<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>De Inrichting voor Stelselmatige
Daders
de isd-maatregel in theorie en praktijk
Advies d.d. 4 april 2007
  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                  1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
   Samenvatting                                                                                        5
1. Aanleiding voor dit advies                                                                          7
2. De isd-maatregel op papier                                                                          9
   2.1 Beveiliging van de maatschappij                                                                 9
   2.2 Heterogene populatie                                                                            9
   2.3 Aanknopingspunten voor gedragsverandering                                                      10
   2.4 Een stimulerend klimaat                                                                        10
   2.5 Reïntegratietrajecten                                                                          10
   2.6 Tussentijdse toetsing                                                                          11
   2.7 Nazorg                                                                                         12
   2.8 Van sov naar isd, overgangsfase                                                                12
3. De isd-maatregel in de praktijk                                                                    13
   3.1 Regime                                                                                         13
   3.2 Intramurale zorg                                                                               14
   3.3 Intramurale zorgtrajecten buiten de inrichting                                                 14
   3.4 Maatschappelijke reïntegratie en nazorg                                                        15
4. Beoordeling van de isd-maatregel                                                                   17
   4.1 Invoering van de maatregel                                                                     17
   4.2 Regime                                                                                         17
   4.3 Bejegening                                                                                     18
   4.4 Gedragsverandering en interventies                                                             18
   4.5 Zorg                                                                                           19
   4.6 RISc-instrument en diagnostiek                                                                 20
   4.7 Doorstroom naar zorginstellingen                                                               20
   4.8 Maatschappelijke reïntegratie en nazorg                                                        20
   4.9 Evaluatie van de maatregel                                                                     21
5. Aanbevelingen op conceptueel niveau                                                                23
   5.1 Inleidende opmerkingen: de doelstelling van de maatregel                                       23
   5.2 Snelle toeleiding naar zorgvoorzieningen                                                       23
   5.3 Een ander dagprogramma                                                                         24
   5.4 Stimuleren van motivatie en verantwoordelijkheidsbesef                                         25
   5.5 Differentiatie en standaardisatie                                                              25
   5.6 Stabilisatieperiode                                                                            25
   5.7 Slotopmerking: verdere investering nodig ter legitimering van de maatregel                     26
   5.8 Samenvatting van de aanbevelingen op conceptueel niveau                                        26
6. Aanbevelingen op operationeel niveau                                                               29
   Literatuur                                                                                         31
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                    3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Vanaf 1 oktober 2004 is het mogelijk om veelplegers gedurende twee jaar te plaatsen in een inrichting voor
stelselmatige daders (isd). Deze strafrechtelijke maatregel vormt de ‘opvolger’ van de strafrechtelijke opvang
verslaafden (sov). Met de maatregel wordt beveiliging van de maatschappij nagestreefd. Dit wordt in de
eerste plaats gerealiseerd door een relatief lange vrijheidsbeneming. Daarnaast worden gedragsinterventies
ingezet bij gedetineerden die daarvoor gemotiveerd zijn.
Waar de sov alleen is bestemd voor verslaafde veelplegers, biedt de isd plaats aan een brede groep
veelplegers. Onder de tot isd veroordeelden bevinden zich naast verslaafden ook psychisch gestoorden, dak-
en thuislozen en niet-verslaafde (veel)plegers van relatief kleine vermogensdelicten. Anders dan de sov
vraagt uitvoering van de isd daarom om uiteenlopende detentiemodaliteiten.
In 2006 heeft de Raad vier isd-inrichtingen bezocht. In de bevindingen naar aanleiding van deze bezoeken
zijn drie hoofdlijnen te onderscheiden. Ten eerste: de maatregel is al te haastig ingevoerd. Hierdoor is het
personeel niet goed op de werkzaamheden voorbereid en is de maatregel tot op heden nog niet voldoende
concreet voor het personeel en de gedetineerden. Ten tweede: de (psychologische) zorg schiet te kort. De
isd-populatie vereist meer zorg dan is voorzien. Als gevolg hiervan blijft de inzet van gekwalificeerd
personeel en de toeleiding naar zorgtrajecten achter bij de gesignaleerde zorgbehoefte, waardoor de
mogelijkheden voor een kansrijke behandeling van psychische en verslavingsproblematiek nog te zeer
worden begrensd. Tot slot, de maatregel biedt weinig kansen om structurele gedragsverandering bij de
veelplegers te realiseren. De behandelprogramma’s vertonen weinig continuïteit en de dagprogramma’s
doen nauwelijks een beroep op de motivatie van de deelnemers. Veel gedetineerden zijn hierdoor nog niet
voldoende voorbereid op deelname aan de behandelprogramma’s van zorginstellingen.
De Raad beveelt aan om de maatregel op conceptueel niveau te verbeteren, opdat de maatregel meer
gelegenheid biedt voor psychologische zorg en meer kan bijdragen aan structurele verandering van
gedrags- en leefpatronen die tot criminaliteit leiden. Hiertoe wordt voorgesteld om isd-ers met een ernstige
psychiatrische stoornis direct ter behandeling naar een psychiatrische zorginstelling door te plaatsen.
Daarnaast wordt een structurele stabilisatieperiode van circa drie maanden bepleit. In deze periode dienen
personen met een psychische stoornis te worden onderscheiden van gedetineerden die kunnen deelnemen
aan het reguliere programma. De gedetineerden met een psychische stoornis dienen spoedig na de
stabilisatie door te stromen naar zorgvoorzieningen.
Voorts beveelt de Raad aan om de isd-ers al vanaf de eerste dag in de inrichting een intensief
activiteitenprogramma aan te bieden, zodat zij vanaf het begin meer worden gestimuleerd en gemotiveerd
voor deelname aan de behandelprogramma’s. In de behandelfase moeten er meer gedifferentieerde
detentiemodaliteiten en gestandaardiseerde reïntegratietrajecten worden aangeboden. Hierbij wordt
ondermeer gedacht aan reïntegratietrajecten leidend tot opname in een therapeutische gemeenschap en
andere klinische voorzieningen voor behandeling van verslaafden. Voorts geeft het advies enkele
aanbevelingen voor verbeteringen op operationeel niveau.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>1. Aanleiding voor dit advies
In 2002 presenteerde het kabinet de beleidsnota Naar een veiliger samenleving en het beleidsprogramma
Modernisering Sanctietoepassing. Eén van de uit deze beleidsstukken voortvloeiende maatregelen is dat
veelplegers vanaf 1 oktober 2004 in een inrichting voor stelselmatige daders kunnen worden geplaatst. Dit
betekent dat zeer actieve veelplegers voor relatief geringe delicten, voor de duur van maximaal twee jaar,
een vrijheidsbenemende maatregel opgelegd kunnen worden. Op de beleidsvoorstellen en uitvoering van
de isd-maatregel is veel kritiek uitgeoefend1.
        De Raad richt zich in dit advies in eerste instantie op de vraag of met de isd-maatregel wordt
        gerealiseerd wat met de maatregel wordt nagestreefd. Daarbij let de Raad in het bijzonder op de wijze
        waarop invulling wordt gegeven aan de bejegening van de gedetineerden en het regime in de
        inrichtingen voor stelselmatige daders.
In de loop van 2006 heeft de Raad verschillende isd-inrichtingen bezocht2. De bevindingen uit deze
bezoeken worden in dit advies samengevat en geëvalueerd. Hieruit volgen voorstellen om de maatregel op
conceptueel niveau te verbeteren. Daarnaast geven de bevindingen aanleiding om enkele aanbevelingen op
operationeel niveau te doen. De hoofdpunten van het beleid en de wetgeving inzake de maatregel worden
hier nu eerst weergegeven.
1)  D.H. van Ekelenburg 2005,T. Kooijmans 2005 en S. Struijk 2005.
