<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                              Tbs met voorwaarden
      Advies over het conceptwetsvoorstel tot aanpassing van de maatregel
                               advies d.d. 1 oktober 2007
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming draagt er door middel van recht-
spraak en advies toe bij dat overheid en relevante uitvoeringsorganen voldoende oog hou-
den voor de beginselen van een goede bejegening, alsmede voor de rechtspositie van die-
  genen die in het kader van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en de be-
scherming van jeugdigen aan de verantwoordelijkheid van de overheid zijn toevertrouwd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting ......................................................................................................................................3
1. Aanleiding .......................................................................................................................................5
2. Kabinetsuitgangspunten en omvang van tbs met voorwaarden .............................................5
   2.1 De uitgangspunten...................................................................................................................5
   2.2 Omvang van tbs met voorwaarden ........................................................................................5
3. Beoordeling van het conceptwetsvoorstel en omvang tbs met voorwaarden .......................6
   3.1 Algemeen oordeel over het conceptwetsvoorstel ................................................................6
     3.1.1 Instemming met het conceptwetsvoorstel.....................................................................6
     3.1.2 Nadere uitwerking van de effectiviteit is nodig.............................................................6
     3.1.3 Verlenging tot negen jaar arbitrair, soms ‘longterm-zorg’ ...........................................6
     3.1.4 Doelgroepen in de memorie van toelichting uitwerken ..............................................8
     3.1.5 Relatie tot de reguliere ggz: meer samenhang met Wet Bopz.....................................9
     3.1.6 Behandeldoelstellingen in de voorwaarden formuleren ..............................................9
     3.1.7 Onzekerheid over de verhouding tussen voorwaarden en de voorwaardelijke
     invrijheidstelling bij een terugval ...........................................................................................10
     3.1.8 Tbs met voorwaarden is niet vergelijkbaar met de voorwaardelijke beëindiging
     van tbs met dwangverpleging .................................................................................................10
   3.2 Verlenging van de maximale duur van tbs met voorwaarden .........................................10
     3.2.1 Een langere termijn dient de maatschappelijke veiligheid........................................10
     3.2.2 Eindigheid van de maatregel: perspectief is belangrijk..............................................11
     3.2.3 Ook verlenging met twee jaar ........................................................................................11
     3.2.4 Sneller wijzigen van voorwaarden.................................................................................12
   3.3 Verhoging van de maximale gevangenisstraf komt de effectiviteit ten goede ...............12
   3.4 Tijdelijke crisisopname..........................................................................................................12
     3.4.1 Tijdelijke crisisopname is een goed alternatief voor omzetting van de maatregel 12
     3.4.2 Rechter-commissaris zal over de tijdelijke crisisopname moeten beslissen...........13
     3.4.3 Tijdelijke crisisopname past in een systeem van getrapte zorg ................................13
   3.5 Afkeuring wettelijke acceptatieplicht voor forensisch psychiatrische klinieken ...........14
   3.6 Instemming met verplichte advisering door de ggz ..........................................................15
   3.7 Intensivering reclasseringstoezicht ......................................................................................15
     3.7.1 Kabinetsvoorstellen .........................................................................................................15
     3.7.2 Instemming met meer toezicht, wel enkele kanttekeningen.....................................15
     3.7.3 Meer kennis bij de reclasseringswerkers ......................................................................16
     3.7.4 Betere controle op de uitvoering en de introductie van systeemcontrole ..............16
     3.7.5 Ook verbetering van behandelprogramma’s en zorgtrajecten ..................................17
     3.7.6 Betere uitwerking van inzet technische hulpmiddelen..............................................18
4. Aanbevelingen ..............................................................................................................................19
Bronvermelding ................................................................................................................................20
Bijlage.................................................................................................................................................21
                                       Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De tbs met voorwaarden is tot nu toe weinig benut en wordt door velen als weinig nuttig
ervaren. Onduidelijkheid over de doelgroepen is één van de problemen. De Raad meent
daarom dat een meer expliciete beschrijving van de beoogde verbetering, bijvoorbeeld met
vignetten van de beoogde doelgroepen, het voorliggende wetsvoorstel kan verduidelijken.
Vooralsnog kan de Raad zich voorstellen dat de voorgestelde aanpassingen van de tbs met
voorwaarden de doelmatigheid van de maatregel ten goede kunnen komen. In het alge-
meen verwacht de Raad dat de aanpassingen meer maatwerk in de tenuitvoerlegging mo-
gelijk maken. Bovendien verhogen de aanpassingen mogelijk de maatschappelijke veilig-
heid. Wel worden verschillende kanttekeningen bij de aanpassingen geplaatst en doet de
Raad voorstellen ter uitwerking van de maatregel.
De Raad meent dat een verlenging van de maatregel mogelijkheden biedt voor verbetering
van de maatschappelijke veiligheid en het realiseren van maatwerk in de tenuitvoerlegging.
De duur van negen jaar is echter arbitrair. Gegeven een systematiek van periodieke rechter-
lijke toetsing zou het bepalen van de maximumduur per geval kunnen plaatsvinden. In dit
kader zou een constructie van ‘longterm-zorg’ een zinvolle aanvulling kunnen zijn. Voorts
oordeelt de Raad kritisch over het vereiste dat de veroordeelde instemt met de op te leggen
voorwaarden. Ten principale bepleit de Raad een heroverweging van dit instemmingsver-
eiste. Voorgesteld wordt de instemming te vervangen door de taxatie van een expert betref-
fende de kans dat iemand die aanvankelijk zorg weigert, deze in de toekomst wellicht wel
zal aanvaarden. In ieder geval wordt geadviseerd om het instemmingsvereiste alleen te
laten gelden voor een raamwerk van behandeldoelen.
De Raad acht een lange(re) maatregel niet voor iedere tbs-gestelde nodig. De Raad bepleit
daarom een nadere uitwerking van doelgroepen. Dit komt het bieden van maatwerk ten
goede. Als praktische verbetering wordt voorgesteld om de verlengingsrechter de mogelijk-
heid te geven om de maatregel niet alleen met één, maar ook met twee jaar te verlengen.
Ook stelt de Raad versoepeling voor van de procedure voor het tussentijds wijzigen van de
voorwaarden.
Een verhoging van de maximale gevangenisstraf, die in combinatie met de maatregel kan
worden opgelegd, is naar verwachting positief van invloed op de effectiviteit van de maat-
regel. Het is vooral een goede zaak dat tbs-gestelden die thans tbs met dwangverpleging
wordt opgelegd, nu ook voor de lichtere variant van de maatregel in aanmerking komen.
Het verhogen van de gevangenisstraf tot vijf jaar zal het formuleren van voorwaarden ten
tijde van de veroordeling bemoeilijken. De Raad adviseert daarom, bij de veroordeling al-
leen een raamwerk met behandeldoelen op te stellen. De rechter, in de rol van ‘executie-
rechter’, zal de voorwaarden ongeveer drie tot zes maanden voor het begin van de maatre-
gel in concreto moeten invullen.
De Raad acht voorgestelde tijdelijke crisisopname van waarde voor de tbs met voorwaar-
den. Omzetting van de maatregel naar tbs met dwangverpleging kan hiermee in voorko-
mende gevallen worden voorkomen. Verder kan de lopende behandeling na een crisisop-
name worden voorgezet. Geadviseerd wordt om het toepassen van de tijdelijke crisisopna-
me vooraf aan de rechter-commissaris voor te leggen, gevolgd door een toetsing door de
raadkamer van de rechtbank.
De Raad kan zich vinden in verplichte advisering door de ggz. Deze constructie zal naar
verwachting de start van de behandeling kunnen bespoedigen. Een eventuele intake of
proefbehandeling zal in de relatief korte termijn van het voorarrest in de praktijk niet vaak
kunnen worden gerealiseerd.
