<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Advies 30 september 2008
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                          1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
      Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen		                                                          1
      Samenvatting                                                                                                    5
      Aanbevelingen                                                                                                   7
      1. Algemene opmerkingen                                                                                         9
      2. Inhoudelijk reactie en aanbevelingen                                                                        11
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                         3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
In dit advies spreekt de Raad zich uit over het ontwerpwetsvoorstel tot wijziging van de Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen (Bjj). De Raad vindt de meeste voorstellen positief. Met deze voorstellen worden
namelijk enkele lang in de praktijk bestaande knelpunten verholpen. Ook behelzen de voorstellen positieve
aanvullingen in het kader van de resocialisatie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het wettelijk vastleggen van
de pedagogische time-out maatregel en door verplichte nazorg bij de pij-maatregel en bij de jeugddetentie.
Andere verbeteringen betreffen het verruimen van de bezoektijden, het bevorderen van de kind-bij-
ouderplaatsing, het betrekken van ouders/verzorgers door middel van informatie-uitwisseling en het wettelijk
vastleggen van nachtdetentie. Ook is de Raad verheugd dat de trajectbenadering nog meer centraal komt te
staan in de inrichting, zoals blijkt uit het opstellen van een trajectplan voor elke jeugdige. In deze benadering
past ook het bevorderen van het gebruik van elektronische informatiebronnen, waarvan de Raad het belang
nogmaals onderschrijft.
De Raad is zoals aangegeven positief over de plannen voor verplichte nazorg voor alle jeugdigen die een
justitiële jeugdinrichting verlaten. De Raad stelt voor om óók de jeugddetentie altijd te laten eindigen door
een toezichtperiode, gelijk het voorstel voor voorwaardelijke beëindiging van de pij-maatregel.
Bij een aantal voorstellen plaatst de Raad kanttekeningen, zoals bij het voorstel enkele bevoegdheden van de
directeur te delegeren aan het afdelingshoofd. De Raad ondersteunt deze constructie in beginsel, maar is van
mening dat het verlengen van de uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten, alsmede
het verlengen van de plaatsing in afzondering voorbehouden dient te blijven aan de directeur vanwege het
ingrijpende karakter van deze maatregelen.
Het bevorderen van de bemiddeling en het in de wet opsommen van beslissingen waartegen een beklag-
en beroepsprocedure kan worden aangevangen is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
Het voorstel om klaagschriften verplicht in te dienen door tussenkomst van de directeur (zie artikel 66 lid
2 Bjj) acht de Raad ongewenst, omdat deze constructie afbreuk doet aan het onafhankelijke karakter van
de beklagprocedure. De Raad stelt daarom als alternatief voor dat de beklagcommissie een klacht aan de
maandcommissaris doorgeeft ter bemiddeling. De Raad uit ook zijn zorgen over de haalbaarheid van het
voorstel om het aantal uren van verblijf op de groep flexibel toe te passen. Compensatie van uren zal in het
weekend nagenoeg onmogelijk zijn, vanwege de minimale personeelsbezetting op deze dagen.
Tot slot spreekt de Raad, in het kader van het voorstel voor het wettelijk vastleggen van nachtdetentie,
uitdrukkelijk de wens uit dat er duidelijkheid komt over de bevoegdheid voor het beëindigen van de
nachtdetentie in zowel de voorlopige hechtenisfase als in de executiefase.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                           5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
•  Behoud het verlengen van uitsluiting van verblijf in de groep of van deelname aan activiteiten, alsmede het
   verlengen van plaatsing in afzondering voor aan de directeur.
•  Zie er op toe dat de wijziging in het aantal uren van verblijf in de groep niet leidt tot onverantwoorde
   situaties aan het einde van de week. Monitoring en evaluatie van de gevolgen van deze wijziging zijn aan
   te bevelen.
•  Bevorder de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen ketenpartners en realiseer op korte termijn
   elektronische dossiers, zodat bij binnenkomst de achtergronden van de jeugdige bekend zijn.
