<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                       Gedetineerden met een verstandelijke beperking
                                              Advies 1 mei 2008
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming draagt er door middel van rechtspraak en advies toe bij
dat overheid en relevante uitvoeringsorganen voldoende oog houden voor de beginselen van een goede bejegening,
alsmede voor de rechtspositie van diegenen die in het kader van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen
        en de bescherming van jeugdigen aan de verantwoordelijkheid van de overheid zijn toevertrouwd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................................ 3
1. Aanleiding voor dit advies. .................................................................................................................................................... 4
2. Afbakening van het onderwerp .......................................................................................................................................... 5
3. De praktijkproblemen ............................................................................................................................................................ 5
4. De plannen van justitie ......................................................................................................................................................... 7
Bijlage: het aanbod van De Borg ............................................................................................................................................. 9
Bronnen ............................................................................................................................................................................................ 11
                                                        Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Het aantal gedetineerden met een verstandelijke beperking bedraagt, afhankelijk van het soort afdeling
of regime, naar schatting tussen de 15 en ruim 25 %. In de praktijk kan de verstandelijke beperking,
vooral in combinatie met andere problematiek, voor problemen zorgen. Wanneer een gedetineerde
ongeschikt is voor het reguliere regime en die ongeschiktheid verband houdt met een verstandelijke
beperking, gaat deze meestal gepaard met psychiatrische problematiek, verslaving of gedragsstoornis.
Directies, gedragskundigen en beleidsambtenaren herkennen de prevalentie van de verstandelijk
beperkten in detentie en dat zich in verband daarmee, met name in combinatie met andere
problematiek, specifieke problemen voordoen. Ze onderschrijven de wenselijkheid van een meer op de
doelgroep afgestemd regime zowel in detentie als in de ggz.
De Raad concludeert dat in de huidige detentiesituatie vooralsnog men moet roeien met de riemen die
men heeft (§ 3). Een op de doelgroep (gedetineerden met een verstandelijke beperking, gecombineerd
met psychische of gedragsproblematiek) gericht regime is in beperkte mate aanwezig te weten in de
penitentiaire inrichtingen waar een BZA, Individuele Begeleidings Afdeling (IBA) of vergelijkbare
afdeling aanwezig is. Dit soort afdelingen kent een prikkelarme omgeving, een duidelijke structuur en
gericht hulpaanbod bij zelfverzorging en het aanleren daarvan.
Onderwijl kampt de praktijk voor de verstandelijk beperkten met enkele problemen. De Raad noemt
hier als belangrijkste het risico dat verstandelijk beperkten, hetzij omdat ze niet worden opgemerkt, of
omdat geen aangepast regime voor hen beschikbaar is, beschadigd kunnen raken in het reguliere
regime en zonder passende nazorg terugkeren in de samenleving. Met name bij plaatsing in een
meerpersoonscel voorziet de Raad risico’s voor de verstandelijk beperkte gedetineerde, vanwege diens
kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid.
Van structurele samenwerking met de ggz en in het bijzonder met de organsaties voor de zorg voor
verstandelijk beperkten is nog onvoldoende sprake.
Nederland kent vijf zogenaamde SGLVG-instellingen opgericht door Stichting De Borg, met een speciaal
                                                           1
programma voor justitiabelen met een verstandelijke beperking en gedragsproblematiek. Plaatsing van
gedetineerden aldaar komt echter nog maar bij uitzondering voor. Onbekendheid met het aanbod, de
lange wachtlijsten en de afwezigheid van een opnameverplichting zijn in deze mogelijke belemmerende
factoren. Daarbij moet worden opgemerkt dat 60% van de gedetineerden korter dan vier maanden in
detentie is en voorts dat een verstandelijke beperking in een detentiesetting tot nu toe moeilijk kan
worden vastgesteld.
De Raad constateert tot zijn genoegen dat de Dienst Justitiële Inrichtingen en het bestuursdepartement
beleid ontwikkelen tot verbetering van de gedetineerdenzorg in het algemeen en van de zorg voor de
gedetineerden met een psychische stoornis, een verslaving of een verstandelijke beperking in het
bijzonder. (§ 2). In het kader van het programma Modernisering Gevangeniswezen zal het aantal
zorgplaatsen uitbreiden en wordt een screening ingevoerd naar zogenaamde ‘zorg doelgroepen’,
waarvan de groep van verstandelijk beperkten er één is. De reguliere penitentiaire inrichtingen krijgen
in de nieuwe detentieorganisatie, per vestiging een zogenaamde Extra Zorg Voorziening (EZV). Deze is
qua zorgniveau vergelijkbaar met de huidige Bijzondere Zorg Afdelingen (BZA), maar wordt anders dan
de BZA een formele differentiatie.