 Advies                                                                                       3
                                      Tbs met voorwaarden
                                         1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Het introduceren van een wettelijke acceptatieplicht voor forensisch psychiatrische klinie-
ken heeft niet de voorkeur van de Raad. Contractuele verplichtingen passen beter bij de
bestaande voornemens om Justitie in staat te stellen tot de inkoop van ggz-bedden.
De voorgestelde uitbreiding en verbetering van het reclasseringstoezicht zullen naar de
mening van de Raad bijdragen aan doeltreffender en een meer deugdelijk toezicht. Het
intensieve reclasseringstoezicht behoeft wel nadere uitwerking. Dit betreft in ieder geval
het ontwikkelen van toezichttrajecten voor verschillende doelgroepen en een systematiek
van geleidelijk afbouwen van het toezicht. De inspanningen van de reclassering dienen zich
overigens niet te beperken tot controle. Waar nodig zullen de inspanningen ook op resocia-
lisatie moeten worden gericht.
Met het oog op de behandeling en het reclasseringstoezicht stelt de Raad voor om de ken-
nis van de forensische psychiatrie bij de reclasseringswerker te verbeteren en om de be-
handelprogramma’s en zorgtrajecten beter uit te werken. Daarnaast wordt gewezen op de
mogelijkheid om een systeem van controle op de tbs-gestelde alsmede op de uitvoerende
instanties te ontwerpen.
                          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>1. Aanleiding
Per brief van 2 juli 2007 heeft de minister van Justitie de Raad verzocht om te reageren op
een conceptwetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
Strafvordering in verband met de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden
(aanpassingen tbs met voorwaarden). Met dit advies geeft de Raad gevolg aan het verzoek
van de minister.
2. Kabinetsuitgangspunten en omvang van tbs met voorwaarden
2.1 De uitgangspunten
Het conceptwetsvoorstel geeft uitvoering aan enkele maatregelen uit het plan van aanpak
voor aanpassingen van de tbs-maatregel 1 , dat is opgesteld naar aanleiding van het rapport
Tbs, vandaag over gisteren en morgen van de parlementaire onderzoekscommissie Tbs on-
der leiding van drs. A.P. Visser. De volgende uitgangspunten uit het plan van aanpak zijn
met name van belang voor de tbs met voorwaarden:
Algemene uitgangspunten voor het tbs-stelsel:
- beveiliging van de maatschappij. Risico’s zijn niet altijd uit te sluiten, maar recidive
     wordt tot een aanvaardbaar niveau beperkt;
- terugkeer in de samenleving van ter beschikking gestelden;
- meer maatwerk en een betere differentiatie van de behandeling.
Specifieke uitgangspunten bij de tbs met voorwaarden:
- een veilige en effectievere tenuitvoerlegging van tbs met voorwaarden;
- meer toepassing van tbs met voorwaarden door verbetering van de veiligheid en effecti-
     viteit van de maatregel.
2.2 Omvang van tbs met voorwaarden
Tabel 1. Opleggingen tbs met voorwaarden in de periode 2002-2006 in eerste instantie
Einduitspraak tbs met           2002             2003              2004         2005    2006
voorwaarden                                40               44               70      55      63
Bron: Het OM in cijfers 2002-2006, Parket-Generaal
De reclasseringsorganisaties voerden in 2006 in totaal 168 toezichten uit op de tenuitvoer-
legging van tbs met voorwaarden: Reclassering Nederland 110, Stichting Verslavingszorg
GGz Nederland 47 en het Leger des Heils 11. 2
1
  Kamerstukken II 29 452 en 30 250 nr. 48
2
  ISt, Reclasseringstoezicht op veroordeelden tot tbs met voorwaarden, 2006.
 Advies                                                                                        5
                                               Tbs met voorwaarden
                                                    1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>3. Beoordeling van het conceptwetsvoorstel en omvang tbs met voorwaarden
Hieronder worden de voorstellen in het conceptwetsvoorstel besproken, in de volgorde van
de memorie van toelichting. Het hoofdstuk begint met hoofdpunten en overwegingen bij
het conceptwetsvoorstel als geheel.
3.1 Algemeen oordeel over het conceptwetsvoorstel
3.1.1 Instemming met het conceptwetsvoorstel
De tbs met voorwaarden is tot nu toe weinig benut en wordt door velen als weinig nuttig
ervaren. Gelet op de weinig bemoedigende ervaringen tot nu toe oordeelt de Raad daarom
op hoofdlijnen positief over de voorgestelde aanpassingen. De aanpassingen zullen moge-
lijk kunnen bijdragen aan meer maatwerk bij de toepassing van de maatregel. Ook zullen
de aanpassingen onder bepaalde voorwaarden de maatschappelijke veiligheid rond de ten-
uitvoerlegging van de maatregel verhogen. De Raad plaatst wel een aantal kanttekeningen
bij de aanpassingen. Dit betreft onder andere het opstellen en instemmen met de voor-
waarden, de behandeling en het reclasseringstoezicht. Maar ook onduidelijkheid over de
doelgroepen is één van de problemen. De Raad meent dat een meer expliciete beschrijving
van vignetten van de beoogde doelgroepen het voorliggende wetsvoorstel kan verduidelij-
ken.
3.1.2 Nadere uitwerking van de effectiviteit is nodig
De memorie van toelichting is niet op alle onderdelen helder geformuleerd en de uitwer-
king van de aanpassingen is niet altijd voldoende doordacht en uitgewerkt. Mogelijk kan dit
worden toegeschreven aan de – wellicht al te – voortvarende wijze waarop het concept-
wetsvoorstel tot stand is gekomen. In het algemeen ontbeert het conceptwetsvoorstel
overwegingen over de wijze waarop de aanpassingen kunnen bijdragen aan effectiviteit en
veiligheid van tbs met voorwaarden. Verwijzingen naar het eindrapport van de commissie-
Visser vormen in dit kader een al te magere onderbouwing van de voorstellen.
In de memorie van toelichting dient de minister aan te geven op grond van welke overwe-
gingen verwacht mag worden dat de aanpassingen zullen bijdragen aan het bereiken van
de gestelde doelstellingen. Nu dergelijke overwegingen ontbreken, zijn de gevolgen voor de
tenuitvoerlegging van de maatregel niet telkens inzichtelijk. Dit bemoeilijkt de beoordeling
van het conceptwetsvoorstel. De Raad doet in dit advies voorstellen voor nadere uitwer-
king.
3.1.3 Verlenging tot negen jaar arbitrair, soms ‘longterm-zorg’
In de bestaande situatie kan de maatregel na twee jaar met nog eens één of twee jaar wor-
den verlengd. De maximale duur is dus drie of vier jaar. Het conceptwetsvoorstel verhoogt
de maximale duur naar negen jaar.
De Raad kan zich vinden in het verlengen van de maatregel, maar merkt de voorgestelde
termijn van negen jaar als arbitrair aan. Een deel van de betrokken veroordeelden zal ook
na negen jaar, en sommigen wellicht zelfs blijvend, een onaanvaardbaar risico voor de
maatschappelijke veiligheid vormen. In deze gevallen biedt de maatregel ook na een ver-
lenging van de maximale duur tot negen jaar nog geen goed alternatief voor de tbs met
dwangverpleging. Daarom is, gegeven de systematiek van een periodieke rechterlijke toets
op het voortduren van de maatregel, het per geval bepalen van de duur de aangewezen
weg. Ten aanzien van de wijze waarop de tbs met voorwaarden zich zal gaan verhouden tot
de tbs met dwangverpleging roept de voorgestelde termijn van negen jaar een principieel
                          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming               6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>punt op. Wij lichten dit in het navolgende toe.
Heroverweging van het instemmingsvereiste
De tbs met voorwaarden is op aspecten vergelijkbaar met de voorwaardelijke machtiging
krachtens de Wet Bopz. Om deze reden is het zinvol bij het wetgevingsproces lering te
trekken uit de recente ontwikkelingen bij deze machtiging.
