<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Justitie

Onderdeel
Contactpersoon
Doorkiesnummer(s)
E-mail

Datum

Ons kenmerk
Uw kenmerk
Onderwerp

Ministerie van Justitie

RSJ W A

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties
ATA lj

eme 06 JUNI 2007
Nummer A ds

Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Bezoekadres
Schedeldoekshaven 100
Aan de voorzitter van de Raad voor de Strafrechtstoepassing 2511 EX Den Haag

en Jeugdbescherming Telefoon (070) 3 70 71 31
De heer prof. P.B. Boorsma Fax (070) 3 70 90 11
Postbus 30137 * www.justitie.nl

2500 GC DEN HAAG

Afdeling Sanctiebeleid Bij beantwoording de
M.M. Padmos datum en ons kenmerk
7405 vermelden. Wilt u slechts
m.m.padmos@minjus.nl één zaak in uw brief

1 juni 2007 behandelen.
5475685/07/DSP

CR35/1029116/2007/AvdH/TvV
advies wijzigingen verlofbeleid

Geachte heer Boorsma,

Hierbij treft u mijn reactie aan op het advies van uw Raad van 23 februari jl.
over de wijzigingen in het verlofbeleid van de tbs en het aanvullend advies van
4 april jl. Het eerste advies heeft de Raad op mijn verzoek binnen een korte
periode tot stand gebracht. Ik ben de Raad hiervoor erkentelijk.

Zoals u weet heb ik op 16 maart 2007 de Tweede Kamer geïnformeerd over de
aanpassing van het verloftoetsingskader en de geweldsinstructie die is vereist
voor de invoering van de beveiligde fase bij het begeleid verlof. Deze brief heb
ik te uwer informatie bijgevoegd. Hieronder ga ik nader in op uw advies over
het beveiligd verlof, de geweldsinstructie en het adviescollege verloftoetsing.
Daarna volgt een korte reactie op enkele andere adviezen.

Het beveiligd verlof en de geweldsinstructie

Uw Raad heeft geadviseerd de beveiligde fase als eerste fase bij het begeleid
verlof niet in te voeren. Hij heeft hier vier bezwaren tegen. Kort samengevat
betreffen deze in de eerste plaats dat begeleid verlof pas mag worden verleend
als het veilig kan plaatsvinden; beveiliging is dan niet aan de orde. Voorts dat
de kans op onttrekking in de eerste verloffase klein is, dat er onvoldoende
personele capaciteit is en tot slot dat er geen draagvlak voor bestaat in de tbs-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>5475685/07/DSP/1 juni 2007

sector.

Voordat ik op uw bezwaren inga, hecht ik er aan het volgende op te merken.
Het uitgangspunt bij het begeleid verlof is het volgende. De kliniek dient in de
verlofaanvraag een aparte passage op te nemen waarin wordt aangegeven op
welke wijze gedurende alle fasen van het begeleid verlof de maatschappelijke
veiligheid is gegarandeerd. In deze passage zal moeten worden aangegeven of
de beveiligde fase dient te worden toegepast en zo ja, op welke wijze.
Hoofdregel daarbij is dat toepassing dient plaats te vinden tenzij er gegronde
redenen zijn om daarvan af te wijken. Vervolgens komt aan de orde welke
mate van beveiliging danwel begeleiding nodig is. Bij de datum van
inwerkingtreding van de geweldsinstructie en het beveiligd verlof is rekening
gehouden met het moment waarop de (nog in te voeren)
verlofadviescommissie een aanvang kan nemen met haar werkzaamheden, te
weten 1 juli 2007. Het oordeel over de vraag of de maatschappelijke veiligheid
gedurende het begeleid verlof voldoende is gewaarborgd, wordt daarmee in
beginsel door de verlofadviescommissie gegeven.