Aanbevelingen
1
  SGLVG staat voor: Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapt
                                     Gedetineerden met een verstandelijke beperking                      3
                                               conceptadvies 1 mei 2008
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>      1.    De Raad beveelt aan om in de hierboven genoemde beleidsontwikkeling aan te sluiten op de
            specifieke kenmerken en problemen van de gedetineerden met een verstandelijke beperking. Er
            lijkt behoefte te bestaan aan het in kaart brengen van de problemen met verstandelijk
            beperkten en daarbij te differentiëren naar de combinatie met andere problematiek.
      2.    In aanvulling op het plan om per vestiging een EZV te realiseren beveelt de Raad aan om
            deskundigheid van het daaraan verbonden personeel op een hoger niveau te brengen. De
            kennis van verstandelijk beperking, (naast die van verslaving en van psychiatrische stoornissen)
            bij hen die de dagelijkse begeleiding op deze afdeling uitvoeren, zou op minstens mbo niveau
            moeten zijn.
      3.    Vanwege de risico’s voor de verstandelijk beperkte gedetineerde bij plaatsing in een
            meerpersoonscel beveelt de Raad aan dit aspect bij de selectie van gedetineerden voor
            meerpersoonscellen uitdrukkelijk te betrekken.
      4.    Het volgen van een programma binnen de tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel lijkt voor
            de gedetineerden met een verstandelijke beperking te hoog gegrepen; daarom zou dit
            programma op deze doelgroep moeten worden aangepast.
      5.    Nazorg en reïntegratie kunnen worden verbeterd waarbij bezien kan worden in hoeverre de
            nieuwe voorwaardelijke invrijheidsstelling kan worden ingezet om de begeleiding richting
            samenleving/bijzondere voorzieningen vorm te geven. Met name de organisaties die
            gespecialiseerd zijn in de ambulante begeleiding van verstandelijk beperkten kunnen hier een
            belangrijke rol spelen.
      6.    De verstandelijk beperkten vormen in de ontwikkeling van de herziening voorwaardelijke
            invrijheidstelling geen bijzondere doelgroep. De Raad vraagt daarvoor aandacht in zijn onlangs
            uitgebrachte advies naar aanleiding van de Uitvoeringsregeling Voorwaardelijke
            Invrijheidsstelling.
      7.    Tenslotte beveelt de Raad aan structurele samenwerking tussen het gevangeniswezen en
            organisaties voor de zorg voor verstandelijk beperkten tot stand te brengen. Bijzondere
            aandacht verdient hierbij het aanbod van Stichting De Borg en de vijf SGLVG-instellingen.
1. Aanleiding voor dit advies.
Justitiabelen met een verstandelijke beperking komen in alle fasen van de strafrechtspleging en alle
sectoren van de tenuitvoerlegging voor. Hoeveel het er precies zijn is nog niet bekend. Enkele pogingen
in de afgelopen jaren om de doelgroep cijfermatig in kaart te brengen leverden niet de gewenste
duidelijkheid . Maar dàt ze er zijn is wel bekend, getuige verschillende initiatieven voor en publicaties
                 2
over deze justitiabelen in de preventieve fase, in de residentiële jeugdzorg, de tbs en het
gevangeniswezen . In de niet- justitiële voorzieningen voor verstandelijk beperkten komt problematiek
                     3
voor die zich ook binnen de strafrechtsketen voordoet en waarvan het nodige kan worden geleerd.
Hetzelfde doet zich voor met oplossingen en methoden voor de zorg aan en bejegening van
verstandelijk beperkten, deze zijn van algemenere toepassing en worden niet gekenmerkt door de
setting waarin deze worden toegepast.
In april 2007 bracht de Raad zijn advies ‘De zorg aan gedetineerden met een ernstige psychische
stoornis of verslaving’uit.