2)  In 2006 bezocht de Raad vier isd-inrichtingen. Het betreft p.i. Amsterdam, locatie Over-Amstel (25 januari 2006), p.i. Rijnmond, locatie
    Stadsgevangenis Hoogvliet (13 juni 2006), p.i. Utrecht, locatie Wolvenplein (4 september 2006) en p.i. Noord, locatie De Grittenborgh
    (25 september 2006).
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                       7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>2. De isd-maatregel op papier
2.1 Beveiliging van de maatschappij
De isd-maatregel is gericht op het terugdringen van overlast en criminaliteit gepleegd door veelplegers. De
beleidsstukken geven aan dat de maatschappijbeveiliging voornamelijk moet worden gerealiseerd door
middel van een langere vrijheidsbeneming van veelplegers. Het op de toekomst gerichte karakter van de
strafrechtelijke maatregel blijkt uit de mogelijkheid om aan een reïntegratietraject deel te nemen. Waar
echter een strafrechtelijke maatregel als de tbs expliciet op behandeling is gericht, vormt behandelbaarheid
niet een doorslaggevend criterium voor oplegging van de isd en wordt in de isd alleen aan een geselecteerd
aantal kansrijke en gemotiveerde veroordeelden een reïntegratietraject aangeboden.
Alleen zeer actieve veelplegers komen voor de isd in aanmerking. Het gaat om verdachten die een misdrijf
hebben gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Voorts moet een verdachte in de laatste vijf
jaar voorafgaand aan het feit tenminste drie maal onherroepelijk zijn veroordeeld tot een
vrijheidsbenemende straf of maatregel, terwijl het nieuwe feit is begaan na executie van de daarvoor
opgelegde straf(fen) of maatregel(en). Tot slot moet er een gerede kans zijn op recidive en daaruit
voortkomend gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. De rechter kan de straf uitsluitend
opleggen op vordering van het OM.
2.2 Heterogene populatie
De bevolking van de inrichting voor stelselmatige daders omvat verschillende groepen veelplegers, zoals
drugsverslaafden, dak- en thuislozen en niet-verslaafde (veel)plegers van relatief kleine vermogensdelicten.
Een psychische stoornis vormt, anders dan bij de strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), geen contra-
indicatie voor het opleggen van de maatregel.
De wetgever rechtvaardigt het samenbrengen van de verschillende typen veelplegers op basis van veel
voorkomende kenmerken, waarbij wordt verwezen naar een leven op straat, een gebrek aan binding en
structuur en weinig zelfredzaamheid. De wetgever verbindt daaraan de consequentie dat de verschillende
groepen een gedifferentieerde tenuitvoerlegging vereisen. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel
isd spreekt in dit kader over ‘bijzondere regimaire voorzieningen’ en ‘specifieke detentiemodaliteiten voor
de verschillend geaarde subgroepen’.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                        9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>2.3 Aanknopingspunten voor gedragsverandering
Bij een vordering tot inbewaringstelling van een isd-kandidaat dient de OvJ opdracht te geven tot afname
van een RISc. Het RISc-instrument3 is ontwikkeld als ondersteuning bij de inschatting van de kans op
recidive. Het instrument werkt met een gestructureerde vragenlijst met dertien risico-inschattingsschalen,
aan de hand waarvan verschillende leefgebieden van de ondervraagde op criminogene factoren worden
onderzocht. Daarnaast dient RISc een indicatie te geven van de zogeheten responsiviteit: de
aanknopingspunten voor gedragsverandering en de motivatie voor deelname aan een behandelprogramma.
Het onderzoek bestaat uit een basisonderzoek, een gesprek met de verdachte en een zelfrapportage. De
functionaris die de RISc afneemt kan, indien het onderzoek daar aanleiding toe geeft, daarnaast nog een
opdracht geven voor verdiepingsdiagnostiek door een gedragskundige.
Als de verdachte/gedetineerde niet is gemotiveerd om aan gedragsverandering te werken, vormt het blote
feit dat gedragsinterventies toch zouden kunnen bijdragen aan het voorkomen van recidive voldoende
aanleiding om de maatregel op te leggen. Deze gedetineerden worden in het zogeheten basisregime
geplaatst. In tegenstelling tot een behandelafdeling biedt het basisregime een zeer beperkt aantal
activiteiten en is het niet gericht op het werken aan gedragsverandering.
2.4 Een stimulerend klimaat
De beleidsstukken gaan ervan uit dat de motivatie en het leervermogen van de isd-ers beperkt zijn. De
verwachting is daarom dat het merendeel van de tot isd veroordeelde veelplegers niet aan de
reïntegratietrajecten zal deelnemen en als gevolg daarvan in het basisregime zal verblijven.
Van de inrichtingen wordt verwacht dat zij voorzien in een stimulerend klimaat, dat de gedetineerden
aanzet om aan reïntegratieprprojecten deel te nemen. Iedere isd-er wordt daartoe een p.i.w.-er als mentor
toegewezen. Met behulp van ‘motivational interviewing’ zullen de mentoren de ongemotiveerde
gedetineerden moeten aansporen om alsnog aan een reïntegratietraject deel te nemen.
2.5 Reïntegratietrajecten
Het beleidsprogramma Terugdringen Recidive (TR)4 is bepalend voor de werkwijze in de isd-inrichtingen5.
Op grond van TR zullen de reïntegratietrajecten door het gevangeniswezen en de reclassering gezamenlijk
(in een zogenoemd duaal casemanagement) worden uitgevoerd: een trajectbegeleider van het
gevangeniswezen begeleidt de gedetineerde tijdens de intramurale fase. Een trajectbegeleider van de
3)   Recidive Inschattingsschalen.
4)   Naast de penitentiaire inrichingen met een isd-bestemming wordt het TR-programma toegepast in p.i. Noord-Holland Noord, p.i.
     Limburg-Zuid.
5)   In de voormalige sov-inrichtingen wordt voorlopig nog het sov-model gehanteerd. Zie ook § 2.8.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                   10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>reclassering neemt de begeleiding tijdens de extramurale fase op zich. De reïntegratieplannen moeten in
een gezamenlijk overleg tussen beide trajectbegeleiders (‘duaal moment’) worden vastgesteld.
Het TR-programma is niet alleen gericht op een nauwere samenwerking tussen het gevangeniswezen en de
reclassering, het beoogt ook een duidelijke taakverdeling tussen beide. Hiervoor is aan de penitentiaire
inrichtingen een coördinatiebureau TR verbonden, dat de samenwerking coördineert.
Het reïntegratietraject van een deelnemer moet worden vastgelegd in een reïntegratieplan6. Het plan dient
een indicatiestelling van de individuele problematiek van een deelnemer te bevatten, geeft uitsluitsel over
de plaatsing in een bepaald isd-traject, vermeldt de eventuele toeleiding naar een extramuraal zorgtraject en
beschrijft de aan de deelnemer te stellen voorwaarden voor deelname aan het traject (bijvoorbeeld het zich
onthouden van drugsgebruik of het starten van een afbetalingsregeling). Het reïntegratieplan dient ook de
uit te voeren gedragsinterventies te bevatten.
Het reïntegratieplan wordt idealiter opgesteld binnen een maand na binnenkomst van de deelnemer en
wordt ondertekend door de gedetineerde en de trajectbegeleiders van het gevangeniswezen en de
reclassering. Uitgaande van het RISc-onderzoek moeten het reïntegratieplan en daarin opgenomen
gedragsinterventies aansluiten op de individuele problematiek van de gedetineerde. Daarmee wordt een
efficiënte inzet van de middelen beoogd.
De reïntegratietrajecten vallen, zoals hierboven al is aangeduid, uiteen in een intra- en een extramurale fase.
De termijn van de intramurale fase is niet in de wet vastgelegd, als gevolg waarvan de duur van de fasen per
gedetineerde sterk kunnen verschillen. De extramurale fase kan bijvoorbeeld worden ingevuld met de
plaatsing in een zorgvoorziening, een voorziening voor begeleid wonen of een kliniek of afdeling voor
psychiatrische zorg, maar ambulante begeleiding met reclasseringtoezicht is ook een mogelijkheid.
