<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>De justitiële jeugdinrichtingen na 2010
Advies naar aanleiding van de nota
Een visie op de justitiële jeugdinrichtingen in het strafrechtelijk traject
advies d.d. 30 maart 2007
  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                  1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
1.    Inleiding                                                                                          5
2.    Randvoorwaarden voor realisatie van de trajectbenadering: de wil, de nazorg en het geld            7
3.    Uitgangspunten voor de bejegening van jongeren in het strafrechtelijk traject                      9
4.    De inhoud van de visienota en de reactie van de Raad                                             11
4.1   Nadruk op trajectbenadering (punt 1)                                                             11
4.2   Meer systematisch en vaker betrekken van ouders/verzorgers bij het traject (punt 3).             13
4.3   In de j.j.i.’s te hanteren instrumenten en methoden worden geharmoniseerd binnen
      een landelijk te ontwikkelen kader (punt 9).                                                     13
4.4   Het onderscheiden van opvoeding, heropvoeding en behandeling in de hoofdprocessen
      én het tegelijkertijd combineren ervan in de uitvoering (punt 8).                                13
5.    Conclusies en aanbevelingen                                                                      17
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>1. Inleiding
De nota Een visie op de justitiële jeugdinrichtingen in het strafrechtelijk traject legt een lange-termijnvisie
neer voor de justitiële jeugdinrichtingen (hierna: j.j.i.’s) vanaf 2010. Directe aanleiding voor het ontwikkelen
van deze visie vormt het besluit om jongeren, die thans op civielrechtelijke titel in de j.j.i.’s verblijven,
voortaan1 op te nemen in onder de verantwoordelijkheid van de minister van VWS vallende (gesloten)
inrichtingen. De Raad heeft op 29 september 20052 geadviseerd over de wijziging van de Wet op de
jeugdzorg in verband met deze mogelijkheid tot gesloten plaatsing. In dat advies stelt de Raad een minder
stringente scheiding tussen civiel- en strafrechtelijk geplaatste jongeren voor, onder het tot stand brengen
van een meer fijnmazig netwerk van voorzieningen, waarbij jongeren de mogelijkheid hebben om van
gesloten via een besloten naar een open afdeling van de inrichting te verhuizen (of – indien nodig – vice
versa). In zijn advies van 31 januari 20063 wijst de Raad onder meer op het feit dat een specifieke doelstelling
voor de justitiële jeugdinrichtingen (ten opzichte van het gevangeniswezen) ontbreekt, en op het gevaar
hiervan, ondermeer ten aanzien van de kwaliteit van bejegening en behandeling.
Uit de inhoud van de onderhavige visienota kan worden afgeleid dat het scheiden van straf- en
civielrechtelijk geplaatsten wordt aangegrepen om de tenuitvoerlegging van de straf en maatregel te
verbeteren. Ook uit een eerder verschenen ministeriële nota over de uitvoering van de pij-maatregel4
spreekt een dergelijke intentie. Vanzelfsprekend staat de Raad achter deze positieve beleidsontwikkeling.
In dit advies gaat de Raad – uitgaande van de thans bestaande strafrechtelijke kaders – nader in op een
aantal punten uit de visienota.
1)   Realisatie is gepland vanaf 1 januari 2008 en moet zijn beslag krijgen in 2010.
2)   Advies d.d. 29 september 2005, inzake gesloten crisisopvang.
3)   Advies d.d. 31 januari 2006, over De Nieuwe Inrichting, betekenis voor de justitiële jeugdinrichtingen.
4)   Advies Van Pij naar Bij d.d. 29 september 2006, over verbetervoorstellen ten aanzien van de pij-maatregel.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                         5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>2. Randvoorwaarden voor realisatie van
         de trajectbenadering: de wil, de nazorg
         en het geld
De Raad meent dat aan een operatie van deze strekking en reikwijdte ofwel goed ofwel helemaal niet zou
moeten worden begonnen. Bij de randvoorwaarden om te komen tot realisatie van dit project kunnen de
nodige vragen worden gesteld.
De maatregelen gaan uit van aanzienlijke veranderingen in structuur en cultuur van de (organisaties van)
betrokken partijen; het is daarom een goede zaak dat de nodige aandacht is besteed aan het creëren van een
draagvlak in het veld en aan consultatie van externe deskundigen.
