<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Dienst Justitiële Inrichtingen
Ministerie van Justitie

> Retouradres Postbus 30132 2500 GC Den Haag

Aan de voorzitter van de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Postbus 30137

2500 GC DEN HAAG

Datum 29 mei 2009
Onderwerp Inwerkingtreding regeling bijzondere opvang strafrechtelijk
gedetineerde vreemdelingen

Bij brief van 8 oktober 2008 heeft u het advies 'Het samenplaatsen van
strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in
Nederland hebben’ aangeboden. Hierbij informeer ik u over de daaropvolgende
vaststelling en inwerkingtreding van de wijziging van de Regeling selectie,
plaatsing en overplaatsing van gedetineerden, in verband met het creëren van
een bijzondere opvang voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen}

De wijzigingsregeling is met de toelichting in de Staatscourant geplaatst (Stcrt.
23 maart 2009, nummer 56) en op 25 maart 2009 in werking getreden.

Naar aanleiding van het voornoemde advies van de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming is de tekst van de aan de Raad
voorgelegde wijzigingsregeling herzien en op enkele punten aangepast.

Het advies van de Raad is niet op alle punten gevolgd. Hieronder treft u een korte
toelichting.

Overeenkomstig de aanbevelingen (blz. 7, onderaan, en § 5 van het advies) is de
aanduiding van de doelgroep van de bijzondere opvang in de regeling aangepast
en is de definitie van de doelgroep in het eerste lid van artikel 20b aangescherpt.

De Raad heeft aanbevolen de bijzondere opvang van de doelgroep te relateren
aan de behoeften van deze groep gedetineerden, terwijl deze in de aan de Raad
voorgelegde toelichting bij de regeling een ondergeschikte rol spelen (8 4 van het
advies), De Raad vroeg daarbij speciale aandacht voor het recht op resocialisatie
van deze groep gedetineerden (8 1). Ook heeft de Raad gepleit voor een minder
rigide standpunt ten aanzien van verlof dan waarvan in de toelichting sprake was
(8 2 van het advies). De Raad heeft verder geadviseerd om niet pas "aan het
einde van de detentie” te starten met de activiteiten van de 'Dienst Terugkeer en

1

Voluit: Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 9 maart 2009, nr. 5546834/08/DJL, houdende
wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden, in verband met het creëren van
een bijzondere opvang voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen die na de tenuitvoerlegging van de

vrijheidsstraf geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland.

Concernstaf
Uitvoeringsbeleid
Juridische Zaken

Hoofdkantoor (Terminal Zuid)
Schedeldoekshaven 101
2511 EM Den Haag

Postbus 30132

2500 GC Den Haag

www. dji.nl

Contactpersoon
M.C. Mahieu
juridisch adviseur

T 070 37 02515
F 070 37 02921

Ons kenmerk
5596327/09/DJI

Uw kenmerk
CR 35/1056972/08/AvB/TvV

Bijlagen

1

Bij beantwoording de datum
en ons kenmerk vermelden.

Wilt u slechts één zaak in uw
brief behandelen.

Pagina 1 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Vertrek! ter fine van uitzetting, zoals was gesteld in de toelichting (8 3 van het Concernstaf

advies). Deze opmerkingen en aanbevelingen van de Raad hebben aanleiding Uitvoeringsbeleid
wo . A M . Juridische Zaken

gegeven tot herziening van de toelichting bij de voorgestelde regeling, met name

op de navolgende punten.

Datum

29 mei 2009
- Zo is nader ingegaan op de mogelijke activiteiten voor de strafrechtelijk Ons kenmerk
gedetineerde vreemdelingen, met het oog op de terugkeer naar de vrije 5596327/09/DJI

samenleving in het land van herkomst na afloop van de vrijheidsstraf. Daarbij is
uitgebreider ingegaan op het onderscheid tussen de inrichting voor gedetineerden
met een kort strafrestant (minder dan vier maanden) en die met een langer
strafrestant. Ik merk echter op dat niet wordt toegezegd om, zoals volgens de
Raad idealiter het geval zou moeten zijn, aan de gedetineerden, met
uiteenlopende nationaliteiten, een specifiek op de terugkeer naar het betreffende
land van herkomst gericht activiteitenpakket aan te bieden. Evenmin wordt
beoogd hen voor de in het kader van het Programma Terugdringen Recidive
aangeboden gedragsinterventies in aanmerking te laten komen. Dit is niet in
strijd met de inhoud en strekking van de in het advies (8 1) aangehaalde brief
aan de Tweede Kamer, waarin de geciteerde maatregelen moeten worden gezien
in het licht van de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland.”

