<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Verloftoetsingskader tbs 2007
Advies d.d. 4 april 2007
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                 1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
   Conclusies en aanbevelingen                                                                      5
   Inleiding                                                                                        7
1. Wijziging van het verloftoetsingskader                                                           9
2. Invoering beveiligde fase in de fase van begeleid verlof                                        11
3. Combinatievonnis                                                                                13
4. Levenslanggestraften                                                                            15
5. Termijnen                                                                                       17
6. Regeling houdende wijziging geweldsinstructie                                                   19
        Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                            4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Conclusies en aanbevelingen
De Raad acht niet alle aanvullende maatregelen en wijzigingen in het verloftoetsingskader en de regeling
geweldsinstructie verbeteringen, omdat niet vaststaat dat ze het beoogde doel, betere beveiliging van de
samenleving, ook daadwerkelijk dienen.
De modaliteit van beveiligd verlof als eerste fase van begeleid verlof past niet in de verlofsystematiek.
Zo de nieuwe modaliteit beveiligd verlof wordt ingevoerd dient toepassing ervan maatwerk te zijn: alleen in
bepaalde gevallen en onder bepaalde omstandigheden.
De circulaire over het verloftoetsingskader kan niet voorschrijven dat in geval van een combinatievonnis
(tbs met dwangverpleging in combinatie met een gevangenisstraf) verlof pas na het verstrijken van de V.I.-
datum kan aanvangen. Voor een dergelijke beleidswijziging is een wetswijziging nodig.
In geval van een combinatievonnis dient de mogelijkheid te bestaan dat een verloftraject kan aanvangen
zodra dat uit behandeloogpunt wenselijk en verantwoord is, ongeacht of de V.I.-datum inmiddels is
verstreken.
Het is inhumaan om levenslanggestraften die in een tbs-inrichting verblijven bij voorbaat uit te sluiten van
verlof.
Handhaaf de formulering van het huidige verloftoetsingskader van april 2005 ten aanzien van
levenslanggestraften.
Het weglaten van termijnen in het verloftoetsingskader is ongewenst in het licht van het binnen redelijke
termijnen afhandelen van procedures van de zijde van de inrichtingen en van de minister.
Handhaaf het huidige verloftoetsingskader van april 2005 op het onderdeel van de termijnen voor zowel de
minister als de inrichtingen.
Toepassing van geweld door inrichtingspersoneel om te voorkomen dat de ter beschikking gestelde zich aan
de begeleiding onttrekt, maar ook de mogelijkheid om geweld toe te passen, wordt ten stelligste afgeraden.
Het personeel is daar niet voor gekwalificeerd en er zijn diverse onwenselijke effecten denkbaar zoals grote
veiligheidsrisico’s en in geweld escalerende onttrekkingen.
Handhaaf de huidige geweldsinstructie voorzover van toepassing op het handelen van inrichtingspersoneel
bij begeleid verlof.
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                            6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inleiding
Aanleiding voor dit advies zijn de aan de Raad ter advisering voorgelegde regeling geweldsinstructie
inrichtingen voor verpleging ter beschikking gestelden (verder: regeling geweldsinstructie) en de circulaire
toetsingskader verlof ter beschikking gestelden (verder: verloftoetsingskader). De Raad heeft eerder dit jaar,
op verzoek van de minister van Justitie, spoedshalve geadviseerd over voorgenomen wijzigingen van onder
meer de regeling geweldsinstructie1.
Dit advies is tot stand gekomen op grond van stukken die bij de voorbereiding van het eerdere advies nog
niet beschikbaar waren - het gewijzigde verloftoetsingskader - dan wel in een andere versie voorhanden
waren – de regeling geweldsinstructie. Dit advies bouwt met andere woorden verder op het advies van 23
februari 2007 en is deels gebaseerd op nieuw materiaal.
De Raad onderkent het belang van voortdurende aandacht voor beveiliging van de samenleving bij verlof
van ter beschikking gestelden. Het pakket van maatregelen waartoe het kabinet heeft besloten naar
aanleiding van het parlementair onderzoek tbs geeft hieraan ruimschoots invulling2.
