<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>             Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs
                              Advies over het voorstel tot wijziging van het
                             Reglement verpleging ter beschikking gestelden
                                          Advies d.d. 1 februari 2008
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming draagt er door middel van rechtspraak en advies toe bij
dat overheid en relevante uitvoeringsorganen voldoende oog houden voor de beginselen van een goede bejegening,
alsmede voor de rechtspositie van diegenen die in het kader van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen
        en de bescherming van jeugdigen aan de verantwoordelijkheid van de overheid zijn toevertrouwd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Inleiding ............................................................................................................................................................................................ 3
Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................................................... 4
1. Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging ............................................................................................. 5
1.1 Nader bepalen van het moment voor van rechtswege vervallen verlof .............................................................. 5
1.2 Meldingsplicht in plaats van aangifteplicht .................................................................................................................. 5
1.3 Vervolgingsbeslissing OM als moment voor vervallen verlofmachtiging........................................................... 6
1.4 Voorlopige intrekking van de verlofmachtiging en korte termijnen voor afdoening .................................. 7
1.5 Conclusie inzake het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging ......................................................... 8
2. Instemming met verlenging van de proef met elektronische volgsystemen ...................................................... 8
Bronvermelding ............................................................................................................................................................................. 9
                        Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008                                                                                     2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inleiding
De minister van Justitie heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming gevraagd te
adviseren over een wijziging van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Rvt) in verband
met nadere bepalingen inzake het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging bij strafbare feiten
gepleegd tijdens het (proef)verlof of ongeoorloofde afwezigheid. Vervallen ‘van rechtswege’ wil zeggen
dat de door de minister aan de kliniek verleende machtiging vervalt als rechtstreeks gevolg van een
bepaalde gebeurtenis, dus zonder dat de minister hiertoe besluit.
Daarnaast wordt de wijziging van het Rvt benut voor een verlenging van de proef met elektronische
volgsystemen (EVS).
In dit advies reageert de Raad op de voorstellen van de minister. Daarbij heeft de Raad oog voor de
rechtspositie en bejegening van ter beschikking gestelden. Meer in het bijzonder wordt aandacht besteed
aan de duidelijkheid van de voorgestelde regeling, omdat misverstanden over de nu geldende regeling de
directe aanleiding vormen voor aanscherping van het Rvt.
                Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Conclusies en aanbevelingen
De Raad blijft bij zijn eerder ingenomen standpunt dat het van rechtswege vervallen van de verlofmach-
tiging geen meerwaarde heeft naast andere mogelijkheden die het Rvt kent. Niettemin heeft de Raad, in
geval het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging gehandhaafd blijft, middels dit advies op een
constructieve wijze over de voorgestelde wijzigingen willen meedenken. Binnen dat kader staat de Raad
positief tegenover aanscherping van het moment waarop de verlofmachtiging van rechtswege komt te
vervallen. De Raad plaatst wel een kanttekening bij de werkbaarheid van de bepalingen en de mate
waarin de rechtspositie van de ter beschikking gestelde wordt gewaarborgd. De Raad doet op deze pun-
ten aanbevelingen ter verbetering.
De verlenging van de proef met elektronische volgsystemen stuit niet op principiële bezwaren. Uitgaan-
de van een deugdelijk wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van het experiment, onderschrijft
de Raad het nut van de voorgenomen verlenging.
De Raad beveelt aan:
- de aangifteplicht voor hoofden van klinieken te vervangen door een meldingsplicht ten aanzien van
    alle delicten;
- de verlofmachtiging alleen van rechtswege te laten vervallen na een vervolgingsbeslissing van het
    Openbaar Ministerie;
- naast het vervallen van rechtswege tevens de constructie te hanteren van een voorlopige intrekking
    van de verlofmachtiging door de minister. Deze kan voortduren tot het moment van de vervolgings-
    beslissing van de officier van justitie. Hierdoor kan de machtiging gemakkelijk herleven in geval van
    een sepot;
- gelet op het belang van de ter beschikking gestelde, korte termijnen te stellen voor afdoening door
    de staande en zittende magistratuur.