 Vóór 2004 werd onder de Wet Bopz een informele verlengingsregeling, de zogenaamde
‘paraplumachtiging’ gehanteerd. Hierbij verbleef een patiënt soms jaren achtereen in het
kader van een ‘voorwaardelijk ontslag’ in de maatschappij. Nadat de Hoge Raad deze vorm
van tenuitvoerlegging als onacceptabel had afgewezen, is per 2004 de voorwaardelijke
machtiging als zelfstandige regeling ingevoerd. Deze regeling bleek al snel op twee onder-
delen zo moeilijk uitvoerbaar dat wijziging noodzakelijk was. Inmiddels is de betreffende
wetswijziging door de Tweede Kamer aangenomen 3 . Ten eerste wordt de terugplaatsing
naar de kliniek slagvaardiger geregeld 4 en kan er een vrijwillige crisisopname worden ge-
realiseerd. Ten tweede vervalt het instemmingvereiste van de patiënt.
Dit instemmingsvereiste deed een groep patiënten, die onder de ‘parapluregeling’ goed
functioneerde, buiten de boot vallen, namelijk degenen die tengevolge van hun stoornis
(denk aan paranoia) überhaupt weinig geneigd zijn met behandelvoorstellen in te stem-
men. De wijziging van de Wet Bopz bepaalt dat de rechter zich ervan overtuigt dat betrok-
kene zich onder drang aan de voorwaarden zal houden, zonder dat hij er expliciet mee
behoeft in te stemmen.
De tbs met voorwaarden is mede gericht op verminderd oordeelsbekwaam te achten per-
sonen. Hen te vragen in te stemmen met behandeldoelen en voorwaarden zal in veel geval-
len hetzelfde probleem opleveren als zich bij de Bopz heeft voorgedaan. Dit is met name te
voorzien ingeval het ingaan van de voorwaarde ver in de toekomst ligt.
De Raad adviseert het instemmingsvereiste te heroverwegen. Een taxatie door de toekom-
stige behandelaar en de reclassering, inhoudende dat betrokkene zich waarschijnlijk aan de
voorwaarden zal houden, lijkt gezien de ervaringen met de Bopz meer kans van slagen te
hebben. Hierbij moet worden gedacht aan personen die ten tijde van de veroordeling niet
(zouden) instemmen met de op te leggen voorwaarden, maar van wie experts verwachten
dat zij op termijn wel zorg zullen aanvaarden. Deze werkwijze sluit overigens niet uit dat
instemming met de voorwaarden alsnog in de taxatie wordt betrokken.
Overigens is het reeds een principiële vraag in hoeverre het instemmingsvereiste zich ver-
houdt tot het dwingende karakter van tbs met voorwaarden als strafrechtelijke maatregel.
Longterm, een nieuwe modaliteit van de tbs-maatregel?
Door het instemmingsvereiste staat het regime van de tbs met voorwaarden nadrukkelijk
los van de tbs met dwangverpleging, voor het opleggen waarvan geen instemmingsvereiste
geldt. Veroordeelden tot tbs met voorwaarden kunnen wél alsnog tbs met verpleging opge-
legd krijgen, maar personen met tbs met dwangverpleging kunnen niet doorstromen (of
‘terugstromen’) naar de tbs met voorwaarden. Voor tenminste één groep zou een dergelijke
overgang wel van nut kunnen zijn, namelijk de groep die nu in een longstay-voorziening
verblijft. Deze groep kan soms met intensieve zorg ook buiten een tbs-instelling worden
begeleid. De Raad denkt voor deze groep aan ‘longterm-zorg’: intensieve, eventueel levens-
lange zorg, die bestaat uit:
3
  Kamerstukken II 30 492 , nr. 2 en 3.
4
  Een aparte beoordeling door een onafhankelijk psychiater is in de toekomst niet langer vereist. De geneesheer-
directeur kan in overleg met de behandelaar over een crisisopname beslissen.
 Advies                                                                                                          7
                                             Tbs met voorwaarden
                                                 1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>-   een onderhoudsbehandeling, zoals inname of toediening van onderhoudsmedcatie, en
-   adequate begeleiding en controle, bijvoorbeeld in een ggz-kliniek of een beschermende
    woonvorm, of een andere ambulante setting;
-   toezicht op het naleven van voorwaarden, zoals de inname van de onderhoudsmedica-
    tie.
De longterm-groep bestaat deels uit personen die nu onnodig in de klinische longstay ver-
blijven, omdat zij met een onderhoudsbehandeling, (drang)begeleiding en forensisch toe-
zicht ook buiten de kliniek kunnen verblijven. In dit opzicht vormt longterm een lichtere
differentiatie van de longstay. Deels bestaat de longterm-groep uit personen met een tbs
met voorwaarden die straks, na verloop van negen jaar, nog onverminderd een onder-
houdsbehandeling, begeleiding en toezicht nodig hebben. Aan beide groepen wordt in dit
wetsvoorstel onvoldoende aandacht gegeven.
De Raad stelt zich voor dat het veelal personen zal betreffen met ernstige psychische stoor-
nissen of verstandelijke beperkingen, vaak in combinatie met verslavingsproblematiek. De
Raad stelt zich tevens voor dat de Hoge Raad zich, vergelijkbaar met de situatie in de Bopz,
zal verzetten tegen een eventuele parapluregeling binnen de tbs met langdurig doorlopend
voorwaardelijk ontslag uit de tbs met dwangverpleging, gesteld dat het ontstaan van een
dergelijke regeling juridisch al mogelijk zou zijn.
Voor de totstandkoming van een in principe qua duur onbeperkte wijze van voorwaardelijk
verblijf in de maatschappij is nader onderzoek naar de begeleidings-, de behandelings- en
toezichtbehoefte van de beoogde longterm-groep noodzakelijk. De resultaten van het on-
derzoek zullen moeten worden gebruikt voor een nadere uitwerking van het de longterm-
zorg.
De Raad geeft in overweging dat tbs met longterm-begeleiding de gescheiden trajecten van
tbs met voorwaarden en tbs met dwangverpleging aan het einde van de looptijd met elkaar
kan verbinden. Een longterm-begeleiding zou echter alleen opgelegd moeten kunnen wor-
den na enkele jaren behandeling en begeleiding in één van de bestaande regimes, nadat
duidelijk is of een verblijf in een gesloten setting al dan niet noodzakelijk is voor het af-
wenden van gevaar.
Alleen longterm-zorg na een rechterlijke beslissing
Voortzetting van de maatregel op grond van longterm-zorg vereist een rechterlijke beslis-
sing die de overgang naar de longterm markeert. Dit geeft tbs-gestelden duidelijkheid over
de status van de behandeling en het geeft hen de mogelijkheid om tegen de beslissing be-
roep aan te tekenen, bijvoorbeeld als een tbs-gestelde van mening is dat er nog
behandelmogelijkheden zijn.
3.1.4 Doelgroepen in de memorie van toelichting uitwerken
De wijze waarop de voorgestelde aanpassingen kunnen bijdragen aan veiligheid en effecti-
viteit wordt onvoldoende duidelijk. Om meer zicht te krijgen op de beoogde effecten stelt
de Raad voor om doelgroepen en de eindtermen voor de behandeling nader in de memorie
van toelichting uit te werken. Dit zou moeten resulteren in enkele uitgewerkte behandel-
scenario’s voor de doelgroepen van persoonlijkheidsgestoorden, zedendelinquenten, ver-
slaafden en chronische psychotici. Dit geeft niet alleen op beleidsniveau meer zicht op de
beoogde uitwerking van de maatregel, maar het geeft rapporteurs, behandelaars en rech-
                            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming               8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>ters ook een leidraad bij de uitvoering van hun werk.