2.6 Tussentijdse toetsing
Met behulp van een tussentijdse toetsing kan de noodzaak van de voortzetting van de maatregel aan de
rechter worden voorgelegd7. De rechter beslist tot een tussentijdse toetsing bij het opleggen van de
maatregel of op een later moment op verzoek van de veroordeelde, diens raadsman, het openbaar
ministerie dan wel ambtshalve. In het oordeel betrekt de rechter een bericht van het openbaar ministerie,
dat tevens een verklaring van de directeur van de inrichting bevat. In deze verklaring wordt de stand
omtrent de uitvoering van het verblijfsplan vermeld8.
6)   Het reïntegratieplan maakt onderdeel uit van het verblijfsplan, dat voor alle isd-ers wordt opgesteld.
7)   Zie artikel 38s Sr.
8)   De beroepscommissie van de Raad heeft een klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag, gericht tegen het gebrek aan
     voortvarendheid van de behandeling, omdat hier geen sprake is van een beklagwaardige beslissing als bedoeld in artikel 60, eerste lid,
     Pbw.Ten aanzien van dergelijke klachten is voorzien in een afzonderlijke procedure: artikel 38s Sr.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                      11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en beëindiging van recidive. Beide doelstellingen
dient de rechter in de toetsing te betrekken. Daarbij dient hij op grond van jurisprudentie9 rekening te
houden met het volgende beslissingskader: er moet worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal
leiden tot onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Daarna moet
worden bezien of verdere voortzetting niet zinvol is door omstandigheden buiten de macht van de
betrokkenen10.
2.7 Nazorg
Het Verbeterplan Aansluiting Nazorg is landelijk richtinggevend voor de inspanningen op het gebied van
maatschappelijke reïntegratie en nazorg. Het plan voorziet in een groot aantal maatregelen om de
samenwerking tussen de ketenpartners te verbeteren, zoals de inzet van medewerkers maatschappelijke
dienstverlening (m.m.d.-ers), het instellen van gemeentelijke coördinatiepunten voor de nazorg en het
hanteren van een overdrachtsdocument ten behoeve van de gemeenten.
De m.m.d.-er heeft tot taak kort na binnenkomst van de isd-er te inventariseren wat er op het gebied van
basale voorzieningen, zoals huisvesting, inkomen, zorg en identiteitspapieren geregeld moet worden.
Enkele maanden voor het ontslag zullen zij de noodzakelijke nazorg werkelijk in gang moeten zetten. Het
bovengenoemde overdrachtsdocument voor de gemeenten is hierbij van belang.
De begeleidingsopdracht van de m.m.d.-er betreft alle gedetineerden in de isd-inrichting, dus ook degenen
die in het basisregime verblijven. Gedetineerden die een reïntegratietraject volgen, kunnen ook hun
trajectbegeleider voor nazorg inschakelen. Na beëindiging van de maatregel ligt de verantwoordelijkheid
voor opvang en nazorg volledig bij de gemeente.
2.8 Van sov naar isd, overgangsfase
Kenmerkend voor de sov is dat alle gedetineerden een behandelprogramma krijgen aangeboden. Daarnaast
krijgen zij gedurende het gehele programma, zowel tijdens de intramurale als tijdens de extramurale fase,
een trajectbegeleider van een reclasseringsinstelling toegewezen.
Formeel is het sov-programma nog tot het einde van 2006 in de oorspronkelijke vorm in de isd-
inrichtingen11 uitgevoerd, door middel van integratie in de isd. In de praktijk wordt ook nu het sov-
programma nog op beperkte schaal toegepast12.
9)   Op grond van artikel 509ff Sv kan tegen een beslissing van de rechtbank inzake de noodzaak tot voortzetting van de isd-maatregel
     beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
10) Zie HR 31 mei 2005, AS9291, Hof Arnhem 20 maart 2006, AV 6348, Hof Arnhem 30 augustus 2006, AY 7665, Hof Arnhem 23 oktober
     2006, AZ0948 en Hof Arnhem 4 december 2006, AZ 4997.
11) Dit zijn p.i. Amsterdam, locatie Over-Amstel, p.i. Rijnmond, locatie Stadsgevangenis Hoogvliet en p.i. Utrecht, locatie Wolvenplein.
12) Uit de onderzoeks- en beleidsdatabase justitiële documentatie (OBJD) van het WODC blijkt dat de sov-maatregel in 2005 nog zeven
     maal, waarvan eenmaal voorwaardelijk, is opgelegd. In 2006 is de maatregel nog tweemaal opgelegd, waarvan eenmaal voorwaardelijk.
     Gezien de looptijd van twee jaar zal het sov-programma dus ook na 2006 nog in geringe omvang worden uitgevoerd.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                       12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>3. De isd-maatregel in de praktijk
Ter voorbereiding op dit advies heeft de Raad in 2006 vier werkbezoeken aan isd-inrichtingen afgelegd.
Gesproken is met de gedetineerden en met medewerkers uit verschillende geledingen van de inrichtingen.
De bevindingen uit deze toezichtbezoeken worden hieronder weergegeven.
3.1 Regime
Gebleken is dat het merendeel van de gedetineerden aan een reïntegratietraject deelneemt. De
gedetineerden geven aan in het algemeen bekend te zijn met de reïntegratieplannen. Er verstrijken echter
enkele weken, maar soms maanden, voordat het verblijfsplan wordt opgesteld. Dit leidt tot vertraging bij de
uitvoering van de reïntegratieplannen, waaronder ook de doorplaatsing naar de behandelafdeling of de
extramurale fase.
De dagprogramma’s op de behandelafdelingen worden aangevuld met extra activiteiten, op enkele locaties
zelfs met een beperkt avondprogramma. Omdat deelname aan activiteiten niet kan worden afgedwongen,
blijven de deelnemers nog vaak weg. Het personeel is van mening dat de behandeling hierdoor slechts in
geringe mate door het dagprogramma wordt ondersteund.
In één van de bezochte inrichtingen wordt er gewerkt met gestandaardiseerde trajecten. In deze inrichting
zijn meerdere op voorhand uitgewerkte intramurale trajecten voor de verschillende doelgroepen
beschikbaar13.
Bij de gedetineerden en het personeel bestaan veel onduidelijkheden over de concretisering van de
maatregel. Voor de gedetineerden is het vaak onduidelijk wanneer en onder welke voorwaarden zij aan een
isd-traject of onderdelen daarvan kunnen deelnemen. Het personeel ervaart de beleidsstukken en -kaders
als onvoldoende richtinggevend. Hierdoor ontbreekt onder andere duidelijkheid over de taken en
verantwoordelijkheden.
De medewerkers in de isd-inrichtingen tonen betrokkenheid bij de werkzaamheden en de doelgroep. De
voormalige sov-inrichtingen worden ermee geconfronteerd dat gekwalificeerde personeelsleden, zoals
groepswerkers, voor een functie elders kiezen, nu de inhoudelijke taken ten opzichte van de sov-periode
achteruit zijn gegaan. De p.i.w.-ers, die door de invoering van de isd-maatregel nieuwe taken hebben
gekregen, geven juist aan behoefte te hebben aan meer training en opleiding.
In twee inrichtingen is door gedetineerden aangegeven dat aan het mentoraat nog niet voldoende invulling
wordt gegeven. Hierdoor zien sommige gedetineerden hun mentor maar zelden. De directie van één van
deze inrichtingen wijt het achterblijvende mentoraat mede aan het hierboven genoemde verloop onder het
personeel, maar ook de verminderde inzet van p.i.w.-ers ten opzichte van de sov wordt als reden genoemd.
13) De trajecten richten zich bijvoorbeeld op ‘harm-reduction’, abstinentie, vrije heroïneverstrekking en opname in de ggz.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                     13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Het nut van de interventies wordt door de gedetineerden betwijfeld. Zij vinden de groepsinterventies weinig
zinvol, omdat deze maar van korte duur zijn, waardoor het effect van de trainingen niet beklijft. Daarnaast
vinden zij dat het klimaat in de inrichting weinig mogelijkheden biedt om de aangeleerde vaardigheden in
praktijk te brengen. Ook het personeel verwacht weinig effect van de interventies. Het bekritiseert de
beperkte duur ervan en het feit dat de interventies niet in het programma zijn ingebed.