                 Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>1. Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging
Het wijzigingsvoorstel voor het Rvt behelst de volgende gang van zaken: het hoofd van een tbs-kliniek
wordt verplicht aangifte te doen van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Na
aangifte bij de politie dient het hoofd het (proef)verlof in te trekken. Het verlof vervalt vervolgens van
rechtswege ingeval het Openbaar Ministerie de ter beschikking gestelde aanmerkt als verdachte.
1.1 Nader bepalen van het moment voor van rechtswege vervallen verlof
De Raad adviseert, onder verwijzing naar het advies van 31 januari 2005 , om minder vergaande vormen
                                                                                               1
voor het intrekken van het verlof of het vervallen van de verlofmachtiging toe te passen. Naast die vor-
men heeft het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging geen meerwaarde, terwijl de nadelen
voor de verpleegde ernstig zijn. De Raad benadrukt, onder verwijzing naar het bovengenoemde advies,
twee principiële punten:
- het vervallen van de verlofmachtiging van rechtswege heeft naar het oordeel van de Raad geen
     meerwaarde naast de andere mogelijkheden die het Rvt al kent. Intrekken van het verlof door het
     hoofd van de kliniek of van de verlofmachtiging door de minister bieden voldoende zekerheid voor
     beveiliging van de maatschappij;
- indien bij nadere toetsing geen sprake blijkt van een gegronde verdenking van betrokkenheid bij
     strafbare feiten of van een ongeoorloofde afwezigheid zal de verlofmachtiging opnieuw moeten wor-
     den aangevraagd. Dit resulteert in een substantiële vertraging bij het toekennen van verlof en daar-
     mee in de voortgang van de behandeling. Een dergelijke vertraging is nauwelijks te billijken indien de
     verpleegde geen verwijt treft.
In aanvulling op deze punten constateert de Raad dat bij de eerdere en de nu voorliggende wijziging van
het Rvt overwegingen ontbreken inzake de invloed van het van rechtswege vervallen van de verlofmach-
tiging op de behandeling en de rechtspositie. De Raad denkt in dit opzicht bijvoorbeeld aan de nadelige
gevolgen voor de behandeling van de termijn die gemoeid is met het verkrijgen van een nieuwe verlof-
machtiging. Daarnaast staat tegen het intrekken van verlof en de verlofmachtiging beroep open, zodat
de rechtsbescherming van verpleegden in die gevallen beter gewaarborgd is dan bij het van rechtswege
vervallen van de verlofmachtiging. In het feit dat bij deze punten niet wordt stilgestaan, ziet de Raad een
bijkomend, zwaarwegend argument om de bestaande regeling (het vervallen van rechtswege) niet in
stand te houden.
Aannemende dat het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging wordt gehandhaafd, ziet de Raad
voordelen in het nader bepalen van het moment waarop de verlofmachtiging komt te vervallen. De be-
staande regeling biedt namelijk te veel ruimte voor interpretatie. Dat veroorzaakt onduidelijkheid bij alle
betrokkenen en werkt rechtsongelijkheid in de hand. Rechtsongelijkheid bestaat vooral in de kans dat de
ene ter beschikking gestelde veel eerder dan de andere in het proces van opsporing en vervolging wordt
geconfronteerd met het van rechtswege vervallen van verlof.
1.2 Meldingsplicht in plaats van aangifteplicht
De voorgestelde wijziging verplicht het hoofd van een tbs-kliniek om binnen 24 uur bij de politie aangif-
te te doen van misdrijven gepleegd door een tbs-gestelde. Dit betreft alleen misdrijven waarvoor op
grond van artikel 67 Sv voorlopige hechtenis is toegestaan. Eenvoudige mishandeling wordt van de
aangifteplicht uitgesloten. Een eenvoudige mishandeling zal op grond van de Regeling melding bijzonde-
1
  Advies betreffende concept-Amvb houdende wijziging van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Rvt), advies d.d. 31 januari
2005.
                      Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008                         5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>re voorvallen verpleegden zeer spoedig moeten worden gemeld bij de minister van Justitie.