In het advies Het tbs-systeem na het parlementaire onderzoek van 13 oktober 2006 gaf de
Raad aan dat het capaciteitstekort in de tbs-instellingen niet richtinggevend mag zijn voor
het aanpassen van de tbs met voorwaarden. Een verbetering van de maatregel dient het
uitgangspunt te zijn, ongeacht de mogelijke effecten daarvan op de instroom in de tbs met
dwangverpleging. Dit standpunt is ook nu nog van kracht. Niettemin is het zinvol een
prognose te maken van het bijkomende aantal veroordeelden dat na de aanpassingen voor
de tbs met voorwaarden in aanmerking komt. Ook voor dit doel kan een uitwerking van
doelgroepen waardevol zijn.
3.1.5 Relatie tot de reguliere ggz: meer samenhang met de Wet Bopz
De Wet Bopz biedt in de praktijk onvoldoende mogelijkheden voor vervolgbehandeling na
beëindiging van de tbs-maatregel. De Raad is van mening dat meer continuïteit en samen-
hang tussen tbs-wetgeving en de Bopz nodig is om personen langs de weg van een ggz-
plaatsing op een verantwoorde wijze naar een plaats in de maatschappij terug te leiden. De
Raad adviseert de minister om in overleg met de andere betrokken ministeries een betere
aansluiting te realiseren.
Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van artikel 37 Sr komt momenteel meer
voor dan oplegging van tbs met voorwaarden (vergelijk de tabellen 1 en 2). Na het aanpas-
sen van de tbs met voorwaarden zal deze een beter kader bieden voor langdurige behande-
ling en begeleiding. Ook wordt de maatregel zorgvuldiger en betrouwbaarder. Op grond
hiervan is te verwachten dat deze verhouding andersom komt te liggen. De Raad acht een
dergelijke ontwikkeling niet ongunstig. Wel strekt het tot aanbeveling om bij het uitwerken
van doelgroepen (zie hierboven) ook de ‘nieuwe kandidaten’ – degenen die nu n een psy-
chiatrisch ziekenhuis worden geplaatst - nader te benoemen.
Tabel 2. Plaatsingen in psychiatrische ziekenhuizen bij afdoening in eerste aanleg van 2002 tot 2006
Plaatsingen           2002              2003                2004        2005             2006
artikel 37 Sr                    107                 145         149                160              157
Bron: Het OM in cijfers 2002-2006, Parket-Generaal
3.1.6 Behandeldoelstellingen in de voorwaarden formuleren
Het conceptwetsvoorstel maakt het mogelijk de tbs met voorwaarden te combineren met
een langere gevangenisstraf dan thans mogelijk is. Dit bemoeilijkt het formuleren van con-
crete voorwaarden op het moment van de veroordeling. De rechter zal zich immers een
beeld moeten vormen van de situatie na detentie, die soms wel drie of vier jaar in de toe-
komst ligt. Als oplossing hiervoor stelt de Raad voor om bij de veroordeling alleen de globa-
le behandeldoelen en beoogde behandelresultaten te formuleren. De rechter kan dan vol-
staan met het bepalen van een raamwerk van doelstellingen en overwegingen omtrent de
behandelbaarheid en motivatie van de veroordeelde. Op een later moment vult de rechter
(in de rol van ‘executierechter’) de voorwaarden nader in. Hiertoe zal het openbaar minis-
terie ongeveer zes tot drie maanden voor het ontslag uit detentie de zaak opnieuw moeten
aanbrengen, met een door de behandelaar in overleg met de tbs-gestelde uitgewerkt be-
handelplan.
 Advies                                                                                               9
                                             Tbs met voorwaarden
                                                 1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Indien geen overeenstemming wordt bereikt, kan de officier van justitie alsnog tbs met
dwangverpleging vorderen. Het systeem dat de Raad voorstelt heeft het karakter van een
gefaseerde invulling van de voorwaarden. De invulling verloopt als volgt:
- vóór de veroordeling geven het NIFP en de beoogde behandelinstelling een advies over
    de invulling van de maatregel;
- het advies van het NIFP en de ggz leidt tot een raamwerk met globale behandeldoelstel-
    lingen en eindtermen voor de behandeling;
- de behandelinstelling stelt zich garant voor opname van de betreffende patiënt (zie §
    3.5);
- vóór de veroordeling geeft de reclassering een prognose over de uitvoerbaarheid van de
    voorwaarden;
- zes tot drie maanden vóór het ontslag uit detentie wordt een procedure bij een ‘execu-
    tierechter’ gestart om de behandelingsmiddelen bij de doelstellingen in concreto te for-
    muleren.
3.1.7 Onzekerheid over de verhouding tussen de voorwaarden en voorwaardelijke invrij-
heidstelling bij een terugval
Met de komst van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt de verhouding tussen de tbs
met voorwaarden en de voorwaarde(n) op grond van de voorwaardelijke invrijheidsstelling
onduidelijk. Bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in combi-
natie met een tbs met voorwaarden zal na de beëindiging van detentie en het begin van de
maatregel immers sprake zijn van twee afzonderlijke voorwaardelijke kaders. In deze situa-
tie kan een terugval aanleiding geven tot hervatting van de detentie of een tijdelijke crisis-
opname, dan wel omzetting van de maatregel naar tbs met dwangverpleging. Op dit punt is
meer duidelijkheid nodig.
3.1.8 Tbs met voorwaarden is niet vergelijkbaar met de voorwaardelijke beëindiging van tbs
met dwangverpleging
In het advies van 13 oktober 2006 wees de Raad verlenging van de maatregel en van de
ermee te combineren gevangenisstraf af. Daarbij stelde de Raad de tbs met voorwaarden
op één lijn met de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging. Bij het
beoordelen van de nu voorliggende voorstellen komt de Raad tot de conclusie dat de tbs
met voorwaarden en de voorwaardelijke beëindiging zodanig van karakter verschillen, dat
een vergelijking minder voor de hand ligt. Een voorwaardelijke beëindiging vormt het sluit-
stuk van een langer traject van dwangverpleging en diverse vormen van verlof. Van een
soortgelijke fasering is bij tbs met voorwaarden geen sprake. Om deze reden gelden voor
het verlengen van de maatregel niet de bezwaren die zijn aan te voeren tegen het verlengen
van de voorwaardelijke beëindiging.
3.2 Verlenging van de maximale duur van tbs met voorwaarden
3.2.1 Een langere termijn dient de maatschappelijke veiligheid
Het verlengen van de maximale duur van de tbs met voorwaarden zal naar verwachting
kunnen bijdragen aan de effectiviteit van de behandeling en de maatschappelijke veilig-
heid, want de maatregel biedt simpelweg meer gelegenheid voor behandeling en begelei-
ding. Verder biedt de verlenging meer mogelijkheden voor een flexibele toepassing van de
maatregel, zoals het geleidelijk afbouwen van de voorwaarden en het verminderen van het
toezicht op de naleving daarvan. Verlenging van de maatregel is echter niet voor alle tbs-
                            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming              10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>gestelden noodzakelijk. Met name bij bepaalde ziektebeelden kan een verlenging gunstig
zijn. Het uitwerken van doelgroepen is daarom van belang (§ 3.1.4).
3.2.2 Eindigheid van de maatregel: perspectief is belangrijk
Een langere voorwaardelijke maatregel zal voor veel tbs-gestelden ook een lange periode
van onzekerheid meebrengen. Gedurende de gehele looptijd kan terugval leiden tot omzet-
ting naar een tbs met dwangverpleging. Dit is een verregaande ingreep, omdat een vrij-
heidsbeperkende maatregel met bepaalde duur wordt omgezet in een vrijheidsbenemende
maatregel met een in principe onbepaalde duur 5 .
In het advies van 13 oktober 2006 heeft de Raad erop gewezen dat tbs-gestelden uitzicht op
de beëindiging van de maatregel moeten hebben. Het verlengen van de tbs met voorwaar-
den, hetzij met een termijn van negen jaar, hetzij tot een onbepaalde duur vermindert
geenszins het belang van perspectief. Vooral het behoud van motivatie en behandelbereid-
heid eist een reëel perspectief op meer vrijheden en mogelijke beëindiging van de maatre-
gel. Dit betekent dat de voorwaarden en het toezicht op de naleving daarvan, waar moge-
lijk, geleidelijk moeten worden afgebouwd. Perspectief staat gelijk aan maatwerk.