Voor nazorg aan jongeren in de j.j.i.’s is regionalisering een belangrijke voorwaarde. De vooruitzichten voor
regionalisering zijn somber: na het verdwijnen van de jongeren met een civielrechtelijke titel uit de j.j.i.’s zal
het betrekkelijk kleine aantal j.j.i.’s nog minder dan thans het geval is over alle regio’s zijn gespreid en zal de
kans dat jongeren in hun eigen regio (kunnen) worden geplaatst (nog) kleiner worden. De vraag is wat er
dan terecht komt van de trajectgedachte, dat wil zeggen van de begeleiding van de jongere vanaf het begin
van het strafrechtelijk traject tot ‘thuis’. De Raad komt hierna nog op dit punt terug en stelt ook een
oplossing(srichting) voor.
Tenslotte, maar niet onbelangrijk, valt op dat er in de Rijksbegroting voor de komende jaren (nog) geen
middelen voor deze vernieuwing zijn uitgetrokken5. Deze financiële basis zal op korte termijn moeten
worden gevonden.
5)  Tweede Kamer, vergaderjaar 2006/2007, 30 800 hoofdstuk VI, nr. 2, hoofdstuk 14.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                   7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>3. Uitgangspunten voor de bejegening van
             jongeren in het strafrechtelijk traject
Bij het ontwikkelen van een visie op de tenuitvoerlegging van jeugdstraffen en –maatregelen is het van groot
belang te beschikken over een aantal algemene uitgangspunten als basis voor beleid en uitvoering. De Raad
stelt voor om de volgende uitgangspunten expliciet in een preambule in de visienota te vermelden:
    -    het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) is het leidend kader voor bejegening
         en rechtspositie van jongeren in het strafrechtelijk traject en voor de eisen die in verband daarmee
         aan justitiële jeugdinrichtingen worden gesteld6;
    -    de doelstelling van (speciale) preventie prevaleert bij de toepassing van jeugdstraffen en jeugd-
         maatregelen boven vergelding7. Bij deze (speciale) preventie dient de beveiliging van de samenleving
         ondergeschikt te zijn aan de aanpak van de individuele problematiek van de jongere. Bejegening en
         behandeling sluiten daarop aan;
    -    beslissingen worden genomen vanuit de gedachte dat het aspect ‘tijd’ bij jongeren van groter belang
         is dan bij volwassenen, gelet op het gegeven dat jongeren personen zijn die weliswaar nog volop in
         geestelijke en lichamelijke ontwikkeling zijn, maar wier volwassenheid snel nadert: een jongere ‘heeft
         haast’.
    -    de voorlopige hechtenis is voor jongeren zo kort mogelijk. De voorlopige hechtenis is minder sterk
         gerelateerd aan factoren als de ernst van het feit en de mate waarin de samenleving daardoor is
         geschokt dan aan de ontwikkeling en behoeften van de jongere8. Bij aanvang van de
         inbewaringstelling wordt in overleg met de ouders én de jongere een individueel hulpverleningsplan
         opgesteld;
    -    regionalisering staat voorop: de jongere wordt zo dicht mogelijk ‘bij huis’ geplaatst;
    -    straffen en maatregelen worden waar mogelijk extramuraal ten uitvoer gelegd. In dat kader worden
         programma’s als STP (Scholings- en Trainingsprogramma) en MST (Multi Systeem Therapie) zoveel
         mogelijk toegepast;
6)   De Raad meent dat het IVRK in de visienota te weinig als centraal beginsel naar voren komt. Zo wordt het IVRK bij de eisen waaraan
     de j.j.i.’s moeten voldoen als vijfde eis van zes genoemd.
7)   In de visienota wordt onder 2.1 “Doelen van het jeugdstrafrecht” vergelding als eerste genoemd.
8)   Uiteraard speelt ook het opsporingsbelang een rol bij de beslissing inzake de voorlopige hechtenis.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    -    één vaste persoon begeleidt de jongere of heeft de regie over het gehele strafrechtelijke traject, van
         aanhouding tot en met de nazorg9. Het optreden van een casusregisseur met een stevige positie is een
         noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van de trajectbenadering, waarin continuïteit een
         kernbegrip vormt. Als de jongere een gezinsvoogd heeft, dient deze intensief bij het traject te worden
         betrokken10.