De gedragsinterventies worden zonder uitzondering ingekocht bij de reclasseringsinstellingen. Op grond
van financiële overwegingen vraagt de reclassering een minimum aantal deelnemers voor de
gedragsinterventies. Meermalen is gebleken dat interventies uitvallen omdat het aantal deelnemers lager is
dan de reclassering vraagt.
3.2 Intramurale zorg
De schattingen van medewerkers en van de medische dienst inzake het percentage psychisch gestoorden in
de isd-inrichtingen lopen uiteen, maar komen doorgaans neer op 50% of meer. Dit is aanzienlijk meer dan
werd verwacht. Bovendien hebben veel van deze gedetineerden tevens verslavingsproblemen. De toename
van de psychische problematiek en de combinatie van psychische stoornissen en verslavingsproblematiek
leiden tot een zwaardere belasting van de medische voorzieningen. De behandeling van psychische
stoornissen beperkt zich vaak tot medicatie, incidenteel in combinatie met ondersteunende gesprekken.
Veel gesprekspartners beoordelen dit zorgaanbod voor de populatie als ontoereikend.
De psychologen en de medische dienst uiten zich veelal kritisch over het nut van de RISc, omdat het
instrument naar hun mening niet voorziet in een adequate indicatiestelling voor psychische problematiek.
Slechts bij uitzondering wordt er opdracht gegeven voor verdiepingsdiagnostiek door een
gedragsdeskundige.
3.3 Intramurale zorgtrajecten buiten de inrichting
Naar het oordeel van het personeel verloopt de doorplaatsing naar intramurale zorgtrajecten moeizaam,
doordat deze wordt gehinderd door onduidelijke randvoorwaarden en onzekerheid over de financiering.
Bovendien, zo zegt het personeel, zijn de instellingen voor psychiatrische zorg terughoudend met de
opname van forensische patiënten, wegens de ernstige problematiek onder deze groep en bezwaren tegen
opname van patiënten met een delictverleden. Verwijzing naar ambulante voorzieningen verloopt
makkelijker, maar ook niet altijd optimaal.
Komt het wel tot overplaatsing naar een zorgkliniek, dan is nog regelmatig terugplaatsing naar de isd-
inrichting nodig, als blijkt dat de gedetineerde zich niet aan de regels van de zorginstelling houdt. Dit is in
het bijzonder in de verslavingsklinieken het geval. Medewerkers van de isd-inrichtingen schrijven dit toe
aan een verschil in cultuur tussen de isd en de ggz: in de isd-inrichting is de deelname aan activiteiten vaak
nog te vrijblijvend is, als gevolg waarvan gedetineerden zich aan het dagprogramma kunnen onttrekken.
Naar mening van het personeel kan de inzet van medewerkers van de zorginstellingen tijdens de
intramurale fase van de isd bijdragen aan een betere voorbereiding van de overplaatsing.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                        14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>De psychologen en medewerkers van de medische dienst vinden het zorgelijk dat voorafgaand aan de
oplegging van de maatregel, bijvoorbeeld in het arrondissementaal justitieel beraad, reeds door partijen met
minder expertise, zoals de reclasseringsinstellingen, wordt beslist over deelname aan extramurale
zorgtrajecten.
3.4 Maatschappelijke reïntegratie en nazorg
De trajectbegeleiders en m.m.d.-ers beoordelen de samenwerking met de grote gemeenten, mede op grond
van eerdere ervaringen met de sov-maatregel, in het algemeen positief. De inzet van de kleinere gemeenten
blijft naar hun mening achter bij de verwachtingen. De hulpverleners merken op dat het aanbod van
woningen en plaatsen in woonvoorzieningen nog zeer beperkt is.
De m.m.d.-ers hebben ervaring opgedaan met het analyseren van de zorggebieden inkomen, huisvestiging,
identiteitspapieren en zorg. De voorbereiding van de overdracht aan de gemeenten is in gang gezet. De
contacten met de kleinere gemeenten moeten nog worden opgebouwd.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                      15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                               16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>4. Beoordeling van de isd-maatregel
4.1 Invoering van de maatregel
De maatregel is naar de mening van de Raad al te haastig ingevoerd: de evaluatie van de sov-maatregel is
niet afgewacht en de inrichtingen hebben nauwelijks tijd gehad om de maatregel in de bedrijfsvoering te
integreren. Het laatste heeft er toe geleid dat de uitgangspunten en doelstellingen van de isd-maatregel bij
het uitvoerende personeel en bij de externe partners niet altijd duidelijk zijn. Op de werkvloer bestaat er een
gebrek aan (inzicht in de) taakverdeling tussen de verschillende functionarissen, zoals trajectbegeleiders
gevangeniswezen, m.m.d.-ers en reclassering. Maar ook de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het
Terugdringen Recidive, de reclassering en het OM maakt de uitvoering van de reïntegratietrajecten nog
onoverzichtelijk. De onduidelijkheid, zoals die door het personeel wordt ervaren, belemmert een tijdige en
optimale realisatie van de verblijfsplannen en reïntegratietrajecten. Voorts is het personeel tot op heden niet
voldoende bijgeschoold en zijn er nog maar weinig gestandaardiseerde reïntegratietrajecten voor specifieke
doelgroepen uitgewerkt. Een en ander heeft tot gevolg dat gedetineerden soms lang moeten wachten op
hun verblijfsplan en het aanbieden van een reïntegratietraject14. De gedetineerden ervaren hierdoor
onzekerheid, wat kan leiden tot teleurstelling en verlies van motivatie.
Opgemerkt moet worden dat de tweede fase van de isd-maatregel nog niet in volle omvang door de Raad
kan worden beoordeeld, omdat ten tijde van de bezoeken aan de isd-inrichtingen nog geen deelnemers de
tweede fase al volledig hadden doorlopen. De beoordeling beperkt zich derhalve tot de ervaringen
voorzover die reeds door het personeel en de deelnemers waren opgedaan.
4.2 Regime
In de praktijk blijkt dat veelplegers in het algemeen in een beperkte mate over motivatie en
verantwoordelijkheidsbesef beschikken. Het aanbieden van ‘stimulerende gesprekken’ is daarom van
belang, maar biedt op zichzelf onvoldoende mogelijkheden om de gedetineerden blijvend te motiveren. De
programma’s op de behandelafdelingen zullen daarom meer op het aankweken van motivatie moeten
worden ingesteld.
Het is gunstig dat het merendeel van de gedetineerden kan deelnemen aan een reïntegratietraject15. De
keuze voor een reïntegratietraject mag echter niet zonder betekenis blijven: deelname aan het traject is
vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Van de deelnemers mag worden gevraagd zich actief op te stellen en de
verantwoordelijkheid te nemen om het programma af te maken. Voorkomen moet worden dat zij in
14) De beroepscommissie van de Raad heeft beslist dat een tegemoetkoming van € 50,- redelijk is bij een langdurige vertraging van de
     behandeling of het opstellen van het verblijfsplan. Zie de uitspraken 05/1068/GA en 05/1454/GA.
15) Ook in zijn advies van 26 mei 2004 heeft de Raad zich hiervoor uitgesproken.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                        17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>terughoudend en ontwijkend gedrag vervallen. Dit ondermijnt het succes van de maatregel en vormt
zodoende een gemiste kans om tot een verbetering te komen.
De ernstige psychische stoornissen, de verslavingsproblematiek of de combinatie daarvan, welke bij veel
deelnemers voorkomen, vragen om een specifieke behandeling waarin de huidige reïntegratietrajecten niet
voorzien. De Raad mist in dit kader vooral de ‘regimaire voorzieningen en detentiemodaliteiten voor
verschillend geaarde subgroepen’, zoals vermeld in de memorie van toelichting.
