<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                     Aan de Staatssecretaris van Justitie
                     Postbus 20301
                     2500 EH Den Haag
Betreft              : justitiële jeugdinrichtingen
Contactpersoon       : mevr. mr. K.H. Hinders
doorkiesnummer       : 070-3619353
E-mail               : t.hinders@minjus.nl
Datum                : 3 december 2007
Ons kenmerk          : CR 35/1042345/07/KHH/TvV
Onderwerp            : verbetervoorstellen justitiële jeugdinrichtingen
                     Geachte mevrouw Albayrak,
                     Afgelopen maanden zijn twee rapporten over de justitiële
                     jeugdinrichtingen verschenen: het rapport “veiligheid in
                     justitiële jeugdinrichtingen (jji’s): opdracht met risico’s” van de
                     Inspecties Jeugdzorg, Onderwijs, Gezondheidszorg en
                     Sanctietoepassing van 10 september 2007 en het rapport van de
                     Rekenkamer: detentie, behandeling en nazorg criminele
                     jeugdigen” van 4 oktober 2007. Op uw verbetervoorstellen naar
                     aanleiding van deze rapporten wil de Raad graag reageren.
                     De Raad onderschrijft uw verbetervoorstellen. 1 Op de meeste
                     voorstellen is de Raad reeds ingegaan in zijn adviezen “ Van Pij
                     naar Bij, verbetering uitvoering Pij-maatregel” 2 , en “De
                     Justitiële jeugdinrichtingen na 2010”. 3 In deze adviezen heeft de
                     Raad tevens zijn visie weergegeven op de
      1
        het betreft de behandeling en groepsgrootte, de effectiviteit van interventies, de beschikbaarheid van
      voldoende gekwalificeerd personeel, het verkrijgen van meer kennis over de populatie, risicotaxatie en
      het meten van progressie in de behandeling, het verlenen van verlof en het voorkomen van
      onttrekkingen.
      2
        advies d.d. 29 september 2006: “van Pij naar Bij” verbetering uitvoering pij-maatregel.
      3
        advies d.d. 30 maart 2007 “”de justitiële jeugdinrichtingen na 2010”
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>bejegening/behandeling van jongeren in de justitiële
jeugdinrichtingen.
De Raad heeft gedurende de periode waarin hij de functie van
toezichthouder op de tenuitvoerlegging in de justitiële
jeugdinrichtingen vervulde, de betreffende bewindspersonen
meermalen gewezen op tekortkomingen in de bejegening in
deze inrichtingen. De Raad betreurt het daarom dat in de
media de indruk is gewekt dat dit niet het geval zou zijn
geweest.
In zijn advies “De justitiële jeugdinrichtingen na 2010” heeft de
Raad uitgangspunten voor tenuitvoerlegging van jeugdstraffen
en –maatregelen van jongeren weergegeven. Deze
uitgangspunten dienen naar het oordeel van de Raad te
fungeren als basis voor beleid en uitvoering. De Raad ziet deze
leidende beginselen met een concrete vertaling ervan naar de
praktijk nog té weinig terug in de verbetervoorstellen. Deze
uitgangspunten zijn:
   -leidend kader is het Internationaal Verdrag voor de Rechten
   van het Kind (IVRK);
   - (speciale) preventie prevaleert boven vergelding.
   - beslissingen worden genomen vanuit de gedachte dat het
   aspect ‘tijd’ bij jongeren van groter belang is dan bij
   volwassenen;
   - voorlopige hechtenis dient zo kort mogelijk te zijn. Bij
   aanvang van de inbewaringstelling wordt in overleg met de
   ouders én de jongere een individueel hulpverleningsplan
   (trajectplan) opgesteld.
   - regionalisering staat voorop: de jongere wordt zo dicht
   mogelijk bij huis geplaatst;
   - straffen en maatregelen worden waar mogelijk extramuraal
   ten uitvoer gelegd. Programma’s als STP en MST worden
   zoveel mogelijk toegepast.
   - één vaste persoon begeleidt de jongere of heeft de regie
   over het gehele strafrechtelijke traject, van aanhouding tot
   en met nazorg.