2
   Zie de onderzoeken ‘Meten is niet altijd weten’, van de DJI naar de prevalentie van verstandelijk beperkten in detentie 2005
en het Onderzoek naar verstandelijk gehandicapten in de justitiële jeugdinrichtingen, eveneens van de DJI in 2003
3
  Zie o.a. de congresbundel ‘Verstandelijk gehandicapten in aanraking met politie en justitie’ 2004
                                        Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>De Raad kreeg bij de voorbereiding van dit eerdere advies de indruk dat in de penitentiaire inrichtingen
in toenemend aantal en in toenemende mate van problematiek gedetineerden verblijven met een
verstandelijke beperking.
Een commssie uit de Raad heeft vervolgens via een aantal veldbezoeken gepeild of deze
veronderstellingen in de praktijk worden onderkend. Daarbij is de vraag gesteld in hoeverre de
aanwezigheid van een verstandelijke beperking bij de gedetineerde tot problemen leidt.
De commissie heeft in dat kader gesproken met gedetineerden, p.i.w.-ers, gedragskundigen, en
leidinggevenden bij verschillende penitentiaire inrichtingen -en de reclassering en met stichting De Borg
en het hoofdkantoor DJI.
De veldbezoeken hebben bevestigd dat onder de gedetineerden anno 2008 er een substantieel aantal
zijn met een verstandelijke beperking. Deze groep is het duidelijkst herkenbaar binnen de ISD-
populatie; met schat het percentage daar op ruim boven de 25%. In andere inrichtingen worden
percentages van tussen de 10 en 20 heel reëel geacht. In algemeen meent men in de praktijk dat de
verstandelijke beperking niet zozeer op zichzelf, als wel in combinatie met andere problematiek tot
problemen leidt, waarvoor structurele oplossingen nog ontbreken.
2. Afbakening van het onderwerp
Alleen gevangeniswezen
Dit advies gaat over de gedetineerden met een verstandelijke beperking. Het is bekend dat ook in de
justitiële jeugdinrichtingen en de forensisch psychiatrische centra verstandelijk beperkten verblijven.
Deze twee sectoren blijven om een pragmatische reden buiten beschouwing. In zijn advies over de Zorg
aan de gedetineerden met een ernstige psychische stoornis of verslaving van april 2007 kondigt de Raad
aan het onderwerp van de verstandelijk beperkten binnen detentie aansluitend ter hand te nemen.
Verbreding van de doelgroep naar de twee andere sectoren zou ertoe leiden dat een advies pas later
zou worden uitgebracht, terwijl verschillende aanbevelingen gezien moeten worden in het licht van het
advies over ‘de Zorg’. De Raad overweegt een advies uit te brengen over de zorg aan jeugdigen met een
psychische stoornis in de justitiële inrichtingen.
Definitie
Waar voorheen gesproken werd over ‘verstandelijk gehandicapten’ wordt tegenwoordig de term:
‘mensen met verstandelijke beperkingen’ het meest gebruikt. Voor zover bekend worden er geen
duidelijke grenzen getrokken tussen de IQ-scores waar het gaat om het vaststellen van een
verstandelijke beperking. Personen met een IQ-score tussen 50/55 en 70 worden volgens de
internationaal aanvaarde classificaties ingedeeld als ‘licht verstandelijk beperkt’ en personen met een IQ
tussen de 70 en 85 als ‘zwakbegaafd’. In de zorgpraktijk worden evenwel de personen uit de laatste
categorie als zij tevens onvoldoende sociaal redzaam zijn ook beschouwd als licht verstandelijk beperkt.
Zij komen dan ook meestal in aanmerking voor plaatsing in een instelling voor verstandelijk beperkten.
3. De praktijkproblemen
De geïnterviewden geven vrijwel unaniem aan dat een substantieel deel van de detentiebevolking een
verstandelijke beperking heeft. Zoals hierboven gemeld schat men in de inrichtingen voor stelselmatige
daders (ISD) het percentage als het hoogst in, te weten in elk geval ruim boven een kwart van de
gedetineerden. Eveneens wordt breed de mening uitgedragen dat deze gedetineerden in het reguliere
regime een grotere kans op beschadiging lopen dan de ‘doorsnee’ gedetineerden. Gemeld wordt dat de
verstandelijk beperkte vaak goed in staat is zijn beperkingen te verhullen en aangepast of zelfs imitatie
gedrag te vertonen.
