<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>              Wijzigingen verlofbeleid tbs februari 2007
                               Advies van 23 februari 2007
    De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming draagt er door middel van
 rechtspraak en advies toe bij dat overheid en relevante uitvoeringsorganen voldoende oog
  houden voor de beginselen van een goede bejegening, alsmede voor de rechtspositie van
   diegenen die in het kader van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en de
bescherming van jeugdigen aan de verantwoordelijkheid van de overheid zijn toevertrouwd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                         Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                              Advies Wijzigingen verlofbeleid februari 2007
Inhoudsopgave
Inleiding ..................................................................................................... 3
1. De invoering van beveiligd verlof ................................................................ 3
2. Wijziging van de Geweldsinstructie tbs......................................................... 4
3. De instelling van een adviescollege verloftoetsing.......................................... 6
                                                                                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                         Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                              Advies Wijzigingen verlofbeleid februari 2007
Inleiding
De Raad onderschrijft het uitgangspunt dat verlof een essentieel onderdeel van het
tbs-systeem vormt en dat zonder verloftoekenning behandelresultaat en uiteindelijk
resocialisatie onmogelijk worden. Ook onderschrijft de Raad dat de uitvoering van
verlof op een veilige wijze dient te geschieden, tbs dient in de eerste plaats de
beveiliging van de maatschappij. In een goed verlofbeleid gaan resocialisatie en
maatschappelijke veiligheid dan ook hand in hand, het één dient geen afbreuk te
doen aan het ander, een goede balans dient te worden gehandhaafd. De Raad is
van mening dat deze balans in de onderhavige wijzigingen niet overal aanwezig is.
Zo zal de invoering van beveiligd verlof niet resulteren in vermindering van het
risico van onttrekking. Om dit te bevorderen zou meer geïnvesteerd kunnen worden
in verbetering van de voorafgaande toetsing in de inrichting.
De wijziging van de Geweldsinstructie legt op de begeleiders een onuitvoerbare last
en kan gemakkelijk gevaarvolle situaties veroorzaken.
Het belang van organisatorische scheiding binnen justitie tussen inkoop en
verloftoetsing wordt door de Raad onderschreven; de instelling van een
afzonderlijke en deskundige verloftoetsingscommissie acht de Raad een verbetering
van het verlofbeleid.
1. De invoering van beveiligd verlof
Beveiligd verlof wordt als een nieuwe fase in het begeleid verlof geïntroduceerd: de
beveiligde fase. De kliniek zal in de verlofaanvraag duidelijk dienen te maken hoe
de verlofbeveiliging vorm zal worden gegeven, maar in elk geval zal bij beveiligd
verlof naast de begeleider (sociotherapeut) een daartoe opgeleide beveiliger
meegaan. De fase van beveiligd verlof zal in het vervolg voorafgaan aan de
bestaande fase van (alleen door een sociotherapeut) begeleid verlof. Pas wanneer
beveiligd verlof niet meer nodig is, zal tot begeleid verlof kunnen worden
overgegaan. Ook indien in een latere fase van de behandeling en het verlof hiertoe
aanleiding bestaat zal beveiligd verlof mogelijk moeten zijn.
Alvorens op de wijziging in te gaan wijst de Raad erop dat de verlofpraktijk zelf
geen aanleiding vormt voor het opnieuw aanscherpen van de
veiligheidsmaatregelen: de kans op onttrekking is zeer klein. Dit blijkt uit het
rapport van het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) over ontvluchting
en onttrekking van tbs-gestelden1, welk rapport uitvoerig aan de orde komt in het
parlementair onderzoek tbs van de commissie Visser2. De Raad pleit ervoor in het
politieke debat hierop te wijzen. Bij enige wijziging van het tbs-beleid kan aan dit
rapport, door de Kamer en de regering onderschreven, niet worden voorbijgegaan.
Voorts verwacht de Raad dat deze wijziging van het verlofbeleid niet die verhoging
van de veiligheid zal opleveren die ermee wordt nagestreefd. Uit de praktijk (zie
1
  Hildebrand, M, Onderzoek onttrekkingen en incidenten tbs 2000-2005. Utrecht EFP, 2006 . Het EFP
concludeert een kans op onttrekking van 0,002% in de onderzoeksperiode. De meeste onttrekkingen
vonden plaats vanuit onbegeleide verlofsituaties.