Ten aanzien van uw eerste bezwaar kan worden opgemerkt dat het in
sommige gevallen wel degelijk kan zijn aangewezen de eerste fase van het
begeleid verlof te beveiligen, met name om na te gaan of de verwachtingen ten
aanzien van een goed verloop van de behandeling ook uitkomen. Zoals
hierboven aangegeven is het niet zo dat élk begeleid verlof voorafgegaan moet
worden door een beveiligde fase. De invulling van het verlof blijft een kwestie
van maatwerk, in die zin dat de kliniek per geval moet aangeven hoe het verlof
wordt ingevuld en welke mate van beveiliging nodig is. Indien hieruit blijkt dat
de beveiligde fase niet nodig is, blijft deze achterwege. Hiermee wordt
tegemoet gekomen aan het bezwaar van de Raad dat tbs-gestelden voor wie dit
niet noodzakelijk is, toch worden geconfronteerd met de beveiligde fase.

Ten aanzien van uw bezwaar dat voor het beveiligd begeleid verlof geen
draagvlak bestaat in de tbs-sector, merk ik het volgende op. Het besluit tot
wijziging van het verlofbeleid komt voort uit de noodzaak de maatschappelijke
veiligheid voorop te stellen, mede met het oog op het maatschappelijke en
politieke draagvlak. Ik heb hierbij uitdrukkelijk rekening gehouden met de
bezwaren van de sector. Zij is nauw betrokken bij de verdere uitwerking van de
vormgeving van het beveiligd verlof.

Ook ten aanzien van de aanpassing van de geweldsinstructie die nodig is voor
de invoering van de beveiligde fase tijdens begeleid verlof, heeft uw Raad

negatief geadviseerd. Het belangrijkste argument van de Raad is dat de

2/5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>5475685/07/DSP/1 juni 2007

verplichting gepast geweld toe te passen om een onttrekking te voorkomen
juist gewelddadig gedrag zal uitlokken en daarmee de veiligheid van de
begeleiders zal verkleinen.

De noodzaak de maatschappelijke veiligheid voorop te stellen is ook leidend
geweest bij mijn besluit tot aanpassing van de geweldsinstructie. Het afzien
van geweldstoepassing is afgewogen tegen het maatschappelijke risico van een
onttrekking. De Raad heeft terecht aandacht gevraagd voor de veiligheid van
degene die het verlof begeleidt. Deze mag inderdaad niet onnodig in gevaar
worden gebracht. Daarom is bepaald dat geweldstoepassing alleen is
toegestaan aan personeel dat daarin speciaal is getraind en dat alleen gepast
geweld is toegestaan, dat wil zeggen dat wordt afgezien van geweldstoepassing
indien het personeel of omstanders hierdoor in gevaar zouden worden
gebracht.

De invoering van de beveiligde fase bij het begeleid verlof zal een jaar na
inwerkingtreding worden geëvalueerd.

Combinatievonnis

De Raad adviseert om, indien sprake is van een combinatievonnis,

niet de vi-datum maar behandelinhoudelijke gronden beslissend te laten zijn
voor de start van het verloftraject.

In 2004 heeft de toenmalige minister van Justitie aan de Tweede Kamer bericht
dat “met de tbs-klinieken onlangs is afgesproken dat in geval van een
combinatievonnis waarbij de rechter uitdrukkelijk heeft bepaald dat tweederde
van de gevangenisstraf ten uitvoer dient te worden gelegd, geen tbs-
verloftraject meer zal worden gestart voordat tweederde deel van de
gevangenisstraf is verstreken.” … “Bij de tenuitvoerlegging van
combinatievonnissen zal in zijn algemeenheid gelden, dat de vrijheden die
tijdens de terbeschikkingstelling worden toegestaan, niet verder gaan dan de
vrijheden die zouden zijn toegelaten wanneer alleen een vrijheidsstraf zou zijn
opgelegd.” (TK 2003-2004, 29 452, nr. 10). Dit standpunt is opgenomen in
paragraaf 2.2 van het nieuwe verloftoetsingskader. Hiermee werd tegemoet
gekomen aan de wens van de Kamer dat het, mede in het belang van
slachtoffers en nabestaanden, onwenselijk is dat de tbs op een moment wordt
beëindigd dat eerder is dan het moment waarop het gehele combinatievonnis
ten uitvoer zou zijn gelegd.