4.3 Bejegening
Het personeel is in het algemeen (nog) niet voldoende voorbereid op, en in beperkte mate opgeleid voor, de
begeleiding van een heterogene populatie, waaronder veel verslavings- en psychische problematiek
voorkomt. Het is daarom de vraag of het personeel, dat soms maar enkele korte en globale cursussen voor
dit specifieke werk heeft gevolgd, de vereiste begeleiding kan bieden. In dit licht bezien acht de Raad het van
belang de voormalige sov-groepsleiders voor de uitvoering van de maatregel te behouden, temeer omdat er
sprake is van een verminderde inzet van (gekwalificeerd) personeel16.
Een goed functionerend mentoraat is van belang voor de aansporing en begeleiding van alle isd-ers. Zonder
het blijvend stimuleren en motiveren van gedetineerden kan de maatregel niet aan zijn doel
beantwoorden17. In de huidige situatie komen de mentorgesprekken echter regelmatig en soms ook
langdurig niet tot stand. Hierdoor functioneert het mentoraat nog niet naar behoren.
4.4 Gedragsverandering en interventies
Een persoonsgerichte aanpak en het aanbod van erkende18, effectieve gedragsinterventies zijn waardevolle
onderdelen van de isd-maatregel. De reïntegratietrajecten bieden echter een gefragmenteerd aanbod van
interventies. Hierdoor ontbreken de noodzakelijke samenhang en continuïteit in de behandeling, met als
gevolg dat de programma’s de op beheersing gerichte regimes en de weinig motiverende cultuur in de
inrichtingen niet doorbreken.
16) Uit de normprijzen voor het gevangeniswezen 2006 blijkt dat de ratio van het aantal p.i.w.-ers per gedetineerde in de isd-inrichtingen
     fors wordt verminderd ten opzichte van de sov-maatregel. De isd-maatregel toont in dit opzicht overeenkomsten met een
     verslaafdenbegeleidingsafdeling.
17) In zijn advies van 26 mei 2004 sprak de Raad zich uit voor een betere invulling van het basisregime.
18) De Erkenningscommissie gedragsinterventies van Justitie beoordeelt bestaande interventies op effectiviteit. De commissie heeft
     momenteel vijf interventies voor volwassenen tijdelijk erkend. Het betreft: arbeidstraining, cognitieve vaardigheden, cognitieve
     vaardigheden plus, leefstijltraining voor verslaafden en agressieregulatietraining. De commissie vermoedt dat deze interventies kunnen
     bijdragen aan het verminderen van recidive, maar zal hierover op een later tijdstip een definitieve beslissing nemen.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                        18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Ook de begrensde mogelijkheden voor begeleiding door het personeel en de soms korte duur van de
interventies geven de indruk dat de reïntegratietrajecten te weinig aan het bereiken van duurzame
gedragsverandering kunnen bijdragen. De gedetineerden krijgen daardoor weinig kansen om zich te
ontwikkelen. De Raad is van mening dat het terugdringen van recidive en aanpakken van de vaak ernstige
persoonlijke problematiek van veelplegers een meer langdurige en deskundige behandeling vereisen.
Het door de reclassering, op grond financieringsafspraken, verlangde minimumaantal deelnemers voor de
groepsinterventies mag er bovendien niet toe leiden dat interventies niet of op een later moment worden
aangeboden. De lange(re) wachttijden doen afbreuk aan de vaak moeizaam opgebouwde motivatie van de
gedetineerden. Het wekt overigens verbazing dat er interventies uitvallen wegens het niet halen van het
vereiste minimumaantal deelnemers. Het werkelijke aantal deelnemers aan de reïntegratietrajecten is
immers substantieel hoger dan waarvan in de beleidsstukken wordt uitgegaan.
4.5 Zorg
Op grond van het equivalentiebeginsel, zoals vastgelegd in de Europese Gevangenisregels en de
Gezondheidszorgvisie van de DJI, moet het niveau van zorg in detentie gelijk zijn aan het niveau van zorg in
de vrije maatschappij. De Raad betwijfelt of dit het geval is. Het zorgaanbod moet worden afgestemd op de
psychische toestand van de gedetineerde en daarbij rekening houden met de aantasting van het geestelijk
welzijn die detentie als regel meebrengt. De zorg tijdens detentie moet daarom op deze punten intensiever
en specifieker van inhoud zijn dan de zorg in de vrije maatschappij19. Dit geldt in het bijzonder voor de isd-
inrichtingen, waar veel gedetineerden met psychische problemen, een verslaving of een combinatie daarvan
verblijven.
De Raad is van mening dat het huidige niveau van zorg in de isd-inrichtingen niet is afgestemd op de hoge
prevalentie van psychische stoornissen en verslavingsproblematiek bij de isd-ers. Het feit dat voor
gedetineerden in het basisregime minder psychiatrische zorg is ingecalculeerd dan voor gedetineerden in
de voormalige sov-inrichtingen is illustratief, vooral als men zich realiseert dat een psychische stoornis een
contra-indicatie vormde voor het opleggen van sov. De beperkte beschikbaarheid van gekwalificeerd
personeel doet afbreuk aan de zorg in de isd.
Veelplegers zijn vaak al bekend bij verschillende zorginstanties. Toegang tot de informatie van deze
instanties is onmisbaar voor een goede beoordeling van de zorgbehoefte en het opstellen van de
reïntegratieplannen. Daarnaast is registratie van psychische stoornissen noodzakelijk voor het verkrijgen
van inzicht in de algemene zorgbehoefte onder de isd-populatie, opdat het zorgaanbod daarop beter kan
worden afgestemd.
19) Zie hierover ook het advies van de Raad van 2 april 2007 over de zorg voor gedetineerden met een ernstige psychische stoornis of
     verslaving.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                   19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>4.6 RISc-instrument en diagnostiek
Naar het oordeel van de Raad is de basismethodiek van het RISc-instrument ongeschikt om de volle omvang
van psychische stoornissen bij gedetineerden vast te stellen20. Daarenboven hebben de bevindingen uit de
bezoeken aan de isd-inrichtingen de Raad er niet van overtuigd dat de deskundigheid van de
reclasseringsmedewerkers, die de opdracht voor de verdiepingsdiagnostiek moeten geven, steeds
toereikend is om zich een adequaat oordeel te vormen over de noodzaak van een dergelijke diagnose.
4.7 Doorstroom naar zorginstellingen
De isd-inrichtingen slagen er nog onvoldoende in om doorplaatsingen naar zorgvoorzieningen, zoals de ggz
of verslavingszorg, te realiseren. Voor zover de extramurale zorgtrajecten wel tot stand komen, worden de
trajecten nog te vaak vroegtijdig beëindigd, wegens een te grote overgang van het vrijblijvende
gevangenisregime naar een sterk gestructureerde klinische behandeling buiten de gevangenis. Dit laatste is
niet alleen nadelig voor het reïntegratieproces van de gedetineerden, maar versterkt bovendien de
terughoudendheid bij zorginstellingen om forensische patiënten op te nemen. Hierbij wijst de Raad erop
dat de rechter meermalen heeft besloten de maatregel te beëindigen, omdat (vooruitzicht op) een
behandeling van psychische stoornissen ontbrak21.
Voorts worden gedetineerden soms al na een verblijf van enkele weken in de isd-inrichting doorgeplaatst
naar een zorginstelling. Deze snelle doorplaatsingen komen naar het oordeel van de Raad niet ten goede
aan de stabilisatie van gedetineerden. Dit geldt in het bijzonder als zij worden geplaatst in de
verslavingszorg.
4.8 Maatschappelijke reïntegratie en nazorg
Ten tijde van de bezoeken van de Raad aan de isd-inrichtingen waren er nog geen isd-ers die de tweede fase
van de isd-maatregel al (bijna) hadden doorlopen. Of de inspanningen gericht op maatschappelijke
reïntegratie voldoende effectief zijn, kan daarom nog niet worden beoordeeld.