2
  Parlementair onderzoek TBS; Tbs, vandaag over gisteren en morgen TK 2005-2006 nr. 30250; zie
vooral paragraaf 4.4, pag. 100-107.
                                                                                                  3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                      Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                          Advies Wijzigingen verlofbeleid februari 2007
het EFP rapport) blijkt dat niet in de eerste (begeleide) fase van het verloftraject
een zodanig risico van onttrekking bestaat dat daarin aanvullende maatregelen
noodzakelijk zijn. De meeste onttrekkingen doen zich voor vanuit een onbegeleid
verlof, dat in een latere fase van het traject wordt verleend. Er is dan ook eerder
aanleiding om ten aanzien van laatstgenoemde verlofsituaties verbeteringen aan te
brengen. Deze verbetering zou gezocht kunnen worden in het nader uitwerken van
de aanbevelingen van het EFP, dat er onder meer op wijst dat bepaalde categorieën
tbs-gestelden (zoals de ‘impulsieven’) zich vaker onttrekken dan andere
categorieën en dat de screening vooraf door de inrichting op onderdelen kan
worden verbeterd.
De Raad neemt van de opvatting dat beveiligd verlof in de eerste fase van het
begeleid verlof nodig is, afstand op grond van de volgende overwegingen. Naar de
Raad meent kan begeleid verlof pas aan de orde komen als een zodanige voortgang
in de behandeling is bereikt, dat het delictrisico is verminderd tot het niveau
waarop begeleid verlof veilig kan plaatsvinden en dit verlof tevens bijdraagt aan de
verdere voortgang van de behandeling. Een situatie waarin beveiligd verlof nodig is
voldoet niet aan deze voorwaarden. Bovendien is de personele inzet om structureel
beveiligd verlof in te voeren niet op te brengen. Niet onbelangrijk is tenslotte dat
naar de Raad heeft vernomen bij de directies van de klinieken geen enkel draagvlak
bestaat voor invoering van beveiligd verlof.
De Raad ziet derhalve geen aanleiding om beveiligd verlof in te voeren als eerste
fase of eerste verlofvorm in het verloftraject. Van beveiligd verlof zou slechts
incidenteel gebruik gemaakt kunnen worden in situaties waarin het gedrag of de
situatie van de tbs-gestelde, voor wie reeds een verlofmachtiging is afgegeven en
het volledig stilleggen van het verlof uit hoofde van de behandeling
gecontraïndiceerd is, hiertoe aanleiding geven. Dat kan zich voordoen bijvoorbeeld
bij terugval in de behandeling en in situaties waarin wel voortgang in de
behandeling is geboekt en waarin vanuit het perspectief van de behandeling verlof
gewenst is, maar waarin nog enige onzekerheid bestaat of het delictrisico in
voldoende mate is verminderd. Incidenteel beveiligd verlof zou ook kunnen worden
toegepast bij verlof op humanitaire gronden als de daarbij ingeschatte
veiligheidsrisico’s daartoe nopen.
Mocht niettemin beveiligd verlof structureel als de eerste verloffase worden
ingevoerd dan beveelt de Raad aan deze fase in tijd te limiteren. Het aantal keren
dat beveiligd verlof als eerste verlof wordt verleend, anders gezegd: de duur van de
beveiligde fase, zou voor alle tbs-gestelden vast moeten staan; alleen in bijzondere
omstandigheden, zoals hierboven omschreven, zou verlenging van de beveiligde
fase overwogen kunnen worden.
2. Wijziging van de Geweldsinstructie tbs
In de regeling wordt onder meer opgenomen dat verlofbegeleiders geweld
gebruiken indien dit noodzakelijk en mogelijk is om onttrekking aan het toezicht te
voorkomen, tenzij dit gevaar oplevert voor de begeleiders of derden. Voorts dienen
verlofbegeleiders de vluchtroute of verblijfplaats vast te stellen van de tbs-gestelde
die zich heeft onttrokken, tenzij dit gevaar oplevert voor de begeleiders of derden.