                                     Gedetineerden met een verstandelijke beperking                       5
                                               conceptadvies 1 mei 2008
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>De verstandelijk beperkten zouden voorts makkelijker te beïnvloeden zijn dan andere gedetineerden. Zo
zouden ze zich gemakkelijk door medegedetineerden om een boodschap laten sturen, of, in ernstiger
gevallen, zich misbruiken, bijvoorbeeld voor het opknappen van verboden klusjes. Veelal doen zich
gedragsproblemen voor die verband houden met de verstandelijke beperking, in de vorm van een
moeilijk kunnen beheersen van agressieve impulsen. Ook hierdoor kunnen deze gedetineerden in een
penitentiaire omgeving in de problemen komen.
Uit hetgeen de Raad vanuit de praktijk heeft vernomen valt vooralsnog alleen te concluderen dat de
verstandelijke beperking op zichzelf weliswaar tot een zekere kwetsbaarheid leidt, maar niet zonder
meer tot detentieongeschiktheid. Er zijn, aldus de geluiden uit de praktijk, ook gedetineerden met een
verstandelijke beperking die zich weten te redden. De problemen lijken vooral te ontstaan in die
gevallen waarin sprake is van een combinatie met gedragsproblematiek, een verslaving of een
psychiatrische stoornis. Hierop is evenwel nog weinig zicht. Het lijkt daarom, alvorens een aanbod voor
de doelgroep te ontwikkelen, aangewezen de verschillende verschijningsvormen van de problematiek
rondom verstandelijk beperkten in detentie gedifferentieerd in kaart te brengen.
In de penitentiaire inrichtingen moet men vooralsnog roeien met de riemen die men heeft; wat hiermee
bedoeld wordt, volgt hieronder.
Voor zover een regime gericht op de doelgroep- de Raad doelt hiermee op de gedetineerden met een
verstandelijke beperking in combinatie met andere problematiek- noodzakelijk lijkt, is dit in beperkte
mate aanwezig. In de BZA en IBA wordt dit enigermate geboden, met een prikkelarme omgeving, een
duidelijke structuur en gericht hulpaanbod bij zelfverzorging en het aanleren daarvan. Meestal hanteert
men in deze afdelingen een mentorsysteem; de mentor begeleidt de gedetineerde met name bij het
aanleren en op peil houden van de zelfverzorging. Voor zover mogelijk worden de activiteiten zoals
arbeid aan de populatie van deze bijzondere afdelingen gescheiden van de andere afdelingen
georganisseerd. De IBA is een formele differentiatie binnen het gevangeniswezen waarvoor een hoger
dagtarief per gedetineerde is toegewezen dan voor de reguliere afdelingen. De BZA is geen formele
differentiatie en heeft eenzelfde dagtarief als de reguliere afdelingen. Is er geen IBA (een erkende
differentiatie) in de inrichting dan moet de directie de extra zorg aan bijzondere groepen uit de
lopende middelen financieren.
Elke inrichting zonder IBA wordt daarom geacht zijn eigen bijzondere zorg te organiseren, vanuit het
standaard budget. De keuze kan dan zijn: de gedetineerden met een verstandelijke beperking en andere
problematiek te verspreiden over de afdelingen of voor hen een bijzondere voorziening treffen.
Verspreiding is de goedkoopste oplossing; een bijzondere afdeling is vanwege een hogere personele
bezetting duurder. Een inrichting met veel medewerkers van een hoge anciënniteit en dus een hoge
loonkostensom, zal voor spreiding als de goedkoopste oplossing kiezen.
In het beste geval heeft de p.i. de beschikking over een bijzondere afdeling en tracht men zoveel
mogelijk deze gedetineerden daar, ‘in de beschutting’ te plaatsen. Arbeid en onderwijs zijn nergens in
het bijzonder op personen met verminderde verstandelijke vermogens ingericht. Vaak wordt binnen het
onderwijs wel reken- en taallessen voor analfabeten gegeven. De arbeid is vaak zo eenvoudig van aard
dat verstandelijk beperkten hieraan meestal zonder problemen kunnen deelnemen.
Er wordt geen standaardscreening naar de aanwezigheid van een verstandelijke beperking uitgevoerd.