Levenslanggestraften

De Raad adviseert om levenslanggestraften die in een tbs-kliniek verblijven,
niet alleen incidenteel verlof op humanitaire gronden te geven, maar hun juist
op die gronden een behandelperspectief te bieden. Voor deze groep

3/5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>5475685/07/DSP/1 juni 2007

gedetineerden acht ik een behandelperspectief gericht op resocialisatie, niet
aangewezen. Dit verdraagt zich niet met het oogmerk van de levenslange
vrijheidsstraf. Zij komen dus niet in aanmerking voor verlof anders dan
incidenteel verlof. Voor het overige verwijs ik naar mijn brief van 27 april jl.
waarin een beleidsverkenning van de bejegening van levenslanggestraften is
aangekondigd.

Adviescollege verloftoetsing

De Raad steunt de instelling van een afzonderlijke verloftoetsingscommissie
maar is kritisch ten aanzien van de mogelijkheid dat de minister tegen het
advies van het college in, besluit geen verlof te verlenen. De Raad acht
relativering van de ministeriële verantwoordelijkheid noodzakelijk om te
voorkomen dat de minister voor elk mislukt verlof ter verantwoording wordt
geroepen.

Ik heb beoogd de verloftoetsing te professionaliseren met behoud van mijn
verantwoordelijkheid voor het tbs-beleid. De advisering over de verlofverlening
wordt overgelaten aan een multidisciplinair college van deskundigen, maar de
minister van Jusitie blijft verantwoordelijk voor de verlofbeslissing. Daarbij
behoud ik mij voor bij een positief advies een negatief besluit te nemen, in lijn
met de ministeriële verantwoordelijkheid. Dit is conform de wens van de
Tweede Kamer (TK 2006-2007, 29452, nr. 55).

Uw Raad adviseert om tegen een negatieve verlofbeslissing op een positief
advies, vanuit het oogpunt van rechtsbescherming, beroep mogelijk te maken.
In de huidige situatie staat tegen een negatief besluit geen beroep open (art. 69
Beginselenwet terbeschikkingstelling geeft een limitatief aantal
beroepsgronden). Ik zie geen aanleiding om hierop een uitzondering te
creëren voor de gevallen waarin het adviescollege een positief advies afgeeft en
de minister hiervan afwijkt met een negatieve verlofbeslissing. Bij de
tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel bestaat geen recht op verlof. Tegen een
negatief besluit mijnerzijds bestaat om die reden geen beroepsmogelijkheid.
Dit uitgangspunt wordt niet gewijzigd. Er zal slechts op grond van
zwaarwegende argumenten worden afgeweken van het advies van het college.
Deze beslissing moet grondig worden onderbouwd en worden medegedeeld
aan de tbs-gestelde.

Bij de vormgeving van de organisatie van de verloftoetsing zullen de overige
door uw Raad geplaatste kanttekeningen worden meegenomen. Deze betreffen
het toetsingskader, de rol- en bevoegdheidsverdeling tussen DJI, de tbs-
klinieken en het adviescollege, alsmede de informatievoorziening aan het

4/5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>5475685/07/DSP/1 juni 2007

adviescollege. Ik acht het met u van belang dat het adviescollege
verantwoording aflegt over haar taakuitvoering. Ik neem dan ook uw advies in
deze over. Het college zal jaarlijks verslag aan mij uitbrengen.

Zoals ik in de brief aan de Tweede Kamer heb aangegeven kan het huidige
stelsel van de tbs, gericht op terugkeer in de samenleving door behandeling,
alleen het maatschappelijke vertrouwen behouden als duidelijk is dat de
maatschappelijke veiligheid voortdurend voorop wordt gesteld. De
maatregelen die hierboven aan de orde waren, zijn met het oog hierop
genomen.

Ik hoop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.

De staatssecretaris van Justitie,

5/5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>