                                                                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                      Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                          Advies Wijzigingen verlofbeleid februari 2007
Onder de huidige regeling is slechts sprake van een bevoegdheid tot het gebruik
van geweld. Volgens de nieuwe regeling wordt geweldgebruik min of meer
uitgangspunt bij onttrekkingen. Van de begeleider wordt immers verwacht dat hij
geweld gebruikt, indien noodzakelijk en mogelijk, tenzij dit gevaar oplevert. Terwijl
onder de huidige regeling van de medewerker wordt gevraagd het gebruik van
geweld te motiveren, bepaalt de nieuwe regeling dat (ook) het afzien van geweld
moet worden uitgelegd. De Raad meent dat hiermee een te zware last aan de
begeleiders opgelegd wordt en tevens onnodig risico’s creëert. Anders dan bij
situaties binnen de inrichting, waar de huidige regeling voor geschreven is, doet
zich tijdens het verlof een één op één situatie voor. De begeleider is alleen met de
tbs-gestelde. Van hem of haar kan in die situatie moeilijk worden verwacht om in
zeer korte tijd een evenwichtig besluit te nemen over de toepassing van geweld.
Slechts in het geval waarin de begeleider een overduidelijk groot fysiek overwicht
heeft zou een effectief en gevaarloos gebruik van geweld mogelijk kunnen zijn,
maar deze situatie is vrij zeldzaam. Sociotherapeuten worden niet geselecteerd op
hun fysieke kwaliteiten, ongeveer de helft van de sociotherapeuten bestaat uit
vrouwen.
De Raad neemt aan dat vanuit de inrichtingen er veel verzet tegen deze
verplichting zal zijn en dat directies hun personeel de instructie zullen meegeven
tijdens verlof in geen geval geweld te gebruiken. De maatregel blijft dan zonder
effect. Aan toepassing in de praktijk kleven grote risico’s, Te voorzien valt dat tbs-
gestelden die van plan zijn zich te onttrekken, de begeleider duidelijk zullen maken
dat hij maar beter van geweld kan afzien. En dat onder het motto: ‘de eerste klap
is een daalder waard’. De Raad meent derhalve dat de maatregel bij de tbs-
gestelde gewelddadig gedrag uitlokt en dat daarmee aan de veiligheid eerder
afbreuk gedaan wordt dan dat er iets aan wordt toegevoegd. Dat geldt mutatis
mutandis ook voor de verplichting voor de begeleider de zich aan het toezicht
onttrekkende tbs-gestelde te volgen. In het besef dat men hem op de hielen zit kan
de tbs-gestelde als een kat in het nauw rare sprongen maken. In het hierboven
genoemde rapport van het EFP wordt een ook in dit verband relevante constatering
gedaan. Deze houdt in dat het overgrote deel van de onttrekkingen (64%) niet
langer dan drie dagen duurde en dat deze onttrekkers uit eigen beweging
terugkeerden naar de kliniek of zich ergens anders meldden. Het scheppen van een
situatie waarin de tbs-gestelde zijn voornemen tot onttrekking alleen kan uitvoeren
door geweld te gebruiken heeft zeer waarschijnlijk ook gevolgen voor de afloop van
de onttrekking. Er is dan meer spanning in de situatie gebracht en de vrees om
verantwoordelijk gesteld te worden voor het toegepaste geweld zal de tbs-gestelde
ervan weerhouden om zich snel weer te melden.
De Raad pleit ervoor om in een dergelijke situatie van geweld af te zien. Een
instructie met deze strekking getuigt van professionaliteit. Bekend is dat andere
organisaties, zoals banken en beveiligingsbedrijven, hun personeel de instructie
geven in situaties met dreiging en agressie niet de held te gaan spelen, geen
geweld te gebruiken en dat aan de politie over te laten.
                                                                                       5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                         Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                              Advies Wijzigingen verlofbeleid februari 2007
Sneller én adequaat ingrijpen bij onttrekking kan bereikt worden door het
verbeteren van het contact met de politie ter plaatse. De wijziging van de regeling
geeft hiertoe een goede aanzet.
3. De instelling van een adviescollege verloftoetsing
Met de instelling van dit college wordt beoogd binnen justitie een zodanige
organisatorische scheiding aan te brengen tussen de verloftoetsing en de
inkoopfunctie, dat de beslissingen omtrent verlof niet door belangen die spelen ten
aanzien van de inkoop van zorg kunnen worden beïnvloed. Voorts dient de
beslissing over verlof met zoveel mogelijk professionele waarborgen te worden
omgeven, met behoud van de ministeriële verantwoordelijkheid.