De aanstelling van m.m.d.-ers is een positieve ontwikkeling. Hun werkzaamheden vormen een begin bij het
realiseren van een goede overdracht aan de gemeenten en instellingen voor nazorg. Verdere ontwikkeling
van de contacten met ketenpartners is echter wel noodzakelijk22. Daarnaast blijven met name de
inspanningen van de kleine en middelgrote gemeenten achter bij de verwachtingen. Deze gemeenten
20) De RISc beoordeelt psychische gezondheid op grond van de inschattingsschalen 10 t/m 12 van het basisinstrument. Deze
     inschattingsschalen richten zich op ‘emotioneel welzijn’, ‘denkpatronen, gedrag en vaardigheden’ en ‘houding’.
21) Rb Utrecht 3 mei 2006, AW 8982; Rb Amsterdam 16 juni 2006, AY 5613 en Rb Rotterdam 15 september 2006, AZ 0465
22) In 2005 heeft de Raad geadviseerd over de nazorg aan gedetineerden en de samenwerking tussen het gevangeniswezen en de
     gemeenten (advies d.d. 27 oktober 2005). Het stemt de Raad tevreden dat er verbeteringen zijn ten opzichte van de toen gesignaleerde
     knelpunten. In 2007 zal de Raad een vervolgonderzoek naar de nazorg uitvoeren.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                       20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>hebben minder ervaring met het treffen van voorzieningen voor ex-gedetineerden en zij hebben geen extra
middelen voor de aanpak van veelplegers gekregen. Bovendien ontbreek vaak de kennis om de
mogelijkheden van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) te benutten.
Het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats draagt sterk bij aan de kans op recidive. Het schaarse
aanbod van woningen en plaatsen in woonvoorzieningen stemt daarom negatief.
4.9 Evaluatie van de maatregel
De Raad ziet met belangstelling uit naar de wetenschappelijke (effect)evaluatie van de sov- en isd-
maatregelen. De effectevaluatie van de sov-maatregel zal mogelijk belangrijke verbeterpunten voor de isd-
maatregel opleveren. Deze evaluatie had daarom aan de invoering van de isd-maatregel vooraf moeten
gaan. Daarbij wijst de Raad erop dat een evaluatie ook van nut kan zijn bij het uitwerken en bepleiten van
staand en toekomstig beleid. Een goede, wetenschappelijke evaluatie van de isd-maatregel is dus in ieders
belang.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                     21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                               22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>5. Aanbevelingen op conceptueel
     niveau
5.1 Inleidende opmerkingen: de doelstelling van de maatregel
De isd-maatregel dient de kansen tot het doorbreken van leefpatronen die leiden tot criminaliteit te
vergroten. Hiermee is zowel het belang van de maatschappij als dat van de gedetineerde gediend. De Raad
hecht bijzonder belang aan deze doelstelling, die het opleggen van de maatregel mede legitimeert.
Het belang van gedragsverandering is bovendien onderstreept door de Vaste Kamercommissie voor Justitie,
die zich tijdens het wetgevingsoverleg met de minister voorstander uitte van een sterkere nadruk op
inhoudelijke behandelprogramma’s en gedragsinterventies. De rechter heeft sinds de invoering van de
maatregel echter verschillende malen beslist dat de inhoudelijke invulling van de behandelprogramma’s
nog te beperkt is23.
Naar het oordeel van de Raad biedt de isd-maatregel kansen voor het realiseren van gedragsverandering bij
veelplegers, maar die kansen worden momenteel in te beperkte mate benut. De Raad doet hieronder
voorstellen ter verbetering van de maatregel, opdat de gewenste gedragsverandering bij veelplegers meer
kans van slagen heeft. Daarnaast is betere zorg voor de isd-ers met een psychische stoornis en/of verslaving
noodzakelijk. Daarbij wordt opgemerkt dat een psychische stoornis in veel gevallen ook een criminogene
factor vormt. Adequate zorg is derhalve ook een instrument in het kader van TR.
In zijn advies Zorg aan gedetineerden met een ernstige psychische stoornis of verslaving van 2 april 2007 heeft
de Raad de knelpunten op het gebied van de psychiatrische zorg voor gedetineerden geïnventariseerd.
Verder zijn in het advies de uitgangspunten voor zorg in detentie geformuleerd en doet de Raad
aanbevelingen ter verbetering van die zorg. De hier geformuleerde aanbevelingen dienen daarom in
samenhang met dat advies te worden gelezen.
5.2 Snelle toeleiding naar zorgvoorzieningen
De algemene indruk bestaat dat zich onder de isd-populatie veel gedetineerden bevinden met (zeer)
ernstige psychische stoornissen, al dan niet in combinatie met een verslaving. Deze gedetineerden zijn
detentieongeschikt en de kans is groot dat de detentie zal bijdragen aan een verdere verslechtering van hun
psychische gesteldheid24. Deze groep moet daarom direct of kort na de inverzekeringstelling worden
geplaatst in een zorgvoorziening, eventueel voorafgegaan door plaatsing op de forensische observatie- en
begeleidingsafdeling (FOBA) of andere geschikte afdeling in het gevangeniswezen.
23) Rb Rotterdam 2 juni 2006, LJN AV 6348, Rb Leeuwarden 19 mei 2005, LJN AT 9522 en Hof Leeuwarden 14 februari 2006, LJN AV 1871.
24) In zijn advies van 2 april 2007 adviseert de Raad om gedetineerden met ernstige psychische stoornis buiten de voorlopige hechtenis te
     houden, mits de strafvordering dat toelaat.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                    23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Detentie biedt geen geschikte omgeving voor de behandeling van psychische stoornissen. Gedetineerden
met een minder ernstige psychische stoornis dan de hierboven genoemde categorie dienen daarom na een
stabilisatieperiode van circa drie maanden (zie hieronder) naar een zorgvoorziening, zoals een individuele
begeleidingsafdeling (i.b.a.), de ggz of een verslavingskliniek25, door te stromen.
Onder verwijzing naar de hoge prevalentie van psychische stoornissen en de veel voorkomende combinatie
van een psychische stoornis en verslavingsproblematiek, is de Raad voorstander van het inzetten van een
gedegen en vroegtijdige verdiepingsdiagnostiek bij iedere potentiële isd-er26.
5.3 Een ander dagprogramma
De gedetineerde worden de eerste weken na aanvang van de maatregel nauwelijks gestimuleerd om
motivatie en inzet te tonen. Het vanaf de eerste dag in de isd-inrichting aanbieden van een inhoudelijk
activiteitenprogramma kan de gedetineerden daarentegen activeren, motiveren en voorbereiden op
deelname aan een traject. Hiervoor acht de Raad een regime met elementen van een therapeutische
gemeenschap in het bijzonder geschikt. In een therapeutische gemeenschap wordt meer
verantwoordelijkheid aan de ‘patiënten’ gegeven. Indien gedetineerden deze verantwoordelijkheid
misbruiken, kan terugplaatsing in het basisregime als stok achter de deur worden gebruikt.
Eén van de basisprincipes van de therapeutische gemeenschap is het leren door ervaring in sociale
interactie. Dit kan worden bewerkstelligd door gedetineerden die al langer in de inrichting verblijven, bij
toerbeurt de leiding te geven over medegedetineerden die bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor
huishoudelijke taken, zoals het verstrekken van drinken en maaltijden, de reiniging en de organisatie van
gemeenschappelijke recreatieactiviteiten. Daarnaast biedt een therapeutische gemeenschap
groepsgesprekken gericht op het elkaar aanspreken op gedrag, waardoor de deelnemers van elkaar kunnen
leren. Ervaringen in de Verenigde Staten en Engeland wijzen op de bruikbaarheid van dit model binnen de
gevangenismuren27.