Het geleidelijk afbouwen van de voorwaarden vermindert verhoudingsgewijs de dreiging
van omzetting: de veroordeelde behoeft zich immers van lieverlee aan minder voorwaarden
te houden. Als de persoonlijke situatie van een tbs-gestelde niet toestaat dat de voorwaar-
den worden afgebouwd, zal het onverminderd toepassen van voorwaarden en controle-
middelen toch in ieder geval afdoende door de verlengingsrechter moeten worden bear-
gumenteerd.
3.2.3 Ook verlenging met twee jaar
De Raad heeft, met verwijzing naar de verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van
de tbs met dwangverpleging, in het advies van 13 oktober 2006 aangegeven dat de verlen-
gingsrechter niet alleen de mogelijkheid moet hebben om de maatregel met één jaar, maar
ook met twee jaar te verlengen. Dezelfde redenering gaat op voor de verlenging van de tbs
met voorwaarden. Jaarlijks verlengen legt een aanzienlijk beslag op rechterlijke capaciteit.
Bovendien kan jaarlijkse verlenging een contraproductief effect op de behandeling hebben,
omdat een zo frequente beoordeling van de behandeling zich niet verdraagt met het longi-
tudinale karakter ervan. Aldus kunnen bij tbs-gestelden ongerechtvaardigde verwachtingen
omtrent mogelijke beëindiging worden gewekt. Dit kan demotiverend werken en daardoor
belemmerend zijn voor de behandeling.
Een langere termijn van de maatregel is niet voor alle tbs-gestelden noodzakelijk. Het gaat
om maatwerk. De Raad is daarom van mening dat de verlengingsrechter bij diens overwe-
gingen ook altijd een afweging inzake de proportionaliteit en subsidiariteit moet maken.
Ter zijde signaleert de Raad dat de rechter die over de gevangenhouding oordeelt, na om-
mekomst van de termijn van artikel 66, lid 2 Sv (gevangenneming of gevangenhouding na
einduitspraak), in het geval van een ontslag van alle rechtsvervolging of een relatief korte
inmiddels uitgezeten gevangenisstraf niet goed uit de voeten kan met de bepaling van arti-
kel 72, lid 3 Sv (opheffing voorlopige hechtenis na einduitspraak), indien een tbs met voor-
waarden is opgelegd. Op grond van wetshistorische interpretatie kan twijfel bestaan over de
uitleg van dit artikel bij tbs met voorwaarden. Het strekt tot aanbeveling om op dit punt
meer duidelijkheid te geven.
 Advies                                                                                      11
                                        Tbs met voorwaarden
                                           1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>3.2.4 Sneller wijzigen van voorwaarden
Bij een langere duur van de maatregel neemt de kans toe dat de behandeling uiteindelijk
niet meer aansluit bij de veranderende situatie van de tbs-gestelde. In een dergelijke situa-
tie kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de tbs-
gestelde of diens raadsman de voorwaarden aanvullen, wijzigen of opheffen 6 .
Bij een langere behandeling is de genoemde wijzigingsprocedure wellicht te zwaar. Als dat
zo is, lijkt het verstandig om een regeling te treffen die het mogelijk maakt om voorwaarden
betreffende de behandeling eenvoudiger te wijzigen. Een dergelijke regeling zou kunnen
inhouden dat een tussen behandelaar, reclassering en tbs-gestelde overeengekomen wijzi-
ging in het behandelplan wordt doorgevoerd, waarna de rechter deze achteraf toetst. Uit
een evaluatie van de aanpassingen van de maatregel zal moeten blijken of er behoefte aan
een dergelijke procedure bestaat.
Voor zover het een wijziging van de behandeling betreft die valt binnen een ruim geformu-
leerde voorwaarde, zoals de verplichting om een bepaalde behandeling te ondergaan,
vormt een wijziging uiteraard geen probleem.
3.3 Verhoging van de maximale gevangenisstraf komt de effectiviteit ten goede
Het conceptwetsvoorstel stelt voor om de maximale duur van de gevangenisstraf, in com-
binatie met tbs met voorwaarden, te verhogen van drie naar vijf jaar. Dit geeft de rechter de
mogelijkheid om tbs met voorwaarden ook bij zwaardere delicten op te leggen. De ver-
wachting is dat tbs met voorwaarden door deze aanpassing meer zal worden opgelegd.
De Raad stemt in met de verhoging van de maximale gevangenisstraf. Met de minister is de
Raad van mening dat deze aanpassing de effectiviteit van de maatregel zal vergroten. Het
aantal verdachten dat voor oplegging van tbs met voorwaarden in aanmerking komt, wordt
door de aanpassing per definitie verhoogd. De Raad acht het met name een goede zaak dat
verdachten, die in de huidige situatie tbs met dwangverpleging wordt opgelegd, onder de
gewijzigde wet voor een tbs met voorwaarden in aanmerking komen.
3.4 Tijdelijke crisisopname
3.4.1 Tijdelijke crisisopname is een goed alternatief voor omzetting van de maatregel
Met de introductie van een tijdelijke crisisopname in een forensisch psychiatrische inrich-
ting beoogt het conceptwetsvoorstel het veiligheidsaspect van tbs met voorwaarden te ver-
hogen. Deze opname dient ter stabilisatie van de tbs-gestelden die dreigt terug te vallen.
De tijdelijke crisisopname duurt in beginsel zes weken, maar kan met nog eens maximaal
zes weken worden verlengd indien de eerste periode te kort blijkt. Verlenging is alleen mo-
gelijk als de verlengde periode stabilisatie in het vooruitzicht stelt. Een wijziging van de
opgelegde voorwaarden vormt de juridische grondslag van de tijdelijke crisisopname 7 .
De Raad kan zich vinden in de tijdelijke crisisopname. Meer slagvaardigheid is nodig om
vroegtijdig in te grijpen bij een (dreigende) terugval. De samenleving is daarbij gebaat,
maar ook tbs-gestelden hebben er belang bij. Het omzetten van de maatregel naar tbs met
dwangverpleging is immers voor tbs-gestelde een zeer belastende ingreep. Bovendien is het
gunstig dat een lopende behandeling na de crisisopname kan worden voortgezet. Wel
merkt de Raad met nadruk op dat een tijdelijke crisisopname niet, in afwachting van een
5
  Zie het nieuwe artikel 38e, lid 2 Sr dat luidt: behoudens gevallen waarin een bevel als bedoeld in artikel 38b of
artikel 38c is gegeven, gaat de totale duur van de maatregel van tbs een periode van negen jaar niet te boven.
6
  Zie artikel 38b Sr.
7
  Het betreft een vordering ex art. 38 b Sr en een nieuw te introduceren artikel 509jbis Sv.
                                  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                               12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>plaatsing in een forensisch psychiatrische inrichting, in een huis van bewaring mag plaats-
vinden. Voorgesteld wordt om in de memorie van toelichting op te nemen dat de crisisop-
name uitsluitend in een zorginstelling kan plaatsvinden. Naar verluidt komt er een vol-
doende aantal geoormerkte plaatsen (30 à 40) beschikbaar, verspreid over het land.
3.4.2 Rechter-commissaris zal over de tijdelijke crisisopname moeten beslissen
In het conceptwetsvoorstel wordt opgemerkt dat de rechtbank uiterlijk binnen drie dagen
na een vordering van de officier van justitie moet beslissen over een tijdelijke crisisopname.