Het college toetst elke verlofaanvraag van tbs-gestelden en adviseert vervolgens de
minister. Wanneer het college een aanvraag afwijst wordt de verlofmachtiging niet
verstrekt. Indien het college adviseert wel een verlofmachtiging te verlenen, kan de
minister daarvan afwijken. Het college zal bestaan uit negen forensisch psychiaters
en psychologen. Deze deskundigen worden over drie commissies verdeeld, elke
commissie krijgt bovendien een voorzitter, bij voorkeur een jurist. Tevens krijgt
elke commissie een deskundige op het gebied van risicotaxatie toegewezen.
De Raad acht de instelling van een afzonderlijke verloftoetsingscommissie zoals
aangekondigd een belangrijke verbetering. Daarmee kan in elk geval de
noodzakelijke organisatorische scheiding tussen de verloftoetsing en de
inkoopfunctie worden gerealiseerd. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de
aanbevelingen van de Inspectie voor de Sanctietoepassing (ISt) en het EFP 3. De
ISt constateerde dat de verloftoetsing in de huidige situatie door de afdeling
Individuele TBS Zaken (ITZ) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) het midden
houdt tussen een procedurele en een meer inhoudelijke toets, hetgeen een
voortdurend spanningsveld oplevert. Klinieken zijn van mening dat de inhoudelijke
beoordeling van verlof vooral hen toekomt en dat ITZ daarvoor de expertise mist.
ITZ stelt zich op het standpunt dat verlofaanvragen in elk geval aan de formele
eisen dienen te voldoen. Als dat niet het geval is, wordt een verlofaanvraag
afgewezen, ondanks dat de kliniek van mening is dat er inhoudelijk hiervoor geen
redenen zijn. Zowel de ISt als het EFP pleiten voor professionalisering en meer
onafhankelijkheid bij de verloftoetsing. Naar de Raad meent kan die
onafhankelijkheid nog verder worden bevorderd door af te zien van de mogelijkheid
voor de minister om tegen het advies of besluit van de commissie in geen verlof te
verlenen. De Raad wijst op het belang van het relativeren van de ministeriële
verantwoordelijkheid ten aanzien van de verlofpraktijk, zoals ook door de
commissie Visser beklemtoond4. Duidelijk moet zijn dat de minister op hoofdlijnen
stuurt en hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de uitvoering welke
geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de deskundigheid in het veld. De
mogelijkheid voor de minister om af te wijken van hetgeen de commissie voorstaat
3
  Inspectie voor de Sanctietoepassing, Verlofbeleidskader TBS, november 2005. EFP a.w.
4
  Parlementair onderzoek TBS, hoofdstuk 1.6 ‘Inquisitiedemocratie’.
                                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                     Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                         Advies Wijzigingen verlofbeleid februari 2007
doet afbreuk aan deze duidelijkheid en houdt in stand dat voor elk mislukt verlof de
minister naar de Kamer kan worden geroepen.
Indien wel wordt vastgehouden aan de bevoegdheid van de minister om in
afwijking van het positieve advies van het adviescollege de machtiging niet af te
geven, is vanuit een oogpunt van rechtsbescherming een beroepsmogelijkheid bij
de afdeling rechtspraak van de RSJ gewenst.
Ook onderschrijft de Raad de professionele deskundigheid waarmee de commissie
wordt bekleed.
De Raad heeft geen kennis kunnen nemen van het toetsingskader waarbinnen de
commissie dient te opereren. Een dergelijk kader dient er te komen alleen al omdat
helder moet zijn aan welke normen de commissie de aanvragen toetst.
Omdat een integrale regeling nog ontbreekt blijven nog vele vragen onbeantwoord,
zoals de verhouding en de rolverdeling tussen commissie, inrichtingen en DJI/ITZ.
Er doen zich in de praktijk begrijpelijkerwijs geregeld verschillen van mening voor
tussen inrichting en toetsingsorgaan (thans nog ITZ) over verlofbeslissingen. Gelet
daarop beveelt de Raad aan om de rollen en bevoegdheden van inrichting, DJI en
commissie zo helder mogelijk te maken. Ook beveelt de Raad aan in de regeling de
mogelijkheid op te nemen dat de inrichting de verlofaanvraag zonodig toelicht
tegenover de commissie en dat de commissie dient te kunnen beschikken over alle
door haar noodzakelijk geachte informatie.
Tenslotte acht de Raad het wenselijk dat de commissie door middel van het
uitbrengen van een jaarverslag inzicht geeft in haar werkwijze en verantwoording
aflegt van haar taakuitvoering.
                                                                                    7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>