Tijdens de deelname aan het programma op de inkomstenafdeling kan middels observatie worden
nagegaan of een gedetineerde voldoende is gemotiveerd voor participatie in een reïntegratietraject dat is
gericht op toeleiding naar een therapeutische gemeenschap en of hij daartoe op grond van zijn psychische
conditie in staat is.
25) In zijn advies van 2 april 2007 adviseert de Raad om de zorgcontinuïteit te verbeteren, bijvoorbeeld door de doorstroming naar de ggz,
     de verslavingszorg en de ambulante nazorg te optimaliseren.
26) In zijn advies van 2 april 2007 heeft de Raad de screening op psychische stoornissen in alle vormen van detentie als uitgangspunt voor
     goede zorg aan psychisch gestoorde gedetineerden geformuleerd.
27) Therapeutische gemeenschappen zijn o.a. de Breegweestee en Hoog Hullen van de Stichting Verslavingszorg Noord Nederland,Triple-Ex
     en de Emiliehoeve van de Parnassia Groep, De Hoop in Dordrecht en Arta in Zeist.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                     24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>5.4 Stimuleren van motivatie en verantwoordelijkheidsbesef
De gemotiveerde deelnemers moeten meer worden ingezet voor de begeleiding van gedetineerden in het
basisregime en op de inkomstenafdeling. Aldus kan gebruik worden gemaakt van de positieve invloed die
deelnemers met een reïntegratietraject kunnen hebben op ongemotiveerde isd-ers. Daarbij merkt de Raad
wel op dat ervoor gewaakt moet worden dat niet het tegengestelde gebeurt, namelijk dat deelnemers aan
een traject gedemotiveerd raken door de omgang met ongemotiveerde medegedetineerden.
Verder moet het verantwoordelijkheidsbesef van de isd-ers met een reïntegratietraject sterker worden
gestimuleerd. Deze gedetineerden zouden zich niet zonder gevolgen aan activiteiten en onderdelen van
reïntegratietraject moeten kunnen onttrekken. De Raad stelt voor om maatregelen toe te passen die direct
effect hebben op de dagelijkse leefsituatie van de gedetineerde.
5.5 Differentiatie en standaardisatie
Begeleiding en behandeling van verschillende subgroepen in de isd-inrichtingen vereisen meer regimaire
voorzieningen en detentiemodaliteiten. In dit kader is hierboven al gewezen op de noodzaak van meer
intramurale zorgvoorzieningen, zoals een i.b.a. of de FOBA. Daarnaast hecht de Raad belang aan aparte
voorzieningen voor psychisch kwetsbare en verslaafde gedetineerden, zoals afdelingen met het karakter van
een bijzondere zorgafdeling en een verslaafdenbegeleidingsafdeling. Het spreekt vanzelf dat ook voor de
plaatsing in deze zorgvoorzieningen een gedegen en vroegtijdige diagnostiek nodig is.
Gestandaardiseerde reïntegratietrajecten, gedifferentieerd naar de behoeften van de verschillende
subgroepen, geven de gedetineerden en het personeel meer duidelijkheid. Zij bieden een heldere
doelstelling, zoals toeleiding naar de verslavingszorg of de ggz, en een vast aanbod van interventies. De
gestandaardiseerde trajecten kunnen desgewenst nog worden aangevuld met trainingen die aansluiten op
de individuele behoeften van gedetineerden. Op voorhand uitgewerkte trajecten bieden op deze manier
meer duidelijkheid over het reïntegratietraject en de werkwijzen, zonder het beoogde maatwerk uit het oog
te verliezen. Daarbij wordt geadviseerd om ook een reïntegratietraject dat gedetineerden voorbereidt op
deelname aan een therapeutische gemeenschap en andere klinische voorzieningen voor verslaafden te
ontwikkelen. Voor een goede overgang van de detentie naar de therapeutische gemeenschap zullen bij
voorkeur behandelaars vanuit de kliniek bij het detentietraject moeten worden betrokken.
Meer in het algemeen adviseert de Raad om behandelaars van de zorginstellingen in te zetten bij de
behandeling in het gevangeniswezen. Gedetineerden worden daardoor beter voorbereid op de extramurale
behandeling en de nauwere samenwerking kan onbekendheid bij de zorginstellingen wegnemen.
5.6 Stabilisatieperiode
Een langere periode voor stabilisatie en selectie is cruciaal voor een beter verloop van het reïntegratietraject.
De Raad stelt daarom voor om een standaardtermijn voor stabilisatie en selectie van minimaal drie
maanden in te voeren. Deze periode kan worden gebruikt om de gedetineerde te beoordelen op en te
selecteren voor plaatsing in de uiteenlopende regimes en zorgvoorzieningen. Voorts dient deze periode te
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                        25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>worden gebruikt voor een betere stabilisatie van gedetineerden met een minder ernstige vorm van
verslaving of psychische stoornis. De stabilisatieperiode kan aldus bijdragen aan het verminderen van het
aantal gedetineerden dat wordt teruggeplaatst uit een extramurale zorgvoorziening omdat zij nog niet
geschikt zijn voor deelname aan de behandelprogramma’s in de klinieken.
5.7 Slotopmerking: verdere investering nodig ter legitimering van de maatregel
Doorvoeren van de voorgestelde aanpassingen vergt aanvullende investeringen en heeft aanmerkelijke
personele en organisatorische consequenties. Zo is een investering in de competenties van het personeel
vereist en moeten er meer detentiemodaliteiten en gestandaardiseerde reïntegratietrajecten worden
gerealiseerd. De Raad acht deze investeringen niettemin noodzakelijk wil de isd-maatregel succesvol zijn en
kunnen bijdragen aan structurele gedragsveranderingen bij veelplegers.
Daarbij wordt opgemerkt dat in principe alle gedetineerden met een langere vrijheidsstraf in de toekomst
aan TR-trajecten kunnen deelnemen28. Als de huidige uitvoering van de isd-maatregel niet wordt verbeterd,
onderscheidt de maatregel zich hierdoor slechts weinig van de langere vrijheidsstraf. Door de isd-maatregel
conceptueel aan te passen kan de maatregel zich in de toekomst beter legitimeren ten opzichte van de
langere vrijheidsstraf.
5.8 Samenvatting van de aanbevelingen op conceptueel niveau
    -   onderscheid gedetineerden met een ernstige psychische stoornis van de overige gedetineerden. De
        gedetineerden met een ernstige psychische stoornis dienen direct te worden doorgeplaatst naar een
        psychiatrische zorginstelling. De overigen dienen met behulp van de RISc en verdiepingsdiagnostiek
        te worden onderscheiden in gedetineerden met een psychische stoornis en reguliere gedetineerden.
        De gedetineerden met een psychische stoornis dienen zo spoedig mogelijk na de stabilisatie door te
        stromen naar een zorgtraject;
    -   bied direct bij aanvang van de maatregel een dagprogramma dat de isd-ers aanspoort tot deelname
        aan activiteiten en programmaonderdelen;
    -   voer een stabilisatieperiode in van tenminste drie maanden;
    -   geef de gedetineerden meer verantwoordelijkheid, bij voorkeur met toepassing van principes uit de
        therapeutische gemeenschap;
    -   ontwikkel gestandaardiseerde reïntegratietrajecten, gedifferentieerd naar de behoefte van de
        verschillende subgroepen in de isd-inrichtingen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de reeds
        ontwikkelde trajecten van andere inrichtingen;
28) Het programma Terugdringen Recidive wordt op dit moment al in vijf pilot-inrichtingen uitgevoerd en wordt naar alle waarschijnlijkheid
     op korte termijn landelijk geïmplementeerd. Alle onherroepelijk veroordeelde gedetineerden met een onvoorwaardelijk strafrestant van
     meer dan vier maanden detentie komen dan voor een TR-traject in aanmerking.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                     26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>-  zet behandelaars van zorginstellingen in tijdens de behandeling in detentie, zodat een
   vervolgbehandeling in een kliniek of therapeutische gemeenschap goed aansluit op de detentie;
-  gebruik de kenmerken en eigenschappen van deelnemers op de reïntegratieafdeling voor het
   motiveren van gedetineerden in het basisregime of op de inkomstenafdeling, maar waak ervoor dat
   niet het tegenovergestelde effect optreedt;
-  voer bij alle potentiële isd-ers al tijdens het voorarrest een verdiepingsdiagnose uit.