   - het optreden van een casusregisseur met een stevige
   positie is een noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van
   de trajectbenadering, waarin continuïteit een kernbegrip
   vormt. Als de jongere een gezinsvoogd heeft, dient deze
   intensief bij het traject te worden betrokken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>              Nadruk op trajectbenadering
              In uw reactie op de rapporten wijst u ondermeer op het belang
              van een trajectmatige werkwijze in de justitiële
              jeugdinrichtingen. Jongeren moeten bij aanvang van het verblijf
              in de inrichting goed worden gescreend en gediagnosticeerd op
              basis van beschikbare gegevens van alle ketenpartners. De
              ketenpartners, de inrichting, de Raad voor de
              Kinderbescherming en de jeugdreclassering moeten vervolgens
              gezamenlijk een trajectplan voor de jeugdige opstellen. Het
              verblijf van de jongere in de inrichting zou daarbij moeten
              worden aangemerkt als een fase in een breder traject.
              In zijn advies “De justitiële jeugdinrichtingen na 2010” geeft de
              Raad steun aan de voorgestelde trajectbenadering. Hij voegt
              daar aan toe dat ook de jeugdzorg structureel in de
              ketenbenadering dient te participeren, ook wanneer de
              jeugdreclassering geen officiële bemoeienis/taakopdracht heeft.
              Bovendien moet de Raad voor de Kinderbescherming
              voldoende worden toegerust teneinde als
              voorzitter/coördinator van het netwerkberaad te kunnen
              optreden.
              De Raad vindt dat in de voorgestelde trajectbenadering nog
              onevenredig veel nadruk ligt op het verblijf in de inrichting. Wil
              de trajectgedachte echt goed van de grond komen dan zullen
              alle onderdelen van het traject, dat wil zeggen van aanhouding
              tot nazorg, zo moeten zijn dat de jongere zo kort mogelijk in de
              (gesloten afdeling van de) inrichting verblijft. In zijn advies
              “Van Pij naar Bij” heeft de Raad dit beginsel voor de Pij
              uitgewerkt in een model, het zogenaamde cascade-model. Het
              model zou ook kunnen worden toegepast op jongeren die geen
              Pij maar een jeugddetentie opgelegd hebben gekregen. In dit
              advies besteedt de Raad ook veel aandacht aan het belang van
              een daadwerkelijke pedagogische (be)handeling gedurende het
              verblijf in de inrichting 4 . Het behoeft in dit kader geen verder
              betoog, dat de Raad van mening is dat deze behandeling zo
              vroeg mogelijk na de opname in de inrichting dient te starten
              en zo adequaat mogelijk dient te zijn.
              De nazorg zou al op het moment van aanhouding moeten
              beginnen. Dit moment zou meer moeten worden benut om na
              te gaan op welke wijze de jeugdige- gelet op het gepleegde
              delict en op zijn achtergrond- in de verdere voortgang van het
4
  pagina 6 en 7 advies: “Van Pij naar Bij”, zie noot 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>              proces adequaat kan worden tegemoet getreden, zowel wat
              betreft eventuele bestraffing als eventuele begeleiding.
              Een andere voorwaarde voor het daadwerkelijk realiseren van
              een traject, inclusief de nazorg, is de regionale plaatsing van
              jongeren. In zijn advies van 29 september 2005 over de gesloten
              crisisopvang stelt de Raad hiertoe voor om verspreid binnen
              iedere regio kleine locaties te realiseren 5
              In zijn advies “De justitiële jeugdinrichtingen na 2010” wijst de
              Raad erop dat de nazorg verder moet worden uitgewerkt: een
              concreet nazorgplan dient ruim voor het moment van de
              invrijheidstelling gereed te zijn en vooral de ambulante
              jeugdzorg /jeugdreclassering moet al tijdens het verblijf van de
              jongere in de inrichting een belangrijke rol spelen. Tenslotte
              heeft de Raad erop gewezen de vorming van een zogenoemde
              Justitiële Jeugddienst, waar ondermeer de justitiële
              jeugdinrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, het
              bureau Halt en de jeugdreclassering onder komen te vallen, in
              het licht van de trajectbenadering een goede zaak te vinden. Op
              deze manier wordt zo vroeg mogelijk begonnen met de inbreng
              van jeugdzorg en het uit het strafrechtelijk circuit halen van de
              jongere. De Raad zou graag zien dat dit initiatief, waarover al
              enige tijd niets meer is vernomen, weer wordt opgepakt.
              Hoogachtend,
              namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en
              Jeugdbescherming,
              prof. dr. P.B. Boorsma,
              algemeen voorzitter
5
  advies gesloten crisisopvang d.d. 29 september 2005.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>