Er kan een test worden afgenomen wanneer het gedrag van een gedetineerde hiertoe aanleiding geeft.
De standaard medische screening welke elke gedetineerde bij binnenkomst ondergaat, kan hiervoor
handvatten bieden, maar signalen kunnen zich ook later tijdens detentie voordoen. Wanneer er signalen
zijn wordt het psycho-medisch overleg ingeschakeld, dat vervolgens een screening regelt.
                                   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Bij het meerpersoonscelbeleid ziet de Raad een bijzonder risico. Nu een screening bij binnenkomst op
de aanwezigheid van een verstandelijke beperking ontbreekt, bestaat de kans dat zonder dat men het
beseft een verstandelijk beperkte gedetineerde met een andere gedetineerde op een meerpersoonscel
wordt geplaatst. Gelet op de beïnvloedbaarheid en kwetsbaarheid van de verstandelijk beperkte
enerzijds en zijn vermogen om te doen alsof er niets aan de hand is aan de andere kant, kan hij in de
meerpersoonscel, zonder dat het in de gaten loopt, worden overheerst, onderdrukt of zelfs misbruikt
door zijn slimmere en vaardiger celgenoot. Anderzijds kan het juist aangewezen zijn om een
verstandelijk beperkte gedetineerde samen met een andere gedetineerde in een cel te plaatsen, indien
de laatstgenoemde in staat en bereid is om de eerstgenoemde de nodige steun te bieden. Dit zou dan
wel uitdrukkelijk punt van overweging bij de selectie voor een meerpersoonscel moeten zijn.
De geïnterviewden onderschrijven dat de doelgroep een eigen, deskundige aanpak vraagt, en dat het
begeleidend personeel om die reden hiervoor een gerichte beroepsopleiding zou moeten hebben
gevolgd. De p.i.w.-ers van de bijzondere afdelingen hebben een beperkte scholing van een week gehad,
gericht op het signaleren van psychiatrische problematiek en een verstandelijke beperking.
Vanuit de inrichtingen voor stelselmatige daders (ISD), waar een hoog percentage verstandelijk
beperkten blijkt te verblijven, melden medewerkers dat het speciaal voor deze inrichting ontwikkelde
programma, bedoeld om recidive te voorkomen, voor de gedetineerden met een verstandelijke
beperking vaak te hoog gegrepen is. Het is de bedoeling dat van alle ISD-gedetineerden een
zogenaamde RISc wordt afgenomen, een onderzoek naar de recidive bevorderende factoren. Het
                    4
afnemen van dit onderzoek vereist vaardigheden waarover een verstandelijk beperkte onvoldoende
beschikt.
In de ISD gaat het in de meeste gevallen om enerzijds verstandelijk beperkten met een psychische
stoornis en anderzijds om gedetineerden die ten gevolge van een psychische stoornis of een
hersenbeschadiging door chronisch middelengebruik op een verstandelijk beperkt niveau functioneren.
In de bezochte Instellingen voor stelselmatige daders bleken de gedetineerde met een verstandelijke
handicap als regel te worden overgeplaatst naar de IBA of de BZA van de Inrichting, waar een meer
prikkelarme omgeving en meer individuele zorg kon worden aangeboden.
In tegenstelling met de andere ISD gedetineerden blijkt dat de uit de ISD de op deze afdelingen
geplaatste verstandelijk beperkten doorgaans de gehele ISD tijd van twee jaar op deze
afdelingen verblijven. Uitplaatsing naar GGz instellingen blijkt in de praktijk onmogelijk; voor de
SGLVG instellingen blijkt de wachttijd meer dan een jaar te bedragen. Bij ontslag uit de detentie is er
doorgaans geen passende nazorg. Voor een trajectbegeleiding komen zij niet in aanmerking omdat een
hiervoor vereiste RISC afname niet mogelijk is.
4. De plannen van justitie    5
De commissie heeft geconstateerd dat ook binnen DJI de specificiteit van de gedetineerden met een
verstandelijke beperking wordt onderkend en dat daarop beleid wordt ontwikkeld.