9)   In de visienota wordt hiertoe de RvdK aangewezen (paragraaf 4.1 en 4.8).
10) Dit dient meer inhoud te krijgen dan het nauw betrekken van de gezinsvoogd bij het opstellen van het trajectplan en dit betekent , wil
     dit echt inhoud krijgen, dat er ook budgettaire ruimte voor moet komen vanuit Bureau Jeugdzorg, opdat daadwerkelijke begeleiding en
     sturing kan plaatsvinden door de gezinsvoogd.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                    10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>4. De inhoud van de visienota en de
          reactie van de Raad
De Raad staat in grote lijnen positief tegenover de in de nota neergelegde visie en beschouwt deze als een
‘verademing’ ten opzichte van voorgaande beleidsnota’s, die vooral in het teken stonden van
bezuinigingsdoelstellingen.
De belangrijkste vernieuwingen in de nota zijn:
    1. nadruk op trajectbenadering;
    2. verheldering en waar nodig verlegging van verantwoordelijkheden in de trajectbenadering, vooral
        met betrekking tot nazorg;
    3. meer systematisch en vaker in het traject betrekken van ouders/verzorgers;
    4. explicitering van de toegevoegde waarde van de j.j.i.’s;
    5. formulering van een ambitieuze doorlooptijd voor het opstellen van een (voorlopig) verblijfsplan (als
        onderdeel van het trajectplan);
    6. het vervallen van het onderscheid tussen behandelings- en opvanginrichtingen;
    7. wijziging van de systematiek rond de groepsindeling;
    8. het onderscheiden van opvoeding, heropvoeding en behandeling in de hoofdprocessen én het
        tegelijkertijd combineren ervan in de uitvoering;
    9. in de j.j.i.’s gehanteerde instrumenten en methoden worden geharmoniseerd binnen een landelijk te
        ontwikkelen kader;
    10. één basismethodiek voor alle inrichtingen en een beperkt aanbod aan gedragsinterventies;
    11. een kwaliteitsimpuls als voorwaarde: groepsleiders worden pedagogisch medewerkers met hbo-
        niveau en de groepsgrootte wordt verkleind.
De vernieuwingen worden voor het grootste deel op een voor de hand liggende en overtuigende wijze
geformuleerd en onderbouwd en de Raad heeft daaraan niet veel toe te voegen. Op een aantal van de
vernieuwingspunten gaat de Raad hieronder in.
4.1       Nadruk op trajectbenadering (punt 1)
De Raad juicht de voorgestelde trajectbenadering (hoofdstuk 4 nota) toe. Om de trajectbenadering vorm te
geven wordt in de visienota voorgesteld een netwerkberaad te vormen, dat tot taak heeft het trajectplan op
te stellen. Aan het netwerkberaad nemen in ieder geval de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), de j.j.i.
en de jeugdreclassering deel. De Raad is van mening dat ook de jeugdzorg structureel in deze
ketenbenadering zou moeten participeren, ook wanneer de jeugdreclassering geen officiële
bemoeienis/taakopdracht heeft. In de visienota wordt verder voorgesteld dat de RvdK vanuit zijn functie
van casusregisseur in de jeugdstrafrechtsketen als voorzitter van het netwerkberaad optreedt. De Raad acht
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                       11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>dit een goede gedachte, zij het dat de RvdK daarvoor wel zal moeten worden toegerust11. In de visienota
komt nog onvoldoende naar voren dat de jongere én zijn ouders zoveel mogelijk bij het opstellen van het
trajectplan dienen te worden betrokken.
Wil de trajectgedachte goed van de grond komen dan zal de nadruk niet op het verblijf in de justitiële
jeugdinrichting mogen liggen maar dient elk onderdeel een evenredig grote aandacht te krijgen, dat wil
zeggen van de aanhouding tot en met de nazorg zelf. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat de jongere zo
kort mogelijk in de (gesloten afdeling van de) j.j.i. verblijft. In zijn advies Van Pij naar Bij12 heeft de Raad een
dergelijk uitgangspunt uitgewerkt voor de pij-maatregel. Het past bij dit uitgangspunt om straffen waar
mogelijk extramuraal ten uitvoer te leggen. Vanzelfsprekend zijn er gevallen waarin de problematiek bij de
jongere effectiever kan worden tegemoetgetreden tijdens een langer intramuraal verblijf. Dat geldt met
name voor psychisch gestoorde en verslaafde jongeren. Wanneer de problematiek om een langer
intramuraal verblijf vraagt, dient er wel daadwerkelijk een op de oplossing hiervan gerichte bejegening c.q.
behandeling plaats te vinden. Dit is naar het oordeel van de Raad thans nog te weinig het geval.