Na invoering van de aangifteplicht schept het Rvt naar het oordeel van de Raad nog onvoldoende duide-
lijkheid inzake het moment van het vervallen van de verlofmachtiging. Ook wordt de rechtspositie van
de tbs-gestelde onvoldoende gewaarborgd. De Raad signaleert de volgende knelpunten bij de aangifte-
plicht:
- uitzonderingen ten aanzien van de aangifteplicht scheppen onduidelijkheid. Dit geldt in het bijzonder
    voor de uitzondering van eenvoudige mishandeling. Het maken van onderscheid tussen een enkel-
    voudige mishandeling en een mishandeling meermalen gepleegd, alsook het onderscheid met een
    (poging tot) zware mishandeling, vergt een deskundig juridisch oordeel, dat naar mening van de
    Raad niet van de kliniek kan worden gevraagd. De uitzondering biedt daarom een moeilijk werkbare
    bepaling voor de praktijk;
- de nota van toelichting biedt geen duidelijkheid over de keuze om uitsluitend eenvoudige mishande-
    ling te noemen als uitzondering op de aangifteplicht. Het is immers goed voorstelbaar dat ook ande-
    re, minder ernstige delicten onder de meldingsplicht kunnen vallen;
- de aangifteplicht kan niet gelden voor klachtdelicten. Bij het klachtdelict ‘gemeenschap met een per-
    soon beneden 16 jaar’ (artikel 245 Sr) bijvoorbeeld, kan alleen tot vervolging worden overgegaan na
    een klacht door de klachtgerechtigde. Het hoofd van een tbs-kliniek valt in ieder geval niet uit hoofde
    van diens functie onder deze groep;
- er kunnen zich gevallen voordoen waarin een slachtoffer van een misdrijf niet wil dat de verdachte
    terzake wordt vervolgd en om hem of haar moverende redenen wenst af te zien van het doen van
    een aangifte. De aangifteplicht van de kliniek zou in die gevallen in strijd komen met de wens van
    het slachtoffer;
- een aangifteplicht valt negatief uit voor de tbs-gestelde, want een verdenking volgt vrij eenvoudig uit
    de aangifte. De verdenking heeft echter verregaande gevolgen, waarbij het tevens van belang is zich
    te realiseren dat tbs-gestelden zwaarder door een verdenking worden getroffen dan andere verdach-
    ten. Naast de vervolging en een eventuele berechting kunnen zij ook worden geconfronteerd met het
    verlies van verlof. Bovendien kan de intrekking van de verlofmachtiging achteraf ongegrond blijken te
    zijn, waardoor de verpleegde relatief zwaar wordt getroffen;
- de aangifteplicht doet voor de hoofden van klinieken een dilemma ontstaan. Enerzijds krijgen zij een
    aangifteplicht opgelegd, maar anderzijds zullen zij de behandelrelatie met hun patiënt niet willen ris-
    keren. Hierbij is vooral het nauwe verband tussen de aangifte en de verdenking van invloed. Het na-
    streven van dergelijke, zo tegenstrijdige belangen kan naar het oordeel van de Raad redelijkerwijze
    niet telkens van de klinieken worden gevraagd;
- tot slot wordt opgemerkt dat de aangifteplicht een zeldzaam instrument is binnen het Nederlandse
    strafrecht.
De Raad stelt voor de aangifteplicht te vervangen door een meldingsplicht, maar dan ten aanzien van
alle strafbare feiten waarmee de hoofden van inrichtingen bekend zijn. De melding zal zowel aan het
Openbaar Ministerie als aan de minister van Justitie moeten worden gedaan. Dit schept duidelijkheid
voor de klinieken, omdat de noodzaak vervalt om incidenten binnen juridische kaders te beoordelen.
Bovendien kunnen de klachtdelicten eveneens door de kliniek worden gemeld, evenals de hiervoor als
laatst genoemde categorie van strafbare feiten. Tenslotte is de kans op verstoring van de behandelrelatie
kleiner, omdat de relatie tussen een melding en de latere beslissing van de officier van justitie minder
sterk is dan bij een aangifte en verdenking.
1.3 Vervolgingsbeslissing OM als moment voor vervallen verlofmachtiging
                 Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Als het moment waarop de verlofmachtiging van rechtswege vervalt, kiest de minister voor het moment
waarop het Openbaar Ministerie de tbs-gestelde als verdachte aanmerkt. De Raad is van oordeel dat
deze keuze nog te veel ruimte voor interpretatie open laat, alsmede onvoldoende waarborgen biedt voor
de rechtspositie van de tbs-gestelde.