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                     27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                               28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>6. Aanbevelingen op operationeel
     niveau
Met verwijzing naar het regime beveelt de Raad de aan:
    -   de inrichtingen aan te zetten om beter uitvoering te geven aan het mentoraat;
    -   de inrichtingen te stimuleren om het personeel beter op te leiden voor de omgang met verslaafden en
        gedetineerden met psychische stoornissen, bijvoorbeeld door stages bij klinieken met psychotische
        patiënten, therapeutische gemeenschappen voor verslaafden en afdelingen voor patiënten met een
        combinatie van een ernstige psychische stoornis en verslaving;
    -   de inrichtingen middelen te bieden om personeel op hbo-niveau, zoals groepswerkers, aan te trekken
        en in overleg met de inrichtingen maatregelen te nemen om de uitstroom van gekwalificeerd
        personeel te beperken;
    -   met de inrichtingen de werkprocessen, taken en bevoegdheden voor het uitvoerende personeel meer
        inzichtelijk te maken;
    -   de methodiek van financiering voor door de reclassering verzorgde gedragsinterventies te
        veranderen, indien de interventies ten gevolge van financiële afspraken met de reclassering
        structureel komen te vervallen of langdurig worden uitgesteld.
Met verwijzing naar de zorg beveelt de Raad aan29:
    -   de psychologische zorg te intensiveren, in het bijzonder door het aantal psychologen, psychiaters en
        psychiatrisch verpleegkundigen uit te breiden. Dit geldt te meer als gedetineerden met (ernstige)
        psychische stoornissen niet direct worden geplaatst in een zorgtraject of externe zorgvoorziening;
    -   een betere registratie van psychische stoornissen te voeren, omdat een inventarisatie van de
        algemene zorgbehoefte van de isd-ers noodzakelijk is voor een passend zorgaanbod;
    -   de randvoorwaarden voor doorplaatsing naar zorginstellingen te verbeteren. De afspraken
        aangaande plaatsing in een zorginstelling, zoals ten aanzien van eventuele terugplaatsing, moeten
        aan de eisen van zorginstellingen tegemoet komen en onduidelijkheden over de financiering moeten
        worden weggenomen30;
    -   in overleg met de ggz te regelen dat bij aanvang van de maatregel meer informatie van de
        zorginstellingen beschikbaar is;
    -   de inrichtingen te stimuleren om de deskundigheid van het psycho-medisch overleg bij beslissingen
        omtrent doorplaatsingen te betrekken.
29) Zie ook de standpunten en aanbevelingen hierover in het advies Zorg gedetineerden met een psychische stoornis of verslaving van 2
     april 2007.
30) Uitvoering van de voorstellen van de commissie Houtman, inzake de overheveling van het zorgbudget voor de forensisch psychiatrie
     naar Justitie draagt naar het oordeel van de Raad al bij aan een verduidelijking van de financiering.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                                       29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Met verwijzing naar de maatschappelijke reïntegratie beveelt de Raad aan:
  -   vanuit de inrichtingen de contacten met de kleine en middelgrote gemeenten structureel te
      intensiveren;
  -   in overleg met de lokale ketenpartners betere afspraken te maken over de beschikbaarheid van
      woningen en woonvoorzieningen voor de deelnemers in de extramurale fase en voor ex-isd-ers.
Met verwijzing naar de maatregel in het algemeen beveelt de Raad aan:
  -   de voorgenomen evaluatie van de maatregel tijdig uit te voeren.
  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                     30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Literatuur
Literatuur
   -  De Leon G., Melnick G., e.a., Motivation for treatment in a prison-based therapeutic community,
      American Journal of Drug and Alcohol Abuse, 2000, p. 33-46.
   -  Ekelenburg, D.H. van, Past de ISD-maatregel in ons sanctiestelsel?, in: Praktisch strafrecht, Jordaans,
      Mevis en Wöretshofer (red.), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2005.
   -  Jones M., Therapeutic communities old and new, American Journal of Drug & Alcohol Abuse, 1979
      6(2), p.137-149.
   -  Jones M., Synthesis: What is social learning?, in: The process of change, London: Routledge & Keagan
      Paul 1983.
   -  Kelk, C., Nederlands detentierecht, Deventer: Kluwer 2003.
   -  Kooijmans, T., Inrichtingen voor stelselmatige daders, in: Detentie, gevangen in Nederland, Muller en
      Vegter (red.), Alphen a/d Rijn: Kluwer 2005.
   -  Struijk, S., Het eerste bestaansjaar van de ISD-maatregel bekeken; een gretig gebruik door de
      rechtelijke macht of een zekere terughoudendheid, Delikt & Delinkwent, 8/67, p. 933-952.
Beleidsstukken en rapporten
   -  Beleidskader Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, ministerie van Justitie, DSRS, Den
      Haag, juli 2004.
   -  Bouwstenen van het programma Terugdringen Recidive, ministerie van Justitie, DSRS, Den Haag,
      november 2002.
   -  Draaiboek samenwerking Terugdringen Recidive 2005 (versie 2.0), DJI, Den Haag 2005.
   -  Gedragsinterventies voor veelplegers, ministerie van Justitie, Den Haag, oktober 2004.
   -  Gezondheidszorgvisie DJI, DJI, Den Haag, 2006.
   -  Implementatieplan ISD, DJI, sector gevangeniswezen, Den Haag, december 2004.
   -  Opvangen onder dwang, Procesevaluatie strafrechtelijke opvang verslaafden, Utrecht: Trimbos-
      instituut 2005.
   -  Rapportage van de ontwerpfase van het project ‘Verantwoorde medische zorg in penitentiaire
      inrichtingen en de organisatie daarvan’, DJI, sector gevangeniswezen, Den Haag, december 2003.
   -  RISc Gebruikersversie 1.0, Adviesbureau Van Montfoort, Woerden, 2004.
   -  Verbeterplan ‘Aansluiting nazorg’, ministerie van Justitie, DSP, Den Haag, november 2004.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                      31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>RSJ-adviezen
   -  Advies inzake de maatregel tot plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (isd), RSJ, Den
      Haag, mei 2004.
   -  Advies inzake het wetsontwerp over de bijkomende straf van plaatsing in een inrichting voor
      stelselmatige daders, RSJ, Den Haag, februari 2003.
   -  Zorg gedetineerden met een psychische stoornis of verslaving, RSJ, Den Haag, 2 april 2007.
Kamerstukken
   -  Kamerstukken II 2002/03, 28 600 VI, nr. 8.
   -  Kamerstukken II 2002/03, 28 684, nr. 1.
   -  Kamerstukken II 2003/04, 28980 nr. 3, 4 en 5.
   -  Kamerstukken I 2002/03, 28 980 D.
Jurisprudentie
   -  Hoge Raad 31 mei 2005, AS9291
   -  Hof Arnhem 20 maart 2006, AV 6348
   -  Hof Arnhem 30 augustus 2006, AY 7665
   -  Hof Arnhem 23 oktober 2006, AZ0948
   -  Hof Arnhem 4 december 2006, AZ 4997
   -  Hof Leeuwarden 14 februari 2006, LJN AV 1871
   -  Rb Leeuwaarden 19 mei 2005, LJN AT 9522
   -  Rb Utrecht 3 mei 2006, AW 8982
   -  Rb Rotterdam 2 juni 2006, LJN AV 6348
   -  Rb Amsterdam 16 juni 2006, AY 5613
   -  Rb Rotterdam 15 september 2006, AZ 0465
   -  RSJ 13 juli 2005, 05/1068/GA
   -  RSJ 18 oktober 2005, 05/1454/GA
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Inrichting voor Stelselmatige Daders
                                                     32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>