<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                Aan de staatssecretaris van Justitie
                Mevrouw mr. N. Albayrak
                Ministerie van Justitie
                postbus 20301
                2500 EH Den Haag
Contactpersoon : drs. A.J. van Bommel
Doorkiesnummer : 070-3619352
E-mail         : a.j.van.bommel@minjus.nl
Datum          : 19 januari 2009
Uw kenmerk     : 5579470/08/DSP
Ons kenmerk    : CR35/5547141/08/AvB/CS
Onderwerp      : Modernisering gevangeniswezen
               Geachte mevrouw Albayrak,
               Bij brief van 11 december 2008, ontvangen op 18 december, verzocht u de Raad om
               advies over uw brief van 9 december 2008 aan de Tweede Kamer over het
               programma Modernisering Gevangeniswezen (hierna MGw), alsmede een bijbehorende
               voortgangsrapportage.
               Inleiding; voortzetting communicatie tussen Raad en ministerie
               De Raad is u erkentelijk voor deze toezending. De Raad wil daarom in het
               onderstaande graag op uw brief reageren. De Raad ziet deze reactie als voortzetting
               van de communicatie met uw departement terzake. De plannen lenen zich gelet op
               het algemene karakter waarin ze in de brief van 9 december 2008 zijn gepresenteerd
               niet voor een advies door de Raad. Op dit moment volstaat de Raad daarom met een
               meer algemene reactie. Over de uitwerking van verschillende in uw brief
               aangekondigde onderdelen zal de Raad op enige termijn wel zoals gebruikelijk advies
               uitbrengen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>De brief van 9 december 2008 is een momentopname. Op een aantal plaatsen in de
brief wordt aangegeven dat de Kamer in de komende maanden nader zal worden
geïnformeerd, bijvoorbeeld over het Masterplan detentiecapaciteit, het
samenwerkingsmodel gemeenten/DJI en het beleidsplan onderwijs in detentie. De Raad
ontvangt deze uitgewerkte plannen te zijner tijd graag teneinde daarover te kunnen
adviseren. Wellicht leent de overgang naar persoonsgebonden verlof zich voor aparte
advisering, ook afhankelijk van het antwoord op de vraag of dit met wijziging van
regelgeving terzake gepaard zou (moeten) gaan. De Raad zet vanuit een positieve
grondhouding de communicatie over het programma MGw graag met u voort.
Hoofdlijn Modernisering Gevangeniswezen
De Raad staat positief tegenover de benadering die u in uw brief van 9 december
2008 voor de inrichting van detentie zo nadrukkelijk kiest. Het programma MGw
vormt aldus een aanzet tot verbetering van de inrichting en de kwaliteit van de
detentie en in het bijzonder van diverse onderdelen van het regime. Het programma
vormt inhoudelijk bezien een wending ten goede. De persoonsgerichte aanpak en het
vergroten van de mogelijkheden voor het contact met kinderen van gedetineerden zijn
vanuit resocialisatieoogpunt goede zaken. Het herinvoeren van het avondprogramma
(brief onder 4) springt er in dit opzicht ook uit, hoe bescheiden het voorstel terzake
ook – in de ogen van de Raad – is.
De Raad beschouwt de inhoud van de brief voor een deel ook als de aanzet tot het
expliciteren van beleidsuitgangspunten. In onderdeel 3 van uw brief spreekt u over
‘een verdieping van de visie op het gevangeniswezen’. De Raad juicht het toe dat deze
er komt en ziet nadere notities daarover graag tegemoet.
De Raad ziet deze positieve invulling, die hij al vaker bepleit heeft, als generale
grondslag van humane detentie en goede bejegening van gedetineerden als zodanig en
niet louter als invulling van een beperkter beleidsdoel van het terugdringen van
recidive, al dan niet met een bepaald percentage. Individuele gedetineerden voor wie
het terugdringen van recidive niet als eerst haalbare prioriteit kan gelden, zouden toch
ook onverkort van de verbeteringen van het regime uit MGw moeten kunnen
profiteren.
                                                                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Resocialisatie en recidivevermindering
In dit kader rijzen vragen naar de haalbaarheid van het streven naar 10%
recidivevermindering. Is elders bewezen dat de voorgestelde maatregelen werken?
Voorts komt een aantal onderdelen, hoe positief op zichzelf ook, neer op het
herintroduceren van hetgeen vroeger reeds onderdeel van het regime was.
De Raad acht de resocialisatieopdracht ex artikel 2 lid 2 van de Penitentiaire
beginselenwet een grondbeginsel voor de inrichting van detentie. Het streven naar het
terugdringen van recidive is ten opzichte hiervan van een lagere orde en draagt, hoe
legitiem en zinvol op zichzelf ook, het karakter van een beleidsdoelstelling. Concreter
gezegd vormt de resocialisatieopdracht de grondslag voor de inrichting van het regime
en het programma als zodanig, terwijl het terugdringen van recidive mede bepalend is
voor aard en inhoud van interventies en activiteiten.