Vanuit het bestuursdepartement van het ministerie van justitie en de uitvoeringsorganisatie de Dienst
Justitiële Inrichtingen zijn stappen gezet, dan wel in voorbereiding die tot verbetering van de situatie
van de gedetineerdenzorg moeten leiden. Zo is in 2007 middels een enquête onder het gedragskundig
en management personeel van de penitentiaire inrichtingen een schatting gemaakt van het aantal
gedetineerden met een verstandelijke beperking. Daaruit kwam naar voren dat naar schatting
4
  RISc staat voor Recidive Inschatting Schaal
5
  met dank aan Heleen Latooij, beleidsmedewerker gevangeniswezen DJI
                                        Gedetineerden met een verstandelijke beperking                   7
                                                  conceptadvies 1 mei 2008
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>gemiddeld 15% van de bijzondere groepen als verstandelijk beperkt kan worden beschouwd, verdeeld
aldus: BZA 18%, ISD 22% en LABG 21% .       6
Voorts ontwikkelt het gevangeniswezen met behulp van het Nederlands Instituut voor Forensische
Psychiatrie en Psychologie (NIFP) voor de penitentiaire inrichtingen een screeningsinstrument waarmee
een verstandelijke beperking, een verslavingsprobleem dan wel een psychiatrische stoornis eenvoudig en
snel kan worden opgespoord als onderdeel van een standaard inkomstenprocedure. Dit is ook van
belang voor een uniforme indicatiestelling die in ontwikkeling is en zal worden geïmplementeerd vanuit
het programma Vernieuwing Forensische Zorg (VFZ).
Vanaf 1 januari 2007 staan de AWBZ-gelden voor forensische zorg op de begroting van justitie. Met dit
budget kan de afdeling inkoop van de directie Forensische Zorg van de Dienst Justitiële Inrichtingen
(DJI) zorg inkopen bij de geestelijke gezondheidszorg, waarbij aangesloten wordt op de daar geldende
financieringssystematiek. Het ontwerpen en vaststellen van Diagnose Behandel- en Beveiligings
Combinaties (DBBC) vormt daarvan een onderdeel. Eén van deze DBBC’s is het aanbieden van een
gespecialiseerde plaats voor gedetineerden met een verstandelijke beperking in combinatie met bepaalde
problematiek. In het kader van aanbeveling 17 van de commissie Visser en het daarop volgende plan van
aanpak TBS wordt het aantal zorgplaatsen ten behoeve van gedetineerden met 700 uitgebreid . De helft   7
daarvan zal middels een aanbesteding worden ingekocht in de geestelijke gezondheidszorg. De andere
helft zal worden gerealiseerd in het gevangeniswezen bovenop de reeds bestaande 500 plaatsen.
In het kader van Modernisering Gevangeniswezen wordt de bijzondere zorg (zoals nu geboden in de
FOBA, FSU, IBA e.d.) geconcentreerd in vijf daartoe aangewezen inrichtingen, verspreid over het land.
Voor deze zorginrichtingen worden vijf Zorgprogramma’s ontwikkeld voor de vijf doelgroepen waar de
bovengenoemde screening op is gericht. De zorgprogramma’s bevatten ook een aanbod aan de
gedetineerden met een verstandelijke beperking.
In de reguliere penitentiaire inrichtingen worden Extra Zorgvoorzieningen (EZV) als formele
differentiatie georganiseerd. Deze EZV vervangen de bestaande Bijzondere Zorg Afdelingen (BZA). De
BZA vormen geen formele differentiatie binnen het gevangeniswezen is, maar vangen tot dusver wel de
kwetsbare gedetineerden, ook die met een verstandelijke beperking op.
De komende jaren komt er tevens een substantiële uitbreiding van plaatsen binnen de geestelijke
gezondheidszorg voor justitiabelen met een verstandelijke beperking. Op basis van indicatiestelling en
centrale plaatsing vanuit de afdeling plaatsingen van de directie Forensische zorg zal er meer
bekendheid worden gegeven aan het bestaan van deze voorzieningen.
De commissie heeft geconstateerd dat de hiervoor beschreven beleidsvoornemens (ook bij directies en
leidinggevenden) in het veld vaak niet bekend zijn. De vraag of en hoe in het nieuwe detentiebeleid
rekening gehouden wordt met gedetineerden met een verstandelijke beperking kon niet (eenduidig)
worden beantwoord. Het belang van een beschermend en structuur biedend regime voor de doelgroep
werd algemeen onderkend.