Het ‘aanmerken als verdachte’ is een moeilijk werkbaar begrip. Het redelijke vermoeden dat iemand
betrokken is bij een strafbaar feit hoeft namelijk niet gebaseerd te zijn op een aangifte. Opsporingsdien-
sten en het Openbaar Ministerie kunnen personen al in een vroeg stadium als verdachte aanmerken. Het
aanmerken als verdachte geeft daarom op zichzelf nog geen goede indicatie voor het aanwezig zijn van
een sterke verdenking. Bovendien blijft het nog onduidelijk wanneer de tbs-gestelde precies, met het oog
op het vervallen van de verlofmachtiging, als verdachte kan worden aangemerkt. Dit levert het risico op
dat tbs-gestelden al snel als zodanig worden aangemerkt, en met verregaande gevolgen: het verlof ver-
valt, de behandeling wordt vertraagd en de maatregel zal mogelijk langer duren.
De Raad stelt voor om het van rechtswege laten vervallen van de verlofmachtiging te verbinden aan een
duidelijker te markeren moment, namelijk ‘iedere beslissing van het Openbaar Ministerie over afdoening
van een strafzaak, anders dan sepot’. Dit betreft dus de dagvaarding en de vordering van een gerechte-
lijk vooronderzoek, alsook het aanbieden van een transactie of beslissing in het kader van de Wet OM-
afdoening. Deze beslissing wordt genomen op een moment dat er meer bekend is over het strafbare feit
en de verdenking. Het vervallen van de verlofmachtiging op dit moment biedt daarom meer waarborgen
voor de belangen van verpleegden.
Daarbij wijst de Raad nog op het feit dat een éénmaal vervallen verlofmachtiging niet op korte termijn
kan herleven. Afhandeling van een verlofaanvraag vergt tijd en beoordeling van de aanvraag door het
kortgeleden ingestelde Adviescollege verloftoetsing tbs zal leiden tot een verdere toename van de afhan-
delingstermijn. Mede hierdoor is meer zekerheid over de verdenking en afdoening op het moment van
het vervallen van de verlofmachtiging van groot belang.
Terzijde wordt opgemerkt dat de communicatie vanuit het Openbaar Ministerie naar de klinieken ge-
borgd dient te worden, zodat de vervolgingsbeslissing altijd aan de kliniek bekend wordt gemaakt.
De Raad is van oordeel dat de keuze om het van rechtswege laten vervallen van de verlofmachtiging te
verbinden aan de vervolgingsbeslissing van het Openbaar Ministerie, een beslissing die relatief laat valt
in het proces van opsporing en vervolging, geen extra risico meebrengt voor de beveiliging van de maat-
schappij. Voorafgaand aan de vervolgingsbeslissing dient het hoofd van de inrichting het verlof immers
reeds in te trekken. Daarnaast kan ook de minister na kennisneming van een incident de verlofmachti-
ging intrekken. Aldus ontstaat een drietrapsmodel, dat naar het oordeel van de Raad ruime waarborgen
biedt voor de veiligheid. Het model bestaat uit de onderstaande, opeenvolgende momenten, waarop het
verlof of de verlofmachtiging wordt ingetrokken of komt te vervallen:
1. intrekken van toegekend verlof door het hoofd van de kliniek;
2. intrekken van de verlofmachtiging door de minister van Justitie. In de volgende paragraaf wordt
      voorgesteld hier een voorlopige intrekking van te maken;
3. vervallen van de verlofmachtiging van rechtswege, na een vervolgingsbeslissing van het Openbaar
      Ministerie.
1.4 Voorlopige intrekking van de verlofmachtiging en korte termijnen voor afdoening
De voorgestelde wijziging van het Rvt legt meer nadruk op handelingen van het Openbaar Ministerie.