De wettelijke regelingen, noch de vrijheidsstraf als zodanig, geven een legitimerende
grondslag voor een inrichting van detentie waarin onder drang
levenspatroondoorbrekende interventies plaatsvinden. De Raad kan zich daarom niet
vinden in de formulering dat gedragsverandering een ‘passende reactie’ is op ‘het leed
en de overlast’ die ‘criminelen’ veroorzaken (citaten uit onderdeel 2 van de brief).
Behalve dat beleidsvoornemens hier op zijn minst op gespannen voet staan met het
wettelijk kader, mist de Raad hier een positieve benadering vanuit het perspectief van
resocialisatie. Om de beoogde gedragsverandering tot stand te brengen, staat het
gevangeniswezen een scala aan interventies en maatregelen ter beschikking. Deze
kunnen de veroordeelde worden aangeboden met een mate van indringendheid die
varieert van vrijwillige deelname tot sterke drang. Dit vereist maatwerk, toegesneden
op de persoon en omstandigheden.
Ten aanzien van de aansluiting van (na)zorg van detentie op zorg door de gemeente
wordt in de brief met name gewezen op kortgestraften. Terzake zal vooral moeten
worden gewaarborgd dat gemeenten de ingezette trajecten na de korte detentie
voortzetten. Toch wil de Raad hier ook wijzen op de bijzondere problematiek van de
langgestraften die immers worden uitgeschreven uit de gemeenten waarin zij eerst
woonden. Contact met een gemeente is dan aandacht van bijzondere zorg. De Raad
komt op dit onderwerp binnenkort uitgebreider terug: de Raad bereidt op dit moment
een advies voor over de maatschappelijke reïntegratie van gedetineerden en
organiseert zoals u bekend is op 11 juni 2009 een congres over dit onderwerp.
                                                                                        3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Persoonsgerichte aanpak
Ten aanzien van de persoonsgerichte aanpak juicht de Raad toe het streven naar
tijdige screening, naar het tijdig formuleren van een reïntegratieplan, naar het goed
aansluiten van voorzieningen binnen en buiten de inrichting en naar het regionaal
plaatsen van gedetineerden. Ten aanzien van die screening zou de Raad graag nader
worden geïnformeerd over de hierbij toe te passen instrumenten.
De Raad staat voorts niet negatief tegenover het streven naar een beveiligingsniveau
per gedetineerde waarin aan bepaalde gedetineerden binnen de inrichting meer
vrijheden kunnen worden toegekend. De Raad onderkent met u de noodzaak van
consequente handhaving van regels in zo’n systeem. De relatie tussen het (weer)
ontnemen van vrijheden en het penitentiair sanctiebeleid vraagt wel bijzondere
aandacht. Voor wat betreft het aanbrengen van veranderingen in strafbevoegdheden
verwijst de Raad naar zijn advies Strafbevoegdheid in de penitentiaire inrichtingen van
19 juli 2007.
De persoonsgerichte aanpak roept bij de Raad ook nog wel vragen op in verband met
andere onderdelen van de brief en met name het geheel laten vervallen van de nu
bestaande regimesdifferentiatie. Is het de bedoeling dat de persoonsgerichte aanpak
wordt gerealiseerd binnen de zes nieuwe doelgroepen? Heeft deze nieuwe aanpak ook
consequenties voor de (regeling van de) rechtspositie van gedetineerden?
Aandacht voor de persoon van de gedetineerde, zoals het onderhouden van
constructieve contacten tussen personeel en gedetineerden gaat de Raad aan het hart
als onderdeel van de goede bejegening van gedetineerden. Het verder
professionaliseren van de medewerkers van het gevangeniswezen kan hieraan
bijdragen, zoals in de brief aan de Tweede Kamer onder 5 is vermeld. In dit kader is
van belang dat MGw ook gedragsverandering bij gedetineerden als doelstelling heeft.
Dat stelt ook eisen aan de gedetineerde. Een voorwaarde voor succes is dan dat de
gedetineerde optimaal in staat wordt gesteld aan de eisen te voldoen. In dat kader
moet de gedetineerde ook een zekere ruimte tot bezinning en confrontatie met
zichzelf worden gelaten. Daarom blijft het de Raad bevreemden dat in tijden van
capaciteitsoverschot onverkort wordt vastgehouden aan het uitgangspunt van de
meerpersoonscel. De Raad verwijst terzake naar zijn advies van 15 mei 2008 over dat
onderwerp.