6
  Bijzondere groepen in het gevangeniswezen 1, Van Gemmert en Henniken-Hordijk,
Informatieanalyse&Documentaite , oktober 07 en Bijzondere groepen in het gevangeniswezen (concept), Van
Gemmert & Valstar, februari 2008
7
   Het bestaande aantal bijzondere plaatsen is ruim 500, verdeeld over afdelingen als de Forensische Observatie en
Behandel Afdeling (FOBA), de Forensische Schakelunits (FSU) en de Individuele Begeleidingsafdelingen (IBA) e.a..
                                    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                           8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Bijlage: het aanbod van De Borg
De SGLVG-instellingen en waarvoor ze zijn opgericht
De Borg is het landelijk expertisecentrum geestelijke gezondheidszorg voor mensen met een
verstandelijke beperking te Den Dolder. Op initiatief van De Borg zijn in 2006 bij bestaande
inrichtingen vijf gespecialiseerde afdelingen gerealiseerd voor zogenaamde Sterk Gedragsgestoorde Licht
Verstandelijk Gehandicapten (SGLVG). Dit zijn De Wendel in Venray, Hanzeborg in Eefde, Altrecht in
Den Dolder, Hoeve Boschoord in Boschoord en De Bruggen in Zwammerdam. De vijf afdelingen, met
elk 24 plaatsen, vormen het samenwerkingsverband De Borg. Ze zijn bedoeld voor mensen met een
ernstig ontregelende gedragsstoornis, die door de rechter tot een straf of maatregel zijn veroordeeld.
Behandeling heeft als voordeel dat er gewerkt wordt aan hun problemen om te voorkomen dat ze in
herhaling vallen. Aanleiding voor het openen van deze speciale forensische afdelingen is een onderzoek
uit 2001. Daaruit blijkt dat steeds meer verstandelijk gehandicapten zich aan ernstige strafbare feiten
schuldig maken. Bovendien worden de delicten die ze plegen, steeds ernstiger van aard en komen de
strafbare feiten de laatste jaren steeds meer voor het voetlicht. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat
de criminaliteit onder verstandelijk beperkten vaak bestaat uit agressie en (seksueel) geweld. In mindere
mate gaat het om vernieling en brandstichting. Een passende behandeling van deze verstandelijk
gehandicapten ontbrak veelal; in de praktijk gebeurde vaak niets om het ontspoorde gedrag te
corrigeren.
Van structurele samenwerking of reguliere contacten tussen het gevangeniswezen en de Stichting De
Borg, andere ggz of vgz instellingen is geen sprake. Lokaal is gepoogd om in deze zin iets van de grond
                                                                        8
te krijgen, maar dat is om onbekende redenen niet gelukt. In veel gevallen is het aanbod van De Borg in
de p.i.-en niet bekend.
De populatie in de instellingen voor sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapten                9
Van de cliënten opgenomen in de instellingen voor Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk
Gehandicapten (SGLVG – instellingen) is ongeveer driekwart van het mannelijke geslacht en is de
gemiddelde leeftijd 25.2 jaar (jongste = 16 en oudste = 58). Het merendeel wordt voor zijn/haar 30ste
jaar opgenomen, is in Nederland geboren (net als de ouders van de cliënt), is ongehuwd en heeft geen
kinderen.
Tijdens de jeugd van de cliënten is er in ongeveer de helft van de gevallen sprake van seksueel misbruik
en/of mishandeling/verwaarlozing. 40% van de cliënten woont tussen het 13e en het 18e levensjaar niet
meer bij (één van) de biologische ouders. Aan het voortgezet (speciaal) onderwijs begint men wel, maar
meestal rondt men dit niet af. De hulpverlening rondom een cliënt begint over het algemeen op vroege
leeftijd, gemiddeld is er rond het 13e levensjaar een eerste contact met de ambulante hulpverlening en
rond het 15e een eerste klinische opname. Tevens heeft een aanzienlijk aantal cliënten problemen met
middelengebruik, en heeft 40% van de cliënten één of meerdere delicten gepleegd. Bij opname is er
nauwelijks sprake van een gestructureerde dagbesteding en het overgrote deel is afhankelijk van een
uitkering.
Naast deze historische en psychosociale feiten (uit het verleden) van de cliënt valt er het een en ander
op te merken over de verstandelijke beperking. Een behoorlijk deel van de cliënten scoort volgens het
IQ criterium in de range van licht verstandelijk beperkt (IQ 50-70 / 75), maar er is ook een groep
cliënten die een totaal IQ score heeft dat hierboven ligt. De sociale redzaamheidschaal (de SRZ-P) laat
8
  p.i. Nieuwegein en SGLVG instelling Wier, Den Dolder
9
   Doelgroep in beeld. Een nauwkeurige omschrijving van mensen met een licht verstandelijke beperking en meervoudige
complexe problematiek. De Borg , Vrije Universiteit Amsterdam 2006 Nienke Tenneij en Hans Koot.
                                         Gedetineerden met een verstandelijke beperking                              9
                                                    conceptadvies 1 mei 2008
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>een gemiddelde POP-plusnorm van 7 zien, wat staat voor een licht verstandelijk beperkt niveau. De IQ-
score geeft een indicatie van de potentiële mogelijkheden van de cliënt, terwijl de sociale redzaamheid
staat voor de gerealiseerde mogelijkheden.
Bovenstaande factoren zijn risicofactoren voor probleemgedrag en psychiatrische stoornissen. Het
probleemgedrag waarvoor cliënten worden opgenomen ligt zelden op één gebied. Hoewel
agressie/gewelddadigheid het meest voorkomt (75%) als een reden of als de belangrijkste reden, wordt
ander gedrag zoals problemen rondom middelengebruik, impulsregulatie, seksualiteit, stemmingen angst
ook vaak genoemd. Kortom de gedragsproblemen van de SGLVG-erzijn uiteenlopend en meestal zijn er
meerdere typen probleemgedrag gelijktijdig aanwezig.
De psychiatrische problematiek is ook uiteenlopend, bij tweederde van 157 cliënten is er sprake van As l
problematiek en eenderde (van de 133) scoort op As II van de DSM-IV. Op As l wordt respectievelijk
gescoord op aandachtstekort- en gedragsstoornis (27%), middelenafhankelijkheid (21%), pervasieve
ontwikkelings- (20%), psychotische (11%), angst- (9%) en stemmings- (9%) stoornissen. De classificaties
op As II, de persoonlijkheids-stoornissen, komen voornamelijk voor in cluster B; borderline en
antisociale persoonlijkheids-stoornis komen het meest voor.
Ruim de helft van de cliënten wordt behandeld op vrijwillige basis, bij de overige is er sprake van een
juridische maatregel, ofwel een maatregel onderde wet BOPZ, ofwel een strafrechtelijke maatregel. Een
strafrechtelijke maatregel wordt afgegeven als gevolg van een gepleegd delict.
Ruim eenderde van alle cliënten heeft in het verleden een delict gepleegd. Bij ongeveer een kwart van
de cliënten is er sprake van een indexdelict (d.w.z. het delict is direct gerelateerd aan de huidige
opname). Dit geldt vaker voor mannen dan voor vrouwen. Naast geslacht, blijken ook problematisch
middelengebruik in het jaar voorafgaande aan de opname, de aanwezigheid van een antisociale
persoonlijkheidsstoornis en een classificatie van middelenafhankelijkheid geassocieerd te zijn met een
delict voor opname.
                                  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                   10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Bronnen
Drie artikelen uit de congresbundel ‘Verstandelijk gehandicapten in aanraking met politie en justitie’,
2004:
  1. H. van Marle: ‘Hulpverlening of justitie’
  2. R. de Geus: ‘Een verkennend onderzoek in VGN instellingen’
  3. D. de Vrugt en T. Deenen: ‘Verstandelijk gehandicapten verblijvend in een
      gevangenis of TBS-kliniek’
‘Meten is niet altijd weten’. Onderzoek DJI naar de prevalentie van verstandelijk beperkten in detentie.
Den Haag 2005
Onderzoek naar verstandelijk gehandicapten in de justitiële jeugdinrichtingen DJI, Den Haag, 2003.
Nienke Tenneij en Hans Koot: ‘Doelgroep in beeld’. Een nauwkeurige omschrijving van mensen met een
licht verstandelijke beperking en meervoudige complexe problematiek. De Borg , Vrije Universiteit
Amsterdam 2006
                                    Gedetineerden met een verstandelijke beperking                    11
                                               conceptadvies 1 mei 2008
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>