•  Pas het wetsvoorstel zo aan, dat klachten via de beklagcommissie bij de maandcommissaris terecht
   komen en niet via de directeur.
•  Gebruik in plaats van de term ‘experimenteerbepaling’ de meer neutrale term ‘try-out’. Concretiseer de
   uitzonderingen van artikel 80 Bjj.
•  Stimuleer nachtdetentie ook buiten de Randstad. Geef duidelijk aan of nachtdetentie ook in de
   executiefase mag worden opgelegd, en zo ja wie tijdens deze fase bevoegd is om de nachtdetentie te
   beëindigen.
•  Geef jeugddetentie op dezelfde wijze als de pij-maatregel een voorwaardelijk einde, zodat het
   eisen van een voorwaardelijk deel van jeugddetentie niet zal leiden tot het vaker toepassen van het
   volwassenenstrafrecht.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>1. Algemene opmerkingen
De Raad vindt de meeste voorstellen tot wijziging van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj)
positief, omdat met dit wetsvoorstel getracht wordt de in de praktijk geconstateerde knelpunten te verhelpen.
De Raad constateert dat een aantal aanbevelingen en opmerkingen uit zijn eerdere adviezen mede de
basis heeft gevormd voor de nu voorgestelde wijzigingen. Ook voor dit voorstel doet de Raad een aantal
aanbevelingen en hij hoopt deze terug te zien in het definitieve wetsvoorstel.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                           9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>2. Inhoudelijk reactie en aanbevelingen
2.1       De time-out voorziening
De Raad steunt het voorstel om de time-out maatregel op te nemen in de Bjj. In zijn advies van 1 juli 20031
heeft de Raad reeds gepleit voor het zodanig aanpassen van de Bjj, dat de mogelijkheid ontstaat voor het
opleggen van een kortdurende pedagogische maatregel zonder dat aan de voorwaarden van artikel 24 Bjj
hoeft te worden voldaan. De Raad heeft hierbij ook de maximale duur van een uur aanbevolen.
De nu voorgestelde wijziging komt overeen met het voorstel van de Raad uit 2003. Vanuit pedagogisch
oogpunt is het gerechtvaardigd dat het stelsel van bezwaar en beroep pas van toepassing is in gevallen waarin
de time-out voor langer dan het toegestane uur per keer, of langer dan de in totaal twee uren per etmaal
zou worden opgelegd. De Raad beveelt voorts aan dat de directeur de registratie van de time-out maatregel
periodiek met de commissie van toezicht bespreekt. Op deze wijze vindt er toch enig toezicht plaats op de
mate van toepassing van deze maatregel.
2.2       Het stelsel van aan de directeur voorbehouden beslissingen
Terecht is geconstateerd dat er in de praktijk een situatie is ontstaan waarin personeelsleden die geen deel
uitmaken van het managementteam worden aangemerkt als plaatsvervangend directielid, met het enkele
doel bepaalde bevoegdheden te kunnen uitoefenen. De Raad onderschrijft de noodzaak tot wijziging,
omdat de huidige regeling niet toelaat dat anderen dan de directeur of zijn plaatsvervanger sancties aan
de jeugdige opleggen2. De Raad steunt het huidige voorstel waarin alleen het afdelingshoofd gemachtigd
wordt tot het nemen van enkele voorheen aan de directeur voorbehouden beslissingen. In zijn advies
‘Strafbevoegdheid in de penitentiaire inrichtingen’3 heeft de Raad gewezen op het feit dat aanpassing van
wetgeving noodzakelijk is voor het delegeren van strafbevoegdheden. Door de voorgestelde wijziging van
de Bjj wordt de wettelijke mogelijkheid gecreëerd om bepaalde bevoegdheden te delegeren. De Raad kan
instemmen met deze constructie voor jeugdigen in jji’s, omdat het enkel het delegeren van ordemaatregelen
betreft. Toch maakt de Raad het voorbehoud dat het verlengen van uitsluiting van verblijf in de groep of van
deelname aan activiteiten, alsmede het verlengen van plaatsing in afzondering, vanwege het ingrijpende
karakter van deze beslissingen, voorbehouden dient te blijven aan de directeur. Het afdelingshoofd kan in
dezen vanzelfsprekend worden geconsulteerd. Op deze wijze blijft een weloverwogen verlenging van deze
ordemaatregel gegarandeerd.