De Raad is van mening dat de aanvullende maatregelen die nu worden voorgesteld en die op hun beurt
beogen de beveiliging nog verder te verbeteren, aantoonbaar tot het gestelde doel moeten leiden. Anders
gezegd: de toegevoegde waarde van de voorgestelde maatregelen zou op grond van (wetenschappelijk
onderbouwde) argumenten aannemelijk gemaakt moeten worden. Bovendien zou uitvoering van deze
maatregelen de behandeling niet mogen schaden of bemoeilijken. Gegeven het uitgangspunt dat de
behandeling op zichzelf reeds is gericht op beveiliging van de samenleving, zou bemoeilijking daarvan ook
uit dit oogpunt contraproductief werken.
De Raad vindt dat niet alle maatregelen uit het voorliggende conceptverloftoetsingskader en de aangepaste
geweldsinstructie leiden tot het beoogde doel en dat sommige daaraan zelfs tegengesteld kunnen werken.
De Raad onderschrijft uw standpunt dat ter bescherming van de samenleving geïnvesteerd moet worden in
het terugdringen van het delictrisico dat uitgaat van personen aan wie een tbs-maatregel is opgelegd. Juist
dit gegeven brengt met zich mee dat een methodisch goede samenhang in het verloftoetsingskader
aanwezig dient te zijn. Humanitaire en behandeloverwegingen zijn daarbij steeds leidend en behoren ook
in de maatschappelijke discussie steeds herkenbaar te blijven.
De Raad wijst op de recente wetenschappelijke bevinding dat de meeste onttrekkingen (63%) zich voordoen
vanuit een onbegeleid verlof, dat in een latere fase van de behandeling wordt verleend3. Er is daarom eerder
aanleiding om ten aanzien van de onbegeleide verlofsituaties verbeteringen aan te brengen. Deze
verbeteringen kunnen gezocht worden in het nader uitwerken van aanbevelingen van het Expertisecentrum
Forensische Psychiatrie (EFP). Het EFP wijst er onder meer op dat bepaalde categorieën ter beschikking
1)   RSJ, Advies wijzigingen verlofbeleid tbs, nr. CR35/1029116/2007, 23 februari 2007.
2)   Ministerie van Justitie, Plan van aanpak tbs en forensische zorg in strafrechtelijk kader, 5443260/06/DSP, 10 oktober 2006.
3)   Hildebrand M., Onderzoek onttrekkingen en incidenten tbs 2000-2005. Expertisecentrum Forensische Psychiatrie, Utrecht, 2006.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>gestelden zich vaker onttrekken dan andere categorieën en dat screening vooraf door de inrichting kan
worden verbeterd. Verbetering van de screening op aspecten als incidenten, middelengebruik en
afwezigheid van actieve inzet tijdens de behandeling zijn in dit verband genoemd4. Het plan van aanpak tbs
en forensische zorg in strafrechtelijk kader voorziet in voortzetting van het EFP-onderzoek naar
risicofactoren en verdere ontwikkeling van instrumenten voor risicotaxatie en –beheersing5.
4)   Idem.
5)   Zie noot 2.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                        8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>1. Wijziging van het verloftoetsingskader
Het verloftoetsingskader bestaat uit twee delen: een beoordelingskader en een format voor verlofaanvragen.
Het beoordelingskader bevat vijf onderwerpen aan de hand waarvan een verlofaanvraag wordt getoetst. De
onderwerpen zijn de verlofaanvraag zelf, de doelgroep, het format voor de verlofaanvraag, de
toetsingsregels en de beëindiging van de verlofmachtiging. Het format dient gebruikt te worden voor elke
aanvraag tot machtiging voor verlofverlening. In de regel wordt verlof in de volgende volgorde aangevraagd:
begeleid verlof, onbegeleid verlof, transmuraal verlof en proefverlof. Het format is ook bedoeld voor het
aanvragen van een machtiging van incidenteel verlof op humanitaire gronden.