                                                                                        4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Regimes en activiteitenprogramma
In dit kader baart de positie van onderwijs, zorg en gedragsinterventies als onderdeel
van het variabel deel van het dagprogramma (en niet van het vaste deel; brief onder
4), de Raad enige zorgen. De Raad meent te begrijpen dat het begrip variabel slechts
betrekking heeft op de mate waarin het betreffende aanbod naar behoefte per
gedetineerde beschikbaar is, waarbij in de Pbw toegekende rechten onaangetast
blijven. Als ’variabel’ echter betekent dat gedetineerden meer algemeen niet voor deze
onderdelen in aanmerking komen, heeft de Raad bepaald bezwaar tegen deze
benadering. Dat geldt met name de onderdelen onderwijs en zorg. Terzake van het
aanbieden van onderwijs mist de Raad overigens de onderwijswens van de
gedetineerde als uitdrukkelijke parameter.
De Raad ziet met belangstelling het beleidsplan onderwijs in detentie tegemoet, mede
in het licht van het gebrek aan scholing als criminaliteitsbevorderende factor. Het
aantal plaatsen voor onderwijskrachten (95 fte) komt de Raad overigens als gering
voor. De Raad gaat ervan uit dat dit alleen de vast aan het gevangeniswezen
verbonden leerkrachten betreft en dat er daarnaast middelen zijn en blijven voor het
inschakelen van reguliere onderwijsinstellingen.
Eerder vroeg de Raad diverse malen aandacht voor de arbeid. Dit aspect van inrichting
van regime komt ook in de brief van 9 december 2008 aan de orde. De Raad leest
met instemming dat uit pilots naar voren komt dat ook arbeidsaanbod aan preventief
gehechten en kortverblijvenden mogelijk is. Dat de brief expliciet meldt dat het
kostendekkend aanbieden van arbeid niet mogelijk is, getuigt volgens de Raad van
realiteitszin. De versterking van arbeid met vakonderwijs juicht de Raad toe evenals de
aangekondigde verhoging van de vergoeding voor arbeid.
Haalbaarheid van de plannen; relatie met bezuinigingen
De Raad vraagt al bij voorbaat nadrukkelijk aandacht voor uitvoering van de
ambitieuze en nogal algemeen geformuleerde plannen. Veel hangt af van de geboden
(financiële) mogelijkheden voor het aanbrengen van verbeteringen in de weerbarstige
praktijk. Naar het oordeel van de Raad is een zorgvuldige uitvoering van de
voorgenomen verbeteringen niet te realiseren zonder dat hiervoor extra geld
beschikbaar komt. De bezuinigingsdoelstelling staat hiermee op gespannen voet.
                                                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Regionalisering
Eerder liet de Raad u al weten in de praktijk nog veel problemen te zien bij het
regionaal plaatsen van gedetineerden. Bij de Raad leeft ook de vraag hoe dit
voornemen zich verhoudt tot het in onderdeel 7, ad 3 genoemde streven naar
bezuiniging door het minimaliseren van leegstand. Ook is in het bijzonder aandacht
nodig voor de mogelijkheden voor regionalisering bij (de beperkte groep van)
vrouwelijke gedetineerden.
Besturingsmodel gevangeniswezen
De Raad kan zich in grote lijnen vinden in de uitgangspunten die aan de voornemens
voor een nieuw besturingsmodel voor het gevangeniswezen ten grondslag liggen, maar
plaatst hierbij de volgende kanttekeningen.
Het aantal per vestiging voorgestelde fte´s aan directiefunctionarissen is voor
vestigingen van kleinere omvang wel erg gering, waardoor bijvoorbeeld het terechte
streven om de leidinggevenden weer dicht op de werkvloer te krijgen niet zal kunnen
worden gerealiseerd.
Voorts is het van belang dat lokale directies voldoende vrijheid en eigen
verantwoordelijkheid hebben om maatwerk te kunnen leveren met het oog op
bijvoorbeeld maatschappelijke reïntegratie en nazorg.
Voor een adequate aansturing van het veld door het topmanagement acht de Raad het
van groot belang dat signalen uit de inrichtingen ‘van beneden naar boven’
doordringen. Bijzondere aandacht voor deze communicatielijnen is daarom nodig.
Evaluatie
Zoals gezegd acht de Raad de voorliggende beleidsplannen een stap in de goede
richting. De Raad zal de ontwikkelingen daarom met bijzondere aandacht blijven
volgen. Daarbij zal vooral worden bezien in hoeverre de plannen daadwerkelijk leiden
tot het beoogde effect op de bejegening – in een ruime zin van het woord – van
gedetineerden.
Namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
Hoogachtend,
Prof. dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
                                                                                     6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>