2.3       Het verblijf in de groep als uitgangspunt
In de voorgestelde wijziging van artikel 22 Bjj wordt het minimale aantal uren van verblijf op de groep verlaagd
van 12 naar 8,5 uren per dag om meer flexibiliteit mogelijk te maken. Het bevorderen van de flexibiliteit
wordt door de Raad ondersteund, mits de rechtsbescherming van de jeugdige gewaarborgd blijft. De Raad
spreekt in dit verband wel zijn zorgen uit over de haalbaarheid van de voorgestelde norm van 8,5 uur per
dag, met een gelijkblijvend minimum van 77 uren per week en vreest dat dit zal leiden tot - in de praktijk -
onmogelijke compensatie in het weekend. De mogelijkheid tot compensatie zal immers volledig afhangen
van de personele bezetting aan het einde van de week. Bovendien is hierover bekend dat de weekendbezetting
vaak minimaal is. De Raad voorziet tevens een toename van het aantal beklag- en beroepszaken als gevolg van
dit voorstel. De Raad constateert verder dat artikel 22 niet wordt genoemd in het voorgestelde artikel 65, maar
neemt aan dat beklag mogelijk is op grond van artikel 65 lid 1 m nieuwe Bjj. Indien dit niet het geval is, dient
    1   RSJ. Advies JJI’s d.d. 1 juli 2003.
    2   RSJ. beroepscommissie, 9 juni 2008, zaaknummer 08/29/JA
    3   RSJ. Advies Strafbevoegdheid in de penitentiaire inrichtingen. d.d. 19 juli 2007.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                                       11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>artikel 22 Bjj expliciet genoemd te worden in artikel 65 Bjj.
2.4       Het verblijfsplan
Het bevorderen van een verblijfsplan en waar nodig een behandelplan past in het streven naar een
trajectbenadering. De trajectbenadering is volgens de Raad de juiste manier om de (gedrags)problematiek
van de jeugdige in kaart te brengen en hierop te interveniëren. De term ‘trajectplan’ is daarom een zeer
goed gekozen benaming. Het streven om binnen drie weken een verblijfsplan op te stellen kan echter alleen
worden gerealiseerd als er voldoende informatie beschikbaar is over de jeugdige. De Raad wijst in dit verband
op de noodzaak van informatievoorziening en -uitwisseling door de ketenpartners. Ook elektronische
informatiesystemen moeten nog meer dan nu bevorderd worden om zo snel mogelijk na binnenkomst, en
waar mogelijk al voor binnenkomst, een beeld te hebben van de hulpverleningsgeschiedenis en problematiek
van de jeugdige.
De Raad uit zijn zorgen over de haalbaarheid van de gestelde termijn van drie weken. Ook rijst in dit verband
de vraag wie deze termijn bewaakt en of het overschrijden van de termijn beklagwaardig is. Het voorstel
verdient verheldering op dit punt, aangezien de Memorie van Toelichting op dit punt geen informatie
verschaft.
2.5       De herziening van de procedure van bemiddeling, beklag en beroep
Ingevolge het nieuwe artikel 66 lid 4 en 5 Bjj zal in alle gevallen waarin een jeugdige in beklag gaat, eerst een
poging tot bemiddeling worden gedaan. Het wetsvoorstel benadrukt het belang van de bemiddeling. De Raad
onderschrijft het uitgangspunt dat met een geslaagde bemiddeling relatief snel tot een oplossing van een
gerezen conflict kan worden gekomen. Hierdoor kan het aantal klachten bij de beklagcommissie dalen.
Zoals de Memorie van Toelichting aangeeft, zullen klachten bij de directeur worden ingediend, waarna
deze de klachten doorgeeft aan de maandcommissaris. De Raad is geen voorstander van deze constructie.