Het verloftoetsingskader is op een aantal onderdelen gewijzigd. Dit advies beperkt zich tot de punten die
naar het oordeel van de Raad het meest van belang zijn.
        Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                       9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                           10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>2. Invoering beveiligde fase in de fase van
          begeleid verlof
Conform het voorliggende verloftoetsingskader bestaat het begeleid verlof uit drie fasen: de beveiligde fase met
twee begeleiders en één beveiliger, de fase van begeleid verlof met twee begeleiders en daarna met één
begeleider.
De inrichting dient in de verlofaanvraag in een aparte paragraaf aan te geven hoe de veiligheid van de
maatschappij per fase wordt gewaarborgd en hoe de overgangen tussen de fasen worden geregeld. Met het
invoeren van de beveiligde fase wordt niet een ruimere toepassing van verlofmogelijkheden beoogd.
De Raad meent dat de introductie van beveiligd verlof als eerste fase in het begeleid verlof, waarvan
doorgaans gebruik zal worden gemaakt, niet tot het beoogde doel leidt. Onder omstandigheden kan het
beveiligd verlof, zoals dat is voorgesteld, zelfs contraproductief werken doordat het afbreuk doet aan de
werking van het verlof als aspect van de behandeling. De Raad verwijst hierbij naar de argumentatie die in
het advies van 23 februari 2007 over deze extra fase is gegeven:
   -   recent wetenschappelijk onderzoek naar onttrekkingen en ontvluchting van ter beschikking gestelden
       wijst uit dat de kans op onttrekking in de eerste verloffase zeer klein is6. Dit onderzoek komt uitvoerig
       aan de orde in het rapport van het parlementair onderzoek tbs7. Bij enige wijziging van het tbs-beleid
       kan aan dit door de Tweede Kamer en de regering onderschreven rapport niet worden voorbijgegaan;
   -   begeleid verlof is pas aan de orde nadat is komen vast te staan dat het delictrisico voldoende
       afgenomen is om überhaupt aan enige vorm van verlof te beginnen en als het verlof in positieve zin
       een behandeldoel dient. Anders gezegd: als beveiliging nog noodzakelijk is, dan is betrokkene nog
       niet toe aan verlof. U geeft in uw begeleidende brief aan dat u uitdrukkelijk niet een ruimere
       toepassing van verlofmogelijkheden beoogt met de invoering van de beveiligde fase, namelijk in een
       eerder stadium verlof aanvragen. De Raad kan zich hierin vinden met dien verstande dat niet eerder
       met begeleid verlof wordt gestart dan nadat de delictgevaarlijkheid tot een zodanig niveau is
       teruggebracht dat begeleid verlof veilig kan plaatsvinden en verlof dus verantwoord is. Zo die
       veiligheid niet afdoende gewaarborgd is, dient vooralsnog van (begeleid) verlof te worden afgezien.
       Om die reden harmonieert het beveiligd verlof niet met de vooruitgang die de ter beschikking
       gestelde in zijn behandeling moet hebben bereikt om voor (begeleid) verlof in aanmerking te komen;
   -   er kan niet worden voorbijgegaan aan het gegeven dat bij de inrichtingen geen draagvlak bestaat om
       de voorgestane beveiligde verloffase uit te voeren en aan het door de inrichtingen aangegeven
       veiligheidsrisico bij het beveiligd verlof. Het inrichtingspersoneel is niet gekwalificeerd om in te
       grijpen bij onttrekkingen en dient daar dus ook niet mee belast te worden;
6)  Zie noot 3.
7)  Eindrapport Parlementair Onderzoek TBS Vandaag over gisteren en morgen,TK 2005-2006 nr. 30250, zie paragraaf 4.4, p. 100-107.
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                                11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    -   de voor beveiligde verloven benodigde personele inzet is niet of in ieder geval zeer moeilijk te
        realiseren en de financiële consequentie van deze extra personele inzet zal omvangrijk zijn. Hierdoor
        komt de uitvoerbaarheid van geplande verloven, en daarmee van de behandeling, in het geding.