Hierbij merkt de Raad op dat, gelet op de korte termijn, het niet realistisch is te verwachten
dat de meervoudige (raad)kamer van de rechtbank telkens in staat zal zijn om binnen de
gestelde termijn te reageren. Het is niettemin van groot belang dat de tbs-gestelde bij (drei-
gende) terugval zo spoedig mogelijk in de forensische ggz wordt geplaatst. De Raad stelt
daarom voor aansluiting te zoeken bij de procedure met betrekking tot de vordering voor-
lopige verpleging, dan wel hervatting verpleging als bedoeld in artikel 509i Sv. In die proce-
dure kan de officier van justitie direct ingrijpen en een voorlopig oordeel vragen aan de
rechter-commissaris, die binnen driemaal 24 uur na aanhouding van de tbs-gestelde dient
te beslissen. Vervolgens kan de rechtbank de procedure voor het wijzigen van voorwaarden
volgen. Gelet op het karakter van een crisisopname zou voor de inhoudelijke behandeling
een korte termijn gesteld moeten worden. De Raad denkt daarbij aan een week.
Artikel 509h, lid 2 Sv bepaalt dat de tbs-gestelde bij een vordering tot omzetting, dan wel
hervatting van de verpleging in een daartoe aangewezen inrichting moet worden geplaatst.
De Raad signaleert dat de praktijk helaas vaak anders is: de tbs-gestelde wordt bij omzet-
ting van de tbs met voorwaarden of hervatting van de dwangverpleging vaak (lang) in een
huis van bewaring geplaatst. De Raad bepleit verbetering op dit punt.
3.4.3 Tijdelijke crisisopname past in een systeem van getrapte zorg
In voorkomende gevallen zal de tbs-gestelde worden gevraagd om met een tijdelijke crisis-
opname in te stemmen, waarna deze opname in de voorwaarden wordt opgenomen 8 . Soms
zal het verkrijgen van deze instemming en de bekrachtiging hiervan door de rechter een
voortvarende opname in de weg staan. Teneinde bij personen met een hoog risico op te-
rugval direct tot een crisisopname te kunnen komen, is te overwegen om de instemming
met een tijdelijke crisisopname reeds op voorhand in de voorwaarden op te kunnen ne-
men.
De Raad gaat ervan uit dat op basis van gegeven instemming met een crisisopname ook
andere minder ingrijpende interventies in de voorwaarden kunnen worden opgenomen.
Naast interventies die bij de veroordeling al in de voorwaarden kunnen worden geformu-
leerd, hangt de Raad een systeem van getrapte zorg aan. Hierbij wijst de Raad op de hier-
boven (§ 3.1.3) reeds besproken recente aanpassing van de Wet Bopz 9 . Bij deze aanpassing
is eveneens gekozen voor een systeem met getrapte zorg, hetgeen inhoudt dat er een moge-
lijkheid voor een vrijwillige crisisopname is gecreëerd. Indien onder de aangepaste Wet
Bopz een vrijwillige opname niet lukt, zal de behandelaar in samenspraak met de genees-
heer-directeur over kunnen gaan tot een gedwongen crisisopname, met een rechterlijke
toetsing achteraf. Bij de tbs met voorwaarden heeft de Raad het volgende systeem van ge-
trapte zorg voor ogen:
8
  Overeenkomstig artikel 38b Sr.
9
  Kamerstukken II 30 492 nrs. 2 en 3.
 Advies                                                                                     13
                                        Tbs met voorwaarden
                                           1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>1.   een vrijwillige crisisopname;
2.   een door het openbaar ministerie te vorderen crisisopname;
3.   de omzetting van tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging.
3.5 Afkeuring wettelijke acceptatieplicht voor forensisch psychiatrische klinieken
Het conceptwetsvoorstel introduceert een acceptatieplicht voor forensisch psychiatrische
klinieken ten aanzien van tot tbs met voorwaarden veroordeelden. De Raad onderschrijft
dit voorstel niet.
De Raad geeft in dezen de voorkeur aan contractuele afspraken tussen zorginkopers en
zorgleveranciers, waarbij in de eerste plaats wordt uitgegaan van de betrouwbaarheid van
partners. Ingeval de contractuele plichten niet worden nageleefd, kan nakoming via de
rechter altijd nog worden afgedwongen. Bovendien kan bij het aangaan van contractuele
acceptatieverplichtingen beter worden aangesloten bij de specialisaties van klinieken, om-
dat een overeenkomst bij uitstek geschikt is voor het maken van afspraken betreffende de
plaatsing van specifieke doelgroepen.
Het project Vernieuwing Forensische Zorg in strafrechtelijk kader (VFZ) 10 heeft als belang-
rijk onderdeel de overheveling van AWBZ-budgetten naar de Justitiebegroting. Hiermee
verwerft Justitie een inkooprelatie ten opzichte van instellingen voor forensische zorg. Ver-
wacht wordt dat Justitie met behulp van contractuele relaties beter in staat zal zijn om stu-
ring te geven aan het aanbod van zorg en kwaliteit van de behandelingen. Ook in dit op-
zicht bevreemdt de keuze voor een wettelijke acceptatieplicht: een wettelijke plicht is niet
in lijn met de uitgangspunten van een inkooporganisatie en de systematiek van marktwer-
king. Bovendien kan het afdwingen van een wettelijke verplichting de relaties tussen
marktpartijen zelfs verstoren.
Voorts is de Raad van mening dat een wettelijke acceptatieplicht afbreuk doet aan de ver-
plichtingen aan de kant van het ministerie om in voldoende behandelplaatsen te voorzien.
Het ministerie zal immers plaatsen kunnen afdwingen, zonder een daar tegenovergestelde
verplichting om in behandelplaatsen te investeren. Bij een inkooprelatie ligt dat uiteraard
anders.
Uitgaande van contractuele verplichtingen stelt de Raad voor om de wettelijke acceptatie-
plicht te vervangen door een garantie vanuit de ggz-instelling die de rechter adviseert over
de behandeling van een verdachte die mogelijk tbs met voorwaarden krijgt opgelegd. In de
praktijk betekent dit dat de behandelaar gelijktijdig met het eerder genoemde raamwerk
met behandeldoelen, namens de ggz-instelling waaraan de behandelaar verbonden is, een
garantie betreffende de opname van een nog te veroordelen justitiabele zal moeten afge-
ven.
In deze context wijst de Raad op het belang van een goede samenwerking tussen diverse
instanties binnen de arrondissementen. Uit het eindrapport van de parlementaire onder-
zoekscommissie is namelijk gebleken dat het succes van de maatregel sterk per arrondis-
sement verschilt. Dit verschil wordt mede veroorzaakt door de wijze waarop binnen een
arrondissement invulling wordt gegeven aan de samenwerking tussen de ketenpartners. Ter
verbetering van de tbs met voorwaarden bepleit de Raad om de samenwerking tussen de
rechterlijke macht, de reclassering en de ggz op arrondissementeel niveau te bevorderen.
10
   Kamerstukken II 30 800 nr. 2 en kamerstukken II 29 452 en 30 250, nr. 48
                                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming         14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>3.6 Instemming met verplichte advisering door de ggz
Het conceptwetsvoorstel stelt voor om de ggz verplicht over de bereidheid en behandel-
baarheid van een verdachte te laten rapporteren. De rapportage wordt in aanvulling op de
maatregelrapportage van de reclassering en de pro-justitiarapportage van het NIFP opge-
steld. Aan de rapportage kan een intakegesprek of proefbehandeling voorafgaan.
De Raad oordeelt positief over dit voorstel. De aspecten bereidheid en behandelbaarheid
blijven in de bestaande praktijk vaak onderbelicht. Bovendien kan een vroegtijdige inscha-
keling van de forensische ggz bijdragen aan een snellere behandeling van tbs-gestelden.
Een optimaal gebruik van de rapportages vergt dat deze altijd door de voor de behandeling
beoogde inrichting worden opgesteld. De intake en de proefbehandeling zullen, gezien de
wachttijden in de forensische zorg, waarschijnlijk niet altijd binnen de termijn van het
voorarrest tot stand kunnen komen.
