegde waarde in gerubriceerde onderdelen van dit artikel. De woorden
‘van het plegen' na ‘de aard van het delict' kunnen niet komen te vervallen,
omdat de gedetineerde niet verdacht wordt van een delict, maar van het
plegen daarvan. Wel zal ik de suggestie van de Raad overnemen om de term
‘plegen' te vervangen door de term ‘begaan’, bij de eerstvolgende wijziging van
de regeling.

Artikel 16

Gelet op mijn toelichting terzake de plaatsing van minderjarigen op de
Terroristen Afdeling ga ik ervan uit dat de bezorgdheid van de Raad op het
punt van de vermeende plaatsing van minderjarigen op deze afdeling vanaf 13
tot 15 jaar is weggenomen.

Artikel 26a
De suggestie van de Raad zal ik overnemen bij eerstvolgende wijziging van de
regeling.

Artikel 26b
De suggestie van de Raad zal ik overnemen bij eerstvolgende wijziging van de
regeling.

Conclusie

Op de afzonderlijke onderdelen van de conclusie ben ik in mijn reactie
gemotiveerd ingegaan. Uw Raad verschilt met het kabinet en met de bij de
problematiek van terrorisme betrokken overheidsinstanties van mening over
de mogelijkheden die concentratie van terroristen kan bieden bij de beperking
van het gevaar van radicalisering en rekrutering in gevangenissen. Een
weloverwogen oordeel dient mede te worden gebaseerd op een gedegen
evaluatie van daarmee opgedane ervaringen.

9/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>5453651/06/DJI/7 december 2006

Omdat het hier gaat om een vrij recent en in het Nederlandse
gevangeniswezen tot dusver onbekend fenomeen acht ik deze evaluatie van de
door mij getroffen bijzondere voorziening in het bijzonder van belang.

Het advies van de Raad heeft mij inzicht gegeven in de vele vragen die zich na
deze nieuwe ontwikkeling laten stellen en ik heb met respect voor de mening
van de Raad gepoogd de nadere achtergronden van de bijzondere voorziening

nader uiteen te zetten.

De Minister van Justitie,

EDU

10/10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>