De Raad meent dat de modaliteit van beveiligd verlof in het licht van bovengenoemde argumenten niet in
de huidige verlofsystematiek past. De Raad kan zich situaties voorstellen, bijvoorbeeld bij incidenteel verlof
op humanitaire gronden, waarin gebruik gemaakt wordt van beveiligd verlof. In deze gevallen is beveiligd
verlof echter nu al mogelijk. In zijn advies van 23 februari 2007 heeft de Raad gewezen op enkele bijzondere
situaties waarbij de inzet van beveiligd verlof bij begeleid of onbegeleid verlof een bijdrage aan de veiligheid
en behandeling kan leveren8.
Ook voor patiënten bij wie een verhoogd recidiverisico wetenschappelijk is aangetoond, twijfelt de Raad aan
de zinvolheid van het beveiligd verlof. Voor bedoelde situaties is al voorzien in een deskundigenadvies van
de veiligheidsadviseur en de mogelijkheid van een second opinion over de risicotaxatie en het
risicomanagement9. Deze extra waarborgen moeten ertoe leiden dat de machtiging tot begeleid verlof alleen
wordt afgegeven wanneer het delictrisico tot het vereiste lage niveau is teruggebracht en beveiligd verlof dus
niet nodig is.
U wijst in uw adviesaanvraag op een - in vergelijking met voorafgaande conceptteksten - nieuw element,
namelijk het niet verplicht stellen van de beveiligde fase in het begeleid verlof. In het verloftoetsingskader
zelf (pagina 9) wordt echter een stelliger formulering gehanteerd: het begeleid verlof begint met een
beveiligde fase, tenzij er behandelinhoudelijke redenen zijn om dit niet te willen. Het verschil tussen de tekst
van de adviesaanvraag en die van het verloftoetsingskader creëert onduidelijkheid ten aanzien van het
uitgangspunt: begint de fase van begeleid verlof in beginsel met de beveiligde fase (ja, tenzij) of is beveiligd
verlof slechts in bepaalde gevallen, omwille van nader te omschrijven redenen, aangewezen (nee, tenzij)?
Een nadere toelichting op dit punt is noodzakelijk.
De Raad adviseert u, zo u beveiligd verlof invoert, te besluiten tot de laatste mogelijkheid (nee, tenzij) zodat
de toepassing van deze extra fase op maat kan worden ingezet. Zo kan worden voorkomen dat beveiligd
verlof een algemeen toepasbare maatregel wordt waarmee ook ter beschikking gestelden voor wie deze niet
zinvol is, worden geconfronteerd.
8)   Zie noot 1, p. 4:Van beveiligd verlof zou slechts incidenteel gebruik kunnen worden gemaakt in situaties waarin het gedrag of de situatie
     van de ter beschikking gestelde, voor wie een verlofmachtiging is afgegeven en het volledig stilleggen van het verlof uit hoofde van de
     behandeling gecontraïndiceerd is, hiertoe aanleiding geven.
9)   Toetsingskader verlof ter beschikking gestelden, 7 april 2005, p. 5 (2.3 Risicogroepen) en p. 7 (3.4 Het deskundigenadvies en de second
     opinion).
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                                        12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>3. Combinatievonnis
Het voorliggende verloftoetsingskader vermeldt dat in geval van een combinatievonnis geen verloftraject kan
worden gestart voordat tweederde deel van de gevangenisstraf is verstreken.
De Raad heeft in 200510 reeds gewezen op de uitdrukkelijke wenselijkheid om ook in geval van een
combinatievonnis verlof mogelijk te maken als dat uit behandeloogpunt wenselijk en verantwoord is,
ongeacht het verstrijken van de V.I.-datum. De Raad vindt het uit humanitaire en
doelmatigheidsoverwegingen onjuist om diegene aan wie een behandeling wordt geboden, een wezenlijk
perspectief (in de vorm van uitbreiding van vrijheden, i.c. verlof in het vooruitzicht) bij het bereiken van
behandeldoelen te ontnemen.