De eerder besproken verhoging van de maximale gevangenisstraf vormt een bijkomende
complicatie voor de advisering door de ggz. De duur van de detentie is vaak negatief van
invloed op de bereidheid en behandelbaarheid van de tbs-gestelde. Bovendien kan van de
behandelaars niet worden verwacht dat zij verscheidene jaren vooruit zien. Als oplossing
voor het laatste punt wordt voorgesteld om bij de veroordeling alleen een raamwerk met
behandeldoelen op te stellen. Dit voorstel is nader uitgewerkt in § 3.1.6.
3.7 Intensivering reclasseringstoezicht
3.7.1 Kabinetsvoorstellen
De minister stelt dat het reclasseringstoezicht een belangrijk onderdeel is bij de uitvoering
van de tbs met voorwaarde. Ter verbetering van het reclasseringstoezicht worden in het
conceptwetsvoorstel de volgende voorstellen gedaan:
- ontwikkeling van een nieuw reclasseringsproduct: intensief reclasseringtoezicht. Dit
    product biedt 120 contacturen per halfjaar tegenover 30 per halfjaar in de bestaande si-
    tuatie. De extra uren moeten worden ingezet voor meer controleactiviteiten, meer casu-
    istiekoverleg en meer contacten met de tbs-gestelde, ketenpartners en het sociale net-
    werk, ook buiten kantooruren;
- 24-uurs bereikbaarheid van de reclassering. Een (dreigende) terugval kan dan op ieder
    moment worden gemeld;
- meer forensisch psychiatrische deskundigheid bij de reclasseringswerkers en de ontwik-
    keling van risicotaxatie-instrumenten ter ondersteuning van het toezicht. Hiermee wordt
    gestreefd naar een betere beoordeling van delictrisico tijdens het toezicht.
3.7.2 Instemming met meer toezicht, wel enkele kanttekeningen
Intensivering van het reclasseringstoezicht is van belang 11 . In de bestaande situatie hebben
reclasseringswerkers vaak te weinig tijd voor het uitoefenen van het toezicht. Wel is de
Raad van oordeel dat met een verhoging van het aantal contacturen van gemiddeld 30 uur
per halfjaar naar 120 uur per halfjaar nogal sterk wordt ingezet op controle, in tegenstelling
tot bijvoorbeeld behandeling. Intensief toezicht zal niet in alle gevallen of gedurende de
gehele maatregel noodzakelijk zijn. Bovendien kan intensieve controle contraproductief
uitwerken. De Raad denkt aan situaties waarin:
- intensief reclasseringscontact een onevenredige last op de behandeling legt;
11
   Zie ook het advies Reclasseringsbegeleiding van tbs-gestelden, RSJ 1 juni 2004.
 Advies                                                                                      15
                                               Tbs met voorwaarden
                                                  1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>-   intensief contact tussen justitiabele en reclasseringswerker de objectieve oordeelsvor-
    ming van de reclasseringswerker aantast.
De Raad doet de volgende voorstellen ter uitwerking van het reclasseringstoezicht:
- differentiatie in het toezicht is nodig voor het bieden van maatwerk. Daarbij zullen vari-
    anten van reclasseringstoezicht uitgewerkt moeten worden. Het gaat om de kwaliteit van
    het toezicht, zeker niet alleen om kwantiteit. Een uitwerking van doelgroepen (§ 3.1.4)
    zal ook op dit punt van waarde kunnen zijn;
- het toezicht moet geleidelijk afgebouwd worden, zodat een tbs-gestelde perspectief
    heeft op vermindering van het aspect van vrijheidsbeperking (zie ook § 3.2.2). Ook in de
    behandeling zal het accent verschuiven van behandeling naar begeleiding;
- intensief toezicht dient niet alleen toezicht op de naleving van voorwaarden te omvat-
    ten. De inspanningen van de reclassering dienen, waar nodig, ook de resocialisatie van
    de tbs-gestelden te bevorderen.
3.7.3 Meer kennis bij de reclasseringswerkers
De Raad steunt het voorstel om de forensisch psychiatrische deskundigheid van de reclas-
seringwerkers te verbeteren. Dit is nodig voor een betere inhoudelijke invulling van de
maatregel, ten eerste bij het toezicht op de voorwaarden. Van reclasseringswerkers kan
immers niet worden gevraagd adequaat toezicht uit te oefenen, terwijl zij de functie en het
belang van voorwaarden niet voldoende kunnen inschatten. In de tweede plaats kan meer
kennis eraan bijdragen dat bevindingen uit het toezicht worden betrokken bij
(her)formulering van de voorwaarden, bijvoorbeeld bij verlenging van de maatregel.
In aanvulling op de voorgenomen verbeteringen wordt voorgesteld om de kennis binnen de
reclasseringsorganisatie te verhogen door waar mogelijk ervaren personeel uit de forensi-
sche psychiatrie aan te trekken. Verder stelt de Raad voor om de kennis bij de reclasse-
ringsorganisaties te bundelen bij organisatieonderdelen die zich specialiseren in toezicht
op forensisch psychiatrische cliënten.
3.7.4 Betere controle op de uitvoering en de introductie van systeemcontrole
De Raad is van oordeel dat het toezicht op tbs-gestelden voor verbetering vatbaar is. Bij het
denken aan structurele verbeteringen onderscheidt de Raad drie niveau’s van controle en
toezicht. 12
Het eerste niveau van controle betreft het door de behandelaar op de tbs-gestelde uitgeoe-
fende toezicht. In de praktijk legt controle op de behandeling het nog regelmatig af tegen
zorgtaken. Aandacht voor een zorgvuldige uitvoering van het behandelplan en naleving van
voorwaarden is niettemin van belang voor het behalen van de doelstellingen. Ter verbete-
ring wordt voorgesteld om de deskundigheid betreffende langdurige behandeling en bege-
leiding te vergroten. Daarnaast zal vooral de kennis van risicomanagement moeten worden
verbeterd, zodat behandelaars meer alert worden op risicofactoren en signalen van terug-
val. Hiervoor zullen behandelaars ook meer gebruik moeten maken van risicotaxaties en
risicoplanning.
12
   Voor een nadere uitwerking van de drievoudige vorm van controle zie J.R. van Veldhuizen e.a., Forensisch psy-
chiatrische patiënten en de maatschappij: check, check, double check in Proces, 2006/5.
                               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                             16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Het tweede niveau van controle betreft het toezicht door de reclassering. Deze vorm van
controle spreekt voor zich, want toezicht op tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen
behoort al tot de kerntaken van de reclassering.
In het conceptwetsvoorstel wordt een nieuw toezichtproduct geïntroduceerd (zie § 3.7.1),
dat onder andere uitgaat van betere risicotaxatie-instrumenten en het bevorderen van de
forensisch psychiatrische deskundigheid. In aanvulling hierop stelt de Raad voor om de
toezichttaak meer als coachfunctie vorm te geven, ervan uitgaande dat een reclasserings-
werker het netwerk (familie, vrienden, werkgever, e.d.) inventariseert en contacten onder-
houdt met het netwerk, de behandelaars en andere maatschappelijke dienstverleners. In-
dien de tbs-gestelde motivatie verliest, dient de reclasseringswerker daarop in te spelen.
Daarbij betrekt de reclasseringswerker zonodig de behandelaars en het netwerk. Eventuele
risico’s of een (dreigende) terugval moeten uiteraard altijd bij de behandelaars worden ge-
meld.
Het derde niveau van controle is de systeemcontrole. Deze bestaat in de beoordeling van
de invulling van het toezicht en een veilige tenuitvoerlegging van de maatregel vanuit een
externe positie. Dit is dus geen controle op de persoon van de tbs-gestelde, maar op de
forensische ggz en de reclassering, in het bijzonder de uitvoering van het toezicht en de
behandelplannen.
De toezichthouder dient organisatorisch los te staan van de uitvoerende organisaties, maar
kan eventueel als zelfstandig onderdeel bij de reclasseringsorganisatie worden onderge-
bracht. Het openbaar ministerie zal in ieder geval ook een rol bij deze vorm van controle
moeten hebben. Het openbaar ministerie heeft immers al een taak bij de controle op de
tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel 13 . Uitgaande van de bestaande wettelijke bepalin-
gen en beleidsrichtlijnen 14 zullen binnen het openbaar ministerie de taken aangaande de
executie van de tbs-maatregel moeten worden verduidelijkt.
