<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrechtstoepassing Correspondentie:
- Postbus 30137
en Jeugdbescherming

i 2500 cc Den Haag
Kk / Telefoon (070) 361 93 oo
Fax algemeen (070) 361 93 10

Fax rechtspraak (070) 361 93 15

Aan de minister van Justitie

De heer mr. E.M.H. Hirsch Ballin
Postbus 20301

2500 EH Den Haag

Betreft : beveiligde fase van het begeleid verlof van tbs-gestelden
Contactpersoon : drs. M. Kruissink

Doorkiesnummer : 070-3619322

E-mail : m.kruissink@minjus.nl

Datum : 8 december 2009

Ons kenmerk : CR 35/1065672/09/MK/TvV

Geachte heer Hirsch Ballin,

Zoals u bekend is, hebben zich in de afgelopen jaren enkele
incidenten voorgedaan met tbs-gestelden die zich aan het
verlof onttrokken. De daarop volgende maatschappelijke onrust
en druk vanuit de Tweede Kamer hebben geleid tot een
wijziging in het verlofbeleid van tbs-gestelden. In het begeleid
verlof is per 1 juli 2007 een nieuw element geintroduceerd: de
beveiligde fase. Daarbij is ook de geweldsinstructie verscherpt.
Het gebruik van “gepast geweld” om een onttrekking te
voorkomen wordt daarbij verplicht voor degenen die een verlof
beveiligen.

Onderzoeksbureau DSP-groep heeft een procesevaluatie van de
beleidswijziging uitgevoerd, in opdracht en onder begeleiding
van het WODC van het ministerie van Justitie. Het rapport
hierover is enkele maanden geleden openbaar gemaakt. Dat
rapport is voor de Raad aanleiding om nogmaals aandacht aan
dit onderwerp te besteden, bezien tegen de achtergrond van
eerdere Raadsadviezen hierover.

In 2007 heeft de Raad twee maal geadviseerd’ over de
‘Beveiligde fase van het begeleid verlof in de sector tbs’ en de
bijbehorende gewijzigde geweldsinstructie. De adviezen zijn

1 Het betreft twee RSJ-adviezen: I) Wijzigingen verlofbeleid tbs februari 2007, uitgebracht op 23 januari
2007, en II) Verloftoetsingskader tbs 2007, uitgebracht op 4 april 2007.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>kritisch van toonzetting en komen erop neer dat de Raad in de

toenmalige bestaande verlofpraktijk geen aanleiding ziet voor

het aanscherpen van de veiligheidsmaatregelen. De volgende
overwegingen hebben de Raad tot dit standpunt gebracht.

- Ujit een onderzoek van het EFP blijkt dat juist in de eerste -
begeleide- fase van het verloftraject de kans op onttrekking
zeer klein is. De meeste onttrekkingen doen zich voor
tijdens onbegeleid verlof en niet tijdens het begeleid verlof.
Er is dan ook eerder aanleiding om verbeteringen in het
onbegeleid verlof aan te brengen dan in het begeleid verlof.

- Verder meent de Raad dat begeleid verlof pas mag worden
toegekend als er voldoende voortgang in de behandeling
van de betrokkene is geconstateerd en het delictrisico
aanvaardbaar is. Zolang beveiliging van het verlof nodig
wordt geacht, is niet aan deze voorwaarden voldaan.

- Bovendien heeft het structureel invoeren van beveiligd
verlof verstrekkende consequenties voor de personele inzet
bij de forensisch psychiatrische centra (fpc's). Uiteindelijk
vertaalt zich dat naar een vermindering van de personele
capaciteit die voor zorg en behandeling van de tbs-
gestelden beschikbaar is.

- Tot slot wijst de Raad erop dat onder de directies van de
fpc's geen enkel draagvlak bestaat voor invoering van het
beveiligd verlof.

Uit de evaluatie van DSP-groep blijkt dat zich gedurende de
onderzochte periode (een groot deel van het jaar 2008) tijdens
de fase van het begeleid verlof geen onttrekking heeft voor-
gedaan. Dezelfde evaluatie laat echter zien dat tijdens de drie
jaren vóór invoering van de beleidswijziging (2004-2006) het
aantal onttrekkingen tijdens het begeleid verlof ook al uiterst
gering is. Alleen in 2006 deden zich twee onttrekkingen (zonder
recidive) voor die plaatsvonden in de verloffase die nu wordt
beveiligd.

De Raad ziet in deze uitkomsten een bevestiging van de eerdere
adviezen en vindt het opportuun om zijn standpunten in dezen
hierbij opnieuw onder uw aandacht te brengen. De Raad is van
mening dat de introductie van de beveiligde fase en de
bijbehorende geweldsinstructie geen aantoonbare bijdrage
levert aan de beveiliging van het verlof van tbs-gestelden. Er
zijn echter wel bezwaren, zoals hierboven reeds uiteengezet.
Daar komt bij dat het beveiligen van de begeleide verloffase een
bureaucratische stap aan de behandeling toevoegt. Een en
ander heeft consequenties voor de behandelduur waardoor het
beveiligd verlof zelfs contraproductief kan uitwerken.

Bovendien vraagt de Raad zich sterk af of een betrekkelijk ruw
instrument als de beveiligde fase wel past bij de huidige
‘lerende verlofpraktijk’ waarin getracht wordt de verloftoe-
kenning steeds verder te verfijnen, onder andere door de inzet
van het Adviescollege verloftoetsing tbs en het analyseren van
gegevens van de landelijke databank risicotaxatie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Op dit moment ziet de Raad ervan af om nogmaals over dit
onderwerp te adviseren. Wellicht dat de Raad in de resultaten
van de nog uit te voeren effectevaluatie aanleiding ziet om op
dit onderwerp terug te komen.

Tot slot wil ik u laten weten dat de Raad het betreurt niet tijdig
in de gelegenheid te zijn gesteld over dit onderwerp te
adviseren, vóórdat de staatssecretaris en u uw standpunt over
deze kwestie hadden ingenomen. Als de Raad naar aanleiding
van de procesevaluatie had willen adviseren, dan zou dat advies
als ‘mosterd na de maaltijd’ zijn gekomen. Bij een eventueel
toekomstig advies naar aanleiding van de effectevaluatie, wordt
de Raad graag in een eerder stadium geconsulteerd.

Hoogachtend,

de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,

Prof. dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>