- In de herziene versie van de toelichting is de zinsnede inzake 'verlof'
weggelaten, daar met de voorliggende regeling geen wijziging wordt aangebracht
in de ministeriële regeling inzake verlof voor gedetineerden.

- Met de Raad ben ik van oordeel dat de voorbereidingen op de terugkeer naar
het land van herkomst, tijdig moeten aanvangen. In de toelichting is daarop
thans ingegaan, en is gewezen op de aanwezigheid van de 'Dienst Terugkeer en
Vertrek! in de inrichting voor langverblijvenden.

Graag verwijs ik u naar de vastgestelde regeling die als bijlage bij deze brief is
gevoegd.

Hoogachtend,
de Staatssecretaris van Justitie,

namens deze,
de plaatsvervangend directeur-generaal Preventie, Jeugd en Sancties,

1

M.C.J. Groothuizen

2
Kamerstukken II, 2007-2008, 19637, nr. 1207, biz. 3

Pagina 2 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 9 maart 2009, nr. 5546834/08/DJI, houdende
wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden, in verband
met het creëren van een bijzondere opvang voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen
die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland

De Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op artikel 14, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van

8 oktober 2008 (kenmerk CR 35/1 056972/08/AJvB/CS);

Besluit:

Artikel I

De Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 20a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 20b Inrichtingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen

1. In de inrichtingen of afdelingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen worden
vreemdelingen geplaatst die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geen rechtmatig
verblijf hebben in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.

2. De inrichtingen of afdelingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen kunnen
worden onderscheiden in:
a. inrichtingen of afdelingen voor gedetineerden als bedoeld in het eerste lid met een

strafrestant van ten minste vier maanden;
b. inrichtingen of afdelingen voor gedetineerden als bedoeld in het eerste lid met een
strafrestant van minder dan vier maanden.

3. In de inrichtingen of afdelingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen kunnen

tevens gedetineerden als bedoeld in het eerste lid worden geplaatst voor de

tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis vóór veroordeling in eerste aanleg.

4. Plaatsing in een andere inrichting of afdeling dan bedoeld in dit artikel is in ieder geval
aangewezen als het gedetineerden betreft als bedoeld in artikel 20a.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Justitie,

N WR

</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>TOELICHTING
Algemeen

Deze regeling wijzigt de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden door
de toevoeging van een nieuw artikel (artikel 20b), in verband met het creëren van een
bijzondere opvang voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen die na de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland. Deze
bepaling geeft de criteria voor plaatsing in deze inrichtingen of afdelingen voor strafrechtelijk
gedetineerde vreemdelingen.

Binnen het gevangeniswezen verblijft inmiddels een niet onaanzienlijke categorie
gedetineerden die na de executie van de vrijheidsstraf geen rechtmatig verblijf in Nederland
(meer) heeft in de zin van de Vreemdelingenwet en Nederland moet verlaten. Deze categorie
wordt in deze toelichting verder aangeduid als strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen.
Deze groep onderscheidt zich in die mate van andere (groepen) gedetineerden dat zij in
beginsel na het ondergaan van hun straf niet in de Nederlandse samenleving zullen
terugkeren. Dit rechtvaardigt een beleid waarbij deze groep wordt geselecteerd voor een
inrichting waarin de detentie mede dienstbaar wordt gemaakt aan de voorbereidingen op het
vertrek uit Nederland en de terugkeer naar het land van herkomst. De bijzondere opvang zorgt
ervoor dat voldoende ruimte kan worden geboden aan de activiteiten van de Dienst Terugkeer
& Vertrek (DT&V) en andere (ketenpartners die een rol spelen bij het realiseren van het
vertrek uit Nederland en de terugkeer naar het land van herkomst.