3.7.5 Ook verbetering van behandelprogramma’s en zorgtrajecten
De Raad is van oordeel dat tenuitvoerlegging van de maatregel zich in de praktijk nog te
vaak beperkt tot toezicht en controle. Behandeling is echter een belangrijk onderdeel van
de tbs-maatregel, dat het opleggen van de maatregel mede legitimeert. Een verbetering van
de maatregel vraagt daarom niet alleen om intensivering van het toezicht, maar dient ook
uit te gaan van intensivering van de behandeling. Ter verbetering van de behandelingen
wordt voorgesteld om de zorgtrajecten en behandelprogramma’s beter te ordenen en uit te
werken. De Raad stelt voor om:
- binnen de forensische ggz meer aandacht te geven aan het uitwerken van behandel-
    plannen;
- meer continuïteit in de behandeling en begeleiding aan te brengen;
- ‘outreachend’ te werken.
Hierbij wijst de Raad erop dat een intensivering van het toezicht een taakverzwaring voor
de ggz tot gevolg heeft, onder andere omdat de reclassering meer contacten met de ggz zal
onderhouden. In het conceptwetsvoorstel ontbreekt niettemin een financiële onderbou-
wing voor de uitvoering van de extra inspanning. Voorgesteld wordt om de gevolgen van de
intensivering van het reclasseringstoezicht voor de ggz uit te werken en om de ggz vol-
doende middelen en capaciteit te geven deze taken uit te voeren.
13
   De executie-officier van justitie en/of de tbs-officier van justitie van het executerend parket houden toezicht op
de naleving van de gestelde voorwaarden (art. 38a, lid 3 Sr).
14
   Art. 38 t/m 38l Sr en OM-aanwijzing tbs met voorwaarden en voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging.
 Advies                                                                                                             17
                                                  Tbs met voorwaarden
                                                      1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>3.7.6 Betere uitwerking van inzet technische hulpmiddelen
In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat technische hulpmiddelen kunnen
worden ingezet bij het reclasseringstoezicht, voor zover wetenschappelijk is aangetoond dat
deze hulpmiddelen delictgedrag bij tbs-gestelden kunnen verminderen of indien is aange-
toond dat voorwaarden door de inzet van techniek beter worden nageleefd. De Raad ziet de
waarde in van het gebruik van technische middelen bij het toezicht, maar vindt dat het op
summiere wijze aanstippen hiervan in de memorie van toelichting een te ruime toepassing
van deze middelen toelaat. Omdat het gebruik van deze middelen een verregaande en dis-
proportionele inperking van vrijheden kan meebrengen, vergt de inzet ervan een volledige
uitwerking in de memorie van toelichting, tenzij het een verwijzing betreft naar regelgeving
waar een dergelijke uitwerking reeds heeft plaatsgevonden.
                         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming               18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>4. Aanbevelingen
Bij de aanpassingen van tbs met voorwaarden beveelt de Raad aan:
- de doelgroepen voor tbs met voorwaarden nader uit te werken;
- bij bepaalde groepen tbs-gestelden longterm-zorg te overwegen;
- de procedure voor de wijziging van voorwaarden te versoepelen;
- te bepalen dat de rechter een tbs met voorwaarden kan uitspreken op grond van een
    raamwerk met behandeldoelen;
- de rechter bij wijze van ‘executierechter’ op een later moment te laten beslissen over de
    inhoudelijke invulling van de voorwaarden;
- de beslissing over de tijdelijke crisisopname in eerste instantie aan de rechter-
    commissaris over te laten;
- de verhouding tussen voorwaarden bij de maatregel en de voorwaarde(n) bij een voor-
    waardelijke invrijheidstelling duidelijk uit te werken;
- het vereiste van instemming met de voorwaarden door een kandidaat voor tbs met
    voorwaarden te heroverwegen. De taxatie van een expert inzake de bereidheid om (op
    een later moment) zorg te aanvaarden kan de instemming vervangen;
- geen wettelijke acceptatieplicht voor de ggz in te voeren;
- GGz-Nederland te betrekken bij de nadere uitwerking van de maatregel;
- de tijdelijke crisisopname in een systeem van getrapte zorg te plaatsen;
- in samenspraak met de reclassering de kennis van de forensische ggz bij reclasserings-
    werkers te verbeteren;
- de langere termijn van de maatregel ook te gebruiken voor inspanningen op het gebied
    van resocialisatie;
- in samenspraak met de reclassering en de forensische ggz een betere controle op tbs-
    gestelden te introduceren, almede een systeemcontrole op het werk van de reclassering
    en forensische ggz door te voeren;
- in samenwerking met de ggz de behandelingen en zorgtrajecten te verbeteren aan de
    hand van beter uitgewerkte behandelplannen. Daarnaast ook meer continuïteit in de
    behandeling en begeleiding te bieden en ‘outreachend’ te werken;
- binnen de arrondissementen de samenwerking tussen de ketenpartners te bevorderen.
 Advies                                                                                   19
                                       Tbs met voorwaarden
                                           1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Bronvermelding
Buiten behandeling, Wartna B.S.J., et al., Den Haag, WODC, 2005. Onderzoek en Beleid
Eerste voortgangsrapportage Plan van aanpak terbeschikkingstelling en forensische zorg in
strafrechtelijk kader, Ministerie van Justitie. Den Haag, juli 2007 (Bijlage bij Kamerstuk
29452, nr.70)
Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29 452 nr. 19
Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 29 452 en 30 250 nr. 48
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30 250 nrs. 4-5
Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 30 800 hoofdstuk VI nr. 2
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30 250 nr. 9
Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30 492 nrs. 2 en 3
Het OM in cijfers 2002-2006, Parket-Generaal. Den Haag, 5 april 2007
Reclasseringstoezicht op veroordeelden tot tbs met voorwaarden, Ist. Den Haag, 2006
Het tbs-stelsel na het parlementair onderzoek, RSJ. Den Haag, oktober 2006
Veldhuizen J.R. van, Berkhout J.J. en Horsman L. Th., Forensisch psychiatrische patiënten
en de maatschappij: check, check, double check, Proces, 2006/5, p. 170-179.
Ter voorbereiding op het advies sprak de Raad met verschillende deskundigen uit het veld.
De Raad bezocht de volgende instellingen:
- AMC De Meren, forensisch psychiatrische kliniek;
- De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie te Utrecht;
- GGz Noord-Holland Noord, forensisch psychiatrische afdeling Heiloo;
- Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, Pieter Baan Centrum;
- Reclassering Nederland, hoofdkantoor.
                          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming              20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Bijlage
Tekstuele opmerkingen bij het conceptwetsvoorstel
Artikel 52 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Dit artikel bevat een verschrijving. De woorden ‘tot opnamen in’ wijzigen in ‘tot opname
in’.
Artikel 509jbis, lid 2 Wetboek van strafvordering
Het artikel geeft de officier van justitie en de rechter de bevoegdheid om de tijdelijke op-
name te verlengen. In de memorie van toelichting wordt een verlenging van maximaal zes
weken voorgesteld. Dit blijkt echter niet uit het nieuwe artikel. Na de woorden ‘op vorde-
ring van het openbaar ministerie,’ dienen de woorden ‘met maximaal zes weken’ te worden
toegevoegd.
Memorie van Toelichting
Onder 2. staat een verschrijving in de eerste alinea: ‘De vrijheid van personen’ moet zijn ‘de
veiligheid van personen’.
Onder 3. is de formulering niet juist: met ‘ten gunste van het aantal opleggingen’ wordt
bedoeld ‘ten gunste van een lager aantal opleggingen’.
 Advies                                                                                      21
                                         Tbs met voorwaarden
                                            1 oktober 2007
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>