Daarnaast is het vonnis van de rechter van invloed op de kansen voor het opnieuw verkrijgen van een
verlofmachtiging. Doordat de termijnen van vervolging en berechting flink kunnen oplopen, blijft de tbs-
gestelde soms lange tijd in onzekerheid. Dit weegt uiteindelijk zwaar in zaken waar de tbs-gestelde
                  Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008 7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>wordt vrijgesproken, ontslagen van rechtsvervolging en in zaken waarin anderszins geen veroordelend
vonnis volgt (bijvoorbeeld bij niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie). Maar ook bij een ver-
oordeling kan de periode van onzekerheid disproportioneel blijken. In dit kader mist de Raad een ver-
wijzing naar redelijke termijnen voor afdoening. Ter verbetering stelt de Raad voor:
- de aangifteplicht bij de politie te vervangen door een meldingsplicht bij het Openbaar Ministerie (zie
    § 1.2). De officier van justitie kan de politie vervolgens opdracht geven tot nader onderzoek en daar-
    bij een termijn stellen voor het opmaken van proces-verbaal. De officier van justitie zal hierdoor
    sneller kunnen beslissen over de afdoening van het gepleegde strafbare feit;
- ook de constructie van een voorlopige intrekking van de verlofmachtiging door de minister van Justi-
    tie te hanteren. Deze voorlopige intrekking dient ten minste voort te duren tot het moment van de
    vervolgingsbeslissing door de officier van justitie. In geval van een sepot kan de machtiging dan ge-
    makkelijk herleven;
- redelijke termijnen voor verdere vervolging en berechting te stellen.
1.5 Conclusie inzake het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging
De Raad ziet geen reden om terug te komen op zijn eerdere standpunt, dat het van rechtswege verval-
len van de verlofmachtiging geen meerwaarde heeft naast de andere mogelijkheden die het Rvt al kent.
Beveiliging van de maatschappij vergt niet het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging. Niet-
temin heeft de Raad in dit advies op constructieve wijze willen meedenken over de voorgestelde wijzi-
ging.
De Raad benadrukt dat de wijzigingen die hij voorstelt noodzakelijk zijn voor de rechtsbescherming en
het behandelbelang van tbs-gestelden. Deze aspecten komen in de conceptwijziging van het Rvt onvol-
doende tot uitdrukking.
2. Instemming met verlenging van de proef met elektronische volgsystemen
De wijziging van het Rvt wordt tevens aangegrepen om de looptijd van de proef met elektronische volg-
systemen te verlengen van drie naar zes jaar. In de nota van toelichting wordt opgemerkt dat de verlen-
ging van de experimenten vooral zal worden benut om te beoordelen welke toegevoegde waarde elek-
tronische volgsystemen hebben voor preventie, controle en behandeling bij verschillende groepen justiti-
abelen.
De Raad heeft kennisgenomen van het onderzoek ‘Electronic Monitoring en Behandeling’ dat in op-
dracht van het WODC door onderzoeksbureau PI Research wordt uitgevoerd. De Raad heeft de nood-
zaak van deugdelijk onderzoek naar de bruikbaarheid en effecten van elektronische volgsystemen in
eerdere adviezen benadrukt. Het stemt de Raad daarom tevreden dat de proef met elektronische volg-
systemen door dergelijk onderzoek wordt geflankeerd.
Elektronische volgsystemen dienen naar het oordeel van de Raad niet alleen de controle op justitiabelen
te versterken. Justitiabelen zullen, waar mogelijk, ook moeten kunnen profiteren van nieuwe technische
mogelijkheden. Het is daarom een goede zaak dat de lopende experimenten en het onderzoek in belang-
rijke mate de therapeutische mogelijkheden van elektronische volgsystemen als uitgangspunt nemen.
                 Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Bronvermelding
Miedema, F. en Post, B., Evaluatie pilot elektronische volgsystemen, Nijmegen, ITS, 19 januari 2006.
ISt & IGz, Inspectierapport De Kijvelanden, Den Haag, januari 2007.
RSJ, Advies betreffende concept-Amvb houdende wijziging van het Reglement verpleging ter beschikking
gestelden (Rvt), Den Haag, 31 januari 2005.
RSJ, Advies Circulaire verlof met elektronisch volgsystemen, Den Haag, 7 oktober 2005.
                Het van rechtswege vervallen van de verlofmachtiging in de tbs, advies d.d. 1 februari 2008 9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>