De DT&V heeft onder andere de opdracht om illegale en ongewenst verklaarde
vreemdelingen na ommekomst van hun straf uit Nederland te verwijderen, bij voorkeur
rechtstreeks vanuit strafrechtelijke detentie (dus zonder aansluitende inzet van
vreemdelingenbewaring). In het protocol Vreemdeling in de Strafrechtsketen (hierna: VRIS-
protocol) is de informatie-uitwisseling omtrent de vreemdelingen in de strafrechtsketen
vastgelegd. Het VRIS-protocol is ontwikkeld in een samenwerkingsverband tussen de
betrokken ketenpartners, te weten de Immigratie- en Naturalisatiedienst, het Openbaar
Ministerie, de Vreemdelingenpolitie, de Koninklijke Marechaussee, de DT&V en de Dienst
Justitiële Inrichtingen (DJI). Het creëren van de bijzondere opvang voor strafrechtelijk
gedetineerde vreemdelingen beoogt mede de voorwaarden te formuleren waaronder de
detentie en de activiteiten van de DT&V geïntegreerd en geconcentreerd plaats kunnen vinden
tijdens de strafrechtelijke detentie van de vreemdeling. De DT&V is hiertoe op de locatie
aanwezig. Bovendien brengt een start van de werkzaamheden van de DT&V reeds tijdens de
strafrechtelijke detentie van de vreemdeling met zich mee, dat deze niet (meer) plaats
behoeven te vinden tijdens een eventuele vreemdelingenbewaring na detentie. Daarmee wordt
intrinsiek de duur bekort van de vrijheidsbeneming van de vreemdeling op bestuursrechtelijke
gronden, hetgeen recht doet aan het ultimum remedium-karakter van de
vreemdelingenbewaring.

In deze regeling wordt rekening gehouden met de indeling in doelgroepen van het Programma
Modernisering Gevangeniswezen, ! waarbij onder meer onderscheid wordt gemaakt naar
(resterende) verblijfsduur binnen de inrichting. Het tweede lid van artikel 20b maakt het
mogelijk om inrichtingen te bestemmen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen met

' Zie mijn brieven aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 november 2007
(kamerstukken II, 2007-2008, 24587 en 31200 VI, nr. 236) en van 9 december 2008 (kamerstukken II, 2008-
2009, 24587, nr. 310).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>een strafrestant van ten minste vier maanden’, en die met een strafrestant van minder dan vier
maanden.” Dit onderscheid is zinvol omdat in de laatste fase van de detentie de
werkzaamheden van de DT&V en de concrete voorbereidingen op het vertrek van de
gedetineerde meer centraal zullen staan in het te voeren regime en dagprogramma binnen de
inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen.

Ofschoon elk van deze inrichtingen een regime en een dagprogramma voert die voldoen aan
de wettelijke regels, bestaat in de inrichting voor de langverblijvenden meer ruimte voor
activiteiten die de tenuitvoerlegging van de straf zoveel mogelijk dienstbaar maken aan het
voorbereiden van de strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen op een leven na detentie dan
in de inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen met een kort strafrestant.

In de inrichtingen voor langverblijvenden kan daarbij gedacht worden aan activiteiten als
arbeid en onderwijs“. Naast diverse binnenbanen’ als keukenhulp, sporthulp en reiniger, zijn
daar onder meer afdelingen voor werkzaamheden met betrekking tot 'beton', 'schilderwerk',
‘hout’, en 'metaal'. Waar mogelijk wordt de arbeid gecombineerd met een vakopleiding. Wat
betreft onderwijs kan voorts worden gedacht aan computerles, en taalonderwijs in meerdere
talen, waaronder met name Engels. Opgemerkt kan worden dat de DT&V zitting heeft in het
gedetineerdenberaad en in dat kader voorstellen kan doen voor een bepaald programma voor
een gedetineerde, met bijvoorbeeld specifiek op terugkeer gerichte activiteiten, dat de
resocialisatie in het land van herkomst ten goede komt. Ook krijgt de gedetineerde bij
binnenkomst in de inrichting een mentor toegewezen die hem verder tijdens de detentie
begeleidt. Deze kan een rol spelen bij de nodige (zorg)activiteiten met als perspectief de
voorbereiding op de terugkeer naar het land van herkomst. In de inrichting voor de
kortverblijvenden zal, naast het aanbod van een standaardprogramma met activiteiten als
lichamelijke oefening, geestelijke verzorging, bibliotheekgebruik, recreatie, ontvangen van
bezoek en verblijf in de buitenlucht, de nadruk komen te liggen op de concrete
voorbereidingen op het vertrek van de strafrechtelijk gedetineerde vreemdeling uit Nederland.

