<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                     Levenslang
                            perspectief op verandering
                                 advies 1 december 2006
    De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming draagt er door middel van
 rechtspraak en advies toe bij dat overheid en relevante uitvoeringsorganen voldoende oog
  houden voor de beginselen van een goede bejegening, alsmede voor de rechtspositie van
   diegenen die in het kader van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en de
bescherming van jeugdigen aan de verantwoordelijkheid van de overheid zijn toevertrouwd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                 Levenslang, perspectief op verandering
                                     Advies d.d. 30 november 2006
inhoud
Samenvatting ...................................................................................................... 3
1. Inleiding.......................................................................................................... 5
2. Achtergrond en actuele ontwikkelingen ................................................................ 5
  2.1 Toename van het aantal levenslang gestraften ................................................. 5
  2.2 Ontwikkelingen binnen het gevangeniswezen ................................................... 6
  2.3 De Nederlandse situatie vergeleken met internationale wet- en regelgeving.......... 8
  2.4 Voorwaardelijke invrijheidstelling.................................................................. 10
  2.5 Ontwikkelingen binnen de tbs/longstay ......................................................... 11
3. Het belang van perspectief............................................................................... 12
  3.1 Inhoudelijke overwegingen .......................................................................... 12
  3.2 Concrete aanbeveling: invoering van periodieke toetsing ................................. 13
4. Invulling van de detentie ................................................................................. 16
  4.1 Stand van zaken ........................................................................................ 16
  4.2 Concrete aanbevelingen .............................................................................. 18
  4.3 Aanbevelingen ten behoeve van zeer langgestraften ....................................... 21
5. Verhouding tot tbs / longstay ........................................................................... 22
Bronvermelding.................................................................................................. 23
                                                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                            Levenslang, perspectief op verandering
                                Advies d.d. 30 november 2006
Samenvatting
Het aantal veroordelingen tot levenslange gevangenisstraf in Nederland is de
laatste tien jaar sterk gestegen. Deze zwaarste sanctie binnen het Nederlands
strafrecht is van oudsher omgeven met bijzondere aandacht voor enerzijds de wet-
en regelgeving met betrekking tot de tenuitvoerlegging en anderzijds de concrete
detentiesituatie. De Raad constateert dat op beide punten de situatie voor
verbetering vatbaar is en doet hiervoor een aantal concrete aanbevelingen.
Met de huidige wijze van tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf,
waarbij levenslang letterlijk wordt opgevat als detentie ‘tot de dood erop volgt’,
neemt Nederland binnen Europa een uitzonderingspositie in. In de meeste Europese
landen bepaalt de wet- en regelgeving dat na ongeveer vijftien of twintig jaar door
de rechter wordt getoetst of voortzetting van de levenslange detentie nog
noodzakelijk en legitiem is. In Nederland, waar zo'n systeem van rechterlijke
toetsing nooit heeft bestaan, kan de levenslang gestrafte een verzoek tot gratie
indienen. Tot in de jaren tachtig werd dit gratiebeleid ondersteund door de
algemeen heersende politieke opvatting dat ook plegers van zeer ernstige delicten
in principe een kans moeten hebben op terugkeer in de samenleving. Als gevolg
van politieke en beleidsmatige ontwikkelingen wordt nauwelijks nog invulling
gegeven aan het gratiebeleid. Wie nu in Nederland wordt veroordeeld tot
levenslange gevangenisstraf, weet dat er geen regelingen bestaan op grond
waarvan nut en noodzaak van voortzetting van detentie na verloop van tijd worden
getoetst.
De Raad acht dit een ongewenste situatie en wijst erop dat deze praktijk op
gespannen voet staat met zowel internationale verdragen als de Europese
strafrechtpraktijk. In de geest van de internationale richtlijnen wijst de Raad erop
dat de gedetineerde in de loop der jaren een ontwikkeling kan doormaken in de
richting van afnemende delictgevaarlijkheid. Dit leidt tot de volgende aanbeveling:
Aanpassing van de wet- en regelgeving met betrekking tot de tenuitvoerlegging
van de levenslange gevangenisstraf door invoering van een periodieke toetsing op
delictgevaarlijkheid na vijftien jaar. Afhankelijk van de uitslag van de toetsing kan
worden besloten om de gedetineerde over te plaatsen naar een minder beveiligd
regime of om de straf ‘op jaren te stellen’ waarmee voorwaardelijke
invrijheidstelling mogelijk wordt.
Met betrekking tot de invulling van de detentie constateert de Raad dat deze voor
levenslang gestraften vooral in het teken staat van beperkingen die samenhangen
met de extra nadruk op veiligheid en met uitsluiting van resocialisatieprogramma's.
De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) onderkent deze situatie en zoekt in het kader
van de invulling van het programma Detentie en Behandeling op Maat (DBM) naar
oplossingen. De Raad kan zich vinden in de met DBM ingeslagen denkrichting,
voorzover deze inhoudt dat de gedetineerde wordt geplaatst in een regime dat het
best aansluit bij de individuele zorg- of beveiligingsbehoefte, met onder meer
                                                                                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                 Levenslang, perspectief op verandering
                                     Advies d.d. 30 november 2006
aandacht voor de bijzondere zorgbehoefte van de groeiende groep ouderen in
detentie. Tegelijkertijd echter constateert de Raad een voortzetting van de tendens
om voornamelijk te investeren in 'kansrijke' gedetineerden, wat voor levenslang
gestraften onder meer betekent dat ze worden uitgesloten van op resocialisatie
gerichte activiteiten. Enerzijds constateert de Raad dat de nieuwe plannen in
principe ruimte laten voor overplaatsing naar een minder beveiligd regime, maar
anderzijds valt te betwijfelen of dit voor levenslang gestraften in de praktijk niet zal
worden overschaduwd door de politieke en maatschappelijke nadruk op veiligheid.
Met betrekking tot de invulling van de detentie komt de Raad tot de volgende
aanbevelingen:
− zorgvuldige selectie en overplaatsing;
− verbetering van de rechtsbijstand m.b.t. de tenuitvoerlegging van de
    (levens)lange straf;
− inrichting van aparte afdelingen waar zorg en bejegening zijn afgestemd op de
    veelal oudere langgestrafte;
− aanbod van op de individuele situatie afgestemde alternatieve dagvulling.
De Raad stelt het op langdurig verblijf afgestemde leefklimaat in de tbs in veel
opzichten ten voorbeeld aan de vormgeving van de detentie voor levenslang
gestraften, mede gelet op de vaak zware problematiek die deze gedetineerden
kenmerkt. Daarbij doelen wij dan op de in het algemeen gangbare
kwaliteitsstandaard in de tbs-klinieken en niet op de versoberde wijze van
tenuitvoerleggen van longstay in (voormalige) afdelingen van het
gevangeniswezen 1 .
1
  De Raad acht het inrichten van tbs-longstayvoorzieningen in het gevangeniswezen op zichzelf een
ongewenste ontwikkeling en slechts aanvaardbaar als noodoplossing (advies tbs in het
gevangeniswezen, RSJ 2006).
                                                                                                  4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                               Levenslang, perspectief op verandering
                                   Advies d.d. 30 november 2006
1. Inleiding
Gedetineerden die zijn veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf brengen de
resterende tijd van hun leven in detentie door zonder een noemenswaardig
perspectief op verandering van hun situatie. Anders dan in de meeste Europese
landen heeft de tot levenslang veroordeelde in Nederland vrijwel geen kans om
vervroegd in vrijheid te worden gesteld. Wat betreft de invulling van de detentie
voor deze groep ligt de nadruk meer op verhoogde veiligheidseisen en uitsluiting
van (resocialisatie)activiteiten dan op een aan de situatie aangepast aanbod van
begeleiding en daginvulling. De Raad is van mening dat in deze situatie op een
aantal punten verbeteringen kunnen worden aangebracht, zowel op het punt van
wet- en regelgeving rond de tenuitvoerlegging van de levenslange straf als van de
concrete detentieomstandigheden. De vraag of de levenslange gevangenisstraf op
zichzelf als een wenselijke straf moet worden beschouwd, gaat het werkterrein van
de Raad te buiten en staat daarom in dit advies niet ter discussie. Wel acht de Raad
het van belang dat, gezien de bijzondere zwaarte van deze straf, de
tenuitvoerlegging ervan is ingebed in zorgvuldige regelgeving, die perspectieven
biedt in verband met mogelijke verandering en ontwikkeling van de gedetineerde.
Deze opvatting sluit aan bij de Europese praktijk en bij een actuele discussie over
de Nederlandse wet- en regelgeving met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de
levenslange gevangenisstraf 2 .
In het onderstaande komen achtereenvolgens aan de orde: de inhoudelijke
achtergrond en actuele ontwikkelingen die de aanleiding vormen voor dit advies;
regelgeving omtrent de tenuitvoerlegging van de levenslange straf;
detentieomstandigheden binnen de levenslange gevangenisstraf en, voor zover de
problematiek overeenkomt, binnen de zeer lange gevangenisstraf, en de
verhouding tussen gevangeniswezen en tbs.