De voor de betreffende jongere meest gewenste aard en inhoud van bejegening c.q. behandeling moet in
een zo vroeg mogelijk stadium van het traject worden vastgesteld. Dit moet ook aan de jongere zelf duidelijk
worden gemaakt, opdat hij – mede met het oog op het bevorderen van motivatie – tijdig zekerheid krijgt
over het (door hem) te bewandelen traject.
Voor het daadwerkelijk realiseren van een traject, inclusief de nazorg, is het een voorwaarde dat de jongere
‘regionaal’ wordt geplaatst13. De kans dat jongeren in hun eigen regio worden geplaatst is momenteel al
klein, maar zal na de scheiding van civiel- en strafrechtelijke plaatsingen nog afnemen, alleen al doordat
niet in elke regio een j.j.i. zal zijn gevestigd (dat is overigens ook nu al niet het geval). De Raad maakt zich
over dit cruciale punt grote zorgen, vooral ook nu de visienota dit knelpunt wel signaleert,maar er geen
oplossing voor aandraagt. De Raad stelt hiertoe voor om- nu het wetsvoorstel gesloten plaatsing een
gelopen koers lijkt te zijn- verspreid binnen iedere regio kleinere locaties te realiseren, zoals aangegeven in
hiervoor vermeld advies over de gesloten crisisopvang.
De Raad meent dat de wijze waarop de nazorg inhoud krijgt in de nota nog verder kan worden uitgewerkt.
Een concreet nazorgplan dient ruim voor het moment van de invrijheidstelling gereed te zijn en vooral de
ambulante jeugdzorg/jeugdreclassering moet al tijdens het verblijf van de jongere in de j.j.i. een belangrijke
rol spelen. De Raad vraagt zich ook sterk af of gemeenten in staat zullen zijn de van hen verwachte opvang
te realiseren. Vooral in kleinere gemeenten is de inzet op dit punt afhankelijk van de (politieke) wil bij een
relatief klein aantal personen. De Raad wacht de voorgestelde veranderingen met betrekking tot de invulling
van de nazorg, zoals de overdracht in het kader van het netwerkberaad, dan ook met belangstelling af.
De Raad acht de vorming van een Justitiële Jeugddienst (Randvoorwaarden II in de nota), waar onder meer
de justitiële jeugdinrichtingen, de RvdK, het bureau Halt en de jeugdreclassering onder komen te vallen, in
het licht van de trajectbenadering een goede zaak. Langs deze weg wordt bevorderd dat zo vroeg mogelijk
wordt begonnen met de inbreng van jeugdzorg en het uit het strafrechtelijk circuit halen van de jongere.
11) De nota wijst hier ook op; zie 1.2 onder organisatie Jeugdstrafrechtketen.
12) Zie noot 4.
13) Advies Gesloten crisisopvang d.d. 29 september 2005, waarin wordt voorgesteld de j.j.i.’s te verspreiden met kleinere locaties over het
     land, zodat regionalisering beter vorm kan worden gegeven.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                     12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>4.2        Meer systematisch en vaker betrekken van ouders/verzorgers bij het traject
           (punt 3).
Veel jongeren die met het strafrecht in aanraking komen, wonen nog bij hun ouder(s). Vaak zullen ouders
na afloop van het traject weer verantwoordelijkheid voor de opvoeding moeten dragen. Het is in dit verband
van belang dat de ouders niet alleen bij het opstellen van het trajectplan maar ook voor, tijdens, en na het
verblijf in de j.j.i. bij het traject worden betrokken. De mate waarin en de wijze waarop dit gebeurt dient in
elk individueel geval te worden bezien. De Raad ziet dit in de nota nog te weinig uitgewerkt.
4.3        In de j.j.i.’s te hanteren instrumenten en methoden worden geharmoniseerd
           binnen een landelijk te ontwikkelen kader (punt 9).