Artikel 206

In de inrichtingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen worden vreemdelingen
geplaatst ten aanzien van wie vaststaat dat zij na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf
geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) hebben en Nederland zullen moeten verlaten.
Het gaat daarbij om vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland in de zin van
artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, waaronder ongewenst verklaarde vreemdelingen,
die zullen worden uitgezet, zelf gevolg dienen te geven aan de op hen rustende vertrekplicht,
of zullen worden uitgeleverd, na aan de Nederlandse justitie te hebben voldaan. Plaatsing in
de inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen geschiedt door de
selectiefunctionaris op grond van artikel 20b van de Regeling Selectie, plaatsing en
overplaatsing van gedetineerden.

Ingevolge het tweede lid van artikel 20b kunnen de inrichtingen (of afdelingen) voor
strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen worden onderscheiden naar de lengte van het
strafrestant, zoals hierboven is toegelicht. Strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen worden

? Ten tijde van de totstandkoming van deze regeling gaat het daarbij om de locatie Esserheem, penitentiaire
inrichting 'Veenhuizen’.

* Ten tijde van de totstandkoming van deze regeling gaat het daarbij om het Detentiecentrum Alphen a/d Rijn.
* Toegelicht in het verslag van de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming van 7 augustus 2008 van haar gesprek met de unit-directeur van de-penitentiaire inrichting
'Esserheem'.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>na veroordeling in eerste aanleg in beginsel in één van deze inrichtingen geplaatst. Na de
plaatsing in de inrichting voor langverblijvenden, bedoeld in onderdeel a, volgt, zodra het
strafrestant minder dan vier maanden bedraagt, overplaatsing naar de inrichting bedoeld in
onderdeel b.

Het derde lid betreft de mogelijkheid om delen van deze als gevangenis aangewezen
inrichtingen, op grond van artikel 8, tweede lid, van de wet, apart als huis van bewaring aan te
wijzen, dan wel in bijzondere gevallen, op grond van artikel 9, eerste lid, van de wet, een
dubbele bestemming te geven. Op die manier zou de selectiefunctionaris in specifieke
gevallen voorlopig gehechte vreemdelingen al vóór eventuele veroordeling in een inrichting
voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen kunnen plaatsen. Dit kan bijvoorbeeld
gewenst zijn in gevallen waarin hoogst waarschijnlijk een korte straf zal worden opgelegd, die
de duur van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd niet zal overtreffen, terwijl tevens
vaststaat dat de vreemdeling onmiddelijk na het onherroepelijk worden en het einde van deze
straf Nederland moet verlaten. Het principe dat voorlopig gehechten vóór veroordeling in
eerste aanleg worden geplaatst in het arrondissement van vervolging blijft echter voorop

staan.

Artikel 20b laat onverlet dat plaatsing van een strafrechtelijk gedetineerde vreemdeling op een
afdeling of in een inrichting met een andere bestemming voorrang kan hebben. Het vierde lid
maakt duidelijk dat dit in ieder geval zo is indien plaatsing op de terroristenafdeling (artikel
20a) is geïndiceerd. Het kan echter ook gaan om vrouwelijke gedetineerden, voor wie
plaatsing in een voor vrouwen bestemde inrichting is aangewezen, gedetineerden die niet
gemeenschapsgeschikt zijn, extreem vluchtgevaarlijk zijn, beheersproblemen veroorzaken of
zorg nodig blijken te hebben die alleen elders voorhanden is. De voorbereiding op het vertrek
uit Nederland vindt dan vanuit een dergelijke inrichting plaats.

De Staatssecretaris van Justitie,

n Aan

</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>