Klachten dienen rechtstreeks mondeling of schriftelijk bij de maandcommissaris of beklagcommissie
ingediend te kunnen worden. Tussenkomst van de directeur in deze procedure leidt wellicht tot een afname
van klachten, maar de wijze waarop deze afname bereikt wordt, is in het licht van de rechtspositie van de
jeugdige niet wenselijk. De Raad stelt voor dat de beklagcommissie in plaats van de directeur een klacht aan
de maandcommissaris doorgeeft ter bemiddeling.
De poging tot bemiddeling is vanuit pedagogisch oogpunt bevorderlijk. Als echter evident is dat deze poging
niet zal leiden tot een geslaagde bemiddeling, dient de klacht direct door de beklagcommissie in behandeling
te worden genomen, zoals ook terecht in de Memorie van Toelichting staat vermeld. De Raad ondersteunt het
opsommen van beslissingen waartegen de jeugdige een beklag- en beroepsprocedure kan instellen. Hierdoor
is het helder welke beslissingen beklagwaardig zijn.
Indien overigens de taak van de maandcommissaris naar aanleiding van dit wetsvoorstel zwaarder wordt
door toename van het aantal bemiddelingen, zullen er meer financiële middelen voor deze taak beschikbaar
gemaakt moeten worden.
De Raad wijst erop dat door het wijzigen van artikel 66 lid 2 Bjj ook het indienen van een bezwaarschrift tegen
een beslissing van een selectiefunctionaris (artikel 18 Bjj) en het indienen van een verzoek tot overplaatsing
(artikel 19 Bjj) voortaan altijd geschiedt door tussenkomst van de directeur. De Raad vraagt zich af of dit
beoogd is.
Artikel 66 lid 2 Bjj is niet van toepassing verklaard op het indienen van een beroepschrift tegen een beslissing
van de selectiefunctionaris. De vraag rijst of de wetgever deze uitzondering voor het indienen van een
beroepschrift ook na de wijziging van de beginselenwet wenselijk acht.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>2.6       Het verlofstelsel en het scholings- en trainingsprogramma
De Raad onderschrijft dat het toepassen van het scholings- en trainingsprogramma (stp) nog verder
bevorderd dient te worden in het kader van de resocialisatie.
De Raad heeft in zijn advies van 7 februari 20034 voorgesteld om de directeur beslissingsbevoegd te maken
ten aanzien van het stp. De Raad is verheugd dit voorstel terug te zien in de wijziging van de Bjj. De Raad stelt
twee aanpassingen voor op de voorgestelde wijziging. In het voorgestelde artikel 65 over de beklaggronden
staat alleen de beëindiging van het stp expliciet genoemd als beklagwaardige beslissing. De weigering van
deelname door de directeur staat echter niet genoemd en valt ook niet onder artikel 65 lid 1 m, aangezien
deelname aan het stp niet als recht in de Bjj is opgenomen. Hiermee lijkt de weigering door de directeur van
deelname aan het stp niet beklagwaardig te zijn. Indien dit niet is bedoeld stelt de Raad voor om in artikel 65
lid 1 a Bjj vóór ‘de beëindiging’ op te nemen: ‘de weigering deelname of’. Onder de huidige wetgeving staat
tegen weigering van deelname bezwaar bij de selectiefunctionaris en beroep bij de beroepscommissie open.
De Raad ziet de regeling graag op dit punt gehandhaafd.
De tweede aanpassing betreft de machtiging van de minister die de directeur behoeft voor het verlenen van
het stp aan de jeugdige. Uit het voorstel kan niet worden afgeleid of, indien de minister de machtiging weigert
af te geven, hiertegen beroep open staat. In het voorstel wordt momenteel alleen aangegeven dat de zinsnede
“of proefverlof” vervalt. Om beroep mogelijk te maken, dient het stp daarom expliciet naast verlof te worden
opgenomen in artikel 77 lid 2 Bjj.
2.7       De bestemming van de jeugdinrichting
In het wetsvoorstel verdwijnt het onderscheid tussen opvang- en behandelinrichtingen. De Raad meent dat
het verdwijnen van het onderscheid tussen opvang- en behandelinrichtingen positieve gevolgen kan hebben
voor de bejegening en behandeling van jeugdigen. Het verdwijnen van het onderscheid komt volgens de Raad
ten goede aan de regionalisering. De mogelijkheid blijft bestaan dat een inrichting of afdeling uitsluitend
bestemd wordt voor een bepaalde categorie jeugdigen. Specifieke expertise blijft hierdoor geclusterd binnen
bepaalde inrichtingen of afdelingen, hetgeen uit oogpunt van behandeling zeer gewenst is.
De kwaliteit van het hulpaanbod in zowel de vroegere behandel- als de opvanginrichtingen hangt echter
samen met de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. Het aantrekken van ervaren en hoger opgeleid
personeel dient daarom een speerpunt van personeelsbeleid te blijven. De minister heeft inmiddels
voorstellen gedaan voor het verbeteren van de personele bezetting in de inrichtingen5.
De Raad onderschrijft de tweede wijziging die in dit kader wordt voorgesteld, namelijk het mogelijk maken
van het tenuitvoerleggen van de tbs-maatregel in een jeugdinrichting. In zijn advies van 27 mei 2005
heeft de Raad reeds geadviseerd de Bjj in deze zin aan te passen. De Raad heeft deze mogelijkheid echter
alleen voorgesteld als oplossing voor de korte termijn. Een lange-termijn-oplossing ziet hij nog steeds
in het verlengen van de pij-maatregel of in het creëren van de mogelijkheid om de pij-maatregel onder
strenge voorwaarden om te zetten in een tbs6. Het wetsvoorstel luidt voorts dat een jeugdige tot uiterlijk
het bereiken van de 21-jarige leeftijd met een tbs-maatregel in een justitiële jeugdinrichting mag blijven.
De Raad meent dat een uitzondering op het strikt toepassen van de leeftijdsgrens wettelijk mogelijk moet
blijven als de behandeling in de afrondende fase is en overplaatsing afbreuk zou doen aan de continuïteit
van de behandeling. Daarbij moet worden bedacht, dat er - in het kader van de tenuitvoerlegging van de pij-
maatregel - momenteel ook veel 21-plussers in de justitiële jeugdinrichtingen verblijven.
    4   RSJ. Advies Actieprogramma aanpak jeugdcriminaliteit 2003-2006. d.d. 7 februari 2003.
    5   TK 2007/08, 24587 nr. 239 en 31215, nr. 3.
    6   RSJ. Van ‘pij’ naar ‘bij’: advies over de verbetervoorstellen ten aanzien van de pij-maatregel. d.d. 29 september 2006.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                                           13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>2.8       Het toezicht op de justitiële jeugdinrichting
De Raad gaat akkoord met de inhoud van artikel 7a Bjj dat onder meer de toegang voor toezichthoudende
organen en ambtenaren regelt, evenals de informatievoorziening door de inrichtingen aan de officier van
justitie en de rechter. De Raad vindt met name dit laatste voorstel een goede verandering aangezien ernaar
gestreefd wordt om de verlengingsbeslissing zo goed mogelijk te onderbouwen.
2.9       Het optimaliseren van de tenuitvoerlegging
Het doel van de experimenteerbepaling is om een regeling toe te kunnen passen zonder voorafgaande
wetswijziging indien dit vanuit pedagogisch oogpunt noodzakelijk is. De Raad kan zich vinden in dit doel,
aangezien jeugdigen baat kunnen hebben bij het snel toepassen van nieuwe (technologische) ontwikkelingen
ter bevordering van de tenuitvoerlegging. Te denken valt aan de elektronische detentie en pilots voor
individuele trajectbegeleiding. Enkele specifieke aspecten van het voorstel roepen echter bedenkingen
op. De Raad vindt de term ‘experimenteerbepaling’ niet op zijn plaats. De negatieve connotatie is niet te
verenigen met het kwetsbare karakter van de doelgroep. De Raad stelt daarom voor de meer neutrale term
van ‘try out’ te gebruiken. De omschrijvingen van de uitzonderingen genoemd in artikel 80b Bjj zijn naar de
mening van de Raad te ruim en zeer diffuus geformuleerd. Deze bezwaren worden niet weggenomen door het
limitatieve karakter van deze opsomming. In het kader van de rechtsbescherming van de jeugdigen moeten de
doelomschrijvingen daarom concreter worden geformuleerd.
2.10      De regeling kind-bij-ouderplaatsing
De Raad onderschrijft het voorstel waardoor het plaatsen van kinderen bij ouders in inrichtingen beter
mogelijk wordt. De voorgestelde regeling voorziet in een behoefte, die op dit moment weliswaar nog niet groot
lijkt. De mogelijkheid om de jeugdige op andere plaatsen dan in inrichtingen en afdelingen op te vangen is
voorts een goede aanvulling op de bestaande regeling, aangezien het in het belang is van moeder en kind
om zo veel mogelijk buiten een inrichting opgevangen te worden. Ook zou er nog meer dan nu geïnvesteerd
moeten worden in hulp aan (ex-)gedetineerde moeders en hun kinderen, zoals in het project ‘Betere Start’.
2.11      Regeling bezoektijden
Het voorstel tot verruiming van de bezoekmogelijkheid komt tegemoet aan bezoekers die door de week niet in
staat zijn om bij de jeugdige langs te komen. Het wettelijk vastleggen in de Bjj van de mogelijkheid tot bezoek
in het weekend zal de flexibiliteit die wordt nagestreefd ten goede komen.
2.12      Informatieplicht bij straffen
Het voorstel beoogt ouders of verzorgers meer te betrekken bij de opvoeding van de jeugdige door hen op
de hoogte te stellen van de disciplinaire straffen die aan de jeugdige zijn opgelegd. De Raad onderschrijft dit
principe. Het voorstel luidt dat de directeur kan afzien van het doen van mededelingen indien de ouders,
voogd, stiefouder of pleegouders te kennen hebben gegeven niet betrokken te willen worden bij het verblijf
van de jeugdige in de inrichting, of zwaarwegende belangen van de jeugdige zich tegen het doen van deze
mededelingen verzetten. Deze uitzonderingen zijn naar de mening van de Raad in het belang van het kind.
2.13      Nachtdetentie
Zoals de Memorie van Toelichting terecht vermeldt, is de Raad voorstander van het zoveel mogelijk
extramuraal ten uitvoer leggen van straffen en maatregelen. In verschillende adviezen heeft de Raad gepleit
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                            14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>voor het stimuleren en het wettelijk regelen van nachtdetentie tijdens de voorlopige hechtenis7. Nachtdetentie
is bevorderlijk voor de continuïteit van de dagbesteding van de jeugdige. De Raad is dan ook ingenomen met
het voorstel tot aanpassing van de Bjj, dat nachtdetentie een wettelijk kader geeft.
Enige aandachtspunten moeten hier genoemd worden. Ten eerste is het op dit moment niet duidelijk of er een
wettelijk kader bestaat om, behalve in de fase van voorlopige hechtenis, nachtdetentie ook in de executiefase
toe te passen. De Raad vraagt hier aandacht voor. In de praktijk wordt nachtdetentie tijdens de executiefase
wel degelijk toegepast.
Ten tweede zijn er door deze onduidelijkheid bij de Raad als beroepsinstantie ook vragen gerezen over welke
functionaris bevoegd is om te beslissen tot het beëindigen van de nachtdetentie tijdens de executiefase8.
Deze bevoegdheid dient duidelijk te worden vastgelegd in de relevante wet- en regelgeving. Hetzelfde geldt
overigens voor de bevoegdheid tot het beëindigen van de nachtdetentie tijdens de voorlopige hechtenis. In
de praktijk bestaat er namelijk een discrepantie tussen het beleidskader en de praktische uitvoering door
selectiefunctionarissen.
Ten derde wordt in de Memorie van Toelichting ten onrechte vermeld dat nachtdetentie in de praktijk
voorkomt als bijzondere voorwaarde bij schorsing. Nachtdetentie in de fase van voorlopige hechtenis is echter
geen vorm van schorsing en telt volledig mee voor de aftrek van voorarrest. De voorgestelde wijziging van
artikel 493 Sv lijkt ook van deze verkeerde veronderstelling uit te gaan.
De toepassing van nachtdetentie zou tot slot met name buiten de Randstad nog verder gestimuleerd kunnen
worden, zoals ook verwoord in een evaluatie van nachtdetentie uit 20069.
2.14       Nazorg in een verplicht kader
De pij-maatregel krijgt in het wetsvoorstel een voorwaardelijk einde. Dit voorstel wordt ondersteund door de
Raad, waarbij hij opmerkt dat hij de toezichtperiode van maximaal twee jaar beschouwt als een verlenging van
de maatregel. De staatssecretaris verwoordde dit ook op deze wijze in het algemeen overleg van
21 mei 200810. Met dit wetsvoorstel wordt de pij-maatregel ook verzwaard, aangezien terugplaatsing
in een inrichting mogelijk wordt als de jeugdige zich niet gedraagt naar de aanwijzingen van de
reclasseringsinstelling. De Raad is van mening dat de Memorie van Toelichting ten onrechte aan dit feit
voorbij gaat.
Ook zal het Openbaar Ministerie volgens het voorstel voortaan een voorwaardelijk deel gaan eisen van
jeugddetentie, dan wel voorwaardelijk een andere jeugdsanctie gaan eisen naast de jeugddetentie. De
maximale termijn van 24 maanden jeugddetentie blijft gehandhaafd. Dit kan ertoe leiden dat eerder het
volwassenenstrafrecht zal worden toegepast bij ernstige misdrijven, aangezien de jeugdige effectief minder
tijd vastzit. De Raad is bezorgd over deze mogelijke ontwikkeling en vraagt hier aandacht voor in de verdere
behandeling van dit wetsvoorstel.
De Raad stelt daarom een alternatief voor waarbij in navolging van het voorstel over de beëindiging van
de pij-maatregel, ook de jeugddetentie per definitie een voorwaardelijk einde krijgt. Verplichte nazorg
wordt hiermee gegarandeerd. Het voorwaardelijke einde kan op dezelfde wijze worden ingevuld als bij het
voorwaardelijke einde van de pij-maatregel. Een extramuraal, intensief begeleidingstraject zou een goede
invulling zijn van de verplichte nazorg. Het niet naleven van de voorwaarden voor deelname aan de verplichte
    7    RSJ. Advies Actieprogramma aanpak jeugdcriminaliteit 2003-2006. d.d. 7 februari 2003;
         RSJ. Beslissing naar aanleiding van de evaluatie van de experimenten inzake elektronisch huisarrest en nachtdetentie.
         Advies d.d. 31 juli 2002.
    8 RSJ. Voorzitter beroepscommissie, 9 mei 2008, zaaknummer 08/1083/SJA
    9 Bos, J., Hissel, S.C.E.M., Dekkers, S. en Homburg, G.H.J. (2006). Nachtdetentie voor jeugdigen in de voorlopige hechtenisfase. Amster-
         dam/Den Haag: Regioplan Beleidsonderzoek/WODC.
    10 TK, 2007/08, 24587, nr. 287.
       Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                                       15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>nazorg dient, naar de mening van de Raad, door de rechter te worden beoordeeld. Tegen deze beslissing
staat geen hoger beroep open. Tot slot mist de Raad in de Memorie van Toelichting de verwijzing naar de
Gedragsbeïnvloedende Maatregel die ook meerdere mogelijkheden biedt om nazorg vorm te geven. Met
name de mogelijkheden die met deze maatregel zijn geïntroduceerd, bijvoorbeeld voor het combineren van
sancties, ontbreken ten onrechte in de Memorie van Toelichting.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                           16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Wijziging Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
                                                      18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>