De Raad kijkt met belangstelling uit naar de ontwikkeling van een eenduidig screeningsinstrument voor de
j.j.i.’s en naar de inzet van gevalideerde instrumenten voor risicotaxatie (paragraaf 4.3 van de visienota). De
Raad vestigt er de aandacht op dat bij de ontwikkeling van deze instrumenten niet alleen dient te worden
gekeken naar recidiverisico’s, maar dat vooral ook wordt gelet op de vraag welke
bejegenings/behandelingsbehoefte ten aanzien van de betreffende jongere bestaat.
4.4        Het onderscheiden van opvoeding, heropvoeding en behandeling in de
           hoofdprocessen én het tegelijkertijd combineren ervan in de uitvoering
           (punt 8).
De Raad ziet met instemming dat de visienota expliciet is ten aanzien van de tijdelijke opvoedingstaak van
de j.j.i.’s en hun rol in de (her)opvoeding en, waar nodig, de behandeling van jongeren, anders dan dat het
accent in de tenuitvoerlegging vooral ligt op het terugdringen van recidive14.
Ten aanzien van de behandeling van jongeren met psychische problematiek ondersteunt de Raad de
gedachte dat specialistische behandeling niet altijd door de j.j.i. zélf aangeboden hoeft te worden en dat de
samenwerking met de jeugd-ggz en de tbs-sector sterk moet worden geïntensiveerd om optimaal gebruik te
kunnen maken van de aldaar beschikbare kennis en deskundigheid15. In voorkomende gevallen zou de
jongeren vaker (begeleid) zelf naar de betreffende voorziening kunnen gaan voor de consultatie van een
psychiater. Ook zou facultatief de hulp van een psychiater binnen de j.j.i. kunnen worden ingewonnen. Een
andere gedachte is het gebruik maken van zogenaamde ‘netwerkpsychiaters’, die voor een aantal j.j.i.’s
werkzaam zijn. Een voordeel hierbij is dat deze psychiaters over een ruime ervaring beschikken met
betrekking tot het werken met de populatie in de j.j.i.’s. Een dergelijke werkwijze sluit ook heel goed aan bij
de trajectbenadering.
14) Visienota onder 5.
15) Alleen al het nijpende tekort aan jeugdpsychiaters noopt tot realisme over de invulling van psychiatrische taken door de j.j.i.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                    13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Daarnaast kan een deel van de problematiek die door het tekort van jeugdpsychiaters is ontstaan ook
(tijdelijk) worden opgelost door de inzet van ander psychiatrisch geschoold en ervaren personeel, dat onder
de leiding van jeugdpsychiaters hulp verleent.
Het in de j.j.i.’s aangeboden onderwijs is naar de mening van de Raad op dit moment te beperkt en het
aanbod verschilt per inrichting. De Raad ondersteunt de gedachte dat met het onderwijs reële doelen
moeten worden nagestreefd en het onderwijs ter bevordering van de kansen op de arbeidsmarkt bij
voorkeur praktijkgericht16 moet zijn. Toch zou daarnaast onderwijs dat meer is toegesneden op de specifieke
behoeften van bepaalde jongeren, zoals onderwijs op Havo/vwo-niveau, toegankelijker moeten zijn dan nu
het geval is. Dat geldt met name voor die gevallen waarin de jongere een dergelijke opleiding heeft moeten
afbreken. De Raad pleit voor een intensievere samenwerking met scholen in de vrije maatschappij. Dit is
overigens een aangelegenheid die het ministerie van OC&W regardeert.
De Raad acht professionalisering van groepsleiding en verkleining van de huidige groepen, zoals
voorgesteld, absolute voorwaarden voor de realisering van basisvoorwaarden om de kwaliteit van het
verblijf in de j.j.i. daadwerkelijk te kunnen verbeteren17. De Raad vindt echter de voorgestelde groepsomvang
van tien personen te groot voor het kunnen realiseren van opvoedings- c.q. behandeldoelen18. De Raad stelt
daarom voor in beginsel een groepsgrootte aan te houden van maximaal acht jongeren. Daarnaast zou de
groepsgrootte al naar gelang de problematiek van de jongeren moeten kunnen variëren: jongeren met
ernstige problematiek zouden in groepen van maximaal zes geplaatst moeten worden. Jongeren met een
wat lichtere problematiek zouden dan in groepen van maximaal acht kunnen worden geplaatst19.