Naar het oordeel van de Raad kan deze problematiek niet in de circulaire over het verloftoetsingskader
worden geregeld maar is hiertoe wetswijziging noodzakelijk. In dit verband wijst de Raad u op de volgende
passage uit zijn advies van 31 januari 2005:
Artikel 37b, tweede lid, Sr luidt:
”Indien de rechter naast de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege
een gevangenisstraf heeft opgelegd kan de rechter in zijn uitspraak een advies opnemen omtrent het tijdstip
waarop de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege dient aan te vangen.”
Dit artikellid is in art. 37b Sr opgenomen bij Wet van 25 juni 1997 tot wijziging van het Wetboek van
Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering over de terbeschikkingstelling en de sanctietoepassing ten
aanzien van geestelijk gestoorde delinquenten (Stb. 282). In de mondelinge behandeling van het
wetsvoorstel is van verschillende zijden - zowel vanuit de Tweede Kamer als door de (toenmalige) minister
van Justitie - benadrukt dat de executiefase een aangelegenheid is en dient te blijven van de uitvoerende
macht en niet moet worden overgedragen aan de rechterlijke macht11. Illustratief is dat het amendement van
het kamerlid Vos, ertoe strekkende dat aan art. 13, tweede lid, 1e volzin, Sr - “Indien een veroordeelde tot
gevangenisstraf tevens de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd, wordt op regelmatige tijdstippen
beoordeeld of de veroordeelde dient te worden geplaatst in een justitiële inrichting voor verpleging van ter
beschikking gestelden”- zou worden toegevoegd:”, tenzij de rechter in het veroordelend vonnis zelf heeft
bevolen wanneer met de terbeschikkingstelling dient te worden aangevangen” (Kamerstukken II, 1995-1996,
24 256, nr. 11 (zie ook nr. 9)) na stemming is verworpen12. De toelichting op dit verworpen amendement
luidde:
10) RSJ, Advies betreffende concept-Amvb houdende wijziging Reglement verpleging ter beschikking gestelden, nr. CR35/1029116/2005, 31
    januari 2005.
11) Handelingen II, 6 juni 1996,TK 90, p. 6010-6015 en 6023-6026.
12) Handelingen II, 19 juni 1996,TK 95, p. 6248.
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                                  13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>”De rechter dient primair de bevoegdheid te hebben om aan te geven wanneer met de tenuitvoerlegging van de
terbeschikkingstelling dient te worden aangevangen. Het oordeel over de ernst van de misdrijven en aspecten
als beveiliging van de samenleving en gerechtigheid komt in eerste instantie aan de rechter toe.”
De wetgever heeft deze gedachte dus niet gevolgd.
Paragraaf 2.4 van het voorgestelde toetsingskader bepaalt ondermeer:
”In het geval van een combinatievonnis waarbij de rechter uitdrukkelijk heeft bepaald dat tweederde deel van
de gevangenisstraf ten uitvoer moet worden gelegd kan geen verloftraject worden gestart voordat tweederde
deel van de gevangenisstraf is verstreken.” (………..)
”Bij de tenuitvoerlegging van combinatiegevallen geldt algemeen, dat de vrijheden die tijdens de
terbeschikkingstelling worden toegestaan, niet verder gaan dan de vrijheden die zouden zijn toegestaan
wanneer alleen een vrijheidsstraf zou zijn opgelegd.”
Over de eerste passage merkt de Raad op, dat in overeenstemming met art. 37b, tweede lid, Sr de rechter
niet ‘bepaalt’ maar adviseert en dat bij combinatievonnissen in geval van opname in een tbs-kliniek vóór de
V.I.-datum, naast de tbs ook de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voortduurt. Ten aanzien van de
kennelijke bedoeling van beide passages - onderdelen van een ministeriële uitvoeringsregeling - geldt,
mede op grond van de hiervoor kort weergegeven wetsgeschiedenis, dat zij in feite het advies van de rechter
en/of zijn combinatievonnis als zodanig, tot een executiebeslissing (in het kader van de verlofverlening)
maken.