2. Achtergrond en actuele ontwikkelingen
Dit advies is tot stand gekomen tegen de achtergrond van de volgende
ontwikkelingen:
1. de recente toename van het aantal levenslang gestraften;
2. ontwikkelingen binnen het gevangeniswezen;
3. internationale wet- en regelgeving;
4. het wetsvoorstel voorwaardelijke invrijheidstelling;
5. ontwikkelingen binnen de tbs/longstay.
2.1 Toename van het aantal levenslang gestraften
De levenslange gevangenisstraf werd tot voor kort in Nederland nauwelijks
opgelegd. De laatste jaren echter is sprake van een stijging van het aantal
veroordelingen tot levenslang. Begin jaren negentig werd gemiddeld één keer per
jaar levenslang geëist en opgelegd, begin deze eeuw gebeurde dat drie tot vier keer
2
  Veranderingen van de Nederlandse praktijk worden o.a. bepleit door Bleichrodt, Van Hattum, De Bont
en Hamer, Anker en Blekxtoon
                                                                                                     5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                 Levenslang, perspectief op verandering
                                     Advies d.d. 30 november 2006
per jaar 3 . Waren er tien jaar geleden nog vier levenslang gestraften, momenteel
zijn dat er 32, van wie er 18 onherroepelijk zijn veroordeeld 4 . De sterkste stijging
doet zich voor in de afgelopen jaren: 20 van de 32 levenslang gestraften zijn
veroordeeld na het jaar 2000.
De stijging kan in verband worden gebracht met een verharding van het
strafklimaat. Uit een recent onderzoek 5 blijkt dat de gemiddelde straf die wordt
opgelegd bij moord en doodslag tussen 1993 en 2004 is toegenomen met 2,6 jaar.
Dat betekent dat de opgelegde straf voor moord en doodslag gemiddeld ieder jaar
met ruim twee maanden is toegenomen. Een overzicht van de DJI over de periode
1997-2005 laat eveneens een duidelijke toename zien van het aantal zeer lang
gestraften in de categorieën '8-12 jaar' en '12 jaar of meer' 6 .
Tevens is onlangs de maximumstraf verhoogd van 20 naar 30 jaar. Daarmee ligt
enerzijds een verdere verhoging van het aantal zeer lang gestraften in de lijn der
verwachting. Anderzijds kan de verkleining van het 'strafgat' tussen de maximale
tijdelijke straf en levenslang ertoe leiden dat de stijging van het aantal levenslange
straffen tot staan wordt gebracht.
2.2 Ontwikkelingen binnen het gevangeniswezen
2.2.1 Versobering
De versobering die het hele gevangeniswezen treft, heeft specifieke gevolgen voor
de detentie van levenslang gestraften. Volgens de huidige richtlijnen komen alleen
nog gemotiveerde en kansrijke gedetineerden in aanmerking voor een op
resocialisatie gericht aanbod van activiteiten en interventies. Levenslang gestraften
vallen hier per definitie buiten aangezien bij hen geen sprake is van terugkeer in de
samenleving. Beroepsgerichte opleidingen worden niet aangeboden omdat er geen
sprake is van een verwachte terugkeer op de arbeidsmarkt. Alternatieve
ontwikkelingsmogelijkheden worden binnen het standaardregime nauwelijks
aangeboden.
2.2.2 Beleid DJI
De situatie van de groeiende groep levenslang gestraften die in principe zonder
bijzondere voorzieningen op standaardafdelingen verblijven, vormt een punt van
aandacht voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). In het kader van De Nieuwe
Inrichting (DNI) en meer in het bijzonder het programma Detentie en Behandeling
op Maat (DBM) wordt gezocht naar mogelijke verbeteringen. Vragen daarbij zijn
onder meer of de tot levenslang veroordeelden moeten worden aangemerkt als een
bijzondere groep en in hoeverre hiervoor apart beleid moet worden ontwikkeld. Is
het mogelijk en gewenst om voor levenslang gestraften een vorm van
detentiefasering te ontwikkelen? Is het zinvol om voor deze categorie inrichtingen
te bestemmen naar het model van de longstayafdelingen binnen de tbs?
3
  Nieuwbeerta en Van Wingerden 2006-b
4
  Informatie verstrekt door de Dienst Justitiële Inrichtingen
5
  Nieuwbeerta en Van Wingerden, 2006-a/b
6
  DJI, 2006
                                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                  Levenslang, perspectief op verandering
                                      Advies d.d. 30 november 2006
Vooralsnog bestaat bij DJI reserve ten aanzien van het ontwikkelen van algemeen
beleid voor levenslang gestraften. In verband met de grote onderlinge verschillen
met betrekking tot bijvoorbeeld het benodigde niveau van zorg of beveiliging, zoekt
men de oplossing eerder in maatwerk: aanpassing van de detentie aan de
mogelijkheden en veiligheidsrisico's van de individuele gedetineerde. Wel wordt
onderzocht of het wenselijk is om speciale verblijfsafdelingen voor levenslang
gestraften in te richten.
2.2.3 Controle op fysieke en geestelijke gezondheid
Lange gevangenisstraffen kunnen de lichamelijke en psychische gezondheid van de
gedetineerde sterk beïnvloeden. Regelmatige controle van diens toestand is daarom
noodzakelijk. Tot 1999 gebeurde dit in het kader van de 'volgprocedure
langgestraften'. Deze hield in dat gedetineerden met een vonnis van 6 jaar of meer
na het verstrijken van eenderde deel van de straftijd iedere drie jaar klinisch
werden onderzocht door het Penitentiair Selectie Centrum (PSC).
Nadat in 1999 deze volgprocedure is afgeschaft en op inrichtingsniveau het
psychomedisch overleg (p.m.o.) werd ingesteld, houdt dit p.m.o. toezicht op de
lichamelijke en psychische toestand van de gedetineerde. Periodiek diagnostisch
onderzoek door het PSC behoort daarmee niet meer tot de standaardprocedure 7 .
Wel kan een verzoek hiertoe op ieder moment worden ingediend door het p.m.o.
of, in het kader van overplaatsing naar een andere inrichting, door het Bureau
Selectiefunctionarissen. Conform de selectieprocedure bij vonnissen van tenminste
acht jaar of een combinatievonnis (gevangenisstraf + tbs) wordt slechts eenmaal
een selectieadvies aan het PSC gevraagd, namelijk na veroordeling in eerste
aanleg. Daarna controleert het p.m.o. binnen de inrichting de fysieke en psychische
gezondheid van de gedetineerde. De geestelijke verzorging en/of de psycholoog
bieden zonodig extra zorg en begeleiding. Vooral in de eerste periode na hun
veroordeling hebben levenslang gestraften hieraan doorgaans veel behoefte.
Volgens het PSC verloopt de monitoring van langgestraften door de p.m.o.'s in de
inrichtingen redelijk goed en worden gedetineerden zonodig naar het PSC
doorgestuurd voor onderzoek of behandeling. Vanuit het oogpunt van zorg voor de
geestelijke en lichamelijke gezondheid wordt de afschaffing van de volgprocedure
over het algemeen niet als bezwaarlijk ervaren. Een knelpunt ligt eerder in de
geringe mogelijkheden om concrete aanbevelingen van het p.m.o. of PSC binnen de
detentie van de levenslang gestrafte daadwerkelijk te realiseren. Daarbij kan het
gaan om overplaatsing naar een ander regime (bijvoorbeeld in verband met de
behoefte aan een rustige, prikkelarme omgeving), een andere locatie (i.v.m.
bezoek) of andere faciliteiten (computergebruik, gebruik van muziekinstrumenten,
invoer van cd's, mogelijkheden tot zelfstudie etc. - het belang hiervan wordt verder
uitgewerkt in hoofdstuk 4).
7
  Tenzij de levenslang gestrafte in de EBI verblijft, waar in verband met de extreme
beveiligingsmaatregelen binnen dit regime een halfjaarlijkse controle door het PSC plaatsvindt.
                                                                                                7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                Levenslang, perspectief op verandering
                                    Advies d.d. 30 november 2006
2.2.4 Toetsing op gronden voor ambtshalve gratieverlening
Een ander - en voor levenslang gestraften belangrijk - aspect van de
bovengenoemde volgprocedure was dat in de periodieke onderzoeken tevens werd
getoetst op het bestaan van gronden voor het ambtshalve verlenen van gratie. Een
belangrijk doel van de onderzoeken was immers om "na te gaan welke resultaten
de penitentiaire behandeling heeft gehad, welke prognose vanuit penitentiair en
reclasseringsoogpunt kan worden gesteld en welke aanbevelingen op grond
daarvan kunnen worden gedaan" 8 . Deze aanbevelingen konden zijn:
geïntensiveerde opvang binnen de inrichting, overplaatsing naar een andere
inrichting, plaatsing in een tbs-inrichting of vervroeging van (voorwaardelijke)
invrijheidstelling via een gratieprocedure.
Met het wegvallen van deze periodieke toetsing is zodoende een belangrijke pijler
onder de invulling van het Nederlandse gratiebeleid weggevallen.
2.3 De Nederlandse situatie vergeleken met internationale wet- en regelgeving
Op dit moment betekent `levenslang' in Nederland letterlijk een levenslange
gevangenisstraf. Dit is zowel in historisch als in internationaal perspectief allerminst
vanzelfsprekend. Vanaf de invoering van de levenslange gevangenisstraf is de
vraag naar de legitimiteit ervan gekoppeld aan specifieke voorwaarden rond de
tenuitvoerlegging, waarbij in het bijzonder wordt gewezen op het tweeledig doel
van gevangenisstraf: enerzijds straf als vergelding voor het misdrijf en anderzijds
opsluiting als maatregel ter beveiliging van de maatschappij. In het verlengde
hiervan wordt gesteld dat vanaf een bepaald moment de grond voor voortzetting
van de detentie niet meer gevonden kan worden in het principe van vergelding
maar in het reëel bestaande gevaar dat de gedetineerde vormt voor de
samenleving.
In deze gedachtegang staat de veroordeling tot levenslange gevangenisstraf niet
ter discussie. Gerespecteerd wordt dat de rechter deze op een bepaald moment als
enige passende straf kan zien. Maar tegelijkertijd overheerst het gevoelen dat na
verloop van tijd de individuele of maatschappelijke situatie zodanig veranderd kan
zijn dat voortzetting van de straf niet meer vanzelfsprekend is en dat de gronden
daarvoor opnieuw getoetst moeten worden.
2.3.1 Internationale richtlijnen en regelgeving
Binnen Europa hebben deze overwegingen geleid tot uitgebreide wet- en
regelgeving rond de tenuitvoerlegging van de levenslange straf, zowel op nationaal
als internationaal niveau. Gezaghebbende internationale instanties benadrukken het
belang van perspectief binnen een levenslange straf, uitgaande van het idee dat het
vergeldingsaspect van de straf niet eeuwig duurt en dat na een bepaald aantal
jaren de legitimiteit van voortzetting van de straf vooral ligt in de
delictgevaarlijkheid van de veroordeelde.
In een VN-rapport uit 1994 over de levenslange gevangenisstraf9 wordt gesteld dat
8
  Circulaire volgprocedure 1978
9
  United Nations, 1994
                                                                                       8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>                                Levenslang, perspectief op verandering
                                    Advies d.d. 30 november 2006
na 10 tot 25 jaar regelmatig onderzocht dient te worden of de gedetineerde in
aanmerking kan komen voor vrijlating.
In het Statuut van het Internationaal Strafhof (ICC) is voorzien dat na 25 jaar
herbeoordeling van de situatie door een rechter moet plaatsvinden. De Raad van
Europa beveelt aan zo snel mogelijk te onderzoeken of voorwaardelijke
invrijheidstelling mogelijk is en bepaalt nadrukkelijk dat levenslang gestraften niet
bij voorbaat mogen worden uitgesloten van voorwaardelijke invrijheidstelling en dat
ook de detentie van levenslang gestraften in het teken moet staan van
voorbereiding van terugkeer in de samenleving 10 . Het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) eist dat er een
mogelijkheid moet bestaan om de voortdurende rechtmatigheid van iedere detentie
te toetsen (art.5, lid 4). In het verlengde van deze bepaling uit het EVRM stelt het
Kaderbesluit ‘Europees Aanhoudingsbevel' dat overlevering kan worden geweigerd
als een levenslange veroordeling dreigt en in het land dat om overlevering verzoekt
een regeling ontbreekt voor regelmatige toetsing op gronden voor voortzetting van
de detentie. Een aantal landen heeft op basis van deze mogelijkheid ook een
daadwerkelijk voorbehoud terzake van de overlevering gemaakt.
Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) gaat uit van het
principe dat na een bepaalde periode voortzetting van de levenslange detentie niet
meer vanzelfsprekend is maar moet worden gelegitimeerd door het risico dat de
veroordeelde voor de samenleving vormt. Uit recente jurisprudentie over
levenslange gevangenisstraffen 11 blijkt dat het Hof de rechtmatigheid van
voortgezette detentie toetst aan de vraag of de mogelijkheid van vrijlating is
onderzocht.
2.3.2 Praktijk in de ons omringende landen
In de meeste westerse landen hebben bovenstaande overwegingen geleid tot een
systeem waarbij de tot levenslang veroordeelde na verloop van een aantal jaren
(variërend van 15 tot 25 jaar) recht heeft op periodieke toetsing van zijn
delictgevaarlijkheid. Deze toetsing biedt nadrukkelijk geen garantie op vrijlating of
verandering van regime, maar creëert wel een perspectief waarbinnen een
dergelijke verandering mogelijk is.
In Duitsland, waar anders dan in ons land de wetten worden getoetst aan de
grondwet, heeft het Bundesverfassungsgericht in 1977 bepaald dat de levenslange
gevangenisstraf niet in strijd is met de Duitse grondwet mits de veroordeelde een
kans heeft op invrijheidstelling en aanspraak kan blijven maken op resocialisatie.
De praktijk is hier dat een levenslange straf in principe na 15 jaar wordt omgezet in
een voorwaardelijke straf, tenzij dit wordt verhinderd door bijzondere zwaarte van
de schuld of een te groot veiligheidsrisico. Een levenslange straf zonder enig
uitzicht op een kans op vrijlating wordt beschouwd als een onmenselijke straf. Een
levenslange straf die in principe letterlijk levenslang duurt, bestaat binnen Europa
alleen in Nederland, Finland en Zweden, waarbij het in Finland gebruikelijk is dat na
10
   Council of Europe, 1996 en 2003
11
   European Court of Human rights, 11 april 2006, Léger vs. France, nr. 19324/02
                                                                                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                Levenslang, perspectief op verandering
                                    Advies d.d. 30 november 2006
12 tot 14 jaar voorlopige gratie wordt verleend 12 . Ook in Zweden verblijven
levenslang gestraften in de praktijk doorgaans niet levenslang in detentie. In het
ontwerp WvSr voor de Antillen tenslotte is met betrekking tot de levenslange
gevangenisstraf eveneens voorzien in periodieke toetsing na de eerste twintig jaar.
2.3.3 Nederlandse praktijk
In Nederland kan beëindiging van de levenslange straf alleen worden gerealiseerd
door gratiëring. Het gratiebeleid, dat justitieel werd ondersteund door de periodieke
toetsing in het kader van de volgprocedure en tot eind jaren zeventig politieke
steun genoot van de achtereenvolgende ministers van Justitie, blijkt echter
kwetsbaar doordat het wordt beïnvloed door politieke en beleidsmatige
ontwikkelingen. Met het wegvallen van de periodieke toetsing en van de politieke
steun is dit beleid dan ook behoorlijk uitgehold: sinds de jaren zeventig is aan
levenslang gestraften slechts twee maal gratie verleend. In Nederland wordt de
levenslange straf momenteel ingevuld als detentie ‘tot de dood erop volgt'. Deze
afwijking van de Europese praktijk heeft deels te maken met het bestaan van de
tbs-maatregel naast de gevangenisstraf. Veel van de delinquenten die in
omringende landen zouden worden veroordeeld tot zeer lange of levenslange
gevangenisstraf, wordt in Nederland tbs opgelegd. De tenuitvoerlegging van de tbs
kent wel een periodieke toets met het oog op voortzetting van de maatregel. Het
gemis van een dergelijke toets bij de levenslange gevangenissstraf – waarmee
Nederland dus een uitzonderingspositie inneemt – roept onder
strafrechtsdeskundigen in toenemende mate kritiek op 13 . Onder verwijzing naar
Europese regelgeving wordt veelal gepleit voor invoering van een in de wet
vastgelegde periodieke toetsing.
Ook uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt het bestaan van een periodieke
toetsing een belangrijk criterium in de vraag of de bepalingen van het EVRM
worden geschonden. De HR acht de levenslange gevangenisstraf als zodanig niet in
strijd met het EVRM, mits de gedetineerde het recht heeft op regelmatige toetsing
op gronden voor vrijlating. Dit blijkt uit onder andere uit een arrest uit 1999
(levenslange gevangenisstraf voor moord) waarin de Hoge Raad oordeelde dat aan
art. 5 lid 4 van het EVRM in Nederland is voldaan door het bestaan van de
gratiemogelijkheid in combinatie met de volgprocedure 14 .
2.4 Voorwaardelijke invrijheidstelling
De mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) voor levenslang
gestraften heeft vanaf de invoering van de levenslange gevangenisstraf tot in de
jaren zeventig op de ministeriële agenda gestaan. Tot 1980 overheerste binnen de
politiek het gevoelen dat ook plegers van zeer ernstige delicten perspectief moeten
hebben op mogelijke terugkeer in de samenleving. Deze politieke discussie is
tijdens de afgelopen decennia doodgebloed. Enerzijds doordat het politieke
12
   Bijleveld 2006
13
   Kelk 2003/4, De Bont en Hamer 2005, Hol en Ter Voorde 2001, Leijten 2000, Blekxtoon 2003, Van
Hattum 2006, Bijleveld 2006
14
   Arrest HR 9-3-1999, NJ 1999 , 435
                                                                                                 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>                                Levenslang, perspectief op verandering
                                    Advies d.d. 30 november 2006
draagvlak voor dit idee verdween, anderzijds doordat de levenslange
gevangenisstraf nauwelijks werd opgelegd. Recente ontwikkelingen in Nederland
wijzen niet in de richting van de mogelijkheid van v.i. voor levenslang gestraften.
In het onlangs aan de Tweede Kamer aangeboden wetsvoorstel v.i., waarin wordt
bepaald dat de vervroegde invrijheidstelling na verstrijken van tweederde deel van
de straftijd opnieuw een voorwaardelijk karakter krijgt, zijn ten aanzien van
levenslang gestraften geen bijzondere voorzieningen opgenomen. Ook geeft de
rechter bij het opleggen van een levenslange gevangenisstraf in toenemende mate
aan - daarmee vooruitlopend op eventuele toekomstige gratieverzoeken - het
ongewenst te achten dat de veroordeelde ooit terugkeert in de samenleving. De
Hoge Raad redeneert in de recente zaak ‘Lucy de B.’ in dezelfde geest: met de
oplegging van een levenslange gevangenisstraf probeert de rechter te voorkomen
dat de veroordeelde nog terugkeert in de samenleving 15 .
In het kader van de huidige discussie over de tenuitvoerlegging van de levenslange
gevangenisstraf is de mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling voor
levenslang gestraften, mits omgeven met zorgvuldige toetsing met het oog op
veiligheid, echter opnieuw actueel. Een van de argumenten daarbij is dat de
delictgevaarlijkheid van de gedetineerde en de in de samenleving gevoelde
vergeldingsbehoefte geen statische begrippen zijn. Dit zelfde argument wordt
overigens genoemd in de Memorie van Toelichting bij de wetswijziging v.i., in
verband met de vraag of gedetineerden met een maximale straf van v.i. moeten
worden uitgesloten 16 . In tegenstelling tot het conceptwetsvoorstel waarin deze
uitsluiting was opgenomen, stelt de huidige Memorie van Toelichting dat een
rechter op het moment dat hij een straf oplegt niet kan overzien of na 13 jaar (of in
het geval van de nieuwe maximumstraf 20 jaar) de persoonlijke of
maatschappelijke situatie zodanig kan zijn veranderd dat v.i. aangewezen is.
2.5 Ontwikkelingen binnen de tbs/longstay
Dat de levenslange gevangenisstraf in Nederland nog steeds betrekkelijk weinig
wordt opgelegd in vergelijking met de meeste omringende landen, heeft zoals
gezegd te maken met het bestaan van de tbs-maatregel. Vooral het toenemende
aantal patiënten op longstayafdelingen wordt wel aangemerkt als 'de verborgen
groep levenslang gedetineerden'. Volgens schattingen van de DJI en het WODC
verblijven in 2006 ruim tweehonderd patiënten op longstayafdelingen. Een deel van
deze populatie komt nu letterlijk het gevangeniswezen binnen als gevolg van de
inrichting van longstayafdelingen in gevangenissen. De indruk bestaat dat het
aantal tbs-plaatsen binnen het gevangeniswezen zal toenemen. Ook in het
eindrapport van het parlementair onderzoek tbs wordt, ten behoeve van een
grotere differentiatie in gevallen waar langdurige vrijheidsbeneming noodzakelijk
blijkt, samenwerking met zowel de geestelijke gezondheidszorg als het
gevangeniswezen voorgesteld. De huidige ontwikkeling, waarbij de tbs-maatregel
via plaatsing op de longstay steeds vaker uitmondt in levenslange
vrijheidsbeneming, zou hiermee gekeerd moeten worden. Een van de redenen is
15
   Bleichrodt 2006 / HR 14 maart 2006, LJN AU5496, JIN 2006, 214
16
   TK, vergaderjaar 2005-2006, 30513, nr. 3
                                                                                    11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                Levenslang, perspectief op verandering
                                    Advies d.d. 30 november 2006
dat het hier een zeer kostbare vorm van `levenslang' betreft 17 .
Conclusie
Tegen de achtergrond van de hierboven geschetste ontwikkelingen acht de Raad
een aanpassing van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in
Nederland noodzakelijk en actueel. Zowel wat betreft de wet- en regelgeving als
wat betreft de invulling van de concrete detentieomstandigheden is de Nederlandse
situatie voor verbetering vatbaar.
3. Het belang van perspectief
3.1 Inhoudelijke overwegingen
De Raad acht, uit het oogpunt van humane strafrechtstoepassing, invoering van
een reëel perspectief op mogelijke verandering van de detentiesituatie en eventuele
terugkeer in de samenleving voor levenslang gestraften essentieel. Uit
veldonderzoek is de Raad gebleken dat gedragskundigen en afdelingspersoneel in
het gevangeniswezen en gedetineerden deze zienswijze delen. Ze ligt tevens in het
verlengde van de eerdergenoemde internationale verdragen (met name het VN-
rapport 'Life imprisonment' gaat expliciet in op de psychologische effecten van een
detentie zonder perspectief en tijdmarkering). De Raad baseert zijn opvatting over
het belang van perspectief binnen de tenuitvoerlegging van de levenslange detentie
op de volgende overwegingen omtrent individuele en maatschappelijke
ontwikkeling, de kwaliteit van leven tijdens detentie en de verschillende doelen van
gevangenisstraf.
−    Individuele ontwikkeling
     De veroordeelde kan na een aantal jaren een ontwikkeling hebben doorgemaakt
     waardoor het delictgevaar is afgenomen. Deze ontwikkeling kan samenhangen
     met het ouder worden of met in detentie ondergane behandeling. Vanuit
     ontwikkelingspsychologisch perspectief rijst de vraag in hoeverre de
     gedetineerde van middelbare leeftijd nog dezelfde persoon is als de
     vijfentwintigjarige die destijds tot levenslange gevangenisstraf werd
     veroordeeld. Uitgaande van het idee dat ontwikkeling in de richting van morele
     rijping en afnemende delictgevaarlijkheid in principe mogelijk is, lijkt het
     waarschijnlijk dat zo'n positieve ontwikkeling wordt gestimuleerd door het
     bestaan van een perspectief op mogelijke vrijlating of op verandering van de
     detentieomstandigheden.
−    Veranderingen in maatschappelijke context
     De veroordeling tot levenslang wordt uitgesproken binnen een maatschappelijke
     context. Bij een dergelijk vonnis gaat het altijd om een zeer zwaar delict met
     grote impact op de publieke opinie. Op dat moment is het zowel voor de rechter
     als voor de bevolking moeilijk voorstelbaar dat de veroordeelde ooit kan
     terugkeren in de samenleving. Na het verstrijken van lange tijd is de
17
   TK, vergaderjaar 2005-2006, 30250, nr. 5, aanbeveling 4
                                                                                    12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>                            Levenslang, perspectief op verandering
                                Advies d.d. 30 november 2006
    maatschappelijke context doorgaans veranderd en wordt de behoefte aan straf
    als vergelding voor het delict vanuit de samenleving mogelijk minder heftig
    gevoeld. Uiteindelijk kan zelfs, als de veroordeelde ouder en zwakker is
    geworden, ook vanuit de samenleving de vraag opkomen of voortzetting van de
    detentie nog wenselijk en noodzakelijk is.
−   Kwaliteit van leven tijdens detentie
    Waar enig reëel perspectief op mogelijke verandering ontbreekt, rijst de vraag
    of er nog sprake is van een menswaardig bestaan in detentie. De aanwezigheid
    van een toekomstperspectief is niet alleen van belang om de lange
    gevangenisstraf te kunnen doorstaan, maar kan bovendien een belangrijke
    motiverende factor vormen om te komen tot gedragsverandering. Een
    toetsmoment, waarin de mogelijkheid van regimeverandering of
    invrijheidstelling wordt onderzocht, is voor de levenslang gestrafte een
    belangrijk ijkpunt in een 'eindeloze' tijd. Alleen al het bestaan van zo'n ijkpunt,
    ook zonder de zekerheid dat vrijlating volgt, is in veel gevallen bevorderlijk voor
    de kwaliteit van leven tijdens detentie. Hoop, hoe fragiel ook, blijkt een
    belangrijke factor binnen de levenslange detentie. Het valt te verwachten dat
    het detentieklimaat en de beheersbaarheid positief worden beïnvloed als tot
    levenslang veroordeelden enig perspectief hebben op een mogelijk einde van
    hun detentie.
−   De verschillende doelen van gevangenisstraf
    Zoals eerder is aangegeven, dient de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf
    verschillende doelen: vergelding, beveiliging van de maatschappij en
    resocialisatie met het oog op terugkeer in de samenleving. Na verloop van tijd is
    de behoefte aan vergelding doorgaans afgenomen, waarmee beveiliging als doel
    van detentie meer op de voorgrond komt te staan. Vanaf dat moment is het dan
    ook aan te raden om de delictgevaarlijkheid van de gedetineerde, die immers in
    de loop der jaren kan veranderen, periodiek te toetsen en de uitkomst daarvan
    af te wegen tegen andere doelen die met verdere tenuitvoerlegging van de
    gevangenisstraf nog gediend zijn.
Op grond van deze overwegingen is de Raad van mening dat voortzetting van de
levenslange detentie na een groot aantal jaren niet meer vanzelfsprekend als
legitiem wordt ervaren en dat vanaf dat moment een periodieke beoordeling van de
noodzaak tot voortgezette detentie gewenst is.
In de geest van Europese verdragen en regelgeving en in vergelijking met het
beleid in omringende landen ziet de Raad dit niet als een praktijk die ingaat tegen
de intentie van de rechter, maar als een vorm van bijzondere regelgeving in het
kader van een zorgvuldige tenuitvoerlegging van deze zwaarste sanctie.
3.2 Concrete aanbeveling: invoering van periodieke toetsing
Een periodieke toetsing zou zich volgens de Raad niet moeten beperken tot de
vraag of verdere tenuitvoerlegging van de levenslange straf noodzakelijk is. Even
                                                                                      13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>                            Levenslang, perspectief op verandering
                                Advies d.d. 30 november 2006
belangrijk als het perspectief op mogelijke vrijlating acht de Raad perspectieven
met betrekking tot de invulling van de detentie en mogelijke detentiefasering: kan
de gedetineerde worden overgeplaatst naar een minder beveiligde inrichting, wat is
de behoefte aan zorg en begeleiding, is overplaatsing naar een longstay-afdeling
aan te raden? Periodiek onderzoek op deze vragen door een gedragskundige van
buiten de inrichting acht de Raad een belangrijke aanvulling op de
medisch/psychologische controle zoals die binnen de inrichting door het p.m.o.
wordt uitgeoefend.
Periodiek onderzoek bij levenslang gestraften dient echter met grote zorgvuldigheid
te worden omgeven. Een eerste voorwaarde daarbij is dat adviezen die voortkomen
uit het onderzoek binnen de bestaande regelgeving ook daadwerkelijk kunnen
worden uitgevoerd. Zolang binnen de bestaande praktijk en regelgeving nauwelijks
ruimte is voor bijvoorbeeld (voorwaardelijke) invrijheidstelling of overplaatsing naar
een tbs-inrichting of een minder beveiligde inrichting, schept een advies in deze
richting slechts valse hoop.
Een tweede voorwaarde is dat van toetsing moet kunnen worden afgezien als de
situatie van de gedetineerde dit vereist. Voor kwetsbare gedetineerden bijvoorbeeld
die met veel moeite een evenwicht hebben gevonden in de stabiele,
gestructureerde situatie van hun detentie kan de onrust van het onderzoek (en de
in hun geval wellicht irreële hoop op vrijlating) een ongewenst verstorend effect
sorteren.
Een derde voorwaarde is dat toetsing met het oog op mogelijke invrijheidstelling de
aandacht niet mag afleiden van inspanningen ter verbetering van de
detentiesituatie van levenslang gestraften. Het blijft van belang om de
detentiesituatie zo draaglijk mogelijk te houden en binnen de bestaande
mogelijkheden te streven naar een optimaal niveau van begeleiding en
ontwikkelingsmogelijkheden voor de gedetineerde.
Periodiek onderzoek van levenslang gestraften dient dus te zijn ingebed in een
beleid dat uitvoering van de adviezen mogelijk maakt. Met inachtneming van deze
waarschuwing acht de Raad invoering van een dergelijke periodieke toetsing voor
levenslang gestraften gewenst. In aansluiting op een eerder uitgebracht advies 18
meent de Raad dat de strafopleggende rechter de toekomstige ontwikkeling van de
veroordeelde slechts tot op zekere hoogte kan overzien. Dit brengt de Raad tot de
conclusie dat het wettelijk systeem moet worden aangevuld met een voorziening
waarin de verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf vanaf een
bepaald moment periodiek op zijn rechtmatigheid wordt getoetst. Die toets kan tot
verschillende uitkomsten leiden (voortzetting, op jaren stellen in de richting van
v.i., etc.) en impliceert dus geenszins een recht op vervroegde invrijheidstelling.
Het belang ervan ligt echter in het feit dat de periodieke toetsing wordt onderkend
als onderdeel van legitieme oplegging en tenuitvoerlegging van de levenslange
gevangenisstraf.
Een dergelijke toetsing kan worden ingebed in een gratiebeleid of in een juridische
procedure waarbij de beslissing over de verdere tenuitvoerlegging van de straf bij
18
   RSJ 2000
                                                                                    14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>                             Levenslang, perspectief op verandering
                                  Advies d.d. 30 november 2006
de rechter ligt. De precieze invulling van deze regelgeving is een complexe
aangelegenheid die samenhangt met de opvattingen en praktijken in het nationale
strafrecht. Typerend voor de Nederlandse situatie is bijvoorbeeld het al
aangehaalde gegeven dat een groot deel van de veroordeelden die in feite
levenslang in gedetineerd zijn, niet in de gevangenis zit maar op longstayafdelingen
van de tbs-inrichtingen verblijft. In het kader van de tbs-maatregel wordt bij deze
groep iedere twee jaar door de rechter getoetst of voortzetting van de maatregel
nog noodzakelijk is.
Wat betreft de invulling van een periodieke toets in de Nederlandse context beperkt
de Raad zich tot enkele hoofdlijnen: de keuze tussen inbedding in het gratiebeleid
of in juridische regelgeving en de vraag na hoeveel jaar detentie een periodieke
toetsing moet worden ingevoerd.
3.2.1 Gratie of rechterlijke toetsing
Op grond van de volgende overwegingen acht de Raad toetsing door de rechter te
verkiezen boven inbedding in een gratieprocedure:
1. toetsing door de rechter genereert een recht voor de gedetineerde op deze
    toetsing, terwijl gratie altijd het karakter van een gunst houdt;
2. toetsing door de rechter sluit beter aan bij actuele internationale wet- en
    regelgeving en bij de Europese praktijk;
3. aangezien het opleggen van de levenslange gevangenisstraf door de rechter
    gebeurt, ligt ook toetsing van verdere tenuitvoerlegging aan de doelen van de
    gevangenisstraf door de rechter voor de hand;
4. andere ingrijpende beslissingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van
    gevangenisstraf of tbs-maatregel worden eveneens aan de rechter voorgelegd:
    toetsing in het kader van v.i., voortzetting van de tbs-maatregel en omzetting
    van een voorwaardelijke in een onvoorwaardelijke veroordeling. Het ligt dan
    voor de hand om ook de zware beslissing over de verdere tenuitvoerlegging van
    de levenslange gevangenisstraf over te laten aan de rechter;
5. bij een ingrijpende beslissing als die over eventuele invrijheidstelling (ingrijpend
    met betrekking tot het leven van de gedetineerde en de gevoelens binnen de
    samenleving) ligt een beslissing door de rechter meer voor de hand dan die
    door de administratie die toetst in het kader van een volgprocedure;
6. procedures die zijn gekoppeld aan het gratiebeleid zijn kwetsbaar omdat de
    invulling van het gratiebeleid kan veranderen onder politieke druk of door toe-
    of afname van het aantal levenslang gestraften;
7. waar een gratieverzoek alleen kan resulteren in (voorwaardelijke) vrijlating dan
    wel in afwijzing, zijn bij rechterlijke toetsing alternatieven denkbaar: de situatie
    ongewijzigd laten tot het volgende toetsmoment, omzetting in een tijdelijke
    straf waarvan het laatste deel nog moet worden uitgezeten, overplaatsing naar
    een behandelinrichting of longstay-afdeling.
De vraag aan welke rechter (de strafrechter of de Penitentiaire Kamer) deze
beslissing het best kan worden overgelaten, gaat de strekking van dit advies te
buiten. Naar het oordeel van de Raad zijn beide varianten in principe mogelijk en is
                                                                                      15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>                                Levenslang, perspectief op verandering
                                    Advies d.d. 30 november 2006
gedetailleerder onderzoek vereist naar de voor- en nadelen van beide alternatieven.
Dat de Raad op grond van bovenstaande overwegingen de voorkeur geeft aan
invoering van een rechterlijke toetsing boven aanpassing van het gratiebeleid,
impliceert uiteraard niet dat de mogelijkheid tot het indienen van individuele
gratieverzoeken kan vervallen.
3.2.2 Tijdstip van eerste toetsing
In de meeste literatuur over dit onderwerp wordt uitgegaan van een eerste toetsing
na 15 of 20 jaar, hetgeen overeenkomt met de praktijk in de meeste Europese
landen. Algemeen wordt aangenomen dat na die periode de maatschappelijke
behoefte aan vergelding voldoende is afgenomen om een toetsing te kunnen
rechtvaardigen. In de Nederlandse situatie zou een toetsing na twintig jaar wellicht
voor de hand liggen omdat dit overeenkomt met tweederde van de nieuwe
maximumstraf. Na deze periode komen dus ook gedetineerden met een straf van
dertig jaar in principe in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling. De
Raad meent echter dat een eerste toetsing na 15 jaar om verschillende redenen de
voorkeur verdient. Tot voor kort overheerste in het Nederlandse strafrecht het idee
dat na een detentieperiode van 20 jaar resocialisatie nauwelijks nog mogelijk is 19 .
In samenhang hiermee werd in het kader van het vroegere gratiebeleid na 15 jaar
de mogelijkheid tot gratie overwogen. Dit betekende echter niet dat, bij een
positieve beslissing op het gratieverzoek, de gedetineerde onmiddellijk in vrijheid
werd gesteld. Algemeen werd (en wordt) er immers vanuit gegaan dat de eventuele
terugkeer van langgestraften in de samenleving een gedegen (en soms langdurige)
voorbereiding vereist. Op grond hiervan acht de Raad een eerste toetsing na 15
jaar niet onverenigbaar met het bestaan van de maximale tijdelijke straf van 30
jaar met mogelijke (voorwaardelijke) invrijheidstelling na 20 jaar, waarbij
gedurende de laatste jaren wordt toegewerkt naar terugkeer in de samenleving.
Denkbaar is dat bij toetsing na 15 jaar blijkt dat de levenslang gestrafte in principe
kan terugkeren in de samenleving, waarna de straf op jaren kan worden gesteld en
in de resterende tijd de terugkeer in de samenleving wordt voorbereid. Daarmee
wordt naar het oordeel van de Raad geen afbreuk gedaan aan het feit dat de
levenslange straf bedoeld is als een zwaardere straf dan de maximale tijdelijke straf
van 30 jaar. Ten eerste geeft toetsing allerminst een garantie op vrijlating. En ten
tweede vormt het ontbreken van een vaste einddatum een factor die de detentie,
ook gedurende de eerste 15 jaar, aanmerkelijk verzwaart. Op grond van deze
overwegingen meent de Raad dat een eerste toetsing na 15 jaar met periodiek
heronderzoek in de periode daarna de voorkeur verdient.
4. Invulling van de detentie
4.1 Stand van zaken
In de huidige situatie zijn er voor levenslang gestraften nauwelijks bijzondere
voorzieningen wat betreft detentieomstandigheden, niveau van de zorg of invulling
19
   Kelk 2004, Hol en Ten Voorde 2001
                                                                                     16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>                                  Levenslang, perspectief op verandering
                                      Advies d.d. 30 november 2006
van het regime. Deze gedetineerden verblijven dus in principe op een
standaardafdeling, tenzij ze op grond van extra zorg- of veiligheidseisen zijn
geselecteerd voor een i.b.a. 20 (wat relatief vaak voorkomt) of de EBI. In feite
hebben levenslang gestraften die op een standaardafdeling verblijven voornamelijk
te maken met extra beperkingen ten opzichte van andere gedetineerden:
1. zware beveiligingseisen wegens het feit te zijn aangemerkt als 'vlucht- en
     gemeengevaarlijk';
2. uitsluiting van op resocialisatie gerichte activiteiten;
3. uitsluiting van detentiefasering.
−    Beveiligingseisen
     Op grond van de zwaarte van het delict en de maatschappelijke onrust die
     hiervan vaak het gevolg is, wordt iedere tot levenslang veroordeelde geplaatst
     op 'lijst 2' van vlucht- en gemeengevaarlijke gedetineerden (tenzij acuut gevaar
     plaatsing op 'lijst 1' noodzakelijk maakt). Deze status, die de tot levenslang
     veroordeelde gedurende zijn hele detentie houdt, heeft niet alleen gevolgen
     voor het vereiste beveiligingsniveau van de inrichting. Ook binnen de inrichting
     kunnen op grond hiervan extra beperkingen worden opgelegd, zoals uitsluiting
     van een baan als reiniger.
−    Geen resocialisatie
     Omdat van terugkeer in de samenleving in principe geen sprake is, komen tot
     levenslang veroordeelden niet in aanmerking voor interventies die zijn gericht
     op resocialisatie. Dat betekent dat er voor levenslang gestraften die op een
     standaardafdeling verblijven geen enkel aanbod is buiten het reguliere
     dagprogramma. Meer in het algemeen behoort deze groep niet tot de
     geselecteerde groep 'kansrijke' gedetineerden voor wie de DJI extra
     mogelijkheden en programma's ontwikkelt.
−    Geen detentiefasering
     Levenslang gestraften zijn niet alleen uitgesloten van specifieke resocialisatie-
     programma's, maar van detentiefasering in het algemeen. Hun plaatsing op
     'lijst 2' maakt overplaatsing naar een minder beveiligde inrichting onmogelijk.
     Op dit punt is overigens binnenkort verandering te verwachten. In verband met
     aanpassingen van de selectieprocedure in het kader van het programma DBM
     zullen gedetineerden niet meer naar standaardniveaus van beveiliging worden
     ingedeeld, maar zal per gedetineerde een individueel risicoprofiel worden
     opgesteld. Of daarmee ook een levenslang gestrafte van wie het
     veiligheidsrisico laag wordt ingeschat in aanmerking komt voor plaatsing in een
     minder zwaar beveiligde inrichting is nog niet bekend, maar binnen dit model is
     een dergelijke vorm van detentiefasering in principe denkbaar.
De invulling van de detentie van levenslang gestraften staat dus meer in het teken
van beperkingen dan van extra mogelijkheden. In de praktijk wordt dit enigszins
20
   Individuele begeleidingsafdeling
                                                                                      17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>                                  Levenslang, perspectief op verandering
                                      Advies d.d. 30 november 2006
gecompenseerd door relatief veel plaatsingen op de i.b.a., waar het dagprogramma
meer mogelijkheden biedt. De onmogelijkheid van detentiefasering wordt verder
enigszins ondervangen door overplaatsingen naar een andere gevangenis of,
incidenteel, naar een tbs-inrichting. Verzoeken hiertoe worden echter lang niet
altijd gehonoreerd en vereisen over het algemeen een forse dosis volharding bij de
advocaat.
Deze situatie staat op gespannen voet met richtlijnen van de CPT-standards,
aanbevelingen van de Verenigde Naties en de European Prison Rules 21 . Hierin wordt
het belang benadrukt van ontwikkelingsmogelijkheden en andere faciliteiten voor
langgestraften, waarbij tegelijkertijd wordt gesteld dat het regime niet restrictiever
dient te zijn dan voor de betreffende gedetineerde noodzakelijk is, afhankelijk van
diens reële veiligheidsrisico.
Het inzicht dat de Nederlandse situatie op dit punt verbetering behoeft, heeft
inmiddels bij de DJI geleid tot aandacht voor deze populatie in het kader van DBM.
Daarbij wordt ernaar gestreefd om de detentieomstandigheden van zeer lang
gestraften beter te laten aansluiten op de individuele mogelijkheden van de
gedetineerde. Grote individuele verschillen met betrekking tot problematiek (zorg-
versus beveiligingsbehoefte), leeftijd en karakter maken het lastig om algemeen
beleid op te stellen voor de detentie van deze groep. Overplaatsing naar een
longstay-afdeling blijkt bijvoorbeeld voor sommige gedetineerden wenselijk
vanwege het beter op langdurig verblijf afgestemde leefklimaat en het feit dat zij
daar verblijven tussen medegedetineerden/patiënten die eveneens het perspectief
van een vaststaande einddatum missen. Anderen prefereren juist verblijf in de
gevangenis omdat ze de hoop op verandering (vrijlating, omzetting in een tijdelijke
straf) nog niet hebben opgegeven en hiervoor willen blijven strijden, of omdat zij in
de 'normalere' gevangenisomgeving minder belemmeringen ervaren met betrekking
tot zingeving en het gevoel van contact met het gewone leven buiten. Weer
anderen zijn het meest gebaat bij langdurig verblijf op een rustige, kleinschalige en
gestructureerde afdeling als een i.b.a. of b.i.b.a. 22
4.2 Concrete aanbevelingen
In aansluiting op de huidige gedachtevorming over dit thema bij de DJI 23 komt de
Raad tot enkele aanbevelingen met betrekking tot de invulling van de levenslange
detentie, met name wat betreft selectie en overplaatsing, veiligheidsprofiel,
rechtsbijstand, niveau van de zorg en aanpassing van het dagprogramma.
4.2.1 Selectie en overplaatsing
Binnen de beperkte mogelijkheden die het standaardregime voor de levenslang
gestrafte biedt, vormt overplaatsing naar een andere inrichting in feite de enige
manier om de detentiesituatie aan te passen aan de persoonlijke situatie. Bij de
selectie dienen factoren met betrekking tot ontwikkeling, interesses of bezoek
daarom bijzondere aandacht te krijgen. Daarbij gaat het vaak om ogenschijnlijk
21
   Council of Europe, European Committee for the prevention of torture 2004, Council of Europe 2006
22
   Beveiligde individuele begeleidingsafdeling
23
   DJI 2005
                                                                                                    18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>                              Levenslang, perspectief op verandering
                                  Advies d.d. 30 november 2006
kleine, praktische zaken: in welke inrichting kun je een dvd-speler op cel hebben,
waar zijn de bezoekmogelijkheden het gunstigst, waar kun je op cel schilderen of
een muziekinstrument bespelen, etc. Voor de levenslang gestrafte, die zijn gehele
verdere ontwikkeling binnen detentie doormaakt, kunnen dergelijke mogelijkheden
van groot belang zijn.
4.2.2 Veiligheidsprofiel
De 'lijst 2'-status die tijdens de hele detentie van kracht blijft, werpt beperkingen
op voor de selectie, terwijl ook de bewegingsvrijheid binnen de inrichting er
aanzienlijk door begrensd kan worden. Aangezien deze beperkingen niet voor alle
tot levenslang veroordeelden in gelijke mate nodig zijn (denk aan oudere
gedetineerden bij wie alleen al door gevorderde leeftijd en/of fysieke gebreken het
risico op ontsnapping of geweldsincidenten kleiner is), verdient selectie op grond
van een individueel opgesteld veiligheidsprofiel de voorkeur. In de geest van de
European Prison Rules en andere internationale verdragen meent de Raad dat ook
voor de levenslang gestraften de detentiesituatie dient te worden afgestemd op het
reële veiligheidsrisico en niet uitsluitend mag worden bepaald door de aard van het
delict of door het vonnis `levenslang'. Daarbij acht de Raad het van belang dat
overplaatsing naar een minder beveiligde setting mogelijk wordt voor
gedetineerden bij wie het gewelds- of ontsnappingsrisico laag wordt ingeschat.
De inschatting van het feitelijke veiligheidsrisico dient daarom regelmatig te worden
onderzocht door selectiefunctionarissen en/of het PSC en, indien het systeem van
periodieke rechterlijke toetsing na 15 jaar wordt overgenomen, in het kader van dit
periodieke onderzoek.
4.2.3 Rechtsbijstand
Vanuit de advocatuur wordt gesignaleerd dat goede regelingen voor rechtsbijstand
met betrekking tot de executie van de levenslange straf ontbreken. De advocaten
die cliënten hierin bijstaan doen dit vaak pro deo. Daarbij houden zij zich, naast
strafrechtelijke bijstand in eventuele beroeps- of cassatiezaken, bezig met
uiteenlopende zaken als overplaatsing (naar een andere gevangenis of tbs-
inrichting), de organisatie van bezoek of het aanvragen van psychologisch
onderzoek door een onafhankelijke deskundige.
De Raad acht verbetering op dit punt wenselijk. Ook afgezien van de rechtsbijstand
bij incidentele, formele procedures tijdens de tenuitvoerlegging is er vaak behoefte
aan min of meer permanente bijstand door een advocaat. Het gaat dan om
rechtsbijstand bij de mogelijkheden om het detentieregime in te richten en
veranderingen daarin te initiëren. De praktijk leert dat in deze vorm van structurele
rechtsbijstand, die een aanvulling vormt op de bijstand in procedures, het
persoonlijk contact tussen advocaat en gedetineerde een belangrijke rol speelt:
voor veel levenslang gestraften is na verloop van tijd de advocaat nog maar een
van de weinige contactpersonen uit de buitenwereld. Daarom stelt de Raad voor om
te voorzien in de mogelijkheid dat een tot levenslang veroordeelde een beroep kan
doen op een raadsman en dat deze daarvoor een toevoeging ontvangt, ook als de
geboden rechtsbijstand het bijstaan van de gedetineerde in een concrete procedure
                                                                                      19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>                             Levenslang, perspectief op verandering
                                 Advies d.d. 30 november 2006
te buiten gaat. Het verdient daarbij de voorkeur om deze rechtsbijstand door de
jaren heen zoveel mogelijk door dezelfde advocaat te laten verzorgen, met de
mogelijkheid voor de gedetineerde om zonodig te verzoeken om toewijzing van een
andere advocaat.
4.2.4 Adequate zorg en bejegening
Gezien het feit dat levenslang gestraften in detentie een gevorderde leeftijd kunnen
bereiken, gevoegd bij de problematiek die vaak voortkomt uit een langdurige en
uitzichtloze detentie, is extra medische en psychologische zorg vereist. De
dagelijkse realiteit van de levenslang gestrafte wordt veelal bepaald door factoren
als uitzichtloosheid, de confrontatie met medegedetineerden die naar hun
einddatum toeleven, verlies van contact met de buitenwereld en voortschrijdende
eenzaamheid. Een professionele omgang hiermee vereist van het
afdelingspersoneel specifieke deskundigheid en ervaring. Op standaardafdelingen in
het gevangeniswezen is het personeel niet altijd toegerust voor de begeleiding van
deze populatie. Als gevolg van het toenemend aantal levenslang en zeer lang
gestraften betreft dit bovendien een groeiende groep gedetineerden.
Op dit punt zou verbetering kunnen worden bereikt door binnen enkele
gevangenissen aparte afdelingen te bestemmen voor oudere gedetineerden met
specifieke zorgbehoeften. Materiële voorzieningen, bejegening en de
medisch/psychologische zorg kunnen dan worden aangepast aan de specifieke
problematiek van deze gedetineerden. Afdelingspersoneel en hulpverleners kunnen
hiertoe zonodig worden bijgeschoold. Deze aanbeveling kan worden samengevat als
de ontwikkeling van een 'penitentiair ouderenbeleid'.
4.2.5 Aanbod van alternatieven binnen het dagprogramma
De mogelijkheden voor een zinvolle dagbesteding zijn voor levenslang gestraften
momenteel beperkt, tenzij ze op een b.i.b.a. verblijven of zijn overgeplaatst naar
een tbs-inrichting. Op standaardafdelingen in het gevangeniswezen is deze
categorie gedetineerden immers uitgesloten van resocialisatieprogramma's en van
iedere opleiding die in het teken staat van voorbereiding op de arbeidsmarkt. Dit
kan worden verbeterd door een aanbod van mogelijkheden die niet specifiek zijn
gericht op terugkeer in de samenleving maar die de mentale ontwikkeling en
weerbaarheid van de gedetineerde ondersteunen. Bevredigende arbeid zoals
houtbewerking, creatieve ontwikkeling en mogelijkheden om contact met de
buitenwereld te houden zijn in dit opzicht belangrijk. De levenslang gestrafte
verliest gaandeweg het contact met de buitenwereld en gaat deze als steeds
abstracter ervaren. In deze situatie is het van belang om dit contact op
verschillende manieren mogelijk te maken, bijvoorbeeld door beveiligd gebruik van
internet en door het organiseren van goed gecontroleerde vormen van bezoek en
activiteiten met vrijwilligers of andere genodigden uit de samenleving. Tegelijkertijd
is het belangrijk om, naast activiteiten die gericht zijn op contact met de
buitenwereld, activiteiten aan te bieden die zijn gericht op zingeving en innerlijke
ontwikkeling. Een van de onvermijdelijke effecten van een lange detentie is immers
                                                                                     20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>                            Levenslang, perspectief op verandering
                                Advies d.d. 30 november 2006
dat de blik meer en meer naar binnen gericht wordt.
Aansluitend bij de gedachtevorming in het kader van DBM over de detentie van
levenslang gestraften meent de Raad dat ontwikkeling van een algemeen regime
voor langgestraften minder zinvol is dan verruiming van de mogelijkheden om de
detentie aan te passen aan de persoonlijke mogelijkheden en de psychische
toestand van de gedetineerde. Daarbij is volgens de Raad op twee punten
bijzondere aandacht vereist, te weten het evenwicht tussen rust en afwisseling en
de mogelijkheid tot ontwikkeling of resocialisatie.
Met betrekking tot het noodzakelijke evenwicht tussen rust en structuur enerzijds
en externe prikkels anderzijds leert de ervaring op de b.i.b.a., waar relatief veel
levenslang gestraften verblijven, dat velen van deze gedetineerden gebaat zijn bij
een leefomgeving waarin rust en structuur overheersen. Tegelijkertijd wordt ook
hier ervaren dat incidentele prikkels en veranderingen nodig zijn om al te sterke
hospitalisatie tegen te gaan.
Met betrekking tot het stimuleren van de ontwikkeling van de gedetineerde wijst de
Raad er in het verlengde van de al eerder genoemde internationale richtlijnen en
verdragen op dat resocialisatie een van de doelstellingen van detentie blijft, ook in
het geval van de levenslang gestrafte. Ervan uitgaande dat de gedetineerde de
potentie heeft om zich te ontwikkelen (en die opvatting ligt ten grondslag aan het
hierboven bepleite systeem van periodieke toetsing), moet deze ontwikkeling
binnen de detentie ook mogelijk zijn. Naast de resocialisatie in enge zin (gericht op
de praktische aspecten van terugkeer in de samenleving) acht de Raad het
raadzaam om bij levenslang gestraften het begrip resocialisatie een bredere
invulling te geven, meer gericht op de morele en mentale ontwikkeling, innerlijke
stabiliteit en vergroting van de weerbaarheid. In het verlengde hiervan acht de
Raad mogelijkheden tot opleiding en (zelf)studie belangrijk, waarbij vooral is te
denken aan opleidingen waarbij de verworven kennis niet snel veroudert. Een ander
belangrijk punt daarbij is de mogelijkheid om een eenmaal begonnen opleiding te
kunnen voortzetten na overplaatsing naar een andere inrichting.
4.3 Aanbevelingen ten behoeve van zeer langgestraften
Vele van de in dit hoofdstuk genoemde aanbevelingen met betrekking tot de
invulling van de detentiesituatie van de levenslang gestraften zijn ook van
toepassing op zeer lang gestraften, een categorie die met de verhoging van de
maximumstraf naar verwachting zal toenemen.
Volgens de huidige regels komen deze gedetineerden pas de laatste 18 maanden
van hun straf in aanmerking voor detentiefasering en het bijbehorende op
resocialisatie gerichte programma-aanbod. De daaraan voorafgaande jaren zijn
voor hen grotendeels even kaal als voor de levenslang gestraften. Beroepsgerichte
opleidingen worden dan bijvoorbeeld niet aangeboden omdat de opgedane kennis
en ervaring verouderd zou zijn als de gedetineerde vrijkomt. Een alternatief in de
vorm van ontwikkelingsmogelijkheden waarvan de waarde niet aan tijd gebonden is
(basiseducatie, zelfstudie) worden binnen het standaardregime nauwelijks
aangeboden. In feite is er sprake van een ‘dode periode’ in de straf tot aan het
                                                                                    21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>                            Levenslang, perspectief op verandering
                                Advies d.d. 30 november 2006
moment waarop er, in het kader van detentiefasering, weer mogelijkheden
ontstaan 24 .
Een groot deel van hun detentie brengen zeer lang gestraften dus door onder
vergelijkbare omstandigheden als de levenslang gestraften en ervaren ze een
soortgelijke problematiek: relatieve perspectiefloosheid, hospitalisatie, verlies van
contact met naasten en met de buitenwereld in het algemeen, eventuele
ontwikkeling van medische en psychische klachten door lange detentie en/of
ouderdom. In dit verband acht de Raad bovengenoemde aanbevelingen met
betrekking tot selectie en overplaatsing (4.2.1), aangepaste zorg en bejegening
(4.2.4) en een aanbod van alternatieven binnen het dagprogramma (4.2.5) ook van
kracht voor de zeer langgestraften in de periode voorafgaand aan detentiefasering.
5. Verhouding tot tbs / longstay
Bij de aanbevelingen ter verbetering van de situatie voor levenslang gestraften
heeft de Raad zich mede gericht op de praktijk met betrekking tot ter beschikking
gestelden. Met name de aspecten van periodieke toetsing op delictgevaarlijkheid en
een opener leefklimaat, dat is ingericht op een lang verblijf van gedetineerden met
zware problematiek, kunnen tot voorbeeld dienen voor verbetering van de
detentiesituatie van levenslang gestraften binnen het gevangeniswezen.
Een overweging hierbij is dat in juridische zin gevangenisstraf en tbs-maatregel
weliswaar strikt gescheiden zijn, maar dat de scheidslijn tussen de populaties in de
praktijk aanmerkelijk minder scherp is.
Tegen deze achtergrond bepleit de Raad voor levenslang gestraften een soepeler
overplaatsingsbeleid van gevangeniswezen naar de tbs, in die gevallen waar
behoefte bestaat aan een veilig woon/leefklimaat. Daarnaast acht de Raad het
denkbaar dat de eerder in dit advies aanbevolen landelijke zorginrichting (of -
afdelingen) bestemd wordt voor zeer lang verblijvenden uit gevangeniswezen en
tbs, waarbij het accent ligt op de zorg voor en bejegening van oude, zieke
gedetineerden/patiënten die een groot deel van hun leven in detentie hebben
doorgebracht.
Tegelijkertijd echter benadrukt de Raad dat, waar aansluiting tussen beide
systemen raadzaam lijkt met betrekking tot de detentie van zeer lang gestrafte,
oudere en kwetsbare gedetineerden, in de tbs het bestaande leefklimaat en niveau
van zorg maatgevend moeten blijven. Recente ontwikkelingen zoals de versobering
binnen de tbs, het toenemende accent op beveiliging boven behandeling en de
inrichting van longstayafdelingen binnen het gevangeniswezen lijken echter in een
andere richting te wijzen. In een eerder advies heeft de Raad al aangegeven de
tenuitvoerlegging van tbs onder soberder/goedkopere condities binnen het
gevangeniswezen te zien als een ongewenste ontwikkeling die niet meer zou
moeten zijn dan een tijdelijke noodoplossing, ingegeven door de capaciteitsdruk
binnen de tbs 25 .
24
   DJI 2005
25
   RSJ, 31-1-2006
                                                                                     22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>                          Levenslang, perspectief op verandering
                              Advies d.d. 30 november 2006
Bronvermelding
Geraadpleegde literatuur
− Anker, H., Levenslange gevangenisstraf in de schijnwerpers. Nieuwsbrief
   Strafrecht 25 maart 2004, afl. 4
− Bleichrodt, F.W., Een leven lang. Oratie Rijksuniversiteit Groningen, 2006
− Blekxtoon, R., 'Levenslang'. Een kijkje bij de buren. NJB 13 juni 2003, nr. 24
− De Bont, T. en Hamer, G.P. Levenslang getoetst, NJB 2 december 2005, nr. 43
− Bijleveld, Matthias, De levenslange gevangenisstraf in Nederland,
   doctoraalscriptie
− Universiteit Leiden, 2006
− Elzinga, H. en Van Hattum, W., Het wetsontwerp vi en de levenslange
   gevangenisstraf getoetst. NJB 20 juni 2006, nr. 24
− Elzinga, H. en Van Hattum, W. Naschrift. NJB 22 september 2006, nr. 33
− Van Hattum, W.F. Het irrationele van de levenslange straf. De levenslange
   gevangenisstraf in Nederland in het licht van de rechtspraak van het EHRM en
   andere Europese ontwikkelingen. In: Systeem in ontwikkeling, liber amicorum
   G. Knigge, p. 231-259. Wolf Legal Publishers 2005
− Van Hattum, W.F., 2006(a) De levenslange gevangenisstraf én het gratiebeleid
   van de minister getoetst. NJB 24 februari 2006, nr. 8
− Van Hattum, W.F., 2006(b) Levenslange gevangenisstraf en de toevalsfactor.
   DD 2006, afl. 7/52
− Hol, C. en Ten Voorde, J.M., Levenslang; een leven lang? Een onderzoek naar
   de ontwikkeling van de levenslange gevangenisstraf in Nederland.
   Doctoraalscriptie Erasmusuniversiteit, 2001
− De Kogel, C.H., Verwers, C., Den Hartog, V.E., 'Blijvend delictgevaarlijk'
   empirische schattingen en conceptuele verheldering. WODC, Onderzoek en
   beleid nr. 226
− Leijten, .J., Tussen twintig jaar en levenslang. NJB 23 juni 2000, nr. 25
− Mevis, P., Gevangeniswezen, TBS en GGZ: goede aansluiting, regievoering en
   verdere ontzuiling gewenst. DD 2006, afl. 7/50
− Nieuwbeerta, P. en Van Wingerden, S., Geëiste en opgelegde sancties bij moord
   en doodslag, 1993-2004. Trema 2006, nr. 7
− Nieuwbeerta, P. en Van Wingerden, S., Ontwikkelingen in de lengte van
   gevangenisstraffen voor moord en doodslag: een trend naar langere straffen,
   Trema 2006, nr.8
− Ter Voorde, J.M., Het ontstaan en de ontwikkeling van de levenslange
   gevangenisstraf in Nederland. Sancties 2003, afl. 5
− Wingerden, Sigrid van, Vervolging en berechting van moord en doodslag in
   Nederland 1993-2004. Doctoraalscriptie Universiteit Leiden
Documenten van de Raad van Europa en Verenigde Naties
− Council of Europe 1976, Resolution (76) 2 'Treatment of long-term prisoners'
− Council of Europe 2003, Rec. (2003) 22 'On conditional release'
− Council of Europe 2003, Rec. (2003) 23 'Management of life sentence and other
   long-term prisoners'
                                                                                 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>                             Levenslang, perspectief op verandering
                                 Advies d.d. 30 november 2006
−   Council of Europe (European Committee for the Prevention of Torture) 2004,
    CPT standards, par. 33:life sentenced and other long-term prisoners
−   Council of Europe 2006, European Prison Rules
−    United Nations 1994, Life imprisonment
Jurisprudentie
− European Court of Human rights, 11 april 2006. Léger vs. France, nr. 19324/02
− HR 11 februari 1977, NJ 1977, 255 (Hoge Raad over ‘drie van Breda’)
− HR 9 maart 1999, NJ 435 (Hoge Raad in een zaak van levenslange
    gevangenisstraf voor moord)
Adviezen van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
− RSJ 21 april 2000, Enige gedachten over de vrijheidsstraf
− RSJ 31 januari 2006, Advies tbs in het gevangeniswezen
− RSJ 25 september 2006, Advies over de wijziging regeling selectie, plaatsing en
    overplaatsing van gedetineerden i.v.m. de bijzondere opvang voor terroristen
Informatie van de DJI
− Notitie Levenslang en (zeer) lang gestraften in DNI, speciale voorzieningen of
    niet?, Lila van de Sande, projectteam DBM langverblijvenden, 2005
− Overzicht brutoduur opgelegde straf 1997-2005, DJI 2006
− Circulaire volgprocedure 1978
Kamerstukken
− Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband
    met de wijziging van de vervroegde invrijheidstelling in een voorwaardelijke
    invrijheidstelling, voorstel van wet (TK 2005-2006, 30513, nr. 2)
− Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband
    met de wijziging van de vervroegde invrijheidstelling in een voorwaardelijke
    invrijheidstelling, Memorie van Toelichting (TK 2005-2006, 30513, nr. 3)
− TBS, vandaag over gisteren en morgen. Parlementair onderzoek TBS (TK 2005-
    2006, 30250, nr. 5)
Overige bronnen
Bezoeken en overleg t.b.v. de voorbereiding van het advies:
− Penitentiair Selectie Centrum
− Bureau Selectiefunctionarissen
− B.i.b.a.-afdeling van p.i. Haaglanden, locatie Scheveningen
− Longstay-afdeling van tbs-kliniek Veldzicht
− Overleg met mr. W. Anker, advocaat te Leeuwarden
                                                                                 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>