De Raad steunt het voorstel om de groepen primair in te delen naar leeftijd, waarbij de psychologische
leeftijd en de ontwikkelingsfase van de jongere de criteria vormen. In zijn advies over de actuele situatie in
de jeugdinrichtingen20 heeft de Raad gewezen op de onwenselijkheid van grote leeftijdsverschillen binnen
een groep. Bij de indeling in groepen is het ook van belang aandacht te besteden aan de duur van het
verblijf van de jongere: het is moeilijk werken met een groep waarbinnen de verblijfsduur sterk varieert en
het groepsproces voortdurend wordt verstoord door wisseling in de samenstelling21.
Van essentieel belang voor de verbetering van de kwaliteit van het verblijf in de j.j.i.’s zijn een hoger
scholingsniveau van nieuw instromend personeel, de her-, om- en bijscholing van het zittende personeel en
16) Visienota 4.7.
17) Zie ook het advies van de Raad d.d. 29 september 2006, waarin de Raad erop wijst dat soortgelijke verbetervoorstellen voor de
     uitvoering van de pij-maatregel op een positieve wijze bijdragen aan het scheppen van de basale voorwaarden voor de inrichtingen om
     de behandeling inhoud te kunnen geven.
18) Visienota, Randvoorwaarden,onder 3.1 en 3.2, kwantitatieve voorwaarden en huisvesting.
19) Dit is gebaseerd op het algemene beginsel dat naarmate een groep groter is, het aantal mogelijke interacties tussen groepsleden sterk
     toeneemt. Daarbij rekening houdend met de (soms ernstige) problematiek van de jongeren in een j.j.i., is een beperking van de
     groepsgrootte tot voorgestelde omvang noodzakelijk om de kans op een zinvolle bejegening/behandeling mogelijk te maken.
20) Actuele situatie in de jeugdinrichtingen, advies d.d. 1 juli 2003.
21) Visienota 4.3.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                       14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>de invoering van intercollegiale toetsing en supervisie, zoals dit in de visienota wordt voorgesteld22. Er zou
naar meer uitwisseling van personeel tussen justitie en gezondheidszorg moeten worden gestreefd.
22) Visienota II Randvoorwaarden, onder 3, voorwaarden in kwalitatieve zin.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                                  15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                               16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>5. Conclusies en aanbevelingen
De Raad staat in grote lijnen positief tegenover de in deze nota neergelegde visie, die de nadruk legt op de
trajectgedachte. De meeste voorstellen zijn niet nader uitgewerkt in de nota en de Raad ziet nadere
uitwerking met belangstelling tegemoet, want juist daarop komt het veelal aan.
De Raad stelt voor een aantal algemene uitgangspunten als basis voor beleid en uitvoering op te nemen in
een preambule in de visienota. Een belangrijk uitgangspunt is het hanteren van het Internationaal Verdrag
voor de Rechten van het Kind (IVRK) als leidend kader. Een tweede uitgangspunt is dat regionalisering
voorop staat: de jongere wordt zo dicht mogelijk ‘bij huis’ geplaatst23.
De Raad wijst er in dit advies op dat voor het daadwerkelijk van de grond komen van de trajectgedachte de
nadruk moet liggen op het traject als geheel – waarbij met name flink geïnvesteerd zal moeten worden in de
nazorg – en dus niet alleen op de fase van het verblijf in de j.j.i. De realisatie van nazorg baart de Raad grote
zorgen, nu de kans dat jongeren regionaal geplaatst worden in de toekomst alleen maar kleiner wordt. De
Raad stelt daarom voor verspreid binnen iedere regio kleinere j.j.i.-locaties te realiseren, zoals aangegeven
in zijn advies over de gesloten crisisopvang24. De betrokkenheid van ouders is één van de onderwerpen die
naar het oordeel van de Raad nog onvoldoende zijn uitgewerkt, terwijl het van essentieel belang is dat zij in
alle fasen bij het traject betrokken zijn. Tenslotte acht de Raad professionalisering van groepsleiding en
verkleining van de huidige groepen een absolute voorwaarde voor verbetering van de kwaliteit van het
verblijf in de j.j.i.’s.
23) De overige uitgangspunten worden vermeld onder hoofdstuk 3 van het advies.
24) Zie noot 2.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                                               17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies De Justitiële Jeugdinrichtingen na 2010
                                               18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>