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                       14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>4. Levenslanggestraften
In het voorliggende verloftoetsingskader is voor levenslanggestraften die in een tbs-inrichting worden verpleegd
alleen incidenteel verlof op humanitaire gronden mogelijk.
Ook ten aanzien van deze personen is de Raad van mening dat het uit humanitaire overwegingen onjuist is
om een perspectief bij het bereiken van behandeldoelen te onthouden. De Raad adviseert de formulering
van het huidige verloftoetsingskader op dit punt te handhaven13.
13) Zie noot 9, p. 5 (2.1 Alleen tot vrijheidsstraf veroordeelden).
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                                    15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                           16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>5. Termijnen
In het voorliggende verloftoetsingskader zijn de termijnen uit het huidige verloftoetsingskader voor een
belangrijk deel vervallen. De inrichtingen krijgen nog wel termijnen opgelegd, maar de Minister c.q. de
afdeling Individuele tbs-zaken (ITZ) van de DJI niet meer.
De Raad meent dat de in het huidige verloftoetsingskader opgenomen termijnen noodzakelijk zijn om de
met de procedurele afhandeling van de verlofaanvraag gemoeide tijd binnen redelijke grenzen te houden.
Voortgang van de behandeling en daarmee uiteindelijk ook de doorstroming in de inrichtingen zijn hiermee
gediend.
De Raad adviseert om het huidige verloftoetsingskader op het onderdeel van de termijnen in zijn geheel te
handhaven, inclusief de toevoeging dat de ter beschikking gestelde in zijn behandeling geen nadeel mag
ondervinden van administratieve tekortkomingen van de kant van de inrichtingen of de Minister c.q. de
afdeling ITZ14.
14) Idem, p. 4 (1.4 Geldigheidsduur en termijnen).
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                       17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                           18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>6. Regeling houdende wijziging
          geweldsinstructie
In artikel 2a van § 2a, ‘Gebruik van geweld ter voorkoming van onttrekking aan het toezicht tijdens begeleid
verlof’, worden geweldsinstructies beschreven voor inrichtingspersoneel dat toezicht uitoefent bij begeleid verlof
om onttrekking van de ter beschikking gestelde te voorkomen.
De Raad verwijst met betrekking tot deze wijziging van art. 2a van de geweldsinstructie naar wat hierover is
opgemerkt in zijn advies van 23 februari 2007. De mogelijkheid om geweld te gebruiken en de opdracht tot
volgen van de ter beschikking gestelde die zich onttrekt aan de begeleiding door het inrichtingspersoneel
zijn gevaarzettend en verminderen de kans op een goede afloop van een eventuele onttrekking. Uit het
eerder genoemde onderzoek van het EFP blijkt dat het overgrote deel van de onttrekkingen (64%) niet
langer dan drie dagen duurt en dat deze onttrekkers uit eigen beweging terugkeren naar de inrichting of
zich anderszins melden15. Het scheppen van een situatie waarin de ter beschikking gestelde zijn voornemen
tot onttrekking alleen kan uitvoeren door geweld te gebruiken heeft zeer waarschijnlijk ook gevolgen voor
de afloop van de onttrekking. Er wordt meer spanning in de situatie gebracht en de vrees om
verantwoordelijk gesteld te worden voor het toegepaste geweld zal de ter beschikking gestelde ervan
weerhouden om zich snel weer te melden.
In de toelichting bij de regeling geweldsinstructie wordt gesteld dat indien het personeelslid of de
medewerker dan wel een derde gevaar zou lopen, de toepassing van geweld achterwege moet blijven. In de
spanningsvolle ogenblikken van een onttrekking is echter niet in te schatten hoe gewelddadig de onttrekker
zal reageren. De overweging uit de toelichting kan daarom niet tot een andere conclusie leiden dan dat van
geweld, maar ook van de mogelijkheid daartoe, moet worden afgezien.
15) Zie noot 3.
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                                       19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Verloftoetsingskader